kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Vaclav Havel

Tsjechisch schrijver en activist voor mensenrechten.

Havel (Praag, 5.10.1936) is niet alleen bekend als staatsman - hij was de laatste president van Tsjechoslowakije en de eerste van Tsjechië - maar ook als vroegere dissident én als schrijver van toneelstukken.

Havel is afkomstig uit een bekende Praagse ondernemersfamilie met grote belangstelling voor de politieke en culturele gebeurtenissen. Zijn grootvader Václav Havel bouwde het paleis Lucerna, vader Václav Havel de villawijk Barrandov.

Na de machtsovername door de communisten in 1948 volgde Vaclav Havel avondstudies om zijn middelbare opleiding af te maken. Hij volgde een cursus voor chemisch laborant.

In de jaren 1951-1955 werkte Václav Havel als chemisch laborant, daarna begon hij te studeren bij de Economische Faculteit van de Tsjechische Technische Hogeschool, maar maakte deze studie niet af. Wegens zijn burgerlijke (reactionaire) afkomst werd het studeren hem bemoeilijkt. Hij nam vele baantjes aan en schreef onderwijl toneelstukken waarin hij de onrechtvaardigheid en absurditeit van het communistisch systeem aan de kaak stelde.

Havel debuteerde in 1955 als criticus in het tijdschrift Kvìten (Mei). Verder publiceerde hij in de tijdschriften Divadlo (Theater), Divadelní noviny (Theaternieuws), Host do domu (De Thuisgast), Tváø (Het Gezicht), Sešity pro mladou literaturu (Schriften voor de jonge literatuur), Literární noviny (De Literaire Krant), Literární listy (Literaire Bladen), e.a.

Zijn eerste korte verhalen, gedichten en essays verschenen in 1960.

Na zijn militaire dienst (1957-1959) werkte hij van 1960 tot 1968, eerst als toneeltechnicus, later als regie-assistent en dramaturg aan het theater Divadlo Na zábradlí (Theater Op de Balustrade). Samen met Ivan Vyskoèil werkte hij in in het theater Divadlo Na zábradlí mee aan het stuk Autostop en aan de voorstelling Nejlepší rocky paní Hermanové (De beste rock van mevrouw Herman).

In 1964 brak Havel door met zijn drama Zahradní slavnost (Het tuinfeest).
Het centrale thema van het stuk dat de toon zette voor de Tsjechische vorm van de absurde komedie en tegelijkertijd een voorafschaduwing was van het latere werk van de auteur, is de relatie mens-systeem en menselijke identiteit. De jonge held bereikt dankzij zijn koortsachtige aanpassingsvermogen succes in een systeem, waarin de menselijke eenheid een verwisselbaar deeltje is, maar betaalt voor dit succes met zijn ontmenselijking, met verlies van zijn identiteit. Het stuk is taalkundig doordacht, en maakt gebruik van frasen, spreekwoorden en slogans

Waar Het tuinfeest zich richt op de destructie van pseudofilosofie en vooral tot uiting komt op het niveau van de taal, is het volgende theaterstuk Vyrozumìní (De kennisgeving)(1965) gebaseerd op demonstratie van pseudoactiviteit. De machtsstrijd in een niet nader gespecificeerd overheidsbureau verloopt in een opmerkelijke gesloten cirkel: de ambtelijke kunsttaal ptydepe wordt vervangen door een nieuwe en net zo onbegrijpelijke taal, terwijl er aan het wezen van de absurde institutie niets verandert. Zowel Het tuinfeest als De kennisgeving hebben het karakter van een abstract model dat echter over bijzonder concrete mechanismen van het totalitaire systeem spreekt.

1966. Protokoly. Praag: Mladá fronta. 218p

In 1966 sloot hij zijn studie dramaturgie bij de Open Universiteit voor Musische Kunsten af. Vanaf dit jaar tot 1989 was hij freelancer, behalve in 1974, toen hij als arbeider werkte in de bierbrouwerij van Trutnov.

Hij was lid van de redactieraad van het maandblad Tváø (Het Gezicht), voorzitter van het Actief van Jonge Schrijvers van de Tsjechoslowaakse Schrijversbond, en in 1968 voorzitter van de Kring van Onafhankelijke Schrijvers.

Ztížená možnost soustøedìní. Praag: Orbis. 77p
Het stuk Ztížená možnost soustøedìní (Beperkte concentratiemogelijkheid) accentueert het existentiële aspect: een mens die een poging doet om een “totaal” menszijn te bereiken en door de loutere vermenigvuldiging van ervaringen en genietingen uitkomt bij een gestereotypeerd, onauthentiek leven. Het centrale thema in deze stukken is de menselijke identiteit en de onthulling van de samenhang tussen degeneratie van de taal, communicatiestoornissen en de crisis van intermenselijke betrekkingen. De theaterstukken wijzen op algemeen geldende maatschappelijke mechanismen.

