kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 01-12-2008 voor het laatst bewerkt.

Martinus Nijhoff

Nederlands dichter, criticus en vertaler, geboren 20 april 1894, overleden 26 januari 1953.

Martinus Nijhoff maakte deel uit van de generatie van 1918, die in de jaren na de Eerste Wereldoorlog verantwoordelijk was voor een vernieuwing in de Nederlandse literatuur. Nijhoffs poëzie was richtinggevend voor zijn generatie en de daarop volgende generaties.

Zijn debuut, de bundel "De wandelaar" in 1916, is geschreven onder invloed van de beweging van tachtig, maar ook is het expressionisme hierin reeds merkbaar. Zijn dichtwerk wordt gekenmerkt door een grote rijkdom aan taal en vormen. De belangrijkste thema's in zijn werk zijn: eenzaamheid, doodsverlangen en religie.

Door de voorkeur van Nijhoff voor de sonnetvorm lijkt hij een traditionele dichter, maar toch is hij eerder modern. Hij staat voor een modern taalgevoel, een moderne poëtica en een modern levensgevoel. Hij wou immers een herwaardering van het gewone woord in de poëzie: spreektaal in strakke sonnetvorm. Hiermee verzette hij zich radicaal tegen de woordkunst van de Tachtigers. Daarenboven plaatst hij de autonomie van het gedicht voorop. Voor Nijhoff staat het gedicht los van de dichter. Door deze opvatting kwam hij in botsing met de opvattingen van Forum-dichters als Menno ter Braak en E. du Perron. Daarnaast ziet hij de taak van poëzie als het brengen van iets menselijks in een ontmenselijkte, nieuwe, technologische wereld. Naast motieven als de moeder, het kind, de soldaat, komen ook vaak christelijke motieven in zijn werk naar voren. ( Nederlandse poëzie. Naast gedichten schreef hij toneelwerken, religieuze lekenspelen, essays, kritieken en bekwame vertalingen. Als waardering kreeg de jaarlijkse Nederlandse vertaalprijs de naam "Martinus Nijhoff". Martinus Nijhoff is een van de weinige schrijvers die ooit op een postzegel afgebeeld is.

Nijhoff onderhield met magisch realistisch schilder Pyke Koch een bijzondere vriendschap. Koch ontwierp voor Nijhoff enkele theaterdecors, terwijl Nijhoff gedichten schreef bij enkele schilderijen van Koch, zoals "de Schiettent" ter gelegenheid van het huwelijk van de schilder.

Levensloop
Martinus Nijhoff is afkomstig uit een familie van boekhandelaren, uitgevers en bibliografen. Zijn gelijknamige grootvader stichtte in 1853 in Den Haag een boekhandel en uitgeverij en was bovendien een van de oprichters van het Haagse dagblad Het Vaderland. Zijn vader Wouter Nijhoff was vanaf 1905 directeur van het bedrijf.

Martinus was de oudste broer, na hem kwamen nog een broer en twee zusters.

Zijn moeder Johanna Alida Seijn was in haar jeugd sterk beïnvloed geweest door Frederik van Eeden en zijn ideeën over Walden; zij sloot zich later aan bij het Leger des Heils. In 1918 werd zij rooms-katholiek. Als heilsoldate beijverde ze zich korte zangdiensten of zangstukjes te maken, die zij met kinderen uit Den Haag thuis of in de heilssamenkomsten opvoerde. De godsdienstige opvoeding door de moeder, die in 1927 overleed, heeft zeker een rol gespeeld in het werk en de gedachtenwereld van de dichter Martinus Nijhoff. Zijn vader had voor zijn werk veel buitenlandse relaties en was vaak op reis.

Na zijn lagere schoolperiode bezocht hij het Gymnasium aan de Laan van Meerdervoort, waar hij les kreeg van de Homerusvertaler Aegidius W. Timmerman. Op die school kreeg hij een relatie met een meisje die een paar klassen lager zat dan hij: Antoinette (Netty) Hendrika Wind. Toen zij in 1916 zwanger bleek te zijn, werd er - zeer tegen haar zin onder druk van haar keurige schoonfamilie - getrouwd (Kalk 1997, 1). Uit dit huwelijk werd 1 zoon geboren.

