kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 17-11-2009 voor het laatst bewerkt.

Michel de Ghelderode

Michel de Ghelderode (Elsene, 3 april 1898 - Schaarbeek, 1 april 1962), pseudoniem van Adémar Adolphe Louis Martens, was een Franstalige auteur van Vlaamse origine. Andere schuilnamen die de Belg gebruikte waren Philostene Costenoble, Jac Nolan en Babylas.

Biografie
Michel de Ghelderode werd geboren in Elsene in 1898 als Adémar Adolphe-Louis Martens. Hij had Vlaamse ouders, maar werd in het Frans opgevoed en heeft ook in het Frans geschreven (net als zijn tijdgenoten Crommelynck, Maeterlink en Verhaeren). In zijn jeugd (en ook later) had hij een kwetsbare gezondheid (kreeg o.a. tyfus toen hij 16 was). Vanaf 1917, en officieel vanaf 1930, schreef hij onder de pseudoniem Michel de Ghelderode. Hij heeft heel veel stukken geschreven (60) op een periode van slechts 15 jaar.

Hij schreef eerst een aantal sprookjes en verhalen, maar legde zich later toe op toneel. Zijn eerste stukken werden eerst in Vlaamse vertaling opgevoerd in Brussel door het Vlaamsche Volkstooneel: La Farce de la Mort qui faillit trépasser (1925), Images de la vie de saint François d'Assise (1927), Barabbas (1929), Pantagleize (1930).

De stukken La Mort du docteur Faust (1928) en Christophe Colomb (1929) werden in Parijs opgevoerd. En het is pas vanaf 1934 dat zijn stukken ook in het Frans in Brussel te zien waren. Ook Escurial (1929) wordt eerst opgevoerd in het Nederlands door de KVS en pas later in het Frans.

In de jaren 1930 schreef hij een groot aantal belangrijke stukken: Masques ostendais, Sortie de l'acteur, Sire Halewyn, La Balade du Grand Macabre en Mademoiselle Jaïre.

In 1936 kreeg hij weer gezondheidsproblemen, en in 1939 besliste hij om te stoppen met toneelstukken te schrijven omdat hij zich onbegrepen voelde. Toch werkte hij nog drie stukken af, waaronder L'Ecole des bouffons (1942) en Le soleil se couche (1943). Nadien schreef hij enkel nog proza (sprookjes, radioverhalen, …).

Tussen 1949 en 1954 werden zijn stukken een hype in Parijs. Nadien werd hij van die troon verstoten door Ionesco en Beckett. Ook elders in de wereld werden zijn stukken steeds meer opgevoerd. Michel de Ghelderode bleef zelf echter bitter om het eerdere onbegrip. Hij stierf redelijk eenzaam in 1962, niet wetende dat hij voorgedragen was voor de Nobelprijs voor de literatuur.

Kenmerken van het theater van de Ghelderode
. Zijn stukken spelen zich meestal af in een mythisch Vlaanderen (hij verwijst daarbij vaak zelf naar Breughel)
. Zijn personages zijn meestal volkse mensen, kleurrijk en folkloristisch. Veel scènes spelen zich af tijdens carnaval.
. hij is een voorloper van de absurdisten. Hij gaat daarbij (meestal) nog niet zo ver dat hij zijn personages in situaties plaatst die indruisen tegen de natuurwetten, maar de thematiek is wel al sterk aanwezig: het absurde en de zinloosheid van het leven.
. Stukken gaan bijna allemaal over het groteske en het sarcastische van het leven en van de dood.
. Hij wordt ook genoemd als volgeling én voorloper van Artaud (het wreed theater). Volgeling omdat L’école des bouffons opgevat is als een concrete uitwerking van de theorieën van Artaud, maar ook voorloper omdat dit laatste werk eigenlijk niet zoveel verschilt van zijn eerdere stukken.

Toneelstukken
La Mort regarde a la fenetre (1918)
Piet Bouteille (of 'Oude Piet') (1920)
Le Cavalier bizarre (1920 of 1924)
Têtes de bois (1924)
Le Miracle dans le faubourg (1924)
Le Mystère de la Passion de Notre-Seigneur Jésus Christ (1924, marionettenspel)
Duvelor ou la Farce du diable vieux (1925, marionettenspel)
La Farce de la Mort qui faillit trépasser (1925)
Les Vieillards (1925)
La Mort du Docteur Faust (1926)
Le massacre des innocents (1926, marionettenspel)
Images de la vie de saint François d'Assise (1926)
Venus (1927)
Escurial (1927)
Christophe Colomb (1927)
La Transfiguration dans le Cirque (1927)
Noyade des songes (1928)
Un soir de pitié (1928)
Trois acteurs, un drame... (1928)
Don Juan (1928)
Barabbas (1928)
Fastes d'enfer (1929)
Pantagleize (1929)
Atlantique (1930)
Celui qui vendait de la corde de pendu (1930)
Godelieve (1930)
Le Ménage de Caroline (1930)
Le Sommeil de la raison (1930)
Le Club des menteurs (of Le Club des mensonges, 1931)
Magie rouge (1931)
Le Voleur d'étoiles (1931)
Le Chagrin d'Hamlet (1932)
Vie publique de Pantagleize 1932(?)
Arc-en-ciel (1933)
Les Aveugles (1933)
Les Femmes au tombeau (1933, marionettenspel)
Le Siège d'Ostende (1933)
Adrian et Jusemina (1934)
Le Perroquet de Charles Quint (1934)
Masques ostendais (1934)
Petit drame (1934)
La Balade du grand macabre (1934)
Sire Halewyn (1934)
Mademoiselle Jaïre (1934)
Le Soleil se couche... (1934)
Hop Signor! (1935)
Sortie de l'acteur (1935)
La Farce des Ténébreux (1936)
La Pie sur le gibet (1937)
L'école des bouffons (1942)
Le Papegay triomphant (1943)
For They Know Not What They Do (1950)
Marie la misérable (1952)
Angelic Chorus (1962)


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Michel_de_Ghelderode
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1528.