kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Nobelprijs-voor-de-Literatuur

Nobelprijs voor de Literatuur

Zweedse prijs voor de literatuur.

De Nobelprijs beslaat het gehele spectrum van de literatuur, waaronder poëzie, romans, korte verhalen, toneelstukken, essays en toespraken. De filosoof Sully Prudhomme, auteur van Stances et Poèmes (1865), won in 1901 de allereerste Nobelprijs voor de literatuur.

De Nobelprijs voor de Literatuur wordt jaarlijks toegekend aan een auteur, die, in de woorden van Alfred Nobel, “het meest opmerkelijke werk met een idealistische trend” heeft geschreven. Het “werk” refereert hier aan het oeuvre van de auteur in het geheel, en niet aan een werk specifiek, alhoewel er soms wel een afzonderlijk werk wordt aangehaald bij de uitreiking van de prijs.

Het originele citaat van de Nobelprijs heeft geleid tot veel controverse. Het originele Zweedse woord ‘idealisk’ kan vertaald worden in ‘idealistisch’ of ‘ideaal’. In de eerste jaren handelde het Nobelcomité hierin tamelijk willekeurig, en liet het enkele wereldvernieuwende schrijvers zoals Leo Tolstoj en Henrik Ibsen links liggen, waarschijnlijk omdat hun werken niet “idealistisch” genoeg waren. Later werd de verwoording veel liberaler geïnterpreteerd, en werd de prijs toegekend aan auteurs voor blijvende literaire verdiensten. De keuze van de academie kan nog altijd zorgen voor controverse, en dan vooral voor de keuze van minder bekende schrijvers (of schrijvers die werken in avant-gardevormen) zoals Dario Fo in 1997 en Elfriede Jelinek in 2004.

Zweedse Academie
De Zweedse Academie beslist sinds 1901 elk jaar wie de prijs toegekend krijgt, en publiceert deze naam rond begin oktober.
De Zweedse Academie of Svenska Akademien, gesticht in 1786 door koning Gustav III is een van de Koninklijke Academies van Zweden. Naar het model van de Académie française telt ze achttien leden. Het motto van de Academie is "Gave en Smaak" (Zweeds: Snille och Smak). Haar hoofddoel is de "puurheid, kracht en hoogheid" van de Zweedse taal te bevorderen. Voor dat doel geeft de Zweedse Academie een woordenboek en een woordenlijst uit.

Nominatieprocedure
Elk jaar doet de Zweedse Academie een oproep om mensen te nomineren voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Leden van de Academie, leden van literarire academiën en verenigingen, professoren in taal- of letterkunde, oud-Nobelprijswinnaars en voorzitters van schrijversorganisaties mogen een kandidaat nomineren. Het is niet toegestaan om jezelf te nomineren.
Duizenden oproepen worden ieder jaar gedaan, waarvan er ongeveer vijftig beantwoord worden. Deze moeten ten laatste voor 1 februari aangekomen zijn bij de Academie, waarna de voorstellen onderzocht worden door het Nobelprijscomité. Tegen april beperkt de Academie het aantal kanshebbers tot ongeveer twintig en in de zomer blijven er nog maar vijf namen over. In oktober van hetzelfde jaar stemmen leden van de Academie, en diegene met meer dan de helft van de stemmen mag zichzelf winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur noemen. Dit proces is gelijkaardig aan dat van de andere Nobelprijzen.

Het prijzengeld is niet hetzelfde gebleven sinds de inauguratie, maar is vandaag de dag toch goed voor zo'n 10 miljoen Zweedse kroon. De winnaar krijgt ook een gouden medaille en een Nobel-diploma.

