kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Marijke Howeler

Marijke Höweler

Nederlands schrijfster, 27 juli 1938 geboren als Marijke van Dalen in Koog aan de Zaan.

Höweler schrijft in de trant van Carmiggelt en Van Kooten: haar werk is een aaneenschakeling van goed getimede anekdotes en taferelen in de trant van cursiefjes. Breedsprakigheid en psychologische diepgang zijn niet aan haar besteed. Beschouwingen en beschrijvingen worden tot het allernoodzakelijkste beperkt: alles draait om vlotte dialogen. De personages zijn makkelijk herkenbaar aan hun specifieke tics en ze hebben een eigen idiolect, dat hen onmiddellijk typeert.
Dit laatste punt verleent aan Höwelers werk weliswaar een realistisch karakter, maar dankzij het principe van de ironische distantie weet Höweler telkens de werkelijkheid zo te kantelen dat de lezer er geen vat op krijgt. Zo kan de verteller een hele tijd een personage op de voet volgen, waarna hij er dan in een klein stukje commentaar afstand van neemt. Zo een commentaar van de verteller op het verhaal schept een band tussen verteller en lezer, maar de afstand tot de personages wordt te groot. Daardoor kan de lezer zich niet gemakkelijk vereenzelvigen met de personages.

Zij was de oudste dochter van een eerste bediende bij het grootwinkelbedrijf Simon de Wit. Haar vader slaagde erin zich als zelfstandig accountant te vestigen, nadat hij in het grootwinkelbedrijf was opgeklommen tot personeelschef.

Als kind woonde Marijke Höweler in Zoelen, een dorpje in de Betuwe, Nederland. Later vertelde ze in een interview met Johan Diepstraten dat ze veel te lijden had in dat dorp, vooral door negatieve contacten met jongens. Toen de familie in 1947 naar Eindhoven verhuisde, vatte zij daar een opleiding aan in het Lorentzlyceum, niveau hogereburgerschool (of hbs). Vervolgens stond de sociale academie van Amsterdam op het programma; in 1960 sloot zij die met goed gevolg af. Tijdens die schooljaren trad zij reeds als maatschappelijk werkster in dienst bij de Stichting Vorming Bedrijfsjeugd. Ten slotte begon ze te studeren aan de Universiteit van Amsterdam, maar die studie viel haar zo tegen dat ze die afbrak nog voor het eerste jaar om was.

Ze gaf de moed echter niet op: drie jaar later liet ze zich opnieuw inschrijven, maar nu aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Dit keer kende ze meer succes: in 1968 studeerde zij af als klinisch psychologe. Ze trad meteen in dienst van deze universiteit als wetenschappelijk medewerkster, maar had ondertussen ook nog een eigen praktijk.

Haar meisjesnaam gaf ze op na haar huwelijk in 1962 met Ype Isaac Höweler, een grossier in scheepsbenodigdheden. Sindsdien bleef ze in Amsterdam wonen.

Marijke Höweler maakte eerst cabaretteksten (onder andere voor het Lureleicabaret), hoorspelen en liedjes. Het AVRO-radioprogramma Mignon beloonde haar hiervoor twee keer met de hoofdprijs van hun wedstrijd.

1964. Tranen van niemand en andere verhalen. Amsterdam: De Arbeiderspers. 90p.
Marijke Höweler debuteerde in 1964 met het onopgemerkt gebleven bundeltje met prozagedichten en verhalen Tranen van niemand. Dat zette blijkbaar een domper op haar literaire ambities, want zij wijdde zich vervolgens achttien jaar volledig aan de academische wereld van de Amsterdamse Vrije Universiteit.

