kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Stijn Streuvels

Vlaamse schrijver, geboren te Heule, 3 oktober 1871, overleden in Ingooigem, 15 augustus 1969.

Stijn Streuvels, pseudoniem voor Frank Lateur was één van de belangrijkste vernieuwers uit de Nederlandse letteren van die tijd. Hij schreef naturalistische verhalen, geïnspireerd door Émile Zola en de grote Russen van die tijd (vooral Tolstoj). Streuvels schreef naast romans en novelles, dagboeken en memoires. Bovendien was hij als vertaler actief. Hij was autodidact en las en sprak meerdere talen, o.a. Frans, Duits. Noors kon hij lezen maar Russisch kreeg hij nooit onder de knie. O.a. Tolstoi vertaalde hij aan de hand van Duitse vertalingen.

Samen met Cyriel Buysse geldt hij als de belangrijkste Vlaamse naturalist. De auteur Stijn Streuvels (1871-1969) hoort wat betreft zijn thematiek - het leven van de arme boeren en landarbeiders - bij het sociaal realisme, terwijl zijn stijl impressionistisch is.

Zijn werk wordt meestal – maar niet altijd terecht – onder de noemer ‘streekroman’ of ‘plattelandsrealisme’ geplaatst. Zijn oeuvre getuigt van een grote bewondering voor de uiterlijke schoonheid van de natuur en een intuïtieve kennis van het innerlijke leven. Overeenkomstig zijn bijzonder somber mensbeeld en zeer fatalistische wereldbeschouwing toont hij de mens in al zijn kleinheid en afhankelijkheid van de kosmische krachten. De innerlijke kracht en waarachtigheid van zijn werk tonen zich ook in zijn taalgebruik. Net zoals Gezelle schiep hij een eigen taal die het midden houdt tussen het algemeen Nederlands en de West-Vlaamse dialecten. Zijn stijl getuigt van een uitgesproken gevoel voor het ritme, de kracht en de kleur van elk woord. ( Franciscus Petrus Maria Lateur (roepnaam Frank) in Heule, bij Kortrijk, als derde levende kind van Kamiel Lateur en Marie-Louise Gezelle, een jongere zuster van priester-dichter Guido Gezelle. Vader Streuvels was kleermaker en een zwijgzaam man, in tegenstelling tot zijn vrouw, die graag en boeiend sprak en vertelde.

Nadat hij school had gelopen bij de zusters en in de plaatselijke nonnenschool, stuurden zijn ouders hem in 1883 naar het St.-Jan-Berchmanspensionaat in Avelgem, waar zijn letterkundige begaafdheid voor het eerst tot uiting kwam.

Van 1886 tot 1887 leerde hij de bakkersstiel in Avelgem, Kortrijk en Heule. In mei 1887 namen Streuvels' ouders te Avelgem de bakkerij van Kamiel Lateurs ongehuwde broers over en verhuisde heel het gezin naar de gemeente aan de Schelde. Van 1887 tot 1905, op de 20 maanden na (1889-1891) die hij te Brugge doorbracht om zich in het bakkersvak te bekwamen, bleef Streuvels in Avelgem bakken en schrijven.

Streuvels werd een verwoed lezer en verzamelaar van boeken, studeerde vreemde talen en vatte bewondering op voor de grote Russische en Scandinavische schrijvers. In het begin van de jaren negentig begon hij zelf te schrijven, schetsen en gedichten, die hij inzond bij kleine bladen. De eerste verschenen in De Jonge Vlaming (1895), onder ps. Pijm, en in Vlaamsch en Vrij (1895), ondertekend door Stijn Streuvels. De volgende jaren namen ook Van Nu en Straks, De Nieuwe Gids, De Gids en Het Tweemaandelijksch Tijdschrift werk van hem op.

