kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Tom Lanoye

Belgisch-Vlaamse schrijver, geboren op 27 augustus 1958 in Sint Niklaas.

Debuut: Rozengeur en Maneschijn (1983, essays)
Genres: Poëzie, roman, kort verhaal, toneel, essay.

Biografie
Tom Lanoye is geboren als jongste zoon uit een slagersgeslacht. Eind jaren zeventig vertrekt hij naar Gent, om daar Germaanse filologie (taal‑ en letterkunde) en sociologie te studeren. Lanoye studeert af met een scriptie over de poëzie van Hans Warren.

Zijn eerste officiële publicatie is het gedicht 'Aanhoudende Vorst' in Beste Gedichten ‑ Prijs voor poëzie 1979, een uitgave van de Vlaamse club voor Kunsten, Wetenschappen en Letteren. Vervolgens publiceert hij verschillende dichtbundels in eigen beheer. De eerste daarvan is Maar Nog Zo Goed Als Nieuw in 1980. In de jaren daarna volgen de bundels Neon! Een elegisch rockgedicht, Van oor tot oor en Gent Wevelgem.

Naast deze dichtbundels, profileert hij zich in die tijd als podiumdichter. Zo treedt hij op met James Bordello (= Peter Roose), als 'De Twee Laatste Grote Poëtische Beloften Van Net Voor De Derde Wereldoorlog'.

In 1982 is Lanoye uitgever en redacteur van het blad 't Zwarte Gat, waar slechts vier nummers van verschenen. Hij publiceert er zijn eerste belangrijke polemiek, over Marnix Gijsen. Ook voert hij in die tijd literaire polemieken in Properia Cures (over Jeroen Brouwers) en De Zwijger (over Hugo Claus).

In 1983 verschijnt zijn laatste uitgave in eigen beheer, met de toepasselijke titel De nagelaten gedichten. In dat zelfde jaar ontvangt hij van Propria Cures de P.C. Onthooftprijs voor het artikel 'een prachtige tulband', over Gandhi.

Het fenomeen Tom Lanoye is inmiddels behoorlijk bekend geworden in de Nederlandse letteren en hij besluit om per 1 april 1983 de sprong te wagen van uitkeringstrekker naar zelfstandig ondernemer. Dat jaar verschijnt bij uitgeverij Kritak eindelijk zijn officiële debuut, een verzameling kritieken onder de titel Rozegeur en Maneschijn.

Ook trekt Lanoye de aandacht door samen met Kamagurka in Humo drie afleveringen van 'De Reactivisd ‑ een parasitaire bijlage bij het meestbetalende blad' te publiceren, met Cowboy Henk als hoofdredacteur. Een jaar later verschijnt bij uitgeverij Bert Bakker de dichtbundel In de Piste en bij Kritak de bundel Bagger.

De meeste publiciteit gaat dat jaar echter naar een televisierel. Lanoye heeft samen met Bert Verhoye de cabaretvoorstelling Café Paniek geschreven. De BRT wil hier iets van uitzenden, maar weigert de door het cabaret aangeboden persiflage van het pausbezoek aan België. Wanneer de BRT daarom maar het nummer ''t is Karel Dillen' uitzendt ‑ een persiflage op het Michael Jackson‑nummer Thriller over Vlaams Blok‑voorzitter Karel Dillen ‑ stromen de boze brieven alsnog binnen bij de omroep.

Na de reeks dichtbundels, kritieken, cabaret en polemieken, wordt het hoog tijd voor een prozadebuut. Dat wordt de verhalenbundel Een slagerszoon met een brilletje (Bert Bakker, 1985). Deze bundel, die opent met het autobiografische (en surrealistische) titelverhaal en verder ondermeer het fascinerende verhaal bevat over 'de man die alle boeken ter wereld had gelezen', groeit uit tot een bestseller en ontvangt lyrische kritieken.

Ondertussen trekt Lanoye langs de theaters van de lage landen, met een even succesvolle theatershow onder dezelfde titel. Ook publiceert hij, samen met ondermeer Herman Brusselmans en Stefan Hertmans, een verhaal in de bloemlezing Mooie Jonge Goden (1986).

In 1987 verhuist Tom Lanoye van Gent naar Antwerpen, het grote bolwerk van het door hem altijd zo bestreden Vlaams Blok. Een jaar later verschijnt zijn romandebuut Alles Moet Weg over een rechtenstudent die zijn leven als rijkeluiszoon en student wil ontvluchten en een bestaan als 'venter' (huis aan huis verkoper) probeert op te bouwen. In diezelfde tijd leidt een tv‑optreden van Lanoye tot kamervragen in het Vlaams parlement, door het Vlaams Blok.

In maart 1989 gaat het toneelstuk De Canadese Muur in première, het resultaat van de samenwerking tussen twee 'jonge goden van de Vlaamse literatuur', Lanoye en Brusselmans.

Het theater loopt als een rode draad door de loopbaan van Lanoye. Ook zijn gedichten en romans lijken in eerste instantie voor het podium te zijn geschreven. Zo bouwt hij eveneens rond zijn tweede roman, Kartonnen Dozen (1991), een theatershow.

In 1992 begaat Lanoye een opvallende stap voor een schrijver, hij sticht zijn eigen naamloze vennootschap, L.A.N.O.Y.E. N.V.