Laureaten, met citaten uit de juryrapport:
1901 Sully Prudhomme (1837-1907, Frankrijk) "Dichterschap geeft blijk van een verheven idealisme en artistieke volmaaktheid."
1902 Theodor Mommsen (1817-1903, Duitsland) "Voor zijn filosofische werken"
1903 Bjørnstjerne Martinus Bjørnson (1832-1910, Noorwegen) "Edel, prachtig en veelzijdig werk, gekenmerkt door zuiverheid van geest."
1904 José Echegaray y Eizaguirre (1832-1916, Spanje) "In recognition of the numerous and brilliant compositions which, in an individual and original manner, have revived the great traditions of the Spanish drama"
1904 Frédéric Mistral (Frankrijk) "Voor zijn poëtisch werk en zijn bijdragen aan de Provencaalse taalkunde"
1905 Henryk Sienkiewicz (1846-1916, Polen) "Voor zijn oeuvre, waaronder het beroemde Ben-Hur, een verhaal dat zich afspeelt tegen de achtergrond van christenvervolgingen in het Rome van keizer Nero"
1906 Giosuè Carducci (1835-1907, Italië) "Hulde aan de grote scheppingskracht en de spontane stijl.'
1907 Rudyard Kipling (1871-1936, Verenigd Koninkrijk) "In consideration of the power of observation, originality of imagination, virility of ideas and remarkable talent for narration which characterize the creations of this world-famous author"
1908 Rudolf Christoph Eucken (1846-1926, Duitsland) "In recognition of his earnest search for truth, his penetrating power of thought, his wide range of vision, and the warmth and strength in presentation with which in his numerous works he has vindicated and developed an idealistic philosophy of life"
1909 Selma Lagerlöf (1858-1949, Zweden) "In appreciation of the lofty idealism, vivid imagination and spiritual perception that characterize her writings"
1910 Paul Heyse (1830-1914, Duitsland) "As a tribute to the consummate artistry, permeated with idealism, which he has demonstrated during his long productive career as a lyric poet, dramatist, novelist and writer of world-renowned short stories"
1911 Maurice Maeterlinck (1862-1949, België) "In appreciation of his many-sided literary activities, and especially of his dramatic works, which are distinguished by a wealth of imagination and by a poetic fancy, which reveals, sometimes in the guise of a fairy tale, a deep inspiration, while in a mysterious way they appeal to the readers' own feelings and stimulate their imaginations"
1912 Gerhart Hauptmann (1862-1946, Duitsland) "Primarily in recognition of his fruitful, varied and outstanding production in the realm of dramatic art"
1913 Rabindranath Tagore (1861-1941, India) "Maakt zijn poëtische gedachten met eigen Engelse woorden tot deel van de Westerse literatuur.'
1914 ...
1915 Romain Rolland (1866-1944, Frankrijk) "As a tribute to the lofty idealism of his literary production and to the sympathy and love of truth with which he has described different types of human beings"
1916 Carl Gustaf Verner von Heidenstam (1859-1940, Zweden) "In recognition of his significance as the leading representative of a new era in our literature"
1917 Karl Adolph Gjellerup (1857-1919, Denemarken) "For his varied and rich poetry, which is inspired by lofty ideals"
1917 Henrik Pontoppidan (1857-1943, Denemarken) "For his authentic descriptions of present-day life in Denmark"
1918 ...
1919 Carl Friedrich Georg Spitteler (1845-1924, Zwitserland) "Voor zijn poëzie en proza van opmerkelijk niveau."
1920 Knut Pedersen Hamsun (1859-1952, Noorwegen) "for his monumental work, 'Growth of the Soil'"
1921 Anatole France (1844-1924, Frankrijk) "In recognition of his brilliant literary achievements, characterized as they are by a nobility of style, a profound human sympathy, grace, and a true Gallic temperament"
1922 Jacinto Benavente (1866-1954, Spanje) "For the happy manner in which he has continued the illustrious traditions of the Spanish drama"
1923 William Butler Yeats (1865-1939, Ierland) "Geeft op inspirerende wijze vorm aan de geest van een heel volk."
1924 Wladyslaw Stanislaw Reymont (1868-1925, Polen) "for his great national epic, 'The Peasants'"
1925 George Bernard Shaw (1856-1950, Ierland) "For his work which is marked by both idealism and humanity, its stimulating satire often being infused with a singular poetic beauty"
1926 Grazia Deledda (1875-1936, Italië) "For her idealistically inspired writings which with plastic clarity picture the life on her native island and with depth and sympathy deal with human problems in general"
1927 Henri Bergson (1827-1941, Frankrijk) "In recognition of his rich and vitalizing ideas and the brillant skill with which they have been presented"
1928 Sigrid Undset (1882-1949, Noorwegen) "Principially for her powerful descriptions of Northern life during the Middle Ages"
1929 Thomas Mann (1875-1955, Duitsland) "Principally for his great novel, 'Buddenbrooks', which has won steadily increased recognition as one of the classic works of contemporary literature"
1930 Sinclair Lewis (1885-1951, Verenigde Staten) "For his vigorous and graphic art of description and his ability to create, with wit and humour, new types of characters"
1931 Erik Axel Karlfeldt (1864-1931, Zweden) "Voor zijn dichtkunst."
1932 John Galsworthy (1867-1933, Verenigd Koninkrijk) "For his distinguished art of narration which takes its highest form in 'The Forsyte Saga'"
1933 Ivan Bunin (1870-1953, Frankrijk) "For the strict artistry with which he has carried on the classical Russian traditions in prose writing"
1934 Luigi Pirandello (1867-1936, Italië) "For his bold and ingenious revival of dramatic and scenic art"
