kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 30 11 2016 14:41 voor het laatst bewerkt.

Walter Benjamin

Walter benjamin (1892-1940)

Duits-Joodse cultuurfilosoof, criticus, historicus, journalist, vertaler.

Het inspirerende werk van Benjamin speelt rond de huidige eeuwwisseling een belangrijke rol in de overgang van modernisme naar postmodernisme in disciplines als literatuurkritiek, filosofie, theologie, geschiedenis en kunstgeschiedenis.

Benjamin wordt meestal in een adem genoemd met vertegenwoordigers van de Frankfurter Schule als Adorno en Horkheimer, maar deelde niet hun historisch materialisme.

De filosofie van walter benjamin is in veel opzichten als anti-modern te karakteriseren. Benjamin heeft geen vertrouwen in het 'Projekt van de Verlichting' (Habermas), de ontwikkeling van de natuurwetenschappen, de toendertijd bestaande politieke instituties en de burgerlijke cultuur. Debet aan Benjamins wantrouwen zijn vooral de economische en politieke crises in de republiek van Weimar en het opkomend Nationaalsocialisme. Benjamin komt tot het inzicht dat vooruitgang en regressie veelal met elkaar verstrengeld zijn en dat eenduidigheid ver te zoeken is. Onze wereld wordt door extreme tegenstellingen, die slechts schijnbaar van elkaar gescheiden zijn, beheerst.

Benjamin denkt in tegenstellingen. Hij stelt de contrasten centraal die hij in het alledaagse leven bespeurt en onderwerpt ze aan een analyse. Daarom komen vele en ogenschijnlijk niet met elkaar samenhangende themata aan de orde. Hij blijft echter steeds trouw aan de oorspronkelijke taak van de wijsgeer: de mensen prikkelen opdat zij zich zouden verbazen over de vanzelfsprekendheden van hun tijd.

levensloop
Walter Benedix Schönflies Benjamin werd geboren op 15 juli 1892 in Berlijn. Daar groeide hij op in een welvarend joods gezin, volgde het gymnasium en studeerde vervolgens op meerdere plaatsen filosofie, namelijk in Freiburg, Berlijn en Bern. Hij promoveerde in Bern met een veelgeprezen werk over kunstkritiek in de Duitse Romantiek. In dat stuk zijn elementen van symbolisme terug te vinden.

Daarna probeerde hij in Frankfurt am Main aan zijn universitaire carrière te beginnen, maar dit mislukte, hoewel hij wel bevriend was met andere joodse denkers, zoals de socioloog Theodor W. Adorno, met wie hij discussieerde over filosofische kwesties.

Omdat hij enkel idealen aanhing, verloor hij enigszins zichzelf en de werkelijkheid om hem heen. Dit zorgde voor zware depressies. In 1924 ontmoette hij zijn vriendin Asja Lacis, een overtuigd communiste, met wie hij voortdurend ‘ruzie' had (Scholem, 1984) die ervoor zorgde dat Benjamin naast symbolistische, ook Marxistische idealen ging aanhangen.

Vanaf 1925 tot 1933 maakte hij reizen door Europa, hoewel hij steeds terugkeerde in Berlijn, dat hij heel goed kende (Adorno, 1974) en had daarbij vooral interesse voor de steden, die hij beschreef in verhalen en dagboeken, vanuit de objecten, die hij zag (Anoniem, 1999). Deze verhalen zijn pas later in boekvorm verschenen, hoewel Benjamin af en toe zelf ook boeken publiceerde, zoals Einbahnstraβe uit 1928, dat slechts voor een deel over steden ging.

Städtebilder (Stadsgezichten)
Impressies van bezoeken aan diverse Europese steden in de jaren 1925-'30.
Als je leert lopen, doe je dat fris, zonder eerdere ervaring. Zo wil Walter Benjamin de steden die hij bezoekt, bekijken. Tussen 1925 en 1930 beschrijft hij bezoeken aan Napels, Moskou, Weimar, Parijs, Marseille en San Gimignano. Het is wonderlijk om te merken hoe beeldend deze schetsen zijn. Napels, rotsachtig, grijs, waar de armoede naar beneden leidt, waar niets wordt afgemaakt, met een poreuze architectuur. Met mensen met een hartstocht voor improvisatie en theater. De langste tekst gaat over Moskou, waar het oog het oneindig drukker heeft dan het oor, waar de koopwaar uit de huizen barst. Korte teksten over de Sowjet staat, het privé-leven, de mondige kinderen, de bedelaars, 'standvastig op hun plaats, terwijl overal om hen heen alles verandert'. Maar ook over de schrijvers, de muurkranten, de sterfdag van Lenin, de kerk. Alles bevat in prachtige, heel kalme beelden, trefzeker en indringend.

