kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Paul Biegel

Nederlands auteur van jeugdliteratuur (Bussum, 25 maart 1925 – Haarlem, 21 oktober 2006)

Biegel debuteerde in 1962 met het kinderboek 'De gouden gitaar' en publiceerde in 2005 zijn laatste boek 'Wegloop'. In de tussenliggende periode schreef hij meer dan vijftig kinderboeken, hoorspelen en proza.

De meeste van zijn boeken bevatten sprookjesachtige elementen, en gaan over de strijd tussen goed en kwaad, over reizen naar het onbekende. De moraal komt er op neer dat goed wordt beloond en kwaad gestraft.
In de meeste van zijn boeken wemelt het van de prinsessen, dwergen, heksen en rovers. En zelfs als zijn hoofdpersonen gewone mensen zijn, dan gebeuren er toch wel ongebruikelijke, toverachtige dingen. In veel van zijn boeken spelen dieren een belangrijke rol. In zijn boeken voor wat oudere kinderen hangt vaak een donkere, dreigende sfeer, die hij in een heel eigen stijl weet neer te zetten. Voor een aantal van zijn boeken baseerde hij zich op oude verhalen en legendes.
De raamvertelling was een geliefde stijlvorm van Biegel. Zijn werk bevat veel fantasie, elementen uit sprookjes, spanning en humor. De verhalen zitten vol geheimzinnigheid, ontberingen en gevaar, bevatten onverwachte ontknopingen en hebben een rijk taalgebruik met originele vergelijkingen. Biegels boeken zijn dan ook eigentijdse sprookjes waarin avontuur met humor is gekruid en waarin fantasie en spanning om de voorrang strijden. Bijzonder zijn ze ook door de verzorgde en toch zeer vlotte stijl. ‘De taal is 90% van waar ik mee bezig ben. Woorden zijn bakstenen, verschrikkelijk om daar iets van te maken,’ aldus Biegel zelf.

Paul, broer van schrijfster Anne Biegel, vertaalde veel werken uit het Frans en het Engels, en ook vertaalde en herschreef hij oude verhalen: de Rattenvanger van Hamelen, de Reinaert (een ongekuiste versie), de fabels van Aesopus, de reis van Brandaan, het beleg van Troje, de zwerftochten van Aeneas, en verhalen over koning Arthur en de ridders van de Ronde Tafel. Hij bewerkte sprookjes en sagen van de Gebroeders Grimm en nonsensverzen van Edward Lear.

Levensloop:
Paul Johannes (Paul) Biegel is 25 maart 1925 geboren in Bussum als jongste van negen kinderen: zes zusters en twee broers. In diverse van zijn boeken zijn verwijzingen naar zijn geboorteplaats Bussum te vinden en ook in de beschrijvingen kan men vele sfeertekeningen uit deze plaats vinden.

Biegel had als kind twee hobby´s: pianospelen en de natuur. De natuur speelt later een belangrijke rol in zijn verhalen. "Zelf lees ik niet zo veel, een paar boeken per jaar. Als kind hield ik ook meer van buitenspelen. Alleen de sprookjes van Grimm en de avonturen van Jules Verne, daar was ik dol op. Ik las ze opgekruld in een stoel bij de haard in mijn vaders kamer, en nog altijd ken ik de zinnen en zegswijzen uit mijn hoofd." (www.uitgeverijholland.nl)

Toen Paul nog maar 15 jaar oud was, verscheen zijn verhaal 'De ontevreden kabouter' op de achterpagina van het dagblad 'De Tijd'.

De lagere school doorliep hij zonder moeite, het gymnasium daarna minder makkelijk tot zijn eindexamen in 1945. Het ging niet zo goed en eigenlijk zou hij blijven zitten. Maar als hij niet in de eindexamenklas zou komen, moest hij van de bezetter naar Duitsland om daar te werken. Gelukkig liet de school hem toch naar de zesde overgaan, onder de voorwaarde dat hij in de zomervakantie taken zou maken voor Latijn en Grieks. Paul heeft maar twee weken in de eindexamenklas gezeten. Vanaf Dolle Dinsdag (5 september 1944) werden er geen lessen meer gegeven. Na de bevrijding besloot de Nederlandse regering dat iedereen die in 1944-1945 in het eindexamenjaar zat, zijn diploma kreeg zonder examen te doen.

Paul Biegel wilde eigenlijk pianist worden, maar toen bleek dat hij niet goed genoeg was voor het conservatorium, ging hij voor een half jaar naar Amerika, waar hij in een weekblad enkele artikelen publiceerde.

In 1953 verhuisde Paul Biegel naar Amsterdam en werd hij redacteur van de Avrobode. Ook begon hij in Amsterdam rechten te studeren.