1935 ...
1936 Eugene O'Neill (188-1953, Verenigde Staten) "For the power, honesty and deep-felt emotions of his dramatic works, which embody an original concept of tragedy"
1937 Roger Martin du Gard (1881-1958, Frankrijk) "For the artistic power and truth with which he has depicted human conflict as well as some fundamental aspects of contemporary life in his novel-cycle 'Les Thibault'"
1938 Pearl S. Buck (1892-1973, Verenigde Staten) "For her rich and truly epic descriptions of peasant life in China and for her biographical masterpieces"
1939 Frans Eemil Sillanpää (1888-1964, Finland) "For his deep understanding of his country's peasantry and the exquisite art with which he has portrayed their way of life and their relationship with Nature"
1940 ...
1941 ...
1942 ...
1943 ...
1944 Johannes Vilhelm Jensen (1873-1950, Denemarken) "For the rare strength and fertility of his poetic imagination with which is combined an intellectual curiosity of wide scope and a bold, freshly creative style"
1945 Gabriela Mistral (1877-1957, Chili) "Poëzie die door machtige gevoelens is ingegeven en die haar naam tot een symbool voor de idealen van Latijns Amerika heeft gemaakt."
1946 Hermann Hesse (1877-1972, Zwitserland) "For his inspired writings which, while growing in boldness and penetration, exemplify the classical humanitarian ideals and high qualities of style"
1947 André Paul Guillaume Gide (1869-1951, Frankrijk) "For his comprehensive and artistically significant writings, in which human problems and conditions have been presented with a fearless love of truth and keen psychological insight"
1948 Thomas Stearns Eliot (1888-1965, Groot-Brittannië) "Briljante, baanbrekende bijdrage aan de hedendaagse poëzie."
1949 William Faulkner (1897-1962, Verenigde Staten) "For his powerful and artistically unique contribution to the modern American novel"
1950 Bertrand Russel (1872-1970, Verenigd Koninkrijk) "In recognition of his varied and significant writings in which he champions humanitarian ideals and freedom of thought"
1951 Pär Fabian Lagerkvist (1891-1974, Zweden) "For the artistic vigour and true independence of mind with which he endeavours in his poetry to find answers to the eternal questions confronting mankind"
1952 François Mauriac (1885-1970, Frankrijk) "For the deep spiritual insight and the artistic intensity with which he has in his novels penetrated the drama of human life"
1953 Sir Winston Leonard Spencer Churchill (1874-1965, Verenigd Koninkrijk) "For his mastery of historical and biographical description as well as for brilliant oratory in defending exalted human values"
1954 Ernest Miller Hemingway (1899-1961, Verenigde Staten) "For his mastery of the art of narrative, most recently demonstrated in The Old Man and the Sea, and for the influence that he has exerted on contemporary style"
1955 Halldór Kiljan Laxness (1902-1998, IJsland) "For his vivid epic power which has renewed the great narrative art of Iceland"
1956 Juan Ramón Jiménez (1881-1958, Spanje) "Lyrische poëzie en een voorbeeld van artistieke zuiverheid."
1957 Albert Camus (1913-1960, Frankrijk) "For his important literary production, which with clear-sighted earnestness illuminates the problems of the human conscience in our times"
1958 Boris Leonidovich Pasternak (1890-1968, Rusland) "Levert een belangrijke bijdrage aan de grote Russische epische traditie."
1959 Salvatore Quasimodo (1901-1968, Italië) "Brengt met klassiek vuur de tragische levenservaringen van deze tijd tot uitdrukking."
1960 Saint-John Perse (1887-1975, Frankrijk) "Voor de scheppende fantasie die de verhoudingen in deze tijd weerspiegelt."
1961 Ivo Andric (1892-1975, Bosnië) "For the epic force with which he has traced themes and depicted human destinies drawn from the history of his country"
1962 John Steinbeck (1902-1968, Verenigde Staten) "For his realistic and imaginative writings, combining as they do sympathetic humour and keen social perception"
1963 Giorgos Seferis (1900-1971, Griekenland) "Werk dat geïnspireerd is door een diep gevoel voor de Helleense beschaving."
1964 Jean-Paul Sartre (1905-1980, Frankrijk) (weigerde de prijs) "For his work which, rich in ideas and filled with the spirit of freedom and the quest for truth, has exerted a far-reaching influence on our age"
1965 Michail Aleksandrovich Sholokhov (1905-1984, Sovjet-Unie) "For the artistic power and integrity with which, in his epic of the Don, he has given expression to a historic phase in the life of the Russian people"
1966 Nelly Sachs (1891-1970, Duitsland, Zweden) "Verklaart met indringende kracht het lot van Israel."
1966 Shmuel Yosef Agnon (1888-1970, Israël) "For his profoundly characteristic narrative art with motifs from the life of the Jewish people"
1967 Miguel Angel Asturias (1899-1974, Guatemala) "For his vivid literary achievement, deep-rooted in the national traits and traditions of Indian peoples of Latin America"
1968 Yasunari Kawabata (1899-1972, Japan) "For his narrative mastery, which with great sensibility expresses the essence of the Japanese mind"
1969 Samuel Becket (1906-1989, Ierland) "For his writing, which - in new forms for the novel and drama - in the destitution of modern man acquires its elevation"
1970 Aleksandr Isaevich Solzhenitsyn (1918- Sovjet-Unie) "For the ethical force with which he has pursued the indispensable traditions of Russian literature"
1971 Pablo Neruda (1904-1973, Chili) "Poëzie die als een natuurkracht het lot en de dromen van een werelddeel tot leven brengt."
