kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 23-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Paul van Ostaijen

Vlaams expressionistisch dichter en prozaschrijver, novellist, essayist, geboren 22 februari 1896 te Antwerpen, overleden 18 maart 1928 te Miavoye-Anthé

Ik ben geboren. Dit moet worden aangenomen, alhoewel een absoluut-objektief bewijs niet is voor te brengen. Axioom is het domein van de subjektieve ervaring. Objektief is het slechts gissen. Dus: zijn wij geboren? Zien. Tasten. Maar lachen om het weinig overtuigende van dit bewijs. Ik vraag; Wie is wel degelijk geboren?
Op tweejarige leeftijd: spoorwegramp. Schrik zonder kennis daargelaten, geen boze gevolgen. In de zware struggle for life met bitterheid daarover gemediteerd. Mijn leven begon met ontsporing. Zó begrijpelijk dat ik het leven steeds van deze zijde beschouw; hoe ontspoor ik op de voordeligste wijze. Want dat een mens dáár is in te ontsporen, daaraan kan ik, vroeg ontpoorde, niet twijfelen. Was deze spoorwegramp wel werkelijkheid? Is zij misschien enkel lokalisatie van een vroegrijpe wil tot ontsporen? Of nog: onduidelijke herinnering van een zeer vroege 'Alpdruck'?

Mijn bloedverwanten droomden: muzikale wonderknaap. Evenwel geen talent. -- Maar toestanden uiterst gunstig. Slechts eenmaal voetbal gespeeld. Voldoende om een 10 x 2 centimeter lang op breed litteken te behouden. Ik speel geen voetbal meer. Mijnheren, ik ben een slachtoffer van de sport.

Na zorgeloos leven kamp voor het bestaan te Berlijn, Potsdam en Spandau. Niet romantisch. Fantasie is de vertelling dat ik het van liftboy tot eigenaar van een nachtlokaal zou hebben gebracht. Ben veel te primitief om vooraanstaande plaats in de samenleving te bekleden. Spijts zeer verlangend het niveau der vlaamse dekadenten te berieken, begrijp ik mijn 'Unfähigkeit'. Op het punt leraar voor ritmisch-typografische poëzie te worden benoemd, moest ik bedanken daar niet in het bezit van een geklede jas. In de tang van de struggle f.l. sigaretteventer, oppikker (Schlepper) in dienst van een nachtlokaal alwaar naaktdansen. Eindelijk fatsoenlijke plaats door voorspraak van een vooraanstaande kunstcriticus: verkoper in een schoenmagazijn, afdeling dames. Vandaar sterke beïnvloeding. Zie: 'sikkelbeen', 'siderische slinger' = invloed schoenmagazijn afdeling D.

Zeer gelukkig om deze goede situatie, alhoewel met weemoed naar het Westen starend. Le bonheur est fait d'un je-ne-sais-quoi mélancolique. Brussel. O deze luxestad nog éénmaal zien. Sterven met de weelde van een Brusselse bar in perspektief. O Wonne.

Drie boeken uitgegeven: 'Music-Hall', 'het Sienjaal', 'Bezette Stad'. Misschien is ook dit slechts massahypnose. Wie kan dit bewijzen dat hij deze boeken heeft gelezen? Laat staan: begrepen. God beware: begrepen: Ik zelf heb ze niet begrepen.

(Zelfportret)

Het modernistische werk van Paul van Ostaijen getuigt van een eigenzinnig en veelvormig expressionisme. maar het onderging ook invloeden van het dadaïsme en het vroege surrealisme. Hij streefde naar een zo groot mogelijke harmonie tussen de grafische vorm en de inhoud. Zelf sprak hij van ritmische typografie.
Zowat alle -ismen die de Europese avant-garde in het begin van de twintigste eeuw te bieden heeft, haalt hij naar Vlaanderen: expressionisme, modernisme, dandyisme, dadaïsme, nihilisme. In zijn korte leven maakt zijn aanvankelijke optimisme plaats voor pessimisme, ook in zijn werk. Zijn eerste schrijfsels getuigen van een zeker idealisme en ethiek, maar later gaat dat over in somberheid. Op het einde gaat schrijven bij hem enkel nog om de esthetiek van de taal, om de woorden, de klanken en de beelden.

Van Ostayen wordt zien als een vroege voorloper van de Vijftigers, de experimentelen.

Zie voor meer poëticale opvattingen Paul van Ostaijen werd op 22 februari 1896 geboren in Antwerpen. Zijn vader is een naar België uitgeweken Nederlandse loodgieter, zijn moeder een meisje uit Belgisch Limburg.

Op school is hij geen uitblinker. Na op drie scholen te zijn weggestuurd, belandt hij op het Antwerpse Atheneum aan de Rooseveltplaats (een school die trouwens ook Willem Elsschot onder haar – mislukte – leerlingen mag rekenen). Daar gaat het hem echter niet beter af. Hij toont zich wel een haantje de voorste in allerlei rebelse activiteiten, maar van studeren komt er niet te veel terecht. Na tot twee maal toe gezakt te zijn in het derde jaar van de Grieks-Latijnse humaniora, wordt hij ook van deze school weggestuurd.

