kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-04-2009 voor het laatst bewerkt.

woordgeslacht

Het geslacht [-en] o 1 gezamenlijke afstammelingen van een gemeenschappelijke stamvader
2 (biol) onderafdeling van een familie
3 sekse, kunne
4 geslachtsdeel

5 (taalk) het mannelijk, vrouwelijk of onzijdig zijn van een zelfstandig naamwoord; genus

Woordgeslacht
Het woordgeslacht (ook wel grammaticaal geslacht of genus (meervoud genera). De Engelse term is gender) duidt (in Nederland) op de traditionele verdeling van zelfstandige naamwoorden in vrouwelijke, mannelijke en onzijdige woorden.

Het geslacht heeft de eigenschap bijbehorende woorden in de zin te kunnen beïnvloeden. Zulke beïnvloedende woorden die geslacht kennen, worden hierna als "hoofdwoord" genoemd. In het Nederlands zijn het zelfstandige naamwoorden en persoonlijke voornaamwoorden. De woordsoorten die beïnvloed kunnen worden, zijn de bijvoeglijke naamwoorden, de voornaamwoorden het bepalend lidwoord en enkele betrekkelijke voornaamwoorden.

Vrouwelijke en mannelijke zelfstandige naamwoorden worden voorafgegaan door het bepalend lidwoord de (of de aanwijzende voornaamwoorden deze en die).
Onzijdige zelfstandige naamwoorden worden voorafgegaan door het lidwoord het (of de aanwijzende voornaamwoorden dit en dat).
Daarnaast bestaan er nog in verouderd Nederlands en in staande uitdrukkingen der (vrouwelijk, commuun en meervoud) en des (mannelijk, onzijdig) met dezelfde betekenis als "van de".
. In naam der wet. (commuun)
. De vader des vaderlands

Bijvoeglijke naamwoorden krijgen soms een buigings-e als uitgang; dit wordt bepaald door het geslacht van het hoofdwoord (het geslacht van het zelfstandig naamwoord):
. een groen boek (boek is een het-woord)
. een groene krant (krant is een de-woord)

Voornaamwoorden worden in de schrijftaal zodanig gekozen dat zij het geslacht van het hoofdwoord weerspiegelen.
De regering heeft haar besluit herzien, nadat zij hernieuwd advies had ingewonnen. (regering is