Op 27 april 1994 maakt Lanoye in Zuid-Afrika de eerste vrije verkiezingen mee. In de herfst van dat zelfde jaar, behaalt het Vlaams Blok bij de gemeenteraadsverkiezingen in zijn eigen Antwerpen, een verpletterende overwinning. Een verslag van deze beide verkiezingen, is in de vorm van columns te lezen in de bundel Maten en Gewichten.

In 1996 tekent Tom Lanoye met Renee Los het eerste samenlevingscontract voor een homo‑koppel in Antwerpen. Later dat jaar gaat de verfilming van Alles Moet Weg in première, onder regie van Jan Verheyen. Een jaar later lanceert Lanoye zijn voorlopig meest opzienbarende theaterstuk, Ten Oorlog. Dit is een moderne bewerking, in opdracht van de Blauwe Maandag Compagnie, van Shakespeares War Of The Roses. Later zal hiervan een Duitse versie volgen, die in Oostenrijk in eerste instantie verboden wordt voor minderjarigen.

Ondertussen begint hij aan een romantriologie over 'het verval van België', waarvan het eerste deel de titel Het goddelijke monster droeg. In interviews verklaarde hij: 'Ik schat dat België nog tien jaar bestaat, en dat is nog lang'.

Tegelijk spoort hij Vlamingen aan om meer belangstelling te krijgen voor de Waalse cultuur. 'Het is zo tekenend, zo klein en zó belachelijk dat de deelstaat Vlaanderen culturele akkoorden heeft met de rest van de wereld, maar niet met Wallonië. Zo diep verankerd zit de haat van de Vlamingen. Het is alleen maar een op zijn kop gezet minderwaardigheidscomplex. Geen slechtere meesters dan vrijgelaten slaven.'

Tegelijk pareert hij de vaak in Nederland geuite kritiek op maatschappelijk geëngageerde Vlaamse literatuur, alsof schrijvers als Lanoye, maar ook Louis Paul Boon, in hun literatuur uit effectbejag vaak te ver zouden gaan met hun fantasie. 'In Nederland wordt mij een burleske fantasie verweten. Dat verwart me. Mijn fantasie schiet juist tekort bij de Belgische realiteit', aldus Lanoye.

Het tweede deel van de trilogie, Zwarte Tranen (1999), zorgt voor een verbluffend bewijs van de realiteitswaarde van Lanoye's werk. In deze roman, over de familie Deschryver, komen twee broers voor die respectievelijk bankier (en politicus) en eigenaar van een tapijttoko zijn. Zij zeulen de hele roman door met pakken zwart geld. Twee dagen voor het verschijnen van deze roman, werd er uitgerekend in Lanoye's geboorteplaats Sint Niklaas een echtpaar opgepakt uit een machtige Vlaamse familie die mede model had gestaan voor 'de familie Deschryver'. Het bleek op dat moment met vuilniszakken vol zwart geld over straat te lopen, van hun textielfabriek naar de lokale bank.

In dezelfde roman haalt Lanoye ook uit richting de Witte Marsen. Deze schildert hij af als een gezellig massagebeuren voor de hele familie, in de plaats van een massaprotest tegen alle politieke misstanden in België. Uiteindelijk loopt in het boek ongeveer de hele familie Deschryver - spin in het web van corrupte politici en zakenlieden - tussen de massa's van de witte marsen rond.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 in Antwerpen, treedt Lanoye op als lijstduwer bij de Vlaamse groene partij Agalev (Anders Gaan Leven), om de strijd tegen het Vlaams Blok kracht bij te zetten. Hoewel Lanoye zelf veel voorkeurstemmen krijgt (maar zoals aangekondigd zijn mandaat als gemeenteraadslid niet op zich neemt), heeft dit weinig effect op het schrikbarende succes van het Vlaams Blok. Zij behaalden maar liefst 33 procent(!) van de stemmen in Antwerpen.

Wie bekend is met het oeuvre van Lanoye, begrijpt dat veel van zijn nevenactiviteiten, met name in de politiek en het theater, direct uit zijn werk ontstaan. Het zijn de logische consequenties van de boeken die hij schrijft. En dan maakt het hem niet uit of die consequenties nou horen bij een literair schrijver of niet. Zijn teksten vragen om een podium en een publiek. Iemand die anderen oproept om in actie te komen tegen misstanden, kan moeilijk zichzelf dag‑in‑dag‑uit opsluiten in zijn schrijfkamer.

Lanoye werkt verder aan het project Niemands Land. Voor dit project schrijft hij gedichten vanuit het gezichtspunt van een Vlaamse soldaat in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Over deze oorlog bestaan in de Engelse literatuur veel ooggetuigeverslagen, van de zogenaamde War Poets. Opvallend genoeg ontbreken deze verhalen, buiten enkele werken van Paul van Ostaijen, in de Vlaamse literatuur. Terwijl juist in dat land de loopgraven lagen. Lanoye heeft daar een simpele verklaring voor: 'Het merendeel van de mensen die toen Nederlands spraken aan het front, was ongeletterd.' Mede door vertalingen van de War Poets te bewerken, hoopt Lanoye nu dat gat in de Vlaamse literatuur geschiedenis te dichten.

2002 - Boze tongen heet de nieuwste roman van Tom Lanoye. Het is een grootse finale van een familie-epos dat alles zegt over de Vlaming, de Belg, de Grote en de Kleine mens. Het einde van een meesterlijke Monstertrilogie.

In 2005 eindigde hij op nr. 84 in de Vlaamse versie van De Grootste Belg.

2006 - De Gouden Ganzenveer

In 2007 werd hij genomineerd voor de Libris Literatuurprijs voor zijn roman het derde huwelijk.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1672.