kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Theun de Vries

Theunis Uilke de Vries wordt geboren in 1907 in het Friese Veenwouden, het decor van de verhalen over zijn alter ego Wilt Tjaarda die in 1982 worden gebundeld.

Schrijver van een reeks historische en sociale romans (w.o. Rembrandt, Stiefmoeder aarde, Sla de wolven, herder!, De vuurdoop, Anna Casparii, Het meisje met het rode haar, Het motet voor d kardinaal, Februari, Moergrobben, Het wolfsgetij),
novellen (w.o. De tegels van de haard, Eros in hinderlaag, De laars, Noorderzon, Doodskoppen en kaalkoppen),
alsmede van essays (o.a. over M. Nijhof),
biografieen (w.o. R.J. Schimmelpenninck, republikein zonder republiek) en de Friese poëziebundel Stins en krite.

Toen zijn vader zuivelhandelaar werd verhuisde het gezin in 1920 naar Apeldoorn, waar Theun het gymnasium bezocht. Deze opleiding maakte De Vries niet af.

Uit deze periode dateren zijn vroegst bekende (journalistieke) pennenvruchten, gepubliceerd in Jong Nederland in de jaren 1921-'22.

Na vier jaar opleiding verlaat hij het gymnasium vroegtijdig en volgt een bibliotheekopleiding in Hilversum en Utrecht. Theun de Vries was korte tijd assistent van de Openbare Leeszaal in Hilversum en kwam hier in 1928 wonen. Zijn Hilversumse en Gooise ervaringen heeft hij beschreven in ‘Meesters en vrienden'(1962).

In de jaren dertig werkte hij enige tijd in de Openbare Leeszaal in Sneek, maar keerde weer terug naar de journalistiek.

'Na een kortstondige socialistische geestdrift in mijn jongelingsjaren vond ik vrij vroeg de weg naar de toonaangevende literatuur: vriendschap verbond mij in 't bijzonder met Bloem, Marsman en Dirk Coster. Afkomstig uit doperse kring en van mijn geloof afgevallen, zocht ik naar een nieuwe levensleer, schreef gedichten en maakte enige naam met de roman Rembrandt (1931). De crisisjaren zouden mij voorwaarts stuwen naar een communistische wereldbeschouwing.'

De eerste literaire werken van Theun de Vries waren dichtbundels. Sinds zijn prozadebuut op achttienjarige leeftijd met Friesche sagen (1925), twee jaar later gevolgd door zijn poëziedebuut Terugkeer (1927), publiceerde de inmiddels vijfennegentigjarige De Vries ruim 150 romans, verhalen, (Friese) poëziebundels, essays, studies, reisreportages, biografieën, toneelstukken en hoorspelen, en schreef hij meer dan 1000 bijdragen voor kranten en (literaire) tijdschriften.

De Vries ontvangt de Dom-prijs voor zijn poëziebundel Westersche nachten (1930) en in 1931 verschijnt Rembrandt, dat bekroond wordt met de Mei-prijs. 'Rembrandt' was zijn eerste grote roman. Opvallend in dit werk is de grote kennis van de auteur over het leven in de zeventiende eeuw.

Rembrandt is het eerste boek van de Vries dat het leven van een kunstenaar als thema heeft. Er zullen nog vele kunstenaarsromans volgen, waaronder Het motet voor de kardinaal (1960) over Josquin de Prés, Ziet, een mens! (1963) over Vincent van Gogh, De vrouweneter (1976) over Guy de Maupassant, Baron (1987) over Moliere en het recentelijk verschenen De wilde vrouwen van Pella (1999) over Euripides.

Mede onder invloed van de opkomst van het nazisme in Duitsland wordt De Vries in 1936 lid van de communistische partij CPN. Hij schreef een aantal streekromans, waarin hij aandacht schonk aan de sociale omstandigheden in de provincie. In datzelfde jaar verschijnt zijn eerste sociaal-realistische roman, Stiefmoeder aarde, later gevolgd door, onder andere, de trilogie 1848 (1948-1954).

Sinds 1937 gevestigd te Amsterdam, waar hij nog steeds woonachtig is, en wordt redacteur van het partijblad De Tribune, later Het Volksdagblad.

'Het rad der fortuin' (1938)

In de oorlog was De Vries in het verzet actief en redacteur van de illegale 'Vrije Katheder'.

Hij werd opgepakt en opgesloten in het concentratiekamp bij Amersfoort, waaruit hij door mensen uit de illegaliteit werd bevrijd.

'De vrijheid gaat in 't rood gekleed' (1945)

Een aantal belangrijke boeken van De Vries zijn gesitueerd in de oorlog, waaronder de clandestien verschenen novelle WA-man (1944), in 1945 bekroond met de Staatsprijs voor Verzetsliteratuur, Het meisje met het rode haar (1956) en Februari (1962).

Van 1949 tot 1968 is De Vries hoofdbestuurslid van de CPN en voorzitter van de Vereniging Nederland-USSR. In die hoedanigheid brengt hij verschillende bezoeken aan onder andere de USSR en de DDR, waar hij schrijvers als Anna Seghers, Henrich Böll en Bertolt Brecht ontmoet. Na de inval in Hongarije in 1956 kon hij zich niet meer verenigen met de Russische politiek, maar verbrak pas in 1971 de band met de communistische partij, zonder zijn communistische idealen te verliezen.

In 1956 verscheen 'Het meisje met het rode haar', dat door Ben Verbong in 1981 werd verfilmd. Deze roman gaat over de verzetsstrijdster Hannie Schaft.

'Het motet voor de kardinaal' (1960)

P.C. Hooftprijs 1962.

'Ziet de mens' (1963)

1966 Het zwaard, de zee en het valse hart

'Het zondagsbed' (1975)
'De vrouweneter' (1976)
'De dood kwam met muziek' (1979)

Erkenning voor zijn wetenschappelijke verdiensten op het gebied van de geschiedbeoefening, met boeken als Oldenbarneveldt (1937), Rutger Jan Schimmelpenninck en Spinoza als staatkundig denker, krijgt hij in 1979 door een eredoctoraat van de Rijksuniversiteit Groningen. Drie jaar later verschijnt zijn meest omvangrijke historische werk, Ketters (1982).

Theun de Vries kreeg verscheidene literaire prijzen, laatstelijk de Staatsprijs voor letterkunde

Bij Triona Pers verschenen in de zomer van het jaar 2000 twee boekjes van Theun de Vries in kleine oplage: Gastvrijheid en Het geheim van Jeroen Bosch.

Van zijn boeken bestaan vertalingen in 16 Europese talen. Theun de Vries was ook actief als toneel- en hoorspelschrijver en schreef biografieën en essays.

Zie ook De Groene 5-5-2001: De generatie van Theun de Vries en Vanuit gevoelens van bitterheid en vervolging kan men moeilijk goed schrijven.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 421.