kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Maarten Biesheuvel

J.M.A. Biesheuvel

Nederlands schrijver van proza en poëzie

Doopnamen: Jacobus Martinus Arend
Geboren: 23-05-1939 te Schiedam

Pseudoniemen: Emmy van Overeem, God. J.M.A. Biesheuvel schreef ook onder de naam Maarten Biesheuvel. In 1983 verscheen onder pseudoniem D. Blijn de dichtbundel Tussen mensen tussen dieren.

Maarten Biesheuvel is manisch depressief. In zijn verhalen vertekent hij de wereld, door zijn fantasie en door wonderlijke gebeurtenissen. Zijn hoofdfiguren zijn nadrukkelijk underdogs. Terugkerende thema's in zijn werk zijn: zijn (gereformeerde) jeugd, de rol van zijn vrouw Eva in zijn leven, psychiatrische inrichtingen en het idee om Jezus te zijn. Biesheuvel maakt gebruik van allerlei literaire verteltechnieken, hij parodieert en ironiseert. Naast verhalen met een hoog werkelijkheidsgehalte schreef hij kolderieke, surrealistische vertellingen. In zijn talrijke bundels bewees Biesheuvel een meester te zijn in het soms autobiografische, soms gedeeltelijk fictieve verhaal. Naast verhalen heeft Biesheuvel ook een aantal gedichten geschreven, waaronder 'Tussen dieren, tussen mensen'.

Levensloop
Maarten Biesheuvel werd geboren in Schiedam (Vlaardingerdijk). Hij was de vierde van vijf kinderen van Cornelis Biesheuvel en Huibertje Vreugdenhil. Zijn vader was archivaris op de scheepswerf Wilton Feyenoord. zijn vader beheerde daar ook een klein museum van ouderwetse scheepsartikelen.
Maarten is de neef van de protestants-christelijke schrijfster Jacoba Vreugdenhil.

Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog werd hun huis gebombardeerd. Ze verhuisden naar het Van 't Hoffplein en later naar de Burgemeester Van Haarenlaan.
Maarten Biesheuvel ging naar de Groen van Prinstererschool (1945-1948) en naar de Dr. De Visserschool (1948-1951).
Maarten Biesheuvel volgde van 1951 tot 1956 het Groen van Prinsterlyceum in Vlaardingen. Hij werd eraf gestuurd wegens eigenzinnig gedrag.
Nadat hij van school gestuurd was voer hij als ketelbink op de Haulerwijk en de Esso Rotterdam.
Hij volgde het avondgymnasium in Rotterdam, maar zakte voor zijn staatsexamen. Overdag werkte hij in de haven en bij De Gruyter.
In zijn jeugd werd hij 'Martie' genoemd. Rond zijn zestiende werd dat Maarten.

In 1958 ontmoette hij Eva Gütlich (hij vroeg haar om informatie over zijn nieuwe school).

Hij maakte het laatste jaar van zijn gymnasiumopleiding af aan het Stedelijk Gymnasium in Schiedam.
In 1959/1960 zat hij in militaire dienst (Ossendrecht, Gorkum, Rotterdam).

J.M.A. Biesheuvel studeerde rechten in Leiden (1961-1969). Hij volgde (met Maarten 't Hart) colleges bij Karel van het Reve (aan wie hij de bundel verhalen Het nut van de wereld in 1975 opdroeg).
Hij werd er lid van de studentenvereniging Catena. In zijn studietijd publiceerde hij onder eigen naam en onder pseudoniem in het 'Leids Universiteitsblad' en voor het verenigingsblad.

Tot zijn eenentwintigste leefde Biesheuvel in 'een roes' van godsdienst. Toen hij Eva Gütlich leerde kennen viel die 'roes' weg. Zij kwam uit een niet-gelovig gezien en hij ontdekte dat zij niet slechter was dan christenen die hij kende, misschien zelfs wel beter. Het nadenken hierover bracht hem in een psychische crisis (met name rond 1966). Van februari tot juni zat hij in de psychiatrische inrichting Endegeest in Oegstgeest. Toen hij deze crisis te boven was, had hij het idee van het bestaan van een hemel en een hel afgezworen. In juni verhuisde hij naar de Nieuwe Rijn in Leiden. Eva woonde daar al.

In 1969 voer hij als stewart op de Ryndam (Holland-Amerika Lijn). Ook werd hij weer enige tijd opgenomen in Endegeest.
Van 1970 tot 1972 volgde hij (met Eva) de post-doctorale studie Bibliotheekwetenschap in Amsterdam.

