kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 15 11 2016 23:11 voor het laatst bewerkt.

Molière


Molière door Charles-Antoine Coypel (1694-1752)

Franse schrijver, toneelschrijver en acteur, 15 januari 1622 Parijs - 17 februari 1673 Parijs.

"Ik wil me met de belachelijke trekjes van de mensheid bezighouden en de tekortkomingen van de wereld theatraal aangenaam verbeelden."

Molière verwierf bekendheid met satirische komedies. Zijn meest bekende werken zijn Don Juan, Tartuffe en L'Avare (De Vrek). Zijn pseudoniem Molière zou afkomstig zijn van de Franse woorden "mot" (= woord) en "lierre" (= klimop) omwille van zijn vloeiend schrijven.

De regeringsperiode van Lodewijk XIV gold als een bloeitijd van het Franse theater. Kardinaal Richelieu, eerste minister van Staat en invloedrijkste raadgever van Lodewijk XIV, bleek een belangrijk pleitbezorger van het publieke theater. Omstreeks 1641 kreeg het beroep van acteur dankzij hem een legale status. Richelieu kende twee reeds bestaande gezelschappen extra middelen en bovendien een eigen theater toe. Parijs kreeg daardoor twee gesubsidieerde gezelschappen, een voor de komedie en een voor de tragedie. Beide gezelschappen werden voorzien van vormgevers en Franse toneelschrijvers.

De invloed van de Italiaanse cultuur was groot, maar de Franse kunstenaars wisten zich daar gaandeweg aan te ontworstelen. Een groep Franse schrijvers bestudeerde de klassieke literaire werken en ging zich daarna bezighouden met stelregels en grammatica van het drama. Hiermee werd de basis gelegd voor de Franse tragedie. Dit genre bereikte zijn hoogtepunt in het werk van Corneille en Racine. Molière ontwikkelde de Franse komedie.

Biografie
Molière werd in januari 1622 geboren als Jean-Baptiste Poquelin. Op 15 januari 1622 wordt Molière in de Saint-Eustachekerk in Parijs gedoopt.

Hij was de zoon van een rijke Parijse koopman en hofstoffeerder.

Als kind leerde hij het theater kennen door zijn grootvader, die hem wekelijks meenam naar allerlei voorstellingen.

Alles wijst erop dat Molière in de voetsporen van zijn vader zal treden. Aan het befaamde Jezuïetencollege van Clermont, in het gezelschap van zonen uit de hogere burgerij en de adel en vele latere libertijnse geesten, bestudeert hij de Griekse en Latijnse literatuur.

Tijdens zijn rechtenstudies in Orléans (1640) ontmoet Molière de 23-jarige Madeleine Béjart, telg uit een vermaard acteursgeslacht en zelf een bekende actrice.

Terug in Parijs wordt Molière een trouw bezoeker van de twee theaters van het ogenblik, het Théâtre du Marais van Mondory en het gezelschap van Belleroze in het Hotel de Bourgogne.
Waarschijnlijk neemt hij rond die tijd ook lessen bij de beroemde Italiaanse pantomime Tiberio Fiorelli, bijgenaamd Scaramouche, die in 1640 naar Parijs gekomen is.

In 1642 begeleidt Molière zijn vader op een reis naar de Languedoc. Het vermoeden is groot dat hij Madeleine Béjart hier opnieuw ontmoet, een ontmoeting die aanleiding geeft voor de gissing dat Molière de vader zou zijn van het kind dat Madeleine Béjart het jaar daarop zou baren. Dat kind is Armande Béjart, waarmee Molière in 1662 in het huwelijk treedt.

Na het afronden van zijn rechtenstudie in 1642 richt hij, in plaats van een voor hem weggelegde functie aan het hof te aanvaarden, zijn eigen theatergezelschap op. Op 30 juni 1643 zetten Molière, Madeleine en enkele andere Béjarts hun handtekening onder het stichtingsverdrag van het Illustre-Théâtre. Vanaf 1644 speelt de groep in Parijs. Ook Moliere acteert en heeft de leiding. Zijn talent bleek echter nog onvoldoende gerijpt om tegen de concurrentie van de gevestigde gezelschappen op te kunnen. Hij neemt de toneelnaam Molier aan, want het theater loopt slecht en hij wil de naam van zijn familie hoog houden. Uiteindelijk doen de financiële problemen van het gezelschap hem zelfs in de gevangenis belanden.

