kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 25 01 2017 14:01 voor het laatst bewerkt.

marten+toonder

Marten Toonder (1912 - 2005)

Nederlandse schrijver en tekenaar van stripverhalen, geb. 2 mei 1912 te Rotterdam, overleden 27 juli 2005 te Laren.

Marten Toonder is vooral beroemd geworden met de verhalen waarin Tom Poes en Olivier B. Bommel de hoofdrol spelen. Verder schreef hij de strips over Panda, Kappie en Koning Hollewijn. Ook is hij de grondlegger van de Marten Toonder Studio's, waar vele Nederlandse striptekenaars het vak hebben geleerd.

In een interview met De Groene Amsterdam zei Toonder in 1995 over zijn werk: “Van huis uit ben ik eigenlijk een verhaaltjesverteller. De tekeningen, dat was voor mij een soort noodhulp. Ik zat als kind die verhalen te vertellen aan mijn broer en dan moest ik altijd lange uitweidingen houden over de achtergrond, de sfeer, hoe de bomen bewogen, dat het koud was en zo meer. Op den duur dacht ik, wat een onzin om daar woorden aan vuil te maken, want dat is iets wat je moet zien.”

Behalve met zijn verhalen en strips bepaalde hij met zijn reclame-activiteiten een deel van de Hollandse knusheid uit de jaren vijftig –onlangs werd bekend dat hij het logo voor Bolletje beschuit maakte, zoals hij ook Arretje Nof bedacht voor Calvé, Wolle Klaver voor Van Nelle en Pinneke Proost voor Kabouter-jenever.

Op 2 Mei 1912 word Marten Toonder geboren te rotterdam. Hij was de zoon van Marten Toonder en Trijntje Huizinga. Zijn Groningse wortels zijn in zijn taalgebruik regelmatig op te merken. Hij groeit op met zijn broer Jan Gerhard Toonder en schept als kind al zijn eigen fantasiewereld. Zijn als kapitein immer afwezige vader en zijn aan depressies lijdende moeder oefenden maar weinig opvoedkundige invloed uit op het tweetal.

Van 1918 tot 1930 bezoekt Marten Toonder jr. de lagere school aan de Westersingel en later ook andere scholen in Rotterdam.

Na de HBS maakt Marten Toonder in 1931 een zeereis met zijn vader naar Zuid Amerika, Buenos Aires. Marten leert in Argentinië de tekenaar Dante Quinterno kennen, die door Walt Disney, de schepper van onder andere Donald Duck, is opgeleid. Hij raakt onder de indruk van Quinterno's werk en besluit striptekenaar te worden.

In Buenos Aires maakt hij ook kennis met de Amerikaan Jim Davis. Davis was een oud-medewerker van Pat Sullivan en Otto Messmer, de bedenkers van Felix the Cat. Davis vertelde Toonder over de grondvorm van Felix, die gebaseerd was op cirkels. Dit was een openbaring voor Toonder die nu een geschikte manier had gevonden om anatomie in zijn strips toe te passen.

Terug in Nederland besluit Toonder tekenlessen te gaan volgen. Zijn ouders waren niet al te enthousiast, maar het was zijn vader geweest die hem in contact had gebracht met stripverhalen, die hij meenam van zijn lange reizen. Terug in Nederland gaf deze hem één jaar de tijd om te bewijzen dat hij in dit vak zijn brood kon verdienen.

Korte tijd volgde hij lessen aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende kunsten, maar omdat hij hier zijn draai niet kon vinden nam hij privé-schilderles. De comictekenaar Wilson leerde Toonder meer over beweging en acteren. Zo bracht Toonder zichzelf het striptekenen bij en wist hij freelance werk te krijgen.

Hij maakt zijn eerste strips 'Tobias', 'de Adventuren van Bram Ibraham' voor de KRO-gids in 1934 en 'Uk en Puk'.

