kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Nicolaas Beets

Nederlands prozaschrijver en dichter.

Geboren op 13 September 1814 in Haarlem.
Gestorven op 13 Maart 1903 in Utrecht.

Hildebrand was het pseudoniem van Nicolaas Beets. Onder zijn eigen naam schreef Nicolaas Beets gedichten, preken en literaire beschouwingen. Hij gebruikte ook de pseudoniemen 'Crito' en 'Een evangeliedienaar'.

Nicolaas Beets was de zoon van een apotheker in Haarlem en werkte sinds 1830 mee aan tijdschriften en almanakken.

Nicolaas Beets studeerde van 1833 tot 1839 theologie te Leiden. Als jonge student liet hij eerst van zich horen als romantisch dichter. In zijn studietijd vertaalde hij werken van Franse en Engelse romantici. Vooral van Walter Scott en Lord Byron, wiens somber-romantische stijl hij in zijn eerste werken probeerde te imiteren.

Zijn bewondering voor Byron en Scott blijkt uit navolgingen zoals Jose, een Spaansch verhaal (1834), Kuser (1835), Guy de Vlaming (1837), als ook uit het studentikoze feestverslag De masquerade (1835). Zijn lyrische Gedichten verschenen in 1838. Aan het eind van deze zwarte tijd, zoals Beets die zelf noemde, publiceerde hij onder de schuilnaam Hildebrand de Camera Obscura, het boek waarop zijn duurzame roem berust, de gevarieerde uitbeelding van Hollands biedermeierleven.

Met velen van zijn tijd- en geestgenoten onderhield Nicolaas Beets contacten, zoals de arts en dichter Jan Pieter Heye, de letterkundige Willem de Clercq, de predikanten Otto Gerhard Heldring en Hendik Pierson (Heldringstichtingen te Zetten). Het was de arts en dichter Jan Pieter Heye, die in 1835 in een brief aan Beets over Da Costa schreef: 'Ik wenschte dat gij hem zaagt, wanneer hij over Bilderdijk spreekt of in profetische toon de wording der taal uit het boek der Oorsprongen, Genesis, verklaart…..'

In 1836 maakte Beets kennis met Da Costa en volgde een aantal colleges.

Wanneer later Da Costa, de Clercq en Pierson 's zomers met hun families in Heemstede waren, waar Beets inmiddels predikant was geworden (1840), kerkten zij bij hem.

In 1839 promoveerde hij tot doctor in de theologie op het proefschrift: 'De Aeneae Silvii, qui postea Pius papa secundus, morum mentisque mutationis rationibus'.

In 1839 zag de Camera Obscura het licht: humoristische schetsen en verhalen naar het leven getekend door Hildebrand met bekende verhalen als ‘De familie Stastok', ‘Een oude kennis' en ‘De familie Kegge'. In de Camera Obscura betrapt Beets het Nederlandse volkskarakter op heterdaad. Hij toont zich een scherp observator en geeft ons een indringende kijk op het leven van de negentiende eeuw. Hij beschrijft vol humor en met een voorliefde voor gewone mannen en vrouwen de menselijke zwakheden. De Camera Obscura is de voorloper van het fototoestel. Het geeft de dagelijkse werkelijkheid aan.

De Camera Obscura die nu in omloop is, is van 1854. Hij voegde aan de herdrukken namelijk later gepubliceerd werk toe. De oudste verhalen zijn: 'Een onaangenaam mens in de Haarlemmerhout', 'De familie Stastok' en 'Een oude kennis'. In 1851 voegde hij 'De familie Kegge' en 'Gerrit Witse' toe. In 1854 werd 'Teun de Jager' toegevoegd.

In 1840 werd Nicolaas Beets predikant in Heemstede in welk jaar hij ook huwde met jonkvrouw Alida van Foreest, een kleindochter van zijn vereerde hoogleraar J.H. van der Palm (1763-1840), wiens biografie hij in 1842 schreef. Uit dit huwelijk werden 9 kinderen geboren. Na haar overlijden in 1856 trouwde hij 3 jaar later met haar zuster Jacoba Elisabeth, uit welk huwelijk 6 kinderen werden geboren.

Na ook nog predikant geweest te zijn in Utrecht, werd hij daar in 1874 hoogleraar en bleef dat tot 1884. Hij werd één van de belangrijkste predikanten van de ethisch-irenische richting in de Hervormde Kerk.

Er was een zodanige betrokkenheid tussen het vorstenhuis en Beets, dat hij op 30 november 1890 in de rouwdienst bij het overlijden van Koning Willem III op Het Loo stichtelijke woorden mocht spreken en daarbij die toon wist te treffen, die zelfs de aanwezige heren tot tranen toe bewogen. In zijn lange leven heeft Beets trouwens tien Oranjes in Delft begraven zien worden. Zelf ligt hij begraven op begraafplaats Soestbergen te Utrecht.

Onder de linkerzerk rust Beets, zonder naam, maar met de tekst 'God is mijn licht'. Beets wilde geen naam op zijn zerk, omdat hij na zijn dood een andere naam zou krijgen. Onder de rechterzerk rusten zijn twee vrouwen, de zusters Aleida en Jacoba van Foreest. Hierop bevindt zich de wapenspreuk van hun geslacht: 'Salvus mea Christvs' ('Christus is mijn heil'). Op het graf lag oorspronkelijk een gietijzeren palmtak, een gift van koningin Wilhelmina.

Als pastor was hij zeer geliefd, als catecheet niet bang om met de leerlingen te spreken over de sexualiteit (19e eeuw!) en als theoloog niet zonder zelfkritiek. Zijn werk wordt, op enkele uitzonderingen als het gedicht Moerbeitoppen ruischten na, als onleesbaar beschouwd. Als dichter werd beets door sommigen van onbenulligheid beschuldigd; zijn opstellen over taal- en letterkunde waren scherper en werden vriendelijker behandeld. Zijn latere werk is veel religieuzer en omvat stichtelijke geschriften, preken en bundels. Vrome gedichten als 'Korenbloemen' uit 1853, 'Madelieven' uit 1869, 'Najaarsbladen' uit 1881 en 'Winterloof' uit 1887 zijn bekende gedichten van Beets.

Nicolaas Beets ontdekte de verloren gewaande gedichten van Anna Visscher (1584-1651). Ook zorgde hij ervoor dat deze religieuze gedichten werden uitgegeven. Beets bezorgde ook de Gedichten van A.C.W. Staring (met inleiding: 1862). Ofschoon nog door Busket Huet erkend als een groot dichter, werd hij door de generatie van tachtig onvoorwaardelijk afgewezen.

zie teksten...

uitgebreide bi(bli)ografie

en zie ook...

uittreksel camera obscura

meer samenvattingen...


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1140.