1970 J.M.A. Biesheuvel werkte bij het Europese Vertalingencentrum aan de Technische Universiteit in Delft en bij de bibliotheek van het Vredespaleis in Den Haag. Later werkte hij ook bij het Academisch ziekenhuis in Leiden.

Biesheuvel debuteerde met het verhaal ‘Het Lieveheersbeest’ in Hollands Maandblad.
In boekvorm debuteerde hij met de verhalenbundel In de bovenkooi (1972), waarmee hij onmiddellijk naam maakte.
Daarin verwerkte hij de ervaringen die hij opdeed toen hij tijdelijk als matroos op koopvaardijschepen voer en rekende hij op speelse wijze af met een verleden waarin een gereformeerde opvoeding, een verblijf in een psychiatrische inrichting en de literatuur (Vladimir Nabokov e.a.) een grote rol spelen.

De Alice van Nahuys-prijs 1972 voor 'In de bovenkooi'.

Slechte mensen (1973);
Het nut van de wereld (1975);

Hield zich vanaf 1976 parttime bezig met patiëntenrecht aan het Academisch Ziekenhuis van Leiden.

De weg naar het licht en andere verhalen (1977);
De verpletterende werkelijkheid en andere verhalen (1979);

In 1979 trouwde hij - op Schiermonnikoog - met Eva Gütlich.

In NRC Handelsblad van 19-12-1981 publiceerde hij 'De dagboekaantekeningen van het opperwezen', ondertekend met God in de serie 'Hollands Dagboek'.

Brommer op zee (1982; Een overtollig mens (1988; boekenweekgeschenk).

1985 de F. Bordewijk-prijs voor 'Een reis door mijn kamer'.
1986: Erepenning van de stad Leiden.

In 1988 was hij de auteur van het boekenweekgeschenk 'Een overtollig mens'.

Eva's keus (2003, bundeling verhalen, samengesteld door Eva Gütlich)

J.M.A. Biesheuvel publiceerde vooral bij uitgever Meulenhoff. Zijn Verzameld Werk zal worden uitgegeven door uitgeverij Van Oorschot, waarheen de schrijver in 2005 is overgestapt.

Biesheuvel heeft gewoond aan het Rapenburg, de Nieuwe Rijn en de Brahmslaan, en woont anno 2006 nog steeds in Leiden, in een houten huisje genaamd 'Sunny Home'.

In 2007 ontvangt Biesheuvel de P.C. Hooftprijs.
Volgens de jury geeft Biesheuvels sterk associatieve verteltechniek 'zijn proza een weldadig effect ven irrationaliteit en onlogica, waardoor het fantastisch element te meer een kans krijgt'.
Biesheuvel is blij: 'Vanavond ga ik aan de champagne.' Hij bekent tegenover ANP dat hij amper nog schrijft: 'Het gaat niet meer, je kunt niks verzinnen en ik heb geen invallen.' „Verzinnen kan ik niks meer en autobiografisch ben ik wel uitgepraat.”
De Leidenaar krijgt 60.000 euro, bedoeld voor nieuwe projecten. Biesheuvel krijgt de prijs volgend jaar mei uitgereikt.
Hij heeft „net een goede week”, vertelt hij. „Vanaf 1966 ben ik depressief. Ik had last van godsdienstwaanzin en ben opgenomen. Ik dacht dat ik Jezus was. Ik ben vier maanden depressief, dan volgt een goede maand. Zo gaat het al mijn hele leven.”
,,Ja, ik ben blij, natuurlijk. Ik ben in tranen uitgebarsten. Vanavond ga ik aan de champagne. Ik had het helemaal niet verwacht. Ik werd gebeld, maar ik ken al die lui niet, ik hang niet in dat kringetje rond, maar het is dus waar. Is het echt 60.000 euro?! Zo veel?! Dat ga ik bestemmen voor de Partij voor de Dieren! Die arme beesten die nooit buiten komen! Besteden aan iets dat met mijn werk samenhangt, moet dat? Nou we zullen wel zien, hoor.''

Websites: romantische schrijvers van de 19de eeuw (o.a. Piet Paaltjens, het dubbelgangersmotief), maar vooral met dat van Reve en Nescio. Met Reve deelt hij de aandacht voor het Zinloos Feit, met Nescio de idee dat in de natuur God zich openbaart. Ironie, wrange humor en talloze allusies zijn de bouwstenen van Biesheuvels proza. Die literaire allusies betreffen ook verwijzingen binnen zijn eigen werk, die samen met de telkens terugkerende motieven en personages en het altijd aanwezige centrale thema dit werk een sterke samenhang verlenen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 113.