Marten gaat werken bij de uitgeverij en drukkerij Nederlandse Rotogravure Maatschappij NV in Leiden, waar hij stripfeuilletons tekent. Zijn werk bestond voornamelijk uit 'ghosting', wat inhield dat hij bestaande buitenlandse strips zo moest omwerken dat het auteursrecht omzeild kon worden. Dit is voor Toonder achteraf gezien dé manier om het tekenen onder de knie te krijgen. Zo moet hij de strip van Bruintje Beer in het Nieuwsblad van het Noorden vervangen door een strip over Bruintjes verre neef: Thijs IJs. Thijs IJs verschijnt van 1934 tot 1938 in de kranten. Marten ontwikkelde de ideeën en de schetsen, zijn vrouw Phiny maakte de tekeningen en zijn broer Jan Gerhard verzorgde de onderschriften.

1In 1935 treed Marten in het huwelijk met zijn buurmeisje Afine Kornélie Dick, kortweg Phiny Dick. Het echtpaar gaat in Leiden wonen. Phiny is eveneens geboren in Rotterdam en is net als Marten kind van een zeekapitein. Phiny schrijft kinderboeken en maakt tekeningen en strips en ontpopt zich tot zijn compagnon. Ze bedenkt bijvoorbeeld de strip Olle Kapoen en de strippoes Miezelientje en schrijft teksten bij Kappie.

In 1938 stapt Toonder over naar uitgeverij Diana in Amsterdam. Hij bedenkt Dom Sombrero en Tom Poes. Dom Sombrero wordt uitgegeven in Zweden, Tom Poes in Argentinië en Tsjechoslowakije.

Marten Toonder illustreerde de verhalen van 'Barendje Bas', geschreven door Dola de Jong, in het stripweekblad Doe Mee in 1939.

Marten Toonder nam in 1939 de beslissing om voor zichzelf te beginnen, omdat hij steeds opnieuw geconfronteerd werd met salarisverminderingen in de crisisjaren. In 1940 verhuist het echtpaar naar Amsterdam.

In 1939 ontmoette Toonder de uitgeweken Oostenrijkse uitgever Fritz Oskar Gottesmann. Hiervoor deed hij eerst wat ghosting-werk, later bracht deze zijn strips over Tom Poes en Don Sombrero uit. Na de capitulatie stelde Gottesmann, die van joodse afkomst was, Toonder aan als vennoot. Dit was de manier om te voorkomen dat er een (NSB)-'Verwalter' in zijn bedrijf zou worden aangesteld. In september 1941, ruim een jaar later, trok Gottesman zich terug uit de firma waardoor Toonder alleen eigenaar werd.

Debuut van Tom Poes: Tom Poes ontdekt het geheim der blauwe aarde (1941)
Al in 1938 zette Marten Toonder voor het eerst het figuurtje van Tom Poes op papier. Het zou echter nog tot 1941 duren voor Tom Poes in de openbaarheid trad, vrijwel tegelijkertijd in Zweden, Tsjechoslowakije en Nederland.
Als gevolg van de oorlog verdwijnt Mickey Mouse als stripverhaal uit De Telegraaf. Op 16 maart 1941 begint dit dagblad daarom met de publicatie van het eerste verhaal van 'De Avonturen van Tom Poes'. Al in het derde verhaal verschijn heer Bommel voor de eerste keer en maakt hij verschillende verhalen mee. (Tom Poes ontdekt het geheim der blauwe aarde werd na wo ii in bewerkte vorm opnieuw uitgegeven onder de titel Tom Poes en de laarzenreuzen.) In de Tom Poes verhalen komen al veel personages en plaatsen voor, die later ook in de Bommel-strips zouden verschijnen. Tom Poes is naast Olie B. Bommel steeds de centrale figuur gebleven in zijn verhalen.

In 1941 kon hij dankzij Polygoon met het medium tekenfilm gaan experimenteren. Hij kreeg assistenten, een secretaresse en een bedrijfsruimte.

Toonder maakt in 1942 samen met Joop Geesink films voor de Nederlandse Spoorwegen en voor Philips. De Geesink-Toonder Productie in de Vijzelstraat hield stand tot maart 1943. Geesink ging zich meer toeleggen op poppenfilm terwijl Toonder zich bezighield met tekenfilm en strips. In 1944 startte Geesink zijn eigen studio en begint Toonder een eigen bedrijf: de Toonder Studio's, welke zich gauw uitbreidden aan de Nieuwezijds, tegenover De Telegraaf, tot daar op Dolle Dinsdag een eind aan kwam.