Na zijn vrijlating sluiten Molière en de zijnen zich aan bij een rondreizend gezelschap en trok hij met zijn geliefde, de actrice Madeleine Béjart en andere leden van zijn 'toneelfamilie' dertien jaar rond door het zuiden van Frankrijk. Molières leerschool binnen dit rondtrekkend theatergezelschap (hij was acteur, schrijver en tevens directeur) was hard maar grondig. Bij de kapper pikte hij het plaatselijke nieuws op en verwerkte dat in zijn teksten.

In 1653 richt Molière opnieuw een eigen gezelschap op. Op het einde van de jaren '50 begint hij zelf komische éénakters te schrijven. In 1653 schreef hij zijn eerste klucht, De verliefde dokter, die meteen veel succes had.

Gestimuleerd door het succes van het gezelschap, zoekt Molière een zaal in Parijs. In 1658 wordt het Théâtre du Mariais gehuurd en komt het gezelschap onder de hoge bescherming te staan van Monsieur, de broer van Lodewijk XIV.

In Parijs mochten alleen toneelgroepen optreden als de koning dat goedkeurde. In 1658 kon de groep van Molière terugkeren naar Parijs, omdat Philippe d'Orléans, de broer van Lodewijk XIV, het gezelschap had uitgenodigd voor een optreden. In oktober 1658 was het zover. Molières gezelschap speelde in Paleis het Louvre de tragedie Nicomède van Pierre Corneille, gevolgd door een kluchtig naspel. Dit optreden was niet alleen een primeur voor het Parijse publiek, maar tevens voor de koning, die speciaal voor deze gelegenheid was uitgenodigd. Lodewijk vond het kluchtig naspel zeer vermakelijk.

Koning Lodewijk XIV gaf hen een theater en Molière legde zich naast acteren toe op toneelschrijven.

Aristoteles, maar het was spitsvondig en herkenbaar geschreven en het viel in de smaak bij het publiek. Les Précieuses Ridicules (De lachwekkende dames of De malle modieuze dames) was een parodie op de Parijse saloncultuur. Vanaf de eerste woorden spitste het publiek de oren. De parterre bleef schateren om de onnozele freules die Molière opvoerde. De loges zwegen. Het stuk werd meteen verboden door de adellijke stadsbestuurders. Maar de koning besloot dat het, met enkele kleine wijzigingen en een vriendelijk woord vooraf, toch weer mocht worden opgevoerd. Het Parijse publiek genoot van de stukken van Molière, die fel van leer trok tegen de leugenachtigheid, zelfzucht en machtsspelletjes van zijn medeburgers. Hij deed dit echter op een manier die de menselijkheid van zijn veelal tragische karakters benadrukte.

Het succes van Les Précieuses Ridicules in 1659 betekent de grote doorbraak voor de auteur en zijn 'Troupe de Monsieur'.

Vanaf 1661 maakten Molière en Luily gezamenlijk hun zogeheten ballet-comedies (in het Frans 'comédies-ballets'); Dit zijn blijspelen waarbij, tussen de bedrijven van het eigenlijke toneelstuk, korte balletten worden uitgevoerd die het karakter hebben van een divertissement. Voor hun ballet-comedies - waarin, zoals bij Molière gebruikelijk was, allerlei zeden en gewoonten op een satirische manier worden afgeschilderd - schreef Molière de dialogen en componeerde Lully de muziek voor de dans-tussenspelen; voorts traden beiden hierin ook als dansers op, want Molière gold eveneens als een bekwaam danser. De eerste balletkomedie van Molière en Lully was het stuk De brutale bemoeiallen (Les facheux), dat in 1661 in première ging.

l'Ecole des femmes (1662),
Op 26 december 1662 vindt in het Palais-Royal, inmiddels de vaste standplaats van het gezelschap, de première plaats van L'Ecole des Femmes. Het stuk ontketent een rel omdat Molière er 2 steunpilaren van het christendom (het klooster en het huwelijk) in vraag stelt. Een groep fanatiekelingen, waarachter men de Confrérie du Saint-Sacrément, een machtige religieuze vereniging, kan vermoeden, wil het stuk laten verbieden.

Molière trouwt in 1662 met de jonge dochter van Madeleine Bèjart, Armande.

Molière had veel tegenstanders aan het hof, en rond zijn stuk Tartuffe (1664) brak een rel uit.
Opnieuw trekt de Confrérie tegen Molière ten strijde. Het stuk moet van de affiche gehaald en mag pas in 1669 in een aangepaste versie opnieuw vertoond worden. Hetzelfde lot ondergaat Dom Juan, dat na de creatie in 1665 wegens godslasterlijk van het repertoire moet verdwijnen.

Het tij keert echter: In 1665 verleende Lodewijk het gezelschap de naam Le Troupe du Roi en gaf hen daarmee 'persoonlijke bescherming'. Tevens werd Molière ingezet als 'maitre de plaisir' te Versailles.

In 1665 werd hij ziek - hij zou nooit meer gezond worden. Bovendien was zijn privé-leven ongelukkig: zijn twee kinderen stierven en zijn vrouw Armande Béjart was in een aantal verhoudingen verwikkeld. Hij kan enkele maanden niet spelen en schrijft Le Misanthrope, waarin hij bij de creatie in 1666 zelf de rol van Alceste speelt.

Le misanthrope (1666),
In De Misantroop wordt zijn komische levensopvatting somberder en zijn mensbeschouwing filosofischer. Eigenlijk is het een studie van de tegenstelling in de mens tussen zijn eigen persoonlijkheid en zijn behoeften als sociaal dier. De centrale figuur is Alceste bij wie de holle beleefdheid die gepaard gaat met sociaal leven woede en verveling opwekken; waarom, zo vraagt hij zich af, zou hij een slecht sonnet moeten prijzen waarover men hem zijn mening vraagt of buigen en glimlachen naar een man die hij niet meer wil ontmoeten? Tot zijn eigen afkeer voelt hij zich aangetrokken tot de jonge, vrolijke, kokette weduwe Célimène en het grootste deel van de komedie is hij bezig met het volgen van zijn afkeer van haar dwaasheden en zijn paradoxaal verlangen haar te bezitten. Daarmee contrasteert de goed geluimde, inschikkelijke Philinte, die, ondanks de absurditeiten, bereid is de plichtplegingen te aanvaarden en te voldoen aan de gebruiken. Célimènes frivoliteit wordt uitvoerig getoond, maar zelfs het besef van haar kleingeestigheid kan zijn liefde voor haar niet stukmaken. Hij stemt toe haar te vergeven op voorwaarde dat ze hem volgt in de zelf gekozen eenzaamheid...

Na Amphytrion, George Dandin, en L' Avare (1668) volgen enkele balletkomedies, waaronder Le Bourgeois Gentilhomme en Psyché.

ballet van Lully en Moliere is wellicht 'Le Bourgeois Gentilhomme', (De burgerlijke edelman). Met 'Le Bourgeois Gentilhomme' neemt Molière net zoals in zijn andere stukken, de menselijke tekortkomingen op een luchtige manier op de korrel. Tegenwoordig wordt dit stuk gewoonlijk zonder dans worden uitgevoerd.

Les Fourberies de Scapin (1671),
De auteur neemt zelf de hoofdrol voor zijn rekening in dit stuk.

Les femmes savantes (1672).

Molières stukken hadden wisselend succes. 17 febr. 1673 stierf hij, nadat hij was ingestort tijdens de vierde voorstelling van De Ingebeelde Ziekte (Le Malade Imagin), waarin hij de hoofdrol speelde. Men weigerde hem een begrafenis in gewijde aarde, maar door ingrijpen van zijn beschermheer, koning Lodewijk XIV, kon hij uiteindelijk toch met ere begraven worden.

Van Molières stukken zijn er 32 bewaard gebleven. Hij schreef uitsluitend blijspelen, die in drie groepen onder te verdelen zijn:
Kluchten, die veel te danken hebben aan de commedia dell'arte, zoals die in Parijs bekend was door de voorstellingen van de Comédiens ltaliens, een Italiaans commedia dell'arte-gezelschap dat met veel succes in Parijs speelde,
Comédies-ballets, een vorm van muziektheater waarbij gezongen en gedanst werd. De muziek hierbij werd geschreven door Lully. Molière probeerde de balletten ook in zijn andere stukken te integreren. De Ingebeelde Zieke is daarvan een goed voorbeeld. De 'serieuze' blijspelen, zedenkomedies waarbij Molière vaak een menselijke zwakte tot uitgangspunt nam, zoals schijnheiligheid, gierigheid of hypochondrie. Deze vorm van sociale satire werd niet altijd als aangenaam ervaren door de wereld om hem heen.  
De zwakheden en de slordigheid van stijl, die vele stukken vertonen, zijn voornamelijk een gevolg van de haast waarmee ze zijn geschreven, omdat ze voor een bepaalde gelegenheid klaar moesten zijn; in tal van komedies echter toont Molière zijn gevoeligheid voor de nuances van het Franse vers.

Ook als acteur en regisseur had hij grote gaven. De precisie van zijn mises-en-scène, waarbij iedere beweging telde, werd door zijn tijdgenoten zeer bewonderd. Molière wordt algemeen beschouwd als de grootste Franse komedieschrijver.

"De taal is de mens gegeven om zijn gedachten te verbergen."

Het idée fixe
Molière bouwde zijn werken steeds op volgens éénzelfde stramien : het hoofdpersonage is telkens een geobsedeerd man. Nu eens wordt hij geplaagd door zijn gierigheid (in De Vrek), dan weer door zijn innige wens ooit tot de adel te behoren (De Burger-Edelman), een andere maal gooit hij zich in wat hij aanneemt devotie te zijn (Tartuffe) of kennis (Les Femmes Savantes). In De Ingebeelde Zieke tenslotte lijdt hij in hoge mate aan hypochondrie. Steeds weer is hij in feite het slachtoffer van zij eigen waanbeeld.

Dit is op zichzelf reeds een tragische toestand, ware het niet dat de geobsedeerde bovendien niet aan de neiging kan weerstaan alles en iedereen op te offeren aan dit idée fixe. Dit type vader immers zadelt zijn kinderen steeds weer op met huwelijkskandidaten die tegemoetkomen aan zijn eigen obsessie.

Zo wil Argan (De Ingebeelde Zieke) zijn dochter uithuwelijken aan de belachelijke Thomas Diofoirus, wat neerkomt op een kostenbesparende investering op lange termijn : met een dokter-schoonzoon aan de hand, komt men door gans ziektenland. In Le Bourgeois-Gentilhomme is de dochter voorbestemd om te huwen met een 'man van stand'. De andere Molière-vaders zijn al geen haar beter …

Rede versus waan.
Geen enkel redelijk mens kan dit echter dogen : dergelijke kinderen, die trouwens steevast verliefd blijken op een jonge en mooie oppergod of halfgodin van eigen keuze, mogen rekenen op de hulp van hun respectievelijke ooms. Deze raisonneurs, het woord zegt het zelf, bestoken hun respectievelijke broers in ieder stuk weer met logische redeneringen in de hoop dat zijn hun schandelijk gedrag inzien.

Rede versus waan dus. Waarschijnlijk valt het ieder redelijk mens op hoe ongelijk de tegenstanders zijn : het verhoopte happy-end blijft jammerlijk doch niet onverwacht uit.

Waan versus waan.
En dan haalt Molière zijn prachtige trukendoos vanonder het stof : knechten en meiden, ongeschonden exemplaren, die nog niet gebeten zijn door de 'je pense donc je suis'-microbe, voorstanders van schabouwelijke taal en methodes. Zij lossen via sluwe streken, verkleedpartijen en rolverwisselingen de situatie op en laten toe dat de geliefden elkaar vinden.

Brengen zij 'en passant' hun meester ook nog tot inkeer ? Dubio. Zij doen beter. Op meesterlijke wijze gaan zij de waan met de waan te lijf. Terwijl zij tegelijkertijd handig gebruik maken van de situatie om hun meester in de allerbeste Commedia dell'arte-traditie een pak ransel te verkopen of hen op een andere manier de daver op het lijf te jagen, maken zij als het ware een uitvergroting van hun obsessie en leiden hen binnen in de wereld van de fantasie … waar de zieke zelf dokter wordt of de burgers tot een ingebeelde Turkse adelstand wordt verheven.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 43.