kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Strip

Beeldverhaal in stroken van enige afbeeldingen naast elkaar, al dan niet voorzien van tekst.

Geschiedenis van het stripverhaal
Strips bestaan al eeuwen. De strip is eigenlijk net zo oud als de boekdrukkunst. Het beeldverhaal richtte zich toen voornamelijk op het gewone volk, dat vaak niet kon lezen.
Het oudst gedrukte beeldverhaal dat bekend is, is een prent uit omstreeks 1460/1470. In twaalf taferelen wordt de marteldood van de Heilige Erasmus verteld. Vanaf de zestiende eeuw uit het Nederlandse beeldverhaal zich vooral in cents- of volksprenten. De prenten bevatten één of meer afbeeldingen en werden door marskramers op markten en aan huis verkocht.
Vaak hadden de beeldverhalen een kerkelijk karakter. Maar ook wereldse onderwerpen kwamen aan de orde, bijvoorbeeld fabels en sprookjes. De centsprent werd ook gebruikt voor het uitbeelden van de vaderlandse geschiedenis.

Het eerste Nederlandse stripboek stamt uit het midden van de negentiende eeuw: Meneer Prikkebeen. Een ander bekend beeldverhaal uit de 19e eeuw is 'Piet de Smeerpoets' uit 1848. Het boek was vernieuwend in zijn tijd, omdat het geen moralistische maar ongeloofwaardige, surrealistische verhalen vertelde.
Deze strips kwamen uit het buitenland. 'De toekomst staat' van korporaal Achilles is waarschijnlijk het eerste stripboek van Nederlandse hand. Het maken van strips is in die tijd nog niet gangbaar. Het tweede stripboek dat bekend is komt uit 1918 en is van de hand van Felix Hess.

De eerste krantenstrip verschijnt in Nederland in 1921. Dit idee kwam uit Amerika overwaaien. Daar woedde een krantenoorlog, en de strip werd gebruikt om lezers te trekken. In Nederland ging men dit ook proberen. In het begin werden de strips overgenomen uit buitenlandse kranten. 'De Telegraaf' nam in 1921 uit de 'London Evening News' een strip over, waarin een jongen, Jopie Slim, en een varken, Dikkie Bigmans, de hoofdrol speelden. De strip werd een ongekend succes. Andere kranten volgen.

Het Dubbeltje, Geïllustreerd Weekblad voor de Jeugd en het Huisgezin was het eerste Nederlandse stripblad en verscheen in 1922. Naast geïllustreerde verhalen stonden er ook veel strips in het tijdschrift.

De oorlogsperiode in de jaren veertig beïnvloedde op verschillende manieren de ontwikkeling van de Nederlandse strips. De invoer van Amerikaanse en Engelse strips stopt, de drukpers komt vrijwel geheel in dienst te staan van propagandadoeleinden en de censuur wordt verscherpt.

De papierschaarste na de oorlog noopte tot inventiviteit. De beeldroman vond het licht: een boekje met een minimum aan papier, zo groot als een pakje sigaretten.

Voor de oorlog is de strip een geaccepteerd verschijnsel. In 1948 besluit de overheid ineens dat bepaalde beeldlectuur schadelijk wordt geacht voor de tere kinderziel. Op scholen worden daarom bepaalde strips verboden.

Toen de beeldromans in de jaren vijftig aan populariteit verloren, en er bovendien geen sprake meer was van papierschaarste, ontstonden de eerste comic-strips: tijdschriftjes met zwart-witstrips. De Bommelstrip, Erik de Noorman en Kapitein Rob vonden opgang. De echte kinderstrip werd in Nederland in 1952 geïntroduceerd: De Donald Duck. Het blaadje was van het begin af aan erg populair.

In de jaren zestig en zeventig groeit de waardering voor de strip. De pop-art, een nieuwe richting in de beeldende kunst, van oorsprong afkomstig uit Amerika, vestigt de aandacht op de grafische mogelijkheden van het uit het stripverhaal gelichte beeld. Het werk van Roy Lichtenstein en Rauschenberg maakt dat men onvermoede kwaliteiten ontdekt in het beeldverhaal.
Renate Ammerlaan bron: geschiedenis.vpro.nl

Websites: Nederlandse stripgeschieden lambiek.net, www.cultkanaal.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 824.