Tijdens de bezettingsjaren werkten bij de Toonder Studio's tientallen mensen aan een tekenfilm in opdracht van Duitse ondernemingen. Van deze film is nooit één meter bruikbare film afgeleverd.

In 1944 krijgt de Telegraaf een hoofdredacteur die lid is van de SS. De grond wordt Toonder nu te heet onder de voeten, maar als hij zelf zou onderduiken zou hij vele mensen in gevaar kunnen brengen. Hij laat zich manisch-depressief verklaren en kan daardoor stoppen met zijn werk zonder onder te duiken. Het verhaal 'Tom Poes en de Chinese Waaier' stopt hierdoor halverwege. Tom Poes en heer Bommel duiken letterlijk onder.

In een dependance van zijn studio is intussen al een tijd de illegale drukkerij D.A.V.I.D. (De Algemene Vrije Illegale Drukkerij) gevestigd. Tijdens de oorlog duiken steeds meer mensen onder in Toonders bedrijf en hij raakt verzeild in de illegaliteit omdat hij - met de Studio's als dekmantel en met een eigen drukkerij - in staat is documenten te vervalsen. Deze drukkerij leverde behalve Tom Poes-boekjes bijvoorbeeld ook het ondergrondse blad Metro af. Marten Toonder wordt, net als zijn broer Jan Gerhard, medewerker van het aanvankelijk illegale blad Metro, waarvoor hij onder meer politieke cartoons maakt en dat van november 1944 tot juli 1946 verscheen.

Na de oorlog zette Toonder zijn werk voort in zijn woonhuis, Keizersgracht 530.

In 1946 verschijnt de Tom Poesstrip al in zo'n 50 kranten in binnen- en buitenland. Toonder begint ook aan nieuwe strips: Kappie en Panda. De Studio's zijn een NV geworden waar diverse tekenaars en tekstschrijvers werken. Enkele bekende namen die in de loop van de jaren bij de Toonder Studio's hun carrière begonnen: Hans Kresse, Dirk Huizinga, Walling Dijkstra, Dick Matena, Ben van 't Klooster, Lo Hartog van Banda.

In 1947 publiceert De Nieuwe Rotterdamsche Courant voor het eerst een stripfeuilleton van Toonder: Tom Poes en de wonderdokter. Het is het eerste verhaal van een lange reeks. In totaal heeft Marten Toonder 177 verhalen voor dagbladen gemaakt; daarvan verschenen er 154 in de NRC (later in NRC Handelsblad). Andere kranten die na de oorlog Bommelverhalen plaatsten, zijn: de Volkskrant, de inmiddels verdwenen kranten De Tijd en Het Vaderland en een reeks regionale dagbladen. Ook wordt in 1947 het striptijdschrift 'Tom Poes' opgericht. De weekstrip veschijnt in Donald Duck en Nieuwe Revue. Ook gaan de Toonder Studio's meer en meer tekenfilms produceren.

Marten Toonders grote liefde voor de tekenfilm heeft niet tot grote (financiële) successen mogen leiden. De door hem gemaakte Tom Poes-televisiefilmpjes en Philipsreclamefilms zijn niet van de klasse die zijn strip kenmerkt. In 1949 waren er plannen voor de film 'Fortune Fair' ('Sprookjeskermis'), maar het geld ontbrak. Toonders grote wens om een grote tekenfilm te maken is uiteindelijk wel in vervulling gegaan. Met de films 'Gouden Vis' en 'Moonglow' (geen Tom Poes-films) behaalde hij internationale prijzen. De eerste grote Bommel-film kwam pas in 1983.

