kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Patricia de Martelaere

Belgische Vlaamse hoogleraar, filosofe, auteur, dichter, Zottegem 16 april 1957 (Belgie),

Patricia de Martelaere is hoogleraar bij de afdeling Wijsbegeerte aan de K.U. Brussel en is eveneens werkzaam aan de universiteit van Leuven, waar ze taalfilosofie doceert. Zij werd bekroond met de Belgische Staatsprijs voor Literatuur, werd twee keer genomineerd voor de ako Literatuurprijs, maar is zeker zo bekend als essayiste. Naast romans publiceerde zij essaybundels over filosofische, literaire en psychologishe onderwerpen. Zij publiceert onder meer over Schopenhauer, Nietzsche, Freud, Wittgenstein en Derrida.

Een filosoof die in de essays van Patricia de Martelaere telkens weer naar voren komt is Ludwig Wittgenstein. Over hem zei zij in een interview: ‘Wittgenstein wilde weten hoever je als filosoof kunt gaan in het betekenisvolle spreken. Hij was daar heel streng in. De feiten van de wereld kun je zinvol bespreken en beschrijven, vond hij – en daar stopt het mee. De grote vragen naar de zin of de waarde van het leven vallen buiten het bereik van het zinvolle taalgebruik van de filosofie.’ In haar essays en romans doet Patricia de Martelaere als schrijfster voortdurend pogingen te spreken waarover de filosoof volgens Wittgenstein moet zwijgen: wat doet de mens op de wereld, wat kan de dieperliggende betekenis zijn van het menselijk bestaan, hoe betrouwbaar is de vertrouwdheid die wij voelen voor de werkelijkheid, wat is liefde, dood, het niets etcetera. vorm van een cyclische beweging die zich het duidelijkst manifesteert in de liefde. Steeds weer opnieuw is de mens op zoek naar wat verloren is gegaan. Het nieuwe dat wordt gevonden is in dat opzicht niets anders dan ‘een heropvoering van het verloren gegane oude’ (Vervaeck). Het verlangen naar het einde (een doodsverlangen) van haar personages hangt hier nauw mee samen. De schrijfster geeft in interviews toe dat ook het schrijfproces voor haar hiermee te vergelijken valt. Net zoals bijvoorbeeld Vincent uit Littekens een einde aan zijn leven wil maken, wil zij een einde maken aan elke roman die ze schrijft. Patricia de Martelaere zei een keer dat ze niets meer te maken wil hebben met een boek dat af is, het vervult haar met afschuw.

Haar sceptische houding tegenover het leven en de liefde vertaalt zich in een vrij droge schrijfstijl, zonder al te veel uitwijdingen en mooi-schrijverij. Haar zinnen zeggen wat ze moeten zeggen zonder overbodige stijlfiguren. Met deze koele en afstandelijke taal wil de Martelaere benadrukken dat de mens eigenlijk geen individu is, maar dat elk mensenleven in principe eenzelfde verloop kent. Om het ‘zakelijke’ karakter van haar schrijfstijl te onderstrepen, kiest ze in de meeste van haar werken voor een chronologische opbouw van de feiten. Om het cyclische van haar thema(‘s) aan te duiden, maakt ze gebruik van herhalingen. Men zou kunnen zeggen dat haar hele oeuvre berust op variaties op één basisidee: het cyclische. ( universiteit in Leuven, waar ze in 1984 eveneens promoveerde op een proefschrift over het scepticisme van de Schotse filosoof David Hume.

Voor de filosofische essaybundel 'Een verlangen naar ontroostbaarheid' (1993) ontving ze de Jan Gresshofprijs.

Ook publiceerde ze enkele romans, waaronder 'Verrassingen' (1997) en 'Littekens' (1990).

Haar essaybundel Wereldvreemdheid verscheen in 2000.

In 2001 debuteerde zij op indrukwekkende wijze als dichter in het tijdschrift De Gids.
In 2002 debuteert Patricia de Martelaere als dichter met de bundel 'Niets dat zegt'. Zoals de titel al doet vermoeden komt ook in De Martelaeres poëzie haar (taal-)filosofische achtergrond terug.
Gezien Wittgensteins opvatting dat uiteindelijk de poëzie geschikter is dan de filosofie om tegemoet te komen aan de behoefte van mensen aan een ruimere blik, is het niet verwonderlijk dat Patricia de Martelaere haar onderwerpen ook in gedichten aan de orde is gaan stellen. Haar poëzie is gecomprimeerd, stamelend, dreigend vaak ook. Ze schrijft gedichten waarin de taal tot in haar uiterste mogelijkheden benut wordt in een poging iets te zeggen over wat feitelijk onzegbaar is. Tussen de woorden kiert voortdurend het grote onbekende dat achter het ons vertrouwde ligt. Dat dit onbekende zo voelbaar wordt in deze poëzie is misschien wel de grootste verdienste ervan. ( antwoord' (roman 2004)
Wie is Godfried H.? We leren hem kennen door de ogen van de vrouwen in zijn leven. Esther, die zijn portret tekent; Clara, een genetica, zijn minnares; zijn vrouw Anna, psychoanalytica; Marina, een ex-studente; Sybille, een manisch depressieve patiënte van zijn vrouw – en S., die beweert dat ze zijn dochter is. Eén man, veel vrouwen die van hem houden.
Het onverwachte antwoord stond op de shortlist van Ako Literatuurprijs, Libris Literatuurprijs 2005 en Gouden Uil, en kreeg de Gouden Uil Publieksprijs

Websites: boeken.vpro.nl, www.dbnl.org, meander.italics.net www.poetry.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1128.