1982. Van geluk gesproken. Amsterdam: De Arbeiderspers. 220p.
In 1982 kwam Van geluk gesproken uit: het eerste deel van een trilogie uit waarin ze het famlieleven op satirische wijze bekijkt.
In tegenstelling tot haar debuut, werd dit boek nu wel goed onthaald. Zowel het puliek als de critici reageerden enthousiast en binnen het jaar was er al een zevende druk. Zelfs door Gerrit Komrij. nadat hij in zijn recensie veel onaardigs had gezegd over het uiterlijk van de schrijfster: ‘Eerst kwamen haar enorme voortanden, dan zag je de gapende spleet daartussen. Dat zo'n lelijkerd zo goed kon schrijven...', eindigde hij met: ‘Wat had ik ongelijk met mijn argwaan! Het is nauwelijks voor te stellen dat dit boek een debuut is, zoveel vaardigheid spreekt eruit. Alles buitelt en prikt.' Pieter Verhoeff maakte er in 1987 een film van, met onder anderen Geert de Jong, Loudi Nijhoff, Gerard Thoolen, Olga Zuiderhoek en Kees Prins.

1983. Bij ons schijnt de zon. Amsterdam: De Arbeiderspers. 206p.
1984. Ernesto. Amsterdam: De Arbeiderspers. 231p.

Höweler werkte tot 1985 als psychologe aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Vanaf dan is ze fulltime schrijfster. In de jaren tachtig en negentig deed Höweler meer dan tien publicaties het licht zien. Ze raakte echter ze al snel uit de belangstelling van de critici: het nieuwe was er snel af. In tegenstelling tot hen verloren de lezers haar echter niet uit het oog: ze wordt nog altijd graag gelezen. Ze treedt regelmatig op in televisieprogramma's en is lid van talloze literaire jury's.

Haar hoofdthema in de trilogie Van geluk gesproken, Bij ons schijnt de zon en Ernesto, is dat hoogmoed voor de val komt. Genadeloos, maar met humor, stelt ze de tomeloze hebzucht en het irritante zelfvertrouwen van haar personages aan de kaak. Zowel in haar romans als in haar verhalen haalt ze uit naar typische 'tijdsverschijnselen' zoals emancipatiecursussen, huwelijksproblemen of het fenomeen van de midlifecrisis.

1985. Mooi was Maria. Amsterdam: De Arbeiderspers. 217p.

1985. Tobias. Amsterdam: De Arbeiderspers. 177p.
Höweler gebruikt steeds dezelfde plotopbouw en personagetekening: lange dialogen met veel vermakelijke misverstanden en dubbelzinnigheden. Het prijsgeven van de clou wordt uitgesteld tot de slotregels. Alleen in de roman Tobias geeft ze haar ironische distantie op. Voor één keer neemt ze haar personages volstrekt serieus en is ze persoonlijk betrokken bij het verhaal. Ook het thema is in Tobias serieus: een onweerstaanbare liefde die noodlottig eindigt door de haat van de omgeving.

1986. Had maar een kat gekocht. Amsterdam: De Arbeiderspers. 241p.
1987. Tragisch wonen. Amsterdam: De Arbeiderspers.182p.
1988. Geef mij maar geld. Kampen: La Rivière en Voorhoeve. 32p.
1989. Dagen als gras. Amsterdam: De Arbeiderspers. 171p.
1989. Jij mag de kaarsjes uitblazen. Amsterdam: Hema. 80p.
1992. Het is zover. Amsterdam: De Arbeiderspers. 190p.
1992. Indringers: Dio van Willem van Toorn, De wisselmarkt van Marijke Höweler, De wespendief van Kester Freriks en De tentoonstelling van Thomas Verbogt. Samengesteld door Ronald Brouwer. Arnhem: Theater van het Oosten. 211p.
1994. De waarheid houdt van vrolijke gezichten. Amsterdam: Atlas. 173p.
2002. Onder de gordel. Amsterdam: Atlas. 119p.

Marijke Höweler is vrijdag 5 mei 2006 overleden. Ze is 67 jaar geworden.

Bronnen:
NedWeb, literatuur in context


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 761.