kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 16-04-2009 voor het laatst bewerkt.

persoonsvorm

(taalkundig) vervoegde vorm van een werkwoord, afhankelijk van de persoon van het onderwerp

De persoonsvorm (verbum finitum) is het vervoegde werkwoord in de zin, dat in persoon en getal overeenkomt ('congrueert') met het onderwerp van de zin en onder meer de tijd uitdrukt.

De persoonsvorm is een onderdeel van het gezegde. Samen met het onderwerp vormt de persoonsvorm nog een syntactische eenheid, de zinskern.

Een hoofdzin en een niet-beknopte bijzin bevatten vrijwel altijd een persoonsvorm.

Voorbeelden (waarin de persoonsvorm cursief is weergegeven):
. Hij kijkt/keek haar diep in de ogen, maar zij reageert/reageerde niet.
. Het is nog vroeg, dus we gaan nog niet naar huis.

De persoonsvorm vind je door de zin vragend te maken of door deze in een andere tijd te zetten. Bijvoorbeeld:
. Jij hebt hem nooit met rust gelaten. Heb jij hem nooit met rust gelaten?
. Zij heeft hem nooit met rust gelaten. Heeft zij hem nooit met rust gelaten?
. Hij vindt haar nogal eigenwijs. Vond hij haar nogal eigenwijs?

Bronnen:
. taaladvies.net/taal/advies/term/69/persoonsvorm/
. nl.wikipedia.org/wiki/Persoonsvorm


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 529.