kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Marga Minco

, pseudoniem van Sara Menco.

Marga Minco is een van de belangrijkste Nederlandse auteurs van na de oorlog. Vier romans van haar horen zogezegd bij de 'canonieke boeken' van de vaderlandse literatuur: Het bittere kruid, Een leeg huis, De val en Nagelaten dagen. Bekende en geliefde romans, die de Tweede Wereldoorlog als thema hebben. Minco laat de lezer vaak subtiel zien, hoe nietsvermoedend of naïef veel Nederlandse Joden hun ondergang tegemoet gingen, de werkelijkheid tot in het absurde ontkennend. Haar verhalen zijn kort, zonder omhaal en bitter. Daarnaast schreef Minco korte verhalen, toneelstukken en droomverslagen, en maakte ze kleine schilderijtjes.

Het oeuvre van Marga Minco is een aanklacht tegen haar landgenoten, een hernieuwde confrontatie met het antisemitisme van 'de buurman op de hoek'. Het bevat onvergetelijke beschrijvingen van de vervreemding van teruggekeerde Joodse burgers. Je wordt opnieuw geraakt door de manier waarop gewone Nederlanders hun gewone Joodse buren hebben behandeld.

Thema's die steeds terugkeren, zijn de innerlijke strijd om, na het verlies van alles wat het leven de moeite waard maakt, toch nog de toekomst onder ogen te zien; en het schuldgevoel van de overlevenden tegenover de vermoorde Joodse familie. Marga Minco doordringt ons nogmaals van de grootste Nederlandse schande ooit: dat we bijna alle Joden hebben laten gaan en daarbij vaak onverschillig, hebzuchtig en vijandig toekeken.

Je ontdekt opnieuw dat deze auteur haar tijd ver vooruit was, met haar scherpte, zwarte humor en de ironische, onderkoelde _toon. Een bijna postmodern wereldbeeld. Zelfs als Minco na tientallen jaren voor het eerst een bezoek brengt aan Israël, verlaat haar pessimistische wereldvisie haar niet. Ook nu blijft de medemens een bedreiging.

Marga Minco wordt op 31 maart 1920 als Sara Minco in Ginneken geboren in een orthodox-joods gezin maar zou zich al spoedig Selma laten noemen. Ze was het derde kind in het gezin.

Toen ze 5 jaar was, verhuisde het gezin naar Breda, waar haar vader een vooraanstaande positie in de joodse gemeenschap had. Marga bezocht daar de Nutsschool voor meisjes bij het Valkenberg.

Marga Minco debuteerde in 1938 op haar zeventiende met een verhaal: Het gouden knikkertje in het 'Algemeen Handelsblad'.

Van 1938 tot 1940 was Marga Minco leerling-verslaggeefster bij de 'Bredasche Courant'. Voor deze krant schreef ze cursiefjes onder het pseudoniem 'Hus'. Ze ontmoet Bert Voeten, werkzaam bij een concurrerende krant. Als er (meer dan) vriendschap ontstaat tussen Marga en de niet-joodse Voeten, mag ze hem van haar ouders niet meer ontmoeten.

In het begin van de Tweede Wereldoorlog moeten bij de krant, op last van de Duitsers, alle joodse werknemers ontslagen worden. Haar ouders sturen Marga naar een tante in Assen, in de hoop dat ze Bert Voeten zal vergeten.

In de eerste jaren van de oorlog woont ze o.a. in Delft, Assen en Amsterdam (waar ze tekenlessen geeft aan de joodse lagere school). Ze krijgt tuberculose en ligt in ziekenhuizen in Utrecht en Amersfoort.

In het najaar van 1942 komt ze terug in Amsterdam bij haar ouders die inmiddels op last van de bezetter wonen in het zogenaamde 'Judenviertel'.

Haar ouders worden door de Duitsers opgepakt. Op het moment dat haar ouders door de Duitsers werden opgepakt, weet ze via het tuinpoortje te ontsnappen (ze beschrijft dit moment in Het bittere kruid). Zij weet onder te duiken. Haar haar wordt geblondeerd en ze verblijft op verschillende onderduikadressen.

Via de gemeentesecretaris van Tietjerksteradeel kreeg ze een vervalst persoonsbewijs op naam van Fimkje Kooi. Het pseudoniem Marga heeft ze overgenomen van een andere onderduikersnaam in de oorlog: Marga Faes.