Moskauer Tagebuch (Dagboek uit Moskou)
Verslag van een verblijf in de jaren 1926-1927.
ISBN: 9029502037
Uitgever: De Arbeiderspers, cop. 1984
De Duitse literatuurtheoreticus en kunstfilosoof Walter Benjamin, gelieerd met de Frankfurter Schule, heeft veel over steden geschreven, met name over het Parijs van Baudelaire. In dit dagboek van zijn verblijf in Moskou (1926-1927) neemt de stad een belangrijke plaats in. Hij was in Moskou voor zijn bijdrage over Goethe in de Sovjet-encyclopedie. In het dagboek, dat overigens niet voor publikatie was bestemd, beschrijft hij de mislukking hiervan door toedoen van autoriteiten en daarnaast de al even treurig verlopende kontakten met de regisseuse-pedagoge Asja Lacis. Ook wordt duidelijk hoe moeilijk het intellektueel verkeer verliep in de tijd dat Stalin niet alleen Trotzki uitschakelde maar ook de revolutionaire Russische kunst. Het dagboek is interessant omdat het inzage geeft in de vervlochtenheid van Benjamins persoonlijke ervaringen met zijn theoretische en politieke ontwikkeling.

1928 Einbahnstraße (Eenrichtingsverkeer)
Eenrichtingstraat is een samenstel van dromen, stellingen, invallen, aforismen en herinneringen-fragmenten die te zamen het grondplan vormen voor de filosofie van walter benjamin. Wandelend door een imaginaire straat gebruikt Benjamin de teksten op gevels, wegwijzers en uithangborden om een portret te schilderen van Duitsland in de jaren twintig. De notities kunnen gelezen worden als denkbeelden waarin poëzie en maatschappijtheorie op een onorthodoxe wijze met elkaar worden versmolten. Eenrichtingstraat is een klassieke tekst uit het begin van de twintigste eeuw. Walter Benjamin schreef dit boek in de onzekere periode waarin de negentiende-eeuwse burgerlijke cultuur vervaagt zonder dat een nieuwe maatschappijvorm gestalte krijgt. Het is deze mengeling van verlies en verwachting die Benjamin onder woorden brengt.

1933 ballingschap
Walter Benjamin ontvluchtte in 1933 het nazi-regime om zich in zijn droomstad Parijs te vestigen, de stad die hij zou vereeuwigen in zijn historisch-filosofische werk Passages. Parijs, die hij beschreef als een soort ‘Hoofdstad', aan de hand waarvan hij zijn theorie goed kon uitleggen (Anoniem, 1999; Savage, 2000). Hij bewonderde die stad onder andere, omdat één van zijn lievelingsschrijvers, de symbolist Charles Baudelaire het leven in die stad beschreef in zijn gedichten

De veertiger Benjamin de denker die nooit veel talent voor de praktische kanten van het dagelijks leven heeft gehad, klampt zich tijdens zijn tamelijk geïsoleerde leven in Parijs vast aan zijn essayistische werk, terwijl hij in toenemende mate wordt geteisterd door depressies, astma en hartklachten. 'In feite strompelde Benjamin achter het leven aan, terwijl hij probeerde te verbergen dat hij zich in dat leven niet thuis voelde', schrijft Arpaia. 'Nooit ergens op zijn plaats zijn: zo was zijn hele leven geweest.'

