kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Pramoedya Ananta Toer

Pramoedya Ananta Toer wordt beschouwd als de meest vooraanstaande schrijver van het naoorlogse Indonesië. Zijn werk is in ruim 24 talen vertaald en hij gold jarenlang als een goede kanshebber voor de Nobelprijs voor de literatuur.

Behalve zijn jeugd op Java speelt de onafhankelijksstrijd een belangrijke rol in zijn werk. Zijn politieke standpunten wekten geregeld de toorn van de autoriteiten. Eerst van het Nederlands gezag in Nederlands-Indië en na de onafhankelijkheid ook van de Indonesische regering.

Pramoedya werd op 20 februari 1925 geboren als zoon van een onderwijzer in Blora op Java. Het was een arm milieu, waarin hij al jong sigaretten rookte om de honger te verdrijven. Als tiener trok hij naar Jakarta, waar hij tijdens de Japanse bezetting als typist werkte. In 1945 sloot hij zich aan bij de Nationalisten tegen de terugkeer van het Nederlandse bewind.

Tijdens zijn verblijf in een Nederlandse gevangenis schreef hij zijn eerste roman, De Vluchteling, over een anti-Japanse rebel. Zijn eerstvolgende werken, zoals De Guerrillafamilie (1950), spelen zich af tijdens de onafhankelijkheidsoorlog.

Ook de sociale spanningen in de Indonesische Republiek beschreef hij in zijn werk. Eind jaren vijftig sloot hij zich aan bij de communistische partij, en verruilde hij de literatuur voor linkse essays en kritieken. Als voorman van de linkse culturele beweging werd hij in 1965 opgepakt tijdens de machtsgreep van generaal Soeharto. Tot 1980 zat hij gevangen zonder te zijn berecht, de laatste tien jaar op het onherbergzame Molukse eiland Buru.

Tijdens zijn gevangenschap werkte hij aan een serie van vier boeken die tussen 1980 en 1988 verscheen en ook een Nederlandse versie kent: Aarde der mensen, Kind van alle volken, Voetstappen en Het glazen huis. Hierin beschrijft hij onder meer wantoestanden onder de Nederlandse overheersing en het ontluikend Indonesisch nationalisme. De twee eerste delen oogstten veel succes in Indonesië, totdat ze door de autoriteiten werden verboden. De laatste twee delen konden alleen in het buitenland verschijnen.

Naar aanleiding van deel vier, Het Glazen Huis, kreeg hij in 1988 een publicatieverbod. In hetzelfde jaar werd ook een ander werk, Meisje van het Strand, verboden. Beide boeken zouden communistische propaganda bevatten.

Het vierluik is gebaseerd op het leven van de jonge Tirto Adhi Soerjo, een pionier van de Indonesische pers en de nationalistische beweging. Pramoedya beschrijft het rijpingsproces van de jonge Javaan onder het Nederlandse koloniale bewind, die zich ontwikkelt tot een zelfbewuste Indonesiër. Pramoedya verbond daarmee de twee hoofdthema's in zijn oeuvre: de nationalistische geschiedenis van zijn land, en de herinneringen aan zijn jeugddorp, die hij in 1952 al had beschreven in De Geschiedenis van Blora.

In Indonesië bestond destijds nog geen echte schrijfcultuur en het literaire wereldje was er dan ook klein. Pramoedya was echter een rasverteller die het tijdens zijn gevangenschap niet kon laten zijn medegevangenen zelfverzonnen verhalen voor te schotelen. Veel van deze verhalen werden in de vrije uurtjes verteld als een soort feuilleton. Omdat bij een volgende sessie steeds de draad weer moest worden opgevat, werd het voorgaande herhaald om het geheugen van zijn toehoorders op te frissen. Deze verteltrant met herhaling is nog duidelijk herkenbaar in het vierluik.

Vooral in zijn vroege werk hanteerde Pramoedya een weelderige schrijfstijl, waarin hij het alledaagse taalgebruik vermengt met beelden van de oude Javaanse cultuur en verschillende Javaanse aanspreekvormen. Later ontwikkelde hij een meer directe schrijfstijl, waarbij vooral in de dialogen de dagelijkse spreektaal werd gehanteerd.

De nestor van de Indonesische letteren overleed zondag op 81-jarige leeftijd.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1958.