De strip-afdeling van de Toonder Studio's zat ook niet stil. In de jaren vijftig en zestig stond er in elke krant wel een strip afkomstig van één van Toonders medewerkers. Opvallend is ook dat toen de strip in Nederland, in navolging van Amerika, verguisd werd als corrumperend voor tere kinderzieltjes, en bezorgde pedagogen zich en masse stortten op de verderfelijke beeldroman, strips uit de Toonder Studio's aan deze hetze ontsnapten. Toonder-strips werden blijkbaar beschouwd als gezond, onderhoudend en opbouwend.

De kracht van Toonders teksten ligt vooral in de ironie, waarbij veelvuldig gebruik wordt gemaakt van retorische stijlfiguren, clichés, understatements enz. Veel van de zinswendingen of uitdrukkingen die Toonder zijn figuren in de mond legt, behoren inmiddels tot het gangbare spraakgebruik. Het is deze literaire verdienste die maakte dat men Marten Toonder in 1954 benoemde tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, waardoor de kritiek uit de officiële literaire wereld grotendeels verstomt. Vanaf dit moment wordt Toonders werk algemeen erkend als behorend tot het Nederlandse culturele erfgoed.

Nadat in de voorgaande jaren de Toonder Studio's een periode van groei en bloei doormaken. Dankzij de succesvolle verhalen over Tom Poes en heer Bommel introduceert Marten Toonder een nieuwe stripfiguur: Koning Hollewijn. De Toonder Studio's produceren inmiddels negentien verschillende stripverhalen, waaronder bekende figuren als Kappie en Panda (met Joris Goedbloed)

1964 Toonder trekt zich na zakelijke problemen en conflicten goeddeels terug uit zijn bedrijf, dat inmiddels naar Nederhorst den Berg is verhuisd, en emigreert van Blaricum naar Greystone in Ierland. Hij zet het tekenen en schrijven van de Bommel- en Tom Poesverhalen daar voort. Zo'n 600 verhalen maakte hij van deze strip, waarvan 160 als dagstrip in diverse kranten verschenen.

In 1967 bereikt de hoofdredacteur van de 'Bezige Bij', Geert Lubberhuizen, voor Toonder de ultieme erkenning door zijn saga uit te geven in de serie 'Literaire Reuzenpockets'. Om de literaire kwaliteit van de verhalen te benadrukken, worden de tekeningen verkleind en de tekst vult het grootste deel van de pagina, zeer tot verdriet van de notoire stripliefhebbers, die Toonders tekeningen nu met een vergrootglas moeten bekijken. Met 48 delen (per deel 2 of 3 verhalen) wordt het grootste deel van Toonders oeuvre op deze wijze uitgegeven. De eerste 45 verhalen worden echter niet meer uitgegeven, wat een stroom aan illegale drukwerkjes oplevert, die onder de toonbank aan bommelfans geleverd worden. Dan besluit Toonder ook deze verhalen nog één keer uit te geven, maar dan in het vertrouwde oblongformaat.

1982 Toonder schrijft het boekenweekgeschenk 'Heer Bommel en de Andere Wereld'.

Op zondag 2 mei 1982, zijn zeventigste verjaardag, werd Marten Toonder benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.

In 1983 ging de film Als je begrijpt wat ik bedoel in premiere. Een film waaraan Toonder samen met producer Rob Houwer twee jaar heeft gewerkt. Toonder is echter niet erg tevreden met het resultaat.

1986 het laatste Bommelverhaal 'Het Einde Van Eindeloos' verschijnt. Toonder gaat zich wijden aan het schrijven van zijn autobiografie.

Met de krantestrip over 'Heer Bommel en Tom Poes' heeft Marten Toonder zich tot aan het einde persoonlijk bezig gehouden. het heeft hem het eervolle lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde opgeleverd, vanwege zijn vindingrijke en vernieuwende taalgebruik. Zo zijn neologismen als "grofstoffelijk", "denkraam" en "breinbaas" afkomstig uit zijn pen.

1990 Voor Marten een bijzonder treurig jaar. Zijn echtgenote Phiny overlijdt

In 1992 komt het eerste deel van de driedelige autobiografie uit - Vroeger was de aarde plat - dat de periode 1912-1939 beschrijft. Later verschijnen Het geluid van bloemen (1939-1945) en Onder het kollende meer Doo (1945-1965), en Tera. In dit laatste deel roept Marten Toonder, met een milde wijsheid en in zuivere schrijfstijl, een levendig beeld op van Tera de Marez Oyens, de vrouw met wie hij een aantal hartstochtelijke jaren deelde: een heel leven in enkele jaren, zo volledig, verdrietig en rijk.