Minco trouwde in 1945 met de auteur Bert Voeten. Ze kenden elkaar uit Breda en ontmoetten elkaar weer in 1944 op een onderduikadres in Heemstede (bij een pottenbakker). In de hongerwinter (december 1944) werd hun dochter Bettie geboren.

Ze is samen met een broer van haar vader de enige van haar familie die de oorlog overleeft: haar ouders, broer en zus worden door de Duitsers omgebracht.

Na 1945 werkt Minco voor diverse kranten en tijdschriften, o.a. het satirische blad 'Mandril', 'Haarlems Dagblad' en 'Het Parool'.

In 1956 werd de tweede dochter - Jessica - geboren.

Mutator-prijs 1957 voor het verhaal Het adres.

Vlak voor de herdenkingsdagen van mei 1957 wordt Het bittere kruid gepubliceerd, de novelle waarin Marga Minco haar eigen ervaringen tijdens de oorlog beschrijft, al is de hoofdpersoon in het boek tien jaar jonger dan zij destijds was. Het boek maakt veel indruk, vooral door de sobere stijl. Zonder grote woorden is het in de details zeer ontroerend. Steeds voelbaarder worden voor de jonge hoofdpersoon en haar familie de anti- joodse maatregelen van de Duitsers. Maar Minco toont ook dat het bedreigende van sommige maatregelen niet altijd direct tot de mensen doordrong. Thema's zijn daarnaast: eenzaamheid en isolement.

Marga Minco won in 1958 de Vijverbergprijs voor Het bittere kruid.

In 1985 ontstond er opschudding over de film van Kees van Oostrum die gebaseerd was op Marga Minco's Het bittere kruid. De schrijfster maakte er in een proces bezwaar tegen dat de hoofdpersoon in de film vriendschappelijk omging met een NSB-gezin waarvan de kinderen lid zijn van de Jeugdstorm. Deze confrontatie van de schrijfster met de regisseur en de producent kreeg veel aandacht. De rechter bepaalde ten slotte dat de film onder de titel Het bittere kruid mocht worden uitgebracht, maar dat Marga Minco het recht kreeg voorafgaand aan de vertoning een verklaring op te nemen waarin ze afstand nam van het produkt van de regisseur.

Na De andere kant dat in 1959 uitkomt en waarin de oorlog niet zo expliciet aanwezig is als in Het bittere kruid, publiceert Marga Minco in 1967 Een leeg huis. Twee jonge vrouwen van joodse afkomst die ieder als enige van hun familie de oorlog hebben overleefd, staan centraal. Het verhaal concentreert zich op drie dagen (resp. in 1945, 1947 en 1950) uit het leven van deze Sepha en Yona. Zij moeten na de oorlog een nieuw leven opbouwen en in het reine zien te komen met schuldgevoelens rond het feit dat zij wel en hun geliefden niet ontkomen zijn aan de verschrikkingen. Sepha weet zich te handhaven, maar Yona pleegt ten slotte zelfmoord.

Hoewel ze na Een leeg huis nog wel een jeugdboek publiceert, is het uitkomen in 1983 van een nieuw boek van Marga Minco toch een grote verrassing. De val is een novelle geschreven naar aanleiding van een krantebericht over een oude vrouw die door een val in een put van de stadsverwarming om het leven kwam. Frieda Borgstein, hoofdfiguur in De val, woont in een bejaardentehuis. Ze is 85 jaar oud. De gebeurtenis die haar leven beheerst heeft, is het wegvoeren van haar man en kinderen tijdens de oorlog. Zelf was zij toen de Duitsers kwamen, juist boven in huis. Waarom werd het huis niet verder doorzocht en waarom hebben ze haar niet meegenomen?

Als Boekenweekgeschenk schrijft Marga Minco in 1986 De glazen brug. Verteller in de novelle is Stella, die tijdens de oorlog haar vrienden en familieleden is kwijtgeraakt. Zelf overleefde ze doordat ze, ondergedoken in Zeeuws-Vlaanderen, een andere identiteit kreeg. Het eerste gedeelte beschrijft Stella's ervaringen tijdens haar onderduiktijd en haar liefde voor de jongen die ze daar als 'Carlo' leert kennen. Twintig jaar later gaat ze terug om meer te weten te komen over de vrouw onder wier naam ze de oorlog overleefde.

In december 1992 overleed Bert Voeten. Ze woont sindsdien samen met haar oudste dochter, Bettie.

Marga Minco ontving in 1999 de Annie Romein-prijs voor haar gehele oeuvre.

bi(bli)ografie
zie ook Dat zal ze leren...


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1152.