Passagenwerk (Kleine filosofie van het flaneren)
De moderniteit was een van zijn belangrijkste onderwerpen en Parijs was daarvan het brandpunt, 'de hoofdstad van de negentiende eeuw'. De kracht van Benjamin is dat hij aan de hand van details, bijvoorbeeld de Parijse passages, de luxueuze overdekte winkelgalerijen, grotere historische bewegingen in kaart brengt. Zijn studie had moeten uitmonden in een monumentaal werk; het onvoltooid gebleven resultaat is het omvangrijke 'Passagenwerk'. In deze bundel zijn vier voorstudies gebundeld, die een onderzoeksprogramma schetsen en tegelijk al enkele fascinerende voorproefjes bieden, zoals een lectuur van de gedichten van Baudelaire waarin voor het eerst het moderne fenomeen van de grootstedelijke menigte verschijnt - voor het nieuwe collectieve wezen is de straat als het ware een interieur. Even zorgvuldig als hij in zijn lectuur van Baudelaire te werk gaat, leest Benjamin de stad zelf; elke historische speculatie is gebaseerd op onderzoek. - J.F. Vogelaar.

Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid
Das Kunstwerk im Zeitalter seiner technischen Reproduzierbarkeit : drei Studien zur Kunstsoziologie.
Drie essays, waarin de Duitse filosoof op telkens andere wijze de aanzet geeft voor een historisch-materialistische kunsttheorie.
Benjamin's drie essays werden geschreven in de jaren 1930. Zij zorgden voor een belangrijke vernieuwing in de marxistische kunsttheorie. Het eerste opstel gaat over de invloed van de uitvinding van fotografie en film op de benadering van 'unieke' kunstwerken. B. verklaart in dit kader de veranderde houding van het grote publiek ten aanzien van kunst. Het tweede essay is gewijd aan de mensen die bij de ontwikkeling van de fotografie betrokken waren: fotograferen, modellen en publiek. Acht zwart-witfoto's illustreren het betoog. In zijn derde stuk belicht B. leven en opvattingen van Eduard Fuchs, auteur van standaardwerken over de karikatuur en over erotische kunst; B.'s eigen standpunten inzake het historisch materialisme zijn in het artikel verweven.
Walter Benjamin zijn essay vertrekt van de vaststelling dat het wezen van de kunst sterk veranderd is sinds het in een tijdperk van technische reproduceerbaarheid is beland. De belangrijkste verandering is dat het kunstwerk zijn aura heeft verloren, waarmee Benjamin de echtheid, authenticiteit en het 'hier en nu' van het kunstvoorwerp bedoelt. De reproductie zorgt immers voor een absolute verwijdering van het eigenlijke kunstwerk, doordat ze het ontwortelt uit de traditie waarin het zijn oorsprong had en plaatst in een serieel, gemassificeerd bestaan. In éénzelfde beweging maakt de reproductie ook komaf met de cultuswaarde (de religieuze, politieke of sociale geladenheid van het object) door de tentoonstellingswaarde van het object te verabsoluteren. Hoewel de reproductie het kunstwerk in haar representatie dichter bij de mensen brengt (en in die zin democratisch is), is voor Benjamin het verlies te groot. De ervaring van het unieke, authentieke voorwerp - waaraan het gewicht van het verleden kleeft - kortom, de ervaring van het auratische, wordt er door kapotgemaakt.

1936 Duitse mensen (Deutsche Menschen. Eine Folge von Briefen)
Honderd jaar brieven uit het 'andere' Duitsland, verzameld en ingeleid of van commentaar voorzien door Walter Benjamin. Een selectie brieven van onder anderen Lichtenberg, Kant, Forster, Hölderlin, Grimm, Goethe, Overbeck, Pestalozzi en Seume, toont de geest en de kracht van de verlichte burgerij in de periode 1783-1883. Maar niet zonder grondtoon van verlies en verhevenheid, gelatenheid en verzet soms tegen de aankomende moderne tijd.
Het idee om deze brieven te selecteren en te publiceren ontstond midden in de hitleriaanse tijd. In het begin van de jaren dertig publiceerde Walter Benjamin, anoniem blijvend, met regelmatige tussenpozen een reeks van bijna dertig brieven in de Frankfurter Zeitung. Hij wilde hiermee de lezers de nog levende traditie van het klassieke Duitse humanisme uit de achttiende en negentiende eeuw voorhouden, in een periode, het begin van de twintigste eeuw, waarin dit door de politieke omstandigheden dreigde weg te kwijnen. In 1936 verscheen bij uitgeverij Vita Nova het boek Deutsche Menschen. Eine Folge von Briefen, buiten Duitsland, in Luzern, met op het omslag het door Benjamin voor de gelegenheid gekozen pseudoniem Detlef Holz als naam van de samensteller. Titel en pseudoniem waren gekozen om de toegang van het boek tot het land waar Hitler aan de macht was te vergemakkelijken.

