kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Nel benschop

Nel Benschop (1918-2005)

Dichteres met een protestants-christelijke inspiratie.

Nederlands meest gelezen dichteres. Zeventien dichtbundels verschenen van haar hand. De in Den Haag in een streng gereformeerd gezin geboren dichteres werd bekend met religieuze gedichten. Benschop's verzen zijn simpel en natuurlijk van vorm en hebben een blijmoedig belijdende inhoud.

bi(bli)ografie
Nelly Anna Benschop is op 16 januari 1918 te Den Haag geboren. Ze was het zesde kind in een streng gereformeerd gezin en heeft drie oudere broers en twee oudere zusjes. Er kwam na haar nog één zusje.

Haar vader kwam uit Boskoop, waar hij een struikenkwekerij had. In 1912 zocht hij een baan in vaste dienst (en dus met meer zekerheid) en kwam bij de plantsoenendienst in Den Haag terecht.

Voor de Tweede Wereldoorlog gaf ze les op de Abraham Kuyperschool. Nel Benschop werd in 1937 benoemd als kwekeling met akte aan de lagere Abraham Kuyperschool in Den Haag (in de rosse buurt). Ze nam declamatieles en ging voordrachtsavonden geven, o.a. met gedichten van Henriëtte Roland Holst. Ze studeerde verder en haalde de Hoofdakte (1940), de akte Engels L.O. (1942) en de akte Frans L.O. (1944). Via zelfstudie bekwaamde ze zich in de grafologie (handschriftkunde).

Tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog kreeg ze (een lichte vorm van) cholera. Ze heeft in de hongerwinter vijf weken kunnen aansterken bij een tuindersgezin in Naaldwijk.

Ten tijde van het grote conflict in de Gereformeerde Kerk (1944) dat uitmondde in een kerkscheuring koos Nel niet voor de vrijgemaakten van professor Schilder (Familie van onze dominee?). Haar broer echter wel, en die keerde zich van hun gezin af. Elf jaar later zou hij verdrinken.

Eind 1945 werd ze onderwijzeres op het instituut 'Coolsma' in Driebergen, een Mulo-internaat voor meisjes van circa 12 tot 19 jaar. Van 1948 tot 1975 werkte ze als lerares op de Christelijke Mulo 'Molenbeke' in Arnem. Nel Benschop was twee keer verliefd op een getrouwde man. Ze verbrak zelf de relaties.

In 1948 begon ze gedichten te schrijven. Vanaf 1953 werden ze gepubliceerd in het krantje van de gereformeerde kerk in Arnhem.

Nel Benschop belijdt in haar poëzie haar geloof en biedt haar lezers door haar werk troost. Deze troost geven is ook haar belangrijkste doel. Ze weet dat het leven niet altijd even makkelijk is, en heeft zelf ook moeilijke tijden gekend die haar band met God soms hebben getest. Zo verloor ze in 1955, vlak voordat ze zou doorbreken, haar broer door verdrinking.

In 1958 weigerde uitgeverij Kok in Kampen het manuscript van haar eerste dichtbundel 'Dialoog' omdat men dacht dat er geen markt voor is.

Van 1962 tot 1967 had Nel Benschop een pleegzoon, hij werd uiteindelijk ook leraar Nederlands.

Gouddraad uit vlas (1967 [1968])
In 1967 verscheen - bij Kok in Kampen - haar eerste bundel 'Gouddraad uit vlas'. Deze bundel kende in 1977 de 42e druk.

Vanaf haar eerste bundel 'Gouddraad uit vlas' is zij continu succesvol geweest, en maakte zij zich sterk voor tolerantie, respect en begrip voor andere meningen.

Een boom in de wind (1970)

Ook op latere leeftijd studeerde Nel Benschop verder. In 1971 haalde ze de M.O.-A akte Nederlands en in 1975 de M.O.-B akte Nederlands.

Een vlinder van God (1973)
Wit als sneeuw (1974)

Van 1975 tot 1981 was ze lerares Nederlands aan het Christelijk Lyceum in Veenendaal. In 1981 ging ze met pensioen.

Een open hand naar de hemel (1976)
Mag ik met je mee? (1976)

In 1977 kreeg haar zus Corrie een hersenbloeding bij haar thuis. Ze begeleidde het stervensproces van haar zus. Hierover schreef ze het boekje 'Morgen kom ik bij je' (niet in de handel).

Geloof je dat nog? (1979)
De vogel van het woord (1980)
Verborgen bloemen (1981) ( spreukenbundel )
Verjaardagskalender (1981)

In september 1982 doorbreekt ze de grens van één miljoen verkochte boeken, en is vanaf dan de bestverkopende en meest geciteerde dichter van Nederland.

