kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Willem Wilmink

Willem Andries Wilmink (Enschede, 25 oktober 1936 – Enschede 2 augustus 2003) was een Nederlands dichter, schrijver en zanger.

Jeugd en opleiding
Wilmink werd in 1936 geboren in de Javastraat te Enschede in een socialistisch geëngageerd gezin. Zijn vader was procuratiehouder in de textiel. Na het behalen in 1954 van zijn eindexamen Gymnasium-α ging hij Nederlands studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn kandidaats studeerde hij ook Geschiedenis. Gedurende zijn studie schreef hij zijn eerste gedichten en cabaretteksten. Hij publiceerde in de "Almanak van de vereniging USA" en schreef teksten voor de studenten cabaretgroep "La Pie Qui Chante" (De zingende ekster). In 1960 in het laatste jaar van zijn studie werd hij leraar aan het Vossius Gymnasium te Amsterdam.

Docentschap en wetenschappelijk werk
Van 1961 tot 1978 was hij universitair docent moderne letterkunde aan het Instituut voor Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam. Wilmink had in zijn jeugd harmonicales gehad en trad tijdens de feestavonden van zijn vakgroep op met zijn trekharmonica en zong smartlappen of tekstbewerkingen van Middeleeuwse liederen. Hij vertaalde ondermeer de "Beatrijs" van het Middelnederlands naar modern Nederlands. In 1988 promoveerde Wilmink aan de Katholieke Universiteit Brabant met een proefschrift over de poëzie van Hendrik de Vries. Hij was ook bekend als literair vertaler en bezorger van gedichten van Emily Dickinson en W.H. Auden. In samenwerking met neerlandici vertaalde hij het verhaal van de legendarische Ierse heilige Brandaan. Hij leverde in samenwerking met de neerlandicus W.P. Gerritsen ook vertalingen voor de bundel Lyrische lente, een bloemlezing van middeleeuwse poëzie. Een aantal beschouwingen over middeleeuwse literatuur bundelde hij onder de titel Mijn middeleeuwen. Ook schreef hij historische artikelen over kathedralen en de herkomst en geschiedenis van het belgische bier.

Literair werk
Vanaf 1965 schreef Wilmink gedichten, essays, liedjes en proza voor de literaire tijdschriften "Tirade", "Maatstaf" en "De Revisor". Zijn literair debuut was in 1966 met de verhalenbundel "Brief van een Verkademeisje". Van 1968 tot 1970 was hij de poëzierecensent voor het dagblad "De Tijd" en van 1971 tot 1977 redacteur van het tijdschrift "Spektator".

Liederen en teksten
Samen met Hans Dorrestijn, Karel Eijkman, Ries Moonen, Fetze Pijlman en Jan Riem vormde hij in 1970 een schrijversgroep die schreef voor televisieprogramma's als: "De Stratemakeropzeeshow", "Het Klokhuis", "De Film van Ome Willem", "Sesamstraat", "J.J. de Bom, voorheen de Kindervriend" en "Kinderen voor kinderen". Ook schreef hij vele liedjes voor musicals. In 1978 werd hij full-time tekstschrijver en vestigde zich in Capelle aan den IJssel. Tot aan zijn dood schreef hij op een typmachine want hij wilde niet werken op een computer. Vanaf 1979 gaf hij ook enkele jaren één dag per week les aan de Kleinkunstacademie te Amsterdam.

Optredens en liedjes
Met zijn eigen begeleidingsgroep Quasimodo trad hij in de jaren '90 regelmatig op als zanger waarbij hij ook de accordeon bespeelde. Zijn liederen zijn ook door veel anderen vertolkt. Hieronder zijn Herman van Veen (Hilversum 3, De bom valt nooit), Wieteke van Dort (Arm Den Haag), Joost Prinsen (Frekie) en de cabaretgroep Don Quishocking (De Oude School). Veel van zijn liedjes zijn door Harry Bannink en Frank Deiman op muziek gezet.

Diversiteit
Wilmink heeft veel kinderboeken op zijn naam staan. Aanvankelijk richtte hij zich op volwassenen, maar later werden kinderen zijn voornaamste doelgroep. Wilmink schreef gedichten en verhalen voor volwassenen en voor kinderen, teksten voor cabaret en televisie, een driedelige cursus over gedichten schrijven, bewerkte oude teksten zoals "De reis van Sint Brandaen" uit de 12e eeuw en verklaarde het Wilhelmus. Hij vertaalde gedichten en prentenboeken uit het Duits, Engels, Frans en Zuid-Afrikaans.

Twente
Wilmink had een speciale band met Twente. Hij is niet alleen in de Javastraat in Enschede geboren, maar er ook gestorven. Op latere leeftijd wilde hij terug naar Twente. Willem Wilmink sprak net als zijn vriend Herman Finkers met een Twents accent. Hij schaamde zich hier niet voor, integendeel! Hij schreef ook in het Twents, in ‘t Kupersdieks zoals hijzelf zei. Een van zijn mooiste gedichten in het Twents staat in Heftan Tattat! Gedichn in t stadsplat.

