kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Stendhal

Stendhal (1783-1842)

Stendhal, pseudoniem van Marie-Henri Beyle, is een van de grote klassieke Franse schrijvers uit de romantiek. Hij is het bekendst geworden door zijn romans Le rouge et le noir (1830) en La Chartreuse de Parme (1839) ( Parijs)

De gezette en eigenzinnige Stendhal wordt geboren in een burgerlijk gezin met een strenge vader. Ondanks de liefde van zijn vader, was Stendhal tegendraads en rebels, wat ook later terugkomt in zijn werk, als het zijn visie geeft op kerk en samenleving.

Stendhal verloor zijn moeder toen hij 7 was, ze overleefde het kraambed niet. De morbide rituelen rond haar dood hebben een onvergetelijke indruk op hem achtergelaten. Hij bleef zijn leven lang alles wat met dood te maken had vrezen.

Hij heeft een affaire met de actrice Louason (Mélanie Guilbert), maar zij verveelt hem al snel. Hierna volgen talrijke affaires met getrouwde vrouwen. Ondanks dat hij vele vrouwen ten huwelijk vraagt, blijft hij ongehuwd.

1839 - La Chartreuse de Parme,
Fabrizio del Dongo, een naïeve Italiaanse edelman, ontvlucht zijn ouderlijk huis om zich aan te sluiten bij Napoleon. Door zijn gebrek aan ervaring belandt hij tijdens de slag van Waterloo in allerlei gevaarlijke en komische situaties. Als hij wil terugkeren naar Lombardije blijkt hij daar te worden gezocht wegens landverraad. Zijn tante Gina en haar minnaar, de eerste minister van Parma, vangen hem op en stippelen een kerkelijke loopbaan voor hem uit. De jonge Fabrizio voelt zich aangetrokken tot zijn tien jaar oudere tante. Haar moederlijke gevoelens voor hem veranderen in een obsessieve verliefdheid die zij met moeite verbergt en hoewel Fabrizio uiteindelijk verliefd wordt op een ander, blijft Gina alles doen om hem te beschermen en terug te winnen.
In De Kartuize van Parma vallen allerlei romangenres samen: avonturenroman, liefdesgeschiedenis, Bildungsroman en politieke satire. Een van de grote charmes van dit machiavellistische relaas van liefde en eerzucht, idealisme en hartstocht, huichelarij en onverholen amoralisme is de ironische, oneerbiedige verteltoon. Hierdoor bewerkstelligt Stendhal dat de lezer het verslag van het wel en wee van de personages steeds met een geamuseerde of meewarige glimlach volgt.
Hoewel in de roman het leven van het plebs weinig waard blijkt tegenover dat van een aristocraat, zal iedere puber zo meeslepend willen leven en liefhebben als Fabrizio. Dat plaatst "De Kartuize van Parma" naast Goethes "Het lijden van de jonge Werther" en Dostojevski's "De speler" op de verplichte leeslijst voor de beginnende lezer. Dat het boek maar liefst 600 pagina's telt zal voor de "puber met ballen" en alle andere lezers met een romantische inborst geen enkel probleem zijn.

Stendhal stierf niet aan de syphilis - destijds een ziekte die vrijwel altijd dodelijk was -, die hij op zijn 19de opliep in Milaan, maar aan een hersenbloeding. Hoewel hij toen een bekende schrijver was, kwamen er slechts 3 vrienden op zijn begrafenis.
Zijn graf lag verscholen onder het viaduct, maar werd nadat zijn roem gestegen was tot grote hoogte in 1962 verplaatst naar een mooie plaats aan de rand van de Avenue de la Croix, vlakbij Ampère. Het medaillon op het grafmonument is van de hand van David d'Angers met het epitaaf (in het Italiaans): "Leef, heb lief, wees Milanees".

Relevante verwijzingen: Stendhal:
"Hoe meer men algemeen behaagt, des te minder diep gaat het."
"In de eenzaamheid kan men alles verwerven, behalve karakter."
"Ik houd veel van spreukenverzamelingen, zelfs van middelmatige. Zij doen mij een soort van gewetensonderzoek houden. "
"Alle winden zijn goed, mits ze ons maar voortdrijven."
"Preutsheid is een soort vrekkigheid, de ergste van allemaal."
"Een vijfenveertigjarige vrouw wordt alleen voor vol aangezien uit hoofde van haar kinderen of van haai minnaars."
"Niets siert een wijsgeer meer dan een glasheldere taal. Wie duister schrijft, bedriegt zichzelf of probeert anderen te bedriegen. "
"'Liefhebben' is: met elk zintuig zien, aanraken en voelen…"
"Alleen een grote geest durft een eenvoudige stijl te hebben."
"Het enige excuus voor God is dat hij niet bestaat."