1972 Heinrich Böll (1917-1985, Duitsland) "For his writing which through its combination of a broad perspective on his time and a sensitive skill in characterization has contributed to a renewal of German literature"
1973 Patrick White (1912-1990, Australië) "For an epic and psychological narrative art which has introduced a new continent into literature"
1974 Eyvind Johnson (1900-1976, Zweden) "Werk dat de dauw druppels vangt en de kosmos weerspiegelt"
1974 Harry Martinson (1904-1978, Zweden) "Werk dat de dauw druppels vangt en de kosmos weerspiegelt."
1975 Eugenio Montale (1896-1981, Italië) "Verwoordt de menselijke waarden vanuit een illusie-vrije levensbeschouwing."
1976 Saul Bellow (1915-2005, Verenigde Staten) "For the human understanding and subtle analysis of contemporary culture that are combined in his work"
1977 Vicente Aleixandre (1898-1984, Spanje) "Creatieve poëzie die de plaats van de mens in de kosmos en de maatschappij belicht."
1978 Isaac Singer (1904-1991, Verenigde Staten) "For his impassioned narrative art which, with roots in a Polish-Jewish cultural tradition, brings universal human conditions to life"
1979 Odysseas Elytis (1911-1996, Griekenland) "Sensuele kracht en intellectueel inzicht."
1980 Czeslaw Milosz (1911, Polen, Verenigde Staten) "Compromisloze scherpte."
1981 Elias Canetti (1905-1994, Verenigd Koninkrijk) "For writings marked by a broad outlook, a wealth of ideas and artistic power"
1982 Gabriel García Márquez (1928-..., Colombia) "For his novels and short stories, in which the fantastic and the realistic are combined in a richly composed world of imagination, reflecting a continent's life and conflicts"
1983 William Golding (1911-1993, Verenigd Koninkrijk) "For his novels which, with the perspicuity of realistic narrative art and the diversity and universality of myth, illuminate the human condition in the world of today"
1984 Jaroslav Seifert (1901-1986, Tsjechoslowakije) "Frisheid, gevoeligheid en rijke inventiviteit."
1985 Claude Simon (1913-2005, Frankrijk) "...who in his novel combines the poet's and the painter's creativeness with a deepened awareness of time in the depiction of the human condition"
1986 Wole Soyinka (1934, Nigeria) "Geeft in een breed cultureel perspectief vorm aan het drama van het bestaan."
1987 Iossif A. Brodskij (Joseph Brodsky)(1940-1996, Rusland, VS) "Poëtische intensiteit."
1988 Naguib Mahfouz (1911-2006, Egypte) "Who, through works rich in nuance - now clear-sightedly realistic, now evocatively ambiguous - has formed an Arabian narrative art that applies to all mankind"
1989 Camilo José Cela (1916-2002, Spanje) "For a rich and intensive prose, which with restrained compassion forms a challenging vision of man's vulnerability"
1990 Octavio Paz (1914-1998, Mexico) "Gevoelige intelligentie en humanistische integriteit."
1991 Nadine Gordimer (1923-, Zuid-Afrika) "...who through her magnificent epic writing has - in the words of Alfred Nobel - been of very great benefit to humanity"
1992 Derek Walcott (1930, St. Lucia, Caraïbisch gebied) "Een historische visie en een multiculturele overtuiging. De Caraïbische cultuur heeft in hem een groot poëet gevonden."
1993 Toni Morrison (1931, Verenigde Staten) "Who in novels characterized by visionary force and poetic import, gives life to an essential aspect of American reality"
1994 Kenzaburo Oe (1935, Japan) "...who with poetic force creates an imagined world, where life and myth condense to form a disconcerting picture of the human predicament today"
1995 Seamus J. Heaney (1939-..., Ierland) "Lyrische schoon heid en ethische diepte (...) toont alledaagse wonderen en de klank van het verleden."
1996 Wislawa Szymborska (1923-..., Polen) "Haar werk is geestig, inventief en krachtig. Ze combineert een elegante schrijfstijl met een razernij zoals Beethoven die in zijn muziek legde."
1997 Dario Fo (1926-..., Italië) "...who emulates the jesters of the Middle Ages in scourging authority and upholding the dignity of the downtrodden"
1998 José Saramago (1922-..., Portugal) "...who with parables sustained by imagination, compassion and irony continually enables us once again to apprehend an elusory reality"
1999 Günter Grass (1927-..., Duitsland) "Whose frolicsome black fables portray the forgotten face of history"
2000 Gao Xingjian (1940-..., China) "For an œuvre of universal validity, bitter insights and linguistic ingenuity, which has opened new paths for the Chinese novel and drama"
2001 Sir Vidiadhar Surajprasad Naipaul (1932-..., Trinidad) "For having united perceptive narrative and incorruptible scrutiny in works that compel us to see the presence of suppressed histories"
2002 Imre Kertész (1929-..., Hongarije) "Voor zijn werk dat de broze ervaring van het individu hooghoudt tegen de barbaarse willekeur van de geschiedenis"
2003 John Maxwell Coetzee (1940-..., Zuid-Afrika) "...in ontelbare gedaanten de verrassende betrokkenheid van de buitenstaander te schilderen..."
2004 Elfriede Jelinek (1946-..., Oostenrijk) "Voor haar muzikale stroom van stemmen en tegenstemmen in haar romans en toneelstukken die met een buitengewoon taalkundige geestdrift de absurditeit van de maatschappelijke clichés en hun onderwerpende kracht blootleggen"
2005 Harold Pinter (1930-..., Verenigd Koninkrijk) "...die in zijn toneelstukken de afgrond onder het alledaagse gezwets blootlegt en die de gesloten deur waarachter onderdrukking heerst loswrikt"
2006 Orhan Pamuk (1952-..., Turkije)