De jonge Van Ostaijen ging voortijdig van school af en werd in 1914 ambtenaar bij de gemeente Antwerpen.

Van Ostaijen had als bijnaam Meneer 1830, omdat hij als dandy in de mode van die tijd in Antwerpen langs de Meir en de Keyserlei flaneerde.

Al in zijn eerste nog traditionele bundel poëzie, Music-Hall uit 1916, werpt Van Ostaijen zich al op als de pleitbezorger van de nieuwe tijd.

Tijdens de Wereldoorlog legt hij banden met verschillende belangrijke modernistische Antwerpse kunstenaars: de gebroeders Jespers en Paul Joostens.

Van Ostaijen was een overtuigd flamingant en raakte betrokken bij het activisme. Zijn deelname aan een manifestatie tegen de franskiljonse kardinaal Mercier, maken zijn positie in België onmogelijk. Door een dreigende gevangenisstraf vluchtte hij samen met zijn vriendin Emmeke na de Eerste Wereldoorlog een tijdje naar Berlijn.
In Berlijn maakte hij kennis met de mensen van Der Sturm, het Bauhaus, het expressionisme, het dadaïsme en het vroege surrealisme. Hij verzeilde er in een diepe geestelijke crisis en begint experimentelere gedichten te schrijven.

In 1918 verscheen de sociaal bewogen bundel "Het sienjaal" (1918). Met Het sienjaal uit 1918 en Bezette Stad uit 1921 is zijn doorbraak als expressionistisch dichter duidelijk. De bundel "Bezette stad" (1921) werd in 1964 verfilmd. De gedichten in deze bundels lijken meer op collages: de zinnen staan dwars door elkaar en krijgen allerlei vormen. Woorden en zinnen hebben verschillende lettertypen en kunnen groot of klein, heel erg dik of juist dun afgedrukt zijn.
Angst, wanhoop en verwarring, veroorzaakt door de ontwrichtende gevolgen van de Eerste Wereldoorlog en het volledig instorten van de oude vertrouwde wereld, krijgen een poëtische uitdrukkingsvorm. De chaotische wereld die Van Ostaijen waarneemt, uit zich in zijn poëzie in de aaneenschakeling van klanken, onsamenhangende zinnen en verwarrende typografie. In deze roerige tijd kan de poëzie niet langer toe met de gebruikelijke en vertrouwde stijlmiddelen en beelden.

Als hij in 1921 terugkeert naar zijn geboortestad, heeft van Ostaijen al die literaire watertjes doorzwommen. Met zijn eigen poëzie brengt hij deze stromingen ook de Nederlandse literatuur binnen.
Wel keerde Paul van Ostaijen hij zich af van dada. Hij propageert dan wat hij noemt de 'zuivere lyriek': poëzie is slechts woordkunst, geen middel om ander doelen te bereiken zoals vrijheid en destructie. Poëzie weerspiegelt naar zijn mening alleen extase.

Hij werd opgeroepen om in het Belgische bezettingsleger in Duitsland te dienen.

Belangrijk is zijn medewerking aan verschillende kranten en tijdschriften, waarin hij behalve poëzie, ook doorwrochte essays en kritische stukken publiceerde. Ruimte is daarbij waarschijnlijk het belangrijkste orgaan, maar hij publiceerde ook in Carolus, De Vlaemsche Gazet, Het Toneel, De Antwerpsche Courant, Ons Land en later in het gematigd katholieke Vlaamsche Arbeid.

In april 1924 werd hij verkoper in een boekhandel in Antwerpen. Dat zelfde jaar manifesteert zich een longtuberculose, een ziekte die zich steeds sterker doorzette.

Van 1925 tot 1926 was hij kunsthandelaar in Brussel, waar hij samen met Geert Van Bruaene, acteur bij het Vlaamse Volkstoneel (één van de kleurrijkste figuren uit het Brusselse kunstmilieu destijds), in de Naamsestraat 70 de galerij "A La Vierge Poupine" uitbaatte. - (kunsthandelaar in brussel, 1925-1926 Paul van Ostaijen erg ziek. Voor zijn tuberculose werd hij verpleegd in Versel en later in het sanatorium van Miavoy-Anthée in de Ardennen. In deze laatste periode hield hij zich nog intensief bezig met het tijdschrift 'Avontuur', dat hij samen met zijn boezemvriend Gaston Burssens (1896-1965) en Edgar du Perron (1899-1940) had opgericht.

Paul van Ostaijen overleed in maart 1928 op 32-jarige leeftijd in een sanatorium in Miavoy-Anthée aan tbc.

In 1932 wordt zijn stoffelijk overschot dan overgebracht naar de Antwerpse begraafplaats Schoonselhof, waar in 1937 een beeldhouwwerk van Oscar Jespers op zijn graf verscheen.

Andere belangrijke boeken van Paul van Ostaijen zijn: "De trust der vaderlandsliefde" (1925), "Het bordeel van Ika Loch" (1926), "Gebruiksaanwijzing der lyriek" (1927), "Krities proza" (1929-1931), "De bende van de stronk" (1932) en "Diergaarde voor kinderen van nu" (1932).

Websites: cf.hum.uva.nl, boeken.vpro.nl, users.pandora.be/gaston.d.haese/dandy&dichter, meander.italics.net


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1470.