De medewerking van Streuvels aan het vrijzinnige tijdschrift Van Nu en Straks werd niet gewaardeerd door zijn katholieke familie en zeker niet door zijn oom, de priester en dichter Guido Gezelle. Streuvels liet zich niet van de wijs brengen en bleef publiceren in allerlei tijdschriften, zodat hij spoedig van zijn literaire werk kon gaan leven.

In maart 1899 verscheen een eerste verhalenbundel met de symbolische titel Lenteleven. Zijn eerste periode, tot ongeveer 1902, kenmerkt zich door zijn bewondering voor de natuur, die hij impressionistisch beschreef in "Zomerland en Zonnetij" uit 1900.

In 1902 verscheen de eerste roman van Streuvels, "Langs de wegen" die evenals de opvolgers "Minnehandel" (1903) en "Dorpsgeheimen" (1904) invloed van de deterministische noodlotsgedachte vertoont. Deze eerste romans worden gekenmerkt door uitvoerige beschrijvingen, die de gang van het verhaal remmen.

In 1903 werd hij redacteur bij het tijdschrift "Vlaanderen" (1903-1907).

Op 19 september 1905 huwde hij met Alida Staelens. Hij verliet de bakkerij te Avelgem en ging te Ingooigem in zijn nieuw gebouwd "Lijsternest" wonen waar hij voortaan van zijn pen zou leven. Hij kreeg vier kinderen: Paula, Paul, Dina ("Prutske") en Isa.

In korte tijd werd hij een beroemd auteur. Hij verwierf de Belgische Staatsprijs voor Nederlands proza in 1905 en 1911 en opnieuw in 1935 voor zijn verzameld werk.

"De Vlaschaard" uit 1907 legt de klemtoon op de verbondenheid van mens en natuur.

Hij werd lid van de Koninklijke Vlaamse Academie in 1911. In datzelfde jaar maakte hij samen met zijn vrouw een reis door Frankrijk.

In "Prutske" (1922) en "Alma met de vlassen haren" (1931) verschoof het accent van beschrijving naar verbeelding en gaat zijn aandacht uit naar de psyche van het kind.

Zijn meesterwerk is "Leven en dood in den ast", verschenen in de bundel "Werkmenschen" uit 1926. Hierin wordt het probleem van de zin van het leven op magistrale wijze benaderd.

In "De teleurgang van de Waterhoek" (1927) beschreef hij de industriële ontsluiting van het platteland in Vlaanderen. Fons Rademakers verfilmde dit verhaal in 1971 onder de titel "Mira of de teleurgang van de Waterhoek". Hugo Claus schreef voor deze speelfilm het scenario.

In de jaren dertig reisde hij o.a. naar Palestina (Jeruzalem, Bethlehem), Egypte en Duitsland. Verder was hij ook nog in Napels en in Arles, waar hij Mistral ontmoette.

Grote Staatsprijs voor letterkunde (1935).
In 1936 kreeg hij in Hamburg de Rembrandtprijs toegekend.

Een ander groots werk is "Levensbloesem" (1937).

In 1937 werd Stijn Streuvels benoemd tot eredoctor aan de universiteit van Leuven.

In 1938 was hij als eregast op het PEN-congres te Praag.

Prijs Scriptores Catholici (1950).

In zijn laatste periode hield hij zich voornamelijk bezig met het schrijven van memoires.

In 1962 werd hem voor zijn hele oeuvre de Prijs der Nederlandse Letteren toegekend.

Hij heeft ruim 60 jaar in het Lijsternest gewoond en overleed te Ingooigem op 15 augustus 1969. Op zijn begrafenis met de wijtewagen, op de 21e daaropvolgend, waren zowat 7000 mensen aanwezig.

werd doctor honoris causa aan de universiteiten van Leuven, Münster en Pretoria. Drie van zijn boeken werden verfilmd: De teleurgang van de waterhoek onder de titel Mira, De Vlaschaard en De blijde dag.

Websites: www.streuvels.nl, www.dbnl.org, nl.wikipedia.org, www.ned.univie.ac.at


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 59.