Controverses
De Literatuurprijs heeft een lange geschiedenis van controverses. Van 1901 tot 1912 werd het Comité gekenmerkt door een enge interpretatie van het woord "idealisk", waardoor Leo Tolstoj, Henrik Ibsen en Emile Zola geen kans maakten. Gedurende Wereldoorlog I en de daaropvolgende jaren koos het Comité voor neutraliteit; ze bevoordeelde schrijvers afkomstig uit andere neutrale landen.

Er wordt gesuggereerd dat W.H. Audens lauw onthaalde (maar goed verkopende) vertaling van de Nobelprijswinnaar voor de Vrede van 1961, Dag Hammarskjöld's "Vägmärken" ("Markings" in het Engels), gepaard met uitspraken over Hammarskjöld tijdens een tour door Scandinavië, die insinueerden dat Hammarskjöld (evenals Auden) homoseksueel was, Auden een kans kostte op de Nobelprijs.

De winnaar van 1970, de Rus Aleksandr Solzjenitsyn, woonde de uitreikingsceremonie niet bij uit angst dat hij niet zou mogen terugkeren naar Rusland, waar zijn werken clandestien circuleerden. Omdat de Zweedse regering weigerde de ceremonie te laten plaatsvinden in de Zweedse ambassade te Moskou, weigerde Solzjenitsyn de prijs helemaal. Hij vond dat de voorwaarden van de Zweden een blaam waren op de Nobelprijs zelf. Toen Soljenitsyn de prijs in 1974 toch aanvaardde, werd hij gearresteerd en verbannen uit Rusland.

