kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Willem Elsschot

De Belgische schrijver Willem Elsschot, pseudoniem van Alfons Jozef de Ridder, werd geboren op 7 mei 1882 te Antwerpen en stierf op 31 mei 1960 te Antwerpen.

Hoewel Elsschot zelf vond dat hij bij geen stroming behoorde (hij zei dat hij nooit romans van anderen las om niet te worden beïnvloed) kunnen we hem toch heel goed indelen bij de groep rondom het tijdschrift Forum, dus de Nieuwe Zakelijkheid. Immers zijn woordgebruik is zakelijk, direct, zonder versieringen. Hij bezigt de gewone spreektaal.

Willem Elsschot was zoon van Christiaan de Ridder, die bakker was te Antwerpen. Zijn moeder heette Adela van Elst. Hij was de op één na jongste van negen kinderen. Vier ervan stierven jong.

Van 1894 tot 1899 bezocht hij het Koninklijk Atheneum. Op zijn zestiende werd hij echter van school gestuurd, na het uithalen van allerlei kattenkwaad. Hij wordt loopjongen bij een aantal verschillende firma's.

Willem Elsschot had al op school belangstelling voor literatuur en behoorde in 1901 tot de jongerengroep rond het anarchistische blad De Alvoorder.

Na de geboorte van een zoon in 1901 kwam er een zekere rust over hem. Omdat hij geen baan heeft kan hij dan niet trouwen met Jeanette Joséphine Scheurwegen en gaat een opleiding volgen aan de Antwerpse Handelsschool.

Willem Elsschot haalt in 1904 het diploma aan het Hoger Handelsgesticht (licentiaat handels- en consulaire wetenschappen). Hij gaat in Schiedam werken als chef-correspondent bij de Werf Gusto en in Delfshaven. Ook werkt hij een poos in Parijs (bij een uiterst dubieuze Argentijnse zakenman). Hier woonde hij in een pension. Later zou hij de belevenissen in dit pension uitwerken in zijn debuutroman 'Villa des Roses'.

In 1908 trouwt hij met Joséphine. Zij komt dan met hun zoon in Rotterdam bij hem wonen. In de jaren daarna worden nog twee zoons en drie dochters geboren. Willem Elsschot woonde van 1908 tot 1910 in Rotterdam voor hij terugkeerde naar Brussel om daar het tijdschrift 'Revue Continentale Illustrée' te beginnen dat tot de Eerste Wereldoorlog zou blijven bestaan.

In zijn Parijse en Rotterdamse periode schreef hij gedichten, die zijn vriend Ary Delen in Forum publiceerde en die later werden gebundeld als Verzen van vroeger.

Hij debuteerde in 1913 met 'Villa des Roses' waarin hij zijn belevenissen in het pension uit Parijs zou verwerken, een roman geschreven in de nasleep van het naturalisme.

In de Eerste Wereldoorlog (hij woont dan met zijn vrouw en kinderen in Antwerpen bij zijn ouders) is hij secretaris van het Provinciaal oogstbureel. Na deze oorlog richt hij zelf een reclamebureau in Antwerpen en Brussel op.

Lijmen (1924) is de eerste van de ik-romans waarin het personage Laarmans optreedt, een schuchter, in de grond nogal fatsoenlijk mens maar een zwakkeling die zich in het troosteloze bestaan schikt met een spottende glimlach en verder niets onderneemt. Laarmans antagonist is Boorman, een schoft zonder scrupules die mensen aftruggelt door op hun domheid, ijdelheid of morele zwakte in te spelen. In de loop van Lijmen wordt Laarmans als Boorman: op het einde is ook de naïeveling een perfecte zakenman zonder enige morele schroom geworden. Lijmen wordt door een 'ik' verteld aan Laarmans; hierdoor creëert Elsschot, zelf een zakenman, enige afstand tussen hemzelf en het personage Laarmans, waarover hij overigens ronduit verklaarde dat het zijn alter ego was. Terwijl ook Boorman in veel opzichten een afsplitsing van Elsschot was: ook Alfons de Ridder blijkt een keihard zakenman te zijn geweest.

Na drie romans, die nauwelijks verkocht werden, stopte Willem Elsschot met schrijven.

In 1933 werd hij bezocht door Jan Greshoff en Menno ter Braak. Zij vroegen om zijn medewerking voor het literaire blad Forum. Vooral door de aansporingen van Jan Greshoff begon Elsschot weer te schrijven.

Elsschot brak door in de jaren dertig met de novelle 'Kaas' uitgegeven in 1933.

Als zijn meesterwerk geldt 'Het dwaallicht' uitgegeven in 1946 dat handelt over de uitzichtloosheid van het leven. In dit verhaal zoeken drie matrozen met hulp van de hoofdpersoon, Frans Laarmans, naar een meisje. De tocht loop op niets uit.

1947 Elsschot zei dat hij uitgeschreven was. Hij had er geen zin meer in.

Willem Elsschot werd in 1948 onderscheiden met de Driejaarlijkse Staatsprijs van België en ontving in 1951 de Constantijn Huygensprijs.

In 1957 werd bij Elsschot een vorm van huidkanker vastgesteld, waarschijnlijk een gevolg van de huidziekte mycosis fungodes, waaraan hij al langer leed.

Willem Elsschot overlijdt op 31 mei 1960 na een valpartij aan een hartaderbreuk. De volgende dag sterft zijn vrouw, ze wilde niet naar haar overleden echtgenoot gaan kijken. Aangespoord door haar familie deed ze dit toch. Ze ging rusten, sliep in en werd niet meer wakker. Zijn as is op 04-06-1960 bijgezet op Begraafplaats Schhonselhof in Antwerpen, in het graf van zijn vrouw (perk N, graf 45).

Zijn autobiografisch geïnspireerde proza is koel en ironisch, en draait meestal rond de figuur van Laarmans, een kortzichtig man wiens projecten meestal op een mislukking uitdraaien. 'Lijmen' en het vervolg 'Het been' uitgegeven in 1938 zijn gebaseerd op Elsschots ervaring als adverteerder, en ook in 'Kaas' duikt de handelswereld op als thematiek. Boeken als 'Tsjip' uit 1934 en 'De leeuwentemmer' uit 1940 gaan dan weer over het gezinsleven en de kleine vreugdes en desillusies dit tekenen.

Minder bekend is dat Elsschot in zijn eerste periode gedichten schreef.

Deze gedichten komen nog het dichtst bij de 'Parlando'-poezie zoals Du Perron die schreef. Dus de inhoud (en vooral het karakter, de 'vent') is in die gedichten belangrijker dan de vorm.

Uitgebreide bi(bli)ografie...


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 662.