Opmerkelijk:
Een opmerkelijke variant van een psychose tijdens de vakantie is het Stendhal syndroom - vernoemd naar de Franse schrijver Stendhal (1783-1842), die in Florence een acute psychose kreeg door de overrompelende schoonheid van de stad - . Een aandoening dus waarbij iemand zo onder de indruk raakt van al het moois dat hij ziet, dat hij er psychotisch van wordt. In 1817 bezoekt de schrijver in Florence de kerk ‘SantaCroce', het heilige kruis, waar de graftombes van Italiaanse grootheden als Michelangelo, Machiavelli en Galilei zich bevinden. In ‘Voyages en Italië' beschrijft Stendhal zijn ontmoeting met de ‘grote zonen' van Italië. De schrijver raakt in extase bij het zien van zoveel schoonheid. “Mijn hart bonst zo hevig, ik ben bang dat ik ga vallen.
Stendhal noemde, behoort, wat zijn leeftijd aangaat, tot een voorbijgegaan geslacht. Geboren in 1783, overleden in 1842, was hij ouder dan Guizot, dan Villemain, dan Cousin, dan Lamartine, dan Hugo. Velen dezer koryfeën ging hij vóór in het graf. Daarbij komt dat Sainte-Beuve, van wien het schijnen kon dat hij in de wieg gelegd was om Beyle te waarderen, integendeel hem bijna over het hoofd gezien, of althans getoond heeft hem niet op zijne volle waarde te schatten. En Sainte-Beuve, weten wij, is voor het buitenland gedurende eene reeks van jaren de wetgever der fransche letteren geweest.

In Frankrijk zelf vormde Beyle's geest zich onderwijl eene school, en die school drukte haar zegel op het trotsch gezegde van den meester: ‘Je serai compris vers 1880.' De helden der drama's en der romans van Dumas en van Victor Hugo, - Didier, Ruy-Blas, Hernani, Anthony, - schijnen verouderd; Julien Sorel, de held van Beyle, is jong gebleven.

Beyle bekoort het hedendaagsche jonge Frankrijk, zegt de heer Bourget, omdat hij een geboren wereldburger was. Officier in fransche dienst, onder Napoleon I, doorkruiste hij Europa à la suite der napoleontische legers. Op later leeftijd leerde hij bovendien Engeland kennen. Hij zag Duitschand, zag een gedeelte van Rusland, woonde in Brabant den slag van Waterloo bij, en dweepte met Italie. Zelfs zwoer hij in zijne laatste levensjaren, uit verontwaardiging over de houding van het Frankrijk van Lodewijk Filips in de Oostersche kwestie, zijne fransche nationaliteit af, en vervaardigde zich een grafschrift waarin hij Lombardije voor zijn eigenlijk vaderland erkende: Arrigo Beyle, Milanese.

Die overdrijving wordt thans niet goedgekeurd, maar voor het overige valt bij het opkomend geslacht Beyle's kosmopolitisme zeer in den smaak. De stoombooten, de spoorwegen, de telegraaf, hebben het hunne bijgedragen om in de tweede helft der 19de eeuw de volken tot elkander te brengen. Er bestaat geen specifiek-fransche beschaving meer. Er is een European Club ontstaan, - de uitdrukking is van Bourget, - die onder de welopgevoede vrouwen en de welopgevoede mannen in verschillende landen zijne leden telt. Heeft het lidmaatschap dier vereeniging in onze dagen bij velen iets gezochts of kunstmatigs, bij Beyle was het bijna een natuurprodukt. Beyle was kosmopoliet omdat het leven hem dit gemaakt had. ‘Wie geen ander land dan zijn vaderland kent,' plagt hij te zeggen, ‘heeft van het boek der wereld enkel de eerste bladzijden gelezen.' De onderscheiding tusschen landgenoot en vreemdeling liet hij toe, doch vergeestelijkte haar. Vreemdelingen noemde hij de onnoozelen en de slechten; landgenooten de lieden van gemoed en van geest.

In een tijd van geloovige wijsbegeerte en van reaktie ten gunste des christendoms, mode-denkbeelden der Restauratie, was Beyle een filosoof uit de positivistische school der 18de eeuw. Met Helvetius en met Condillac hield hij het er voor dat al onze kennis voortspruit uit waarneming door de zintuigen, en dat een verborgen streven naar welbehagen de voornaamste drijfveer onzer handelingen is. Dit is eene andere moderne zijde van Beyle's merkwaardigen geest. De wijsgeeren van onzen tijd zijn het sensualisme der 18de eeuw voorbij gestreefd, maar zonder het los te laten. Nieuwe en wetenschappelijke grondslagen zoeken zij, met handhaving der oude stellingen. De positivistische wetenschap marcheert nogmaals in de voorhoede.