In 1974 waren Graham Greene, Vladimir Nabokov en Saul Bellow genomineerd, maar ze moesten het onderspit delven voor een gedeelde prijs aan twee Zweedse auteurs, Eyvind Johnson en Harry Martinson, die zelf juryleden waren. Bellow zou de prijs winnen in 1976, maar noch Greene, noch Nabokov zouden de eer krijgen de prijs te winnen.

De winnaar Dario Fo in 1997 werd oorspronkelijk nogal als een lichtgewicht beschouwd omdat hij een acteur was en gecensureerd werd door de Rooms Katholieke Kerk. Volgens Fo's Londonse uitgever waren Salman Rushdie en Arthur Miller de favorieten, maar de organisatoren dachten dat het te voorspelbaar zou zijn, dat ze te populair waren.

De keuze van de winnaar in 2004, Elfriede Jelinek veroorzaakte kritiek in de Academie zelf. Knut Ahnlud, die sinds 1996 geen actieve rol meer speelde in de Academie, beschouwde het als een onherstelbare blaam op de reputatie van de Nobelprijs voor de Literatuur.

Veel critici en lezers menen dat de literaire kwaliteiten niet het enige criterium is. In een bepaalde periode was het Comité bijvoorbeeld enorm geïnteresseerd in Duitse literatuur. Heinrich Böll heeft de prijs gekregen, maar Bertolt Brecht daarentegen niet. Men kan ook vaststellen dat vele grote schrijvers uit de 20ste eeuw, mannen en vrouwen, zich niet tussen de laureaten bevinden.

De balans is nog slechter voor regio's die minst bevoordeeld worden door het Comité. Slechts één zwarte Afrikaanse schrijver, Wole Soyinka mag zich Nobelprijswinnaar noemen. Andere eersterangsauteurs, daarentegen, zoals Ngugi wa Thiong'o, Chinua Achebe of Nuruddin Farah, moeten nog wachten.

Websites: GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Nobelprijs_voor_de_Literatuur


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 352.