Toen Duitsland ook dreigde Frankrijk binnen te vallen en de sfeer steeds antisemitischer werd, vroeg Benjamin een visum aan om naar de VS te emigreren. Ook na lang protest, kreeg hij dit niet.
In juni 1940 vielen de Duitsers ook Parijs binnen en hij vluchtte, hoewel hij „doodziek” (Anoniem, 1999) was naar Zuid-Frankrijk. Vanuit Parijs via Marseille en de Pyreneeën komt Walter Benjamin achtervolgd door de nazi's in de Spaanse grensplaats Port Bou terecht, waar hij probeerde de Spaanse grens over te trekken. Ook dit liet de Franse regering niet toe. Dan maakt hij, onder de dreiging weer teruggestuurd te worden, fysiek en mentaal gebroken, in september 1940 een eind aan zijn leven.

Benjamin Journaal
Het Benjamin Journaal verscheen in de periode 1993-1997 vijfmaal en doet verslag van actueel onderzoek naar de invloed van de Duits-Joodse cultuurfilosoof Walter Benjamin (1892-1940). Het Benjamin Journaal bevat oorspronkelijke essays van Nederlandse en buitenlandse auteurs, die Benjamins denken als uitgangspunt hebben. Afzonderlijke teksten van Benjamin zijn telkens in vertaling opgenomen, en tevens wordt er aandacht besteed aan zijn leven en aan de personen in zijn omgeving die tot zijn denkwereld behoren. Zie Walter Benjamin wordt zijn werk aangeduid met 'gothisch
marxisme'. Filosofie vergeleken met gothiek: een stijl uit de architectuur die doet
denken aan kathedralen met waterspuwers, bogen en gewelven. Meer nog houdt
gothiek verband met zaken die tot het geestelijke behoren, dat wat zich buiten het
verstand zou bevinden. Er lijkt iets niet te kloppen, want deze gothische stijl die de
filosofie van Benjamin zou bepalen wordt nog eens verbonden met het marxisme, een
denkrichting die de strijd om materie tot kern van het menselijk bestaan heeft
gemaakt. Hoe moet dit worden beoordeeld?

De paradox 'gotisch marxisme' laat precies zien welke twee houdingen in het denken
van Benjamin terugkomen. Enerzijds is er de rationalistische marxist met analyses
van kunst en cultuur die daarbij horen. Anderzijds is er in zijn essays ruimte voor iets
wat neigt tot mystiek. Benjamin kreeg immers als jood in het Berlijn rond 1900 een
religieuze opvoeding. Daarnaast stond hij levenslang in contact met theoloog
Gershom Scholem.
 
Adorno verklaarde dat in het denken van Benjamin ratio en mystiek zich voor het
laatst verzoend zouden hebben. De neiging tot metafysisch denken is een wezenlijk
bestanddeel van Benjamins filosofie. Ook in latere, marxistische essays blijft dit een
niet te verwaarlozen element. De beschouwingen over film, juist de beschouwingen
over die technische kunstvorm, verraden een fascinatie voor zaken die buiten het
bereik van de ratio lijken te liggen.

Zijn schrijfstijl is eerder aanstippen dan verklaren. Bij Benjamin zijn er nergens
gedachten die volledig uitgewerkt worden. Wat deze werkwijze bij de lezer losmaakt,
is een actieve houding omdat hij steeds het gevoel krijgt dat er iets aan de aandacht
ontsnapt. Zinnen blijven een verschijning van een verte. Dan is daar de volgende zin
die de draad weer oppakt nadat deze een tijdje is blijven liggen. Pas langzamerhand
wordt iets duidelijk.
Fragment uit de scriptie van Johannes van der Sluis Zien wat niet is vastgelegd - Over de filmtheorie van Walter Benjamin

Zie ook Walter Benjamin En zijn perceptie van steden


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 556.