Kenmerken van zijn poëzie
De gekozen fragment komen uit: Willem Wilmink; Verzamelde liedjes en gedichten; uitgeverij Bert Bakker; Amsterdam 2004

De gedichten van Wilmink zijn erg toegankelijk. Hij schreef voor grote en kleine mensen. Hij nam kinderen heel serieus. In zijn gedichten voor kleine mensen zit vaak ook een boodschap voor grote mensen. Een voorbeeld: een gedicht over de oorlog waarin hij de kleine en grote angsten naast elkaar zet eindigt Willem met: Soms was je toch bang. Soms ben ik nog bang. (Verzamelde liedjes en gedichten blz. 147)

Wilmink koos de onderwerpen van zijn gedichten dicht bij huis; geen poëzie van grote hartstochten of diep romantische liefdes. Hij schreef liever over Frekie, een imbeciel jochie, een mongool, dat waarschijnlijk een buurjongetje van Willem geweest is, volgens een oude buurvrouw van Willem. Of Wilmink schreef over zijn broertje, een aardig ventje, dat wel, dat wel!. (Verzamelde liedjes en gedichten blz. 171)

Maar ook zijn geliefde Enschede, Amsterdam, Ootmarsum en zelfs Almelo zijn bronnen voor zijn gedichten. En niet te vergeten het cafeetje Het Bolwerk waar altijd een Duveltje voor hem klaar stond. In Het Bolwerk bij de Markt / wil ik overlijden, / met een Duvel van het schap / voordat ik moet scheiden. (Verzamelde liedjes en gedichten blz. 1021)

Willem schreef heel eenvoudig, zo eenvoudig dat de diepgang in zijn gedichten iemand gemakkelijk zou kunnen ontgaan. Over een dominee die preekt schrijft Willem: Wanneer je op de kansel staat / En over schuld en zonde praat, / herdenk dan ook eens in je preek / Hoe jij die mooie meid bekeek. (Verzamelde liedjes en gedichten blz.619)

Na zijn scheiding gaf hij zijn gevoelens op treffende wijze weer, toen hij schreef: Niet meer op iemand wachten, / niet meer denken: / waar zou ze zijn, / wie ontmoet ze, / wanneer komt ze. / Niet meer op iemand wachten, / zelfs naar dat wachten / terugverlangen. (Verzamelde liedjes en gedichten blz. 461)

Hij schreef ook heel beknopt en mooi. In Nooit verhuisd staat: Nergens is de kindertijd / zo verweg en zo verloren / als waar iemand indertijd / jong was, kind was, werd geboren / en waar de afwezigheid / van de doden is te horen. (Verzamelde liedjes en gedichten blz.569)

Willem verheerlijkte zijn jonge jaren. In Hilversum III klinkt: Vroeger werd gezongen en gefloten in de straat, / had de slagersjongen nog een opera paraat. (Verzamelde liedjes en gedichten blz. 417) Maar daarmee is niet gezegd dat hij alles goed praatte.

Men zou kunnen zeggen dat Wilmink verlangde naar mensen die hem begrepen. En die paar mensen die je nooit hebt kunnen missen, / kwamen daar binnen met een lach op hun gezicht. / Je zou je voortaan nooit meer in de weg vergissen, / je deed het boek van alle droefenissen dicht. (Verzamelde liedjes en gedichten blz. 299) Dit heimwee werd in de loop van zijn leven zo sterk dat hij niet meer uit Twente wilde, zelfs niet meer uit Enschede.

Opkomen voor de zwakke in de samenleving: Ik moest het in mijn jonge jaren / maar doen met een provinciestad / die heel wat stinkende fabrieken / en weinig moois te bieden had.( Verzamelde liedjes en gedichten blz. 144) en Bijna geen mens heeft hier nog weet / van uw gelatenheid, uw leed. (Verzamelde liedjes en gedichten blz. 143)

Zijn kijk op een leven na de dood
Dood zijn duurt zo lang schreef Wilmink. Hij vraagt zich af in dit gedicht hoe het zal zijn om dood te zijn: Als je dood bent, droom je dan? / En waar droom je dan wel van? (Verzamelde liedjes en gedichten blz. 834) Het antwoord schreef hij op het eind van zijn leven: Als ik dood ben, moeten jullie / mijn verhalen doorvertellen. / Als iemand getroost moet worden, / kunnen jullie altijd bellen. In het stralendst van de hemel / zal ik niet zijn neergezeten / want daar is allang geen plaats meer / voor neurotische poëten, Ik ben niet meer op aarde, / maar je kunt me heel goed vinden: / bel gewoon Harry Bannink / en hij zal je doorverbinden. (Verzamelde liedjes en gedichten blz. 1275)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 102.