Praagse Lente
Eind 1968 werd Vaclav Havel, die een actief pleitbezorger van de liberaliseringpolitiek van de Praagse Lente was, een publicatie- en opvoeringverbod opgelegd. In West-Europa werden zijn toneelstukken echter regelmatig opgevoerd. Oostenrijk onderscheidde Vaclav Havel in 1969 met de staatsprijs voor Europese Literatuur.

Na de Russische inval in augustus 1968 trachtte Havel op de nieuwe politieke situatie te reageren met zijn politieke klucht Spiklenci (De samenzweerders) en met zijn persoonlijke adaptatie van de Beggar’s Opera van John Gay.

Tussen 1970 en 1989 zat hij drie maal gevangen en bracht hij in totaal vijf jaar in gevangenschap door.

In de tweede helft van de jaren ’70 vond Havel nieuwe inspiratie in de persoonlijke en politieke situatie van de dissidenten. Via de figuur Ferdinand Vanìk, de held van de succesvolle éénakters Audience (Audiëntie), Vernisហ(Vernissage) en Protest confronteerde hij een nonconformistische maatschappelijke houding met het gedrag van degenen die zich aanpasten aan de omstandigheden van de zgn. “normalisatie”.
Naast deze grotesk-realistische levensbeelden is het stuk Horský hotel (Het berghotel) de climax van Havels dramatische geëxperimenteer: in dit stuk is het thema van het verval van de menselijke identiteit doorgedreven in een opheffing van de causaal-chronologische loop van het verhaal, waarbij de grenzen van de karakters worden doorbroken en dialogen en communicatie uiteenvallen.

In 1975 stichtte hij de samizdateditie Expedice (Expeditie).

Havel was een van de oprichters en een van de eerste drie woordvoerders van Charta 77.
In het jaar 1977 werd hij in onderzoekshechtenis genomen en voorwaardelijk veroordeeld tot veertien maanden gevangenisstraf wegens het toebrengen van schade aan de naam van de republiek in het buitenland.
In 1978 was hij medeoprichter van VONS (Vereniging ter verdediging van ten onrechte vervolgden). Een jaar later werd hij veroordeeld tot vier en een half jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens poging tot omverwerping van de republiek (onderzoekshechtenis in Ruzynì, gevangenisstraf in Heømanice en Plzeò-Bory). In 1983 werd hij om gezondheidsredenen vervroegd in vrijheid gesteld.

In de jaren ’70 en ’80 publiceerde hij in de samizdatperiodieken Revolver revue, Obsah (Inhoud, in 1983 gaf hij hier het stuk Chyba¸ De Fout, uit) en in buitenlandse en exiltijdschriften: Listy (Bladen, Rome), Svìdectví (Getuigenis, Parijs; in 1983 het stuk Chyba), Èeské slovo (München), Obrys (Contour, München), Studie (Studies, Rome) e.a.
In de periode 1986-1989 was hij lid van de redactieraad van het samizdattijdschrift O divadle (Theater), in 1987-1989 een van de initiators en redactieleden van de samizdatuitgave van Lidové noviny (De Volkskrant).
De tweede pool van Havels literaire activiteit werd vooral gevormd door zijn essayistiek en publicistiek. Havel richt zich thematisch op vraagstukken die het theater betreffen (de regisseurs activiteit van A. Radok, de tijdschriftstudie Anatomie gagu, Anatomie van de gag, commentaren op eigen stukken), de literatuur (voorwoorden, nawoorden, herinneringen en necrologen), cultuur en politiek (essays en overpeinzingen O dialektické metafyzice, Over de dialectische metafysica, Dopis Gustávu Husákovi, Brief aan Gustav Husák, Moc bezmocných, De macht van de machtelozen, Politika a svìdomí, Poging om in de waarheid te leven, Anatomie jedné zdrženlivosti, Anatomie van een terughoudendheid, O smyslu Charty 77, Over de zin van Charta ’77, Pøíbìh a totalita, Verhaal en totalitarisme).
In zijn Dopisy Olze (Brieven aan Olga) die hij aan zijn echtgenote stuurde tijdens zijn gevangenschap in de politiecel en in de gevangenissen van Heømanice en in Plzeò-Bory van juni 1979 tot september 1982, kruist Havel autobiografie met overpeinzingen (psychologische analyses en filosofische overwegingen).
Zijn publicistiek uit de jaren 1969-1989 werd verzameld in de boeken O lidskou identitu (Over de menselijke identiteit) en Do rùzných stran (Naar alle windstreken). Daar kwam nog zijn uitgebreide essay Letní pøemítání (Zomeroverpeinzingen) bij, waarin Havel nadacht over de politieke ontwikkeling na de revolutie van november 1989 en zijn eigen rol daarin. Dálkový výslech (Verhoor op afstand) geeft in de vorm van een gesprek met Karel Hvížïala een overzichtelijk beeld van Havels leven, werk en meningen.