Op 1 april 1998 publiceert NRC Handelsblad voor de laatste maal een Bommelfeuilleton: het slot van Heer Bommel en het einde van eindeloos. Later dat jaar verschijnt de driedelige autobiografie van Marten Toonder in één band bij De Bezige Bij.

In 1999 is na jaren weer een nieuw Tom Poes verhaal in de Donald Duck verschenen, getiteld Het Komeetgas.

In 1999 werd tekenaar Dick Matema de opvolger van Toonder voor de strip Tom Poes. Matema begon bij Toonder te tekenen toen hij zeventien was. Hij kent de stijl van Toonder door en door en heeft liefde voor de strip. Daarom had Marten Toonder er alle vertrouwen in. Toonder hield wel de supervisie over het eerste verhaal, dat 'Het ei van Ukuu' heet. Het verhaal stond in 'Donald Duck'.

In 2001 wordt Toonder geveld door een dubbele longontsteking. Zijn familie besluit hem terug te halen naar Nederland. Hij woont nu in het Rosa Spierhuis in Laren, een bejaardentehuis voor kunstenaars. Het overlijden van zijn eerste en tweede vrouw en drie van zijn vier kinderen heeft een stempel gezet op zijn late levensjaren.

In 2001 verschijnt van hem een boekje met korte verhalen, getiteld: 'We zullen wel zien'.

In 2002 wordt, ter gelegenheid van Toonders 90ste verjaardag een monument voor hem onthuld in zijn geboortestad Rotterdam. Ter gelegenheid daarvan wordt het boek 'Zoek De Grein' uitgegeven. In hetzelfde jaar verschijnt het boek 'De Kunst Van Toonder', waarin tekeningen en schilderwerk van hem zijn afgedrukt.

Tenslotte zijn de 177 Bommelsaga uitgegeven in 40 kloeke delen als 'Volledige Werken' door uitgeverij Panda te Den Haag, waarbij alle tekeningen weer op dezelfde grootte zijn afgedrukt in de dagbladen. De delen verschijnen successievelijk van 1990 tot 2002

Vele Nederlandse striptekenaars zijn hun carrière begonnen in de Toonder Studio's. Ben van 't Klooster, Freddy Julsing, Andries Brandt, Patty Klein, Thé Tjong Khing en vele anderen droegen bij aan de productie van strips zoals 'Panda', 'Kappie', 'Tekko Taks', 'Student Tijloos', 'Horre, Harm en Hella', 'Birre Beer', 'Wipperoen' en 'Kraaienhove'. In de loop der tijd nam de productie van tekenfilms steeds meer de overhand, tot de stripafdeling van de Toonder Studio's uiteindelijk in 2000 geheel verdween.

Zelfs wie nooit iets over Bommel las, kent woorden als ‘denkraam’, ‘minkukel’ en ‘zielknijper’, of gebruikt uitdrukkingen als “Geld speelt geen rol”, “Verzin een list”, “Een eenvoudige doch voedzame maaltijd” of “Als je begrijpt wat ik bedoel”. Toonder heeft zoveel woorden en uitdrukkingen aan het Nederlands toegevoegd, dat hij in 2004 door de lezers van Onze Taal tot een van de vijf invloedrijkste taalgebruikers werd uitgeroepen. Overigens was hij sinds 1995 (het enige) erelid van dit genootschap.

Zijn laatste levensjaren bracht Marten Toonder door in het rustoord voor bejaarde kunstenaars, het Rosa Spier Huis te Laren. In de vroege morgen van 27 juli 2005 overleed Marten Toonder, 93 jaar oud, in zijn slaap.

Websites: lambiek.net/aanvang/toonder.htm, www.kb.nl, www.schrijversinfo.nl nl.wikipedia.org, www.dbnl.org, boeken.vpro.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1983.