Haar "non-conformisme maakte dat zij al na een paar jaar de door haar als te knellend ervaren huwelijks- en gezinsrelatie ontvluchtte en naar het buitenland vertrok" (Kalk 1997, 1), eerst naar Italië, later naar Parijs, waar ze zich ten volle overgaf aan de vrouwenliefde. "Toch zouden Netty en Martinus zich hun hele leven met elkaar verbonden blijven voelen - ook al vanwege de opvoeding van hun zoon Faan - en zou Martinus de offiële echtband pas in 1950 verbreken" (Kalk 1997, 1). Netty debuteerde in 1931 onder de naam A.H. Nijhoff met de roman Twee meisjes en ik en zou net als haar ex-echtgenoot ook werk van André Gide vertalen ( 1912 tot 1915 studeerde hij in Amsterdam rechten, maar door de mobilisatie behaalde hij zijn meesterstitel pas begin jaren twintig.

In 1914 verschenen er in de Studentenalmanak een aantal verzen van zijn hand (o.a. het sonnet Het Juffertje in het Groen).

In 1916 verscheen zijn debuutbundel De Wandelaar (poëzie). Hij publiceerde toen ook in een aantal literaire tijdschriften, o.a. in de Beweging (toen onder redactie van Albert Verwey).

Door het modernistische karakter van zijn eerste bundel markeerde ook hij dit jaar als een grens tussen de nawerking van Tachtig en het beginnende expressionisme van de jongeren die terzelfder tijd hun eerste centrum vonden in Het Getij.
Nijhoffs positie als 'overgangsfiguur' wordt bepaald door het opmerkelijke feit dat hij een strakke, bijna classicistische vormgeving wist te verbinden met nieuwe eigentijdse thema's; tegelijkertijd zijn ook talrijke romantische elementen aanwijsbaar (eenzaamheid, doodsverlangen, het Pierrotmotief), maar deze verschijnen meestal met een modern-decadente inslag.
Het vroege dichterschap van Nijhoff wisselt aldus tussen kunstzinnig handwerk en intelligent spel, en is in Holland de vertegenwoordiger van een Westeuropese literaire stroming, te vergelijken met de rol van het tijdschrift De Boomgaard in Vlaanderen. ( Parijse studentenhotel Hôtel des Grands Hommes en ontmoette hij André Gide twee keer. Ook de rest van Europa bereisde hij regelmatig. Zo was hij o.a. in Denemarken, Engeland, Italië, Zweden en Zwitserland. Zijn verblijf in Settigano (bij Firenze) inspireerde hem bijvoorbeeld tot het schrijven van een aantal dagbladkritieken.

Dank zij voortdurende zelfkritiek heeft Nijhoffs poëzie vrijwel geen inzinkingen, maar is evenmin gelijkmatig of eentonig. Het belangwekkende is juist dat iedere bundel aandoet als de uitdrukking van een afzonderlijke levensfase.
In Vormen (1924) is het dichterlijk vakmanschap nog bewuster toegepast, zodat de gedichten zich laten lezen als autonome kunstwerken, bijna los van de auteur. Maar terzelfder tijd is de speelsheid overgegaan in ernst; het meest treft de poging om tot zelfkennis te komen. Een zekere invloed van het existentialisme is onmiskenbaar. ( Amsterdam voor Vormen

Van 1926 tot 1933 en van 1941 tot 1946 was hij redacteur van De Gids. Ook werkte hij lange tijd als criticus bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant en korte tijd bij de familie-uitgeverij.

In 1932 schreef Martinus Nijhoff zich in Utrecht voor de studie Nederlandsche taal- en letterkunde in. Dankzij die studie zou hij vanaf 1945 een tijdlang letterkundig adviseur bij het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen zijn.

In de gedichten Awater (uit Nieuwe Gedichten, 1934) en Het uur U (1936) beschrijft hij jze het mysterie achter alledaagse dingen en gebeurtenissen in een stijl die steeds meer naar spreektaal neigt.

Een Idylle (1942, poëzie)

Na echtscheiding (11-8-1950) gehuwd op 3-4-1952 met Marcelle Georgette Hagedoorn, actrice en chansonnière. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.

Succes had Nijhoff ook met drie bijbelse spelen, verzameld in Het heilige hout (1950).

In 1953 werd de Martinus Nijhoffprijs ingesteld, die jaarlijks wordt toegekend voor vertaalwerk in en uit het Nederlands. In datzelfde jaar ontving hij postuum de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre.

Samen met Bert Bakker plande Nijhoff het tijdschrift Maatstaf, maar hij overleed, voor het blad op de markt kwam, onverwacht aan angina pectoris.

Websites: www.dbnl.org, www.inghist.nl, nl.wikipedia.org, www.ned.univie.ac.at, www.maatschappijdernederlandseletterkunde.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1177.