In 1984 trouwde Vaclav Havel met Olga Splichalova, de vrouw die een onmisbare steun werd in zijn strijd voor de democratie. Uit deze periode dateren de filosofisch getinte "Dopisy Olze" (Brieven aan Olga).

Een drietal avondvullende theaterstukken eind jaren ’90 vormen de tweede climax van Havels dramatische werk.
De dissidentenheld van het stuk Largo desolato 1990 heeft het moeilijk met de opdracht die de omringende wereld hem heeft toegedacht. De analyse van de situatie is zowel inwendig aangescherpt (met betrekking tot existentiële dilemma’s van de held) als ook naar buiten toe (jegens de nietsontziende manipulators en de sympathisanten, waarbij de eisen van beide groepen jegens elkaar alleen slecht gemaskeerd alibisme zijn).
Het ingewikkeld gecomponeerde stuk Pokoušení (De verzoeking) is een moderne omzetting van de mythe van Faust met een nadruk op het ethische moment van het contract met het kwaad. Het doel van dit morele stuk is duidelijk: je kunt niet op twee paarden wedden, niet iedereen dienen en tegelijk bedriegen. Door zijn getactiseer vernietigt de mens zijn eigen integriteit.
Het drama Asanace (De zuivering) verwerkt het thema van De kennisgeving in een regelrechte politieke allegorie, die op een verkorte en verkleinde schaal de peripetie van de maatschappelijke ontwikkeling van na augustus 1968 laat zien met de valse en vergeefse pogingen van een zuivering, d.w.z. hervorming.

In 1988 werd hij lid van het Tsjechoslowaakse Helsinki-Comité en trad op het folkfestival in Lipnice nad Sázavou voor het eerst in negentienjaar in het openbaar op.
In januari 1989 werd hij gearresteerd op het Wencelausplein te Praag bij een poging om bij het beeld van Wenceslaus bloemen neer te leggen ter ere van de student Jan Palach. Hij werd tot negen maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld, maar in mei weer vrijgelaten.
In juni zette hij de petitie Nìkolik vìt (Enkele zinnen) op die hij ook organiseerde.
Op 19 november 1989 was hij de initiator en medeauteur van de beginselverklaring van het Obèanské fórum (Burgerforum) en werd hij de leidende persoonlijkheid van deze beweging die ijverde voor vreedzame hervorming in Tsjecho-Slowakije.
Op 29 december 1989 en nogmaals op 5 juli 1990 werd hij gekozen tot president van de ÈSSR (ÈSFR). Hij trad af op 20 juli 1992 na zijn mislukte poging om de gemeenschappelijke Tsjechoslowaakse staat te handhaven. Van 6 februari 1993 tot 2 februari 2003 was Havel president van de Tsjechische Republiek.

Václav Havel ontving voor zijn literair werk en voor zijn activiteiten als voorvechter voor de mensenrechten diverse prestigieuze internationale prijzen waar onder in 1982 een eredoctoraat van de universiteit van Toulouse, de Erasmusprijs (1986), de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel, de Olaf Palmeprijs (1989), de Simon Bolivarprijs (1990), de Karel de Groteprijs (1991), de Theodor Heussprijs (1993), de Nederlandse Geuzenpenning (1995) en de Vredesprijs van Westfalen (Münster, 6 juni 1998).

1990. Žebrácká opera. Praag: Dilia. 85p
1992. Hry. Praag: Lidové noviny. 511p
1996. Eduard. Praag: Akademie múzických umìní. 81p
1999. Básnì. Antikódy. Praag: Torst. 413p
1999. Hry. Praag: Torst. 1043p
2001. Prase, aneb Vaclav Havel´s hunt for pig. Praag: Gallery. 16p

Van 1989 tot 2003 was hij de president van Tsjechië.

Werken: Havel is de auteur van het hoorspel Andìl strážný (De Engelbewaarder, 1968) en het televisestuk Motýl na anténì (Een vlinder op een antenne, 1968). De Tsjechoslowaakse Televisie toonde ook een complete versie van zijn theaterwerk Zítra to spustíme (Morgen aan de slag, 1992, V. Polesný), verder het werk Vernisហ(Vernissage, 1990, I. Rajmont). Het theaterstuk Audience (Audiëntie) ging rond op een cassettekopie; later werd het ook als grammofoonplaat uitgegeven (1e druk Zweden, ed. Šafrán; 2e druk 1990 onder de regie van L. Pistorius, gespeeld door Václav Havel en P. Landovský). Op basis van de Žebrácká opery (De bedelaarsopera) draaide J. Menzel in 1990 een gelijknamige film. Op basis van de stoelen Život pøed sebou (Het leven ligt nog voor jou) ontstond in het theater, de kelderklucht Mlýny (Molens, 1990, scenario D. Vávra, J. Slovák en J. F. Burda; tv enscenering 1994, scenario Trojan).

Websites & bronnen: www.ned.univie.ac.at , www.amnesty.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 131.