Nadat hij tweemaal was gezakt voor het doctoraal examen, zette hij een punt achter die studie, maar met het schrijven ging het steeds beter. Paul schreef veel verhalen voor tijdschriften. Een aantal daarvan is later als boek uitgegeven. De verhalen over de kleine kapitein waren bijvoorbeeld eerst te lezen in de Donald Duck en over Virgilius van Tuil werd door Paul Biegel voorgelezen op de radio, nog voordat er een boek over de dwerg verscheen.

In 1958 waagde Paul Biegel het tenslotte bij de Marten Toonder Studio's te solliciteren naar een baan als stripverhalenschrijver en werd hij aangenomen. Daar leerde hij het schrijversvak, heel grondig, zowel wat betreft het bedenken van verhalen als het leesbaar op schrift zetten.

Op 10 september 1960 trouwde Paul Biegel met Marijke Sträter. Ze kregen samen twee kinderen: Leonie en Arthur.

In 1962 verscheen zijn eerste boek 'De Gouden Gitaar', en sindsdien zijn er meer dan 60 boeken van hem verschenen. Ook vertaalde hij werk van anderen.

In 1965 werd het boek 'Het Sleutelkruid' uitgeroepen tot het 'beste kinderboek van het jaar', een prijs die nu de 'Gouden Griffel' heet.

Zijn mooiste boek is misschien wel De tuinen van Dorr uit 1969, een poëtisch verhaal, dat handelt over de strijd tussen goed en kwaad. Het werd twee maal geïllustreerd; oorspronkelijk door Tonke Dragt, en in de 9e druk (2005) door Fiel van der Veen.

Gouden Griffel 1972 voor 'De kleine kapitein' (1970).

Zilveren Griffel 1972 voor De twaalf rovers

Nienke van Hichtumprijs 1973 voor De twaalf rovers

Na Annie M.G. Schmidt, An Rutgers van der Loeff en Miep Diekmann was Biegel de vierde schrijver die (in 1973) met de Staatsprijs voor Kinder- en Jeugdliteratuur werd bekroond.

1974 Zilveren Griffel voor Het olifantenfeest

Paul Biegel vertaalde ook vele prentenboeken, onder andere de humoristische verhalen van Tony Ross. Een aantal van deze vertalingen betreffen prentenboeken met maatschappijkritische of andere bijzondere thema’s. De vrede van Veelvraat (Michael Foreman, 1974) gaat over de inwoners van een zeer rijk land, die niets van hun overvloed willen afstaan aan hun bijna verhongerde buren. In Zwart op wit (David McKee, 1978) loopt een ruzie tussen witte en de zwarte olifanten uit op oorlog. Het prentenboek Waar kom je vandaan? Waar ga je naar toe? (Philippe Dumas, 1981) behandelt vragen betreffende leven en dood. De Verschrikkelijke Blikjes-Generaal en de Oude IJzeren Dame (Raymond Briggs, 1984) is een hedendaags sprookje waarin de strijd om de Falkland-eilanden in 1982 wordt gehekeld. In Toeterbeer of trommelbeer (Michael Foreman, 1978) is het thema identiteit: een panda vraagt zich af of hij een witte beer is met zwarte vlekken of een zwarte beer met witte vlekken.

1982 Zilveren Griffel voor Haas : eerste boek : voorjaar
1988 Tip van de Nederlandse Kinderjury 10 t/m 12 jaar voor De rode prinses
1988 Zilveren Griffel voor De rode prinses

1990 Tip van de Nederlandse Kinderjury 6 t/m 9 jaar voor Beer in het verkeer

Voor zijn boek Anderland (1990), naar de legende over de monnik Brandaan, won Biegel In 1991 de Libris Woutertje Pieterse Prijs.

1992 Tip van de Nederlandse Kinderjury 6 t/m 9 jaar voor Juttertje Tim

Gouden Griffel 1993 voor 'Nachtverhaal' (1992)

In 1999 werd hij benoemd tot Ridder in de [Orde van de Nederlandse Leeuw].

2000 Woutertje Pieterse prijs voor Laatste verhalen van de eeuw

In 2005 publiceerde hij zijn laatste boek 'Wegloop'.

Paul Biegel overleed zaterdag 21 oktober 2006 op 81-jarige leeftijd. Biegel kreeg enkele maanden voor zijn dood te horen een traag groeiende vorm van kanker te hebben. Maar het is uiteindelijk heel snel gegaan. In Memoriam van zijn uitgever Ruurt van Ulzen

Bi(bli)ografie: www.kjoek.nl en www.schrijversinfo.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1101.