Beyle, eindelijk, had het bijzondere dat de man van de wereld, de man die smaak vindt in den omgang der vrouwen, de man der galanterie en der avonturen, in zijn persoon met den wijsgeer en kosmopolitischen militair zamenging. Noch het slagveld was zijn eigenlijk tehuis, noch de studeerkamer, maar die afdeeling van het gezellig leven waar een man gelegenheid vindt verfijnde genoegens te smaken. In zijne boeken schilderde hij bij voorkeur buitengewone wezens, verheven boven de grove en alledaagsche hartstogten der schare; en zijne eerzucht was, zich waardig te toonen onder die uitverkorenen te worden medegeteld. Had hij kunnen weten welke miskenning hem eenmaal te beurt zou vallen van den kant van Sainte-Beuve, welke epigrammen van den kant van Flaubert, het zou hem niet gedeerd hebben. Minder of meer te zijn was hem onverschillig, zich bewust dat hij anders was en dat anders te zijn niet in den smaak valt. Of, gelijk hij het uitdrukte met de woorden van zijn Julien Sorel, den held van Rouge et Noir: ‘Ma présomption s'est si souvent applaudie de ce que j'étais différent des autres. Eh bien, j'ai assez vécu pour voir que différence engendre haine.'

De roman waarin dit gezegde voorkomt is Beyle's fraaiste niet. La chartreuse de Parme spant de kroon. Maar in zoo ver wint Rouge et Noir het, dat men in dit verhaal, geschreven in 1830, onwillekeurig eene vooruit geworpen schaduw der hedendaagsche fransche zamenleving ziet. Vandaar de ingenomenheid van het opkomend geslacht.

‘Het natuurlijk regt,' zegt tot zichzelf Julien Sorel, daags vóór zijne exekutie, ‘het natuurlijk regt bestaat niet. Het is eene frase van den advokaat-generaal, wiens overgrootvader door Lodewijk XIV verrijkt werd met gekonfiskeerde goederen. Zoolang er geen wet is die iets verbiedt en straf bedreigt, is er geen regt. Daarvóór is er geen andere natuur dan de kracht van den leeuw, geen andere dan de nood van het wezen dat honger lijdt, dat koude uitstaat. Geen andere natuur, in één woord, dan de nood.'

Teregt noemen wij den jongen moordenaar, die deze taal voert, een schelm. Maar worden alle schelmen geboren? Worden er niet vele gemaakt? Is het niet eene groote fout uwer zamenleving dat zij, in naam der gelijkheid, voor het kind des volks alle scholen openzet, op honderd wijzen zijne eerzucht prikkelt, en, wanneer de knaap een jongeling geworden is, hem overlevert aan eene maatschappij die slechts de zelfzucht kent? Die alle deuren voor hem digtwerpt, hem uitsluit, hem tot levenslange middelmatigheid veroordeelt? Het kan zijn dat hij ter wereld is gekomen met den sluimerenden aard van een wild dier in den boezem, maar gij waart het die den slapenden wolf wakker maaktet en hem aan zijne tanden herinnerdet.

Zoo komen, in eene demokratische maatschappij als de fransche, de sociale omwentelingen tot stand. Zoo verklaart het zich dat in Maart 1871, op de vestingwerken van Parijs, de roode vlag der Commune is kunnen geplant worden. De naar het heil der volken strevende demokratie wekt, terwijl zij de verstanden scherpt en de souvereiniteit der rede afkondigt, lusten op; en iedere lust haakt naar bevrediging. Een nog scherper zwaard dan het zwaard van den slaanden vreemdeling is de honger - honger naar brood, naar rijkdom, naar aanzien, naar magt, naar alle voorregten vroeger verpand aan de geboorte of het toeval, heden verkrijgbaar gesteld voor het genie.

Beyle's bedoeling is geweest in den persoon van zijn held zulk een uit het spoor geworpen vernuft te schilderen, en aan te toonen hoe, door den strijd op leven en dood waarin de Sorel's zich eerlang tegen de bestaande orde van zaken gewikkeld zien, de magteloosheid der zich noemende beschaving aan het licht komt. Wie weet of uit Julien, zoo hij vijfentwintig jaren vroeger geboren was en onder Napoleon gediend had, niet een nuttig lid in de zamenleving gegroeid ware? Doch in dat geval zou de les van zijn leven verloren zijn gegaan. Julien was voorbestemd een beeld der toekomst te worden.

Het voltooit Beyle's denkwijs dat hij van Julien's wijsbegeerte zegt: ‘Misschien was zij de ware; maar het was eene wijsbegeerte welke moest doen verlangen naar den dood.' Ook om dit begroeten der weldaad van het niet-zijn wordt Beyle thans, door Paul Bourget en de zijnen, als een voorlooper vereerd.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1913.