Zo zag ik Hem (1983)
Hemelhoog en aardediep (1985)
Ontluikend wonder (1986)
Licht onder de horizon (1987)

In 1987 werd haar schrijversjubileum feestelijk gevierd.

Hij Die met ons is (1989)
Geloven is geluk (1990)
Sporen in het zand (1992)
Glimlach in woorden (1994) ( spreukenbundel )
De nacht gaat weer voorbij (1995)
De stem uit de wolk (1997)
Je ogen zijn zo vol licht (1998)

Haar laatste werk was 'Zie de mens' uit 1999.

2005 In haar woonplaats Arnhem is de dichteres Nel Benschop op 87-jarige leeftijd overleden. Haar uitgeverij, Kok in Kampen, heeft dat bekendgemaakt. Nel Benschop was al enige tijd ziek.

dichter, die vele dichtbundels heeft verkocht, maar ook wordt beticht van (te) gemakkelijk inspelen op religieuze sentimenten. Haar wordt vaak oppervlakkigheid en een kinderlijk wereldbeeld verweten, maar tevens is zij wel de dichter die het meeste op rouwkaarten wordt geciteerd. Dat critici haar werk links laten liggen en terzijde schuiven als pseudo-poëzie deed haar weinig: Haar werk wordt gewaardeerd door hen die het mooi vinden, en wat anderen daar van vinden is niet van belang. Nel Benschop is ouderling geweest en was lid van 'Schrijverscontact' en van 'Schrijvenderwijs'.

'Kijk', zegt hij, 'zo heb je ook Nel Benschop en nog een heleboel andere makers van pseudo-poëzie. Ik heb daar trouwens niets op tegen, zij gaan hun gang maar, maar het valt wel buiten het domein van de poëzie.' (Gerrit Komrij, Gelders Dagblad, 27-01-2000)

De kracht van Nel Benschops gedichten is dat de gedachte die zij wil overbrengen altijd maximaal overkomt, waarbij het rijm geen enkele belemmering schijnt te zijn. Voor Nel Benschop is de inhoud, de boodschap, belangrijker dan de verpakking. Liever het beeld dan de vorm. Liever een lettergreep meer dan dat de gedachte er niet voor honderd procent uit komt. ( Nico Scheepmaker )

In haar gedichten geeft ze een kinderlijk, troostend beeld van het christelijk geloof. Haar werk functioneert met name aan ziek- en sterfbed en ze wordt het meest geciteerd in rouwadvertenties waar e inmiddels de psalmdichter verdrongen lijkt te hebben. (David Mol, Het hoge woord, blz. 11)

Het beroerde is natuurlijk wel dat mensen als Nel Benschop, wier bundels druk op druk beleven, slechts uiterlijke hoedanigheden van een gedicht hanteren om hun inhouden kwijt te raken. Daarbij komt nog dat in dergelijke bundels oude wijn in oude zakken wordt gedaan, wat naar mijn idee een existentiële en kevende geloofsbeleving deerlijk in de weg staat. (R.L.K. Fokkema, Trouw, 14-06-1975)

Nel Benschop en andere pastorale dichters als Enny IJskes-Kooger en Co 't Hart praten op rijm tegen een publiek dat helemaal niet weet van literaire normen of dara nauwelijks in geïnteresseerd is. Dat publiek wil troost uit de Bijbel en is ontroerd als die troost aangereikt wordt met behulp van rijm, maat en ritme, want dat zijn oervormen die del iteratuur niet voor zichzelf mag reserveren, maar die overal ter wereld in allemensen tot leven gewekt kunnen worden. (Hans Werkman, Van Harte, blz. 43)

Er is Nel Benschop wel eens verweten dat ze een probleemloos geloof zou hebben. Het gaat allemaal te gemakkelijk en te gladjes. De Vadernaam wordt te pas en te onpas gebruikt en als er moeilijkheden zijn, moet men maar bidden tot en vertrouwen op de Vader, Die heel het leven, dus ook jouw leven, in Zijn hand heeft. Wie zo praat, heeft van het werk van Nel Benschop weinig begrepen. Tussen de regels door kan een goed verstaander opmerken dat het leed haar niet bespaard is gebleven. Ook Nel Benschop heeft diepe dalen gekend, heeft offers moeten brengen om de verhouding met God goed te houden. Dat heeft haar moeite en strijd gekost: (Tineke Kok-Fens, Reformatorisch Dagblad, 17-03-1999)

'Kijk', zegt hij, 'zo heb je ook Nel Benschop en nog een heleboel andere makers van pseudo-poëzie. Ik heb daar trouwens niets op tegen, zij gaan hun gang maar, maar het valt wel buiten het domein van de poëzie.' (Gerrit Komrij, Gelders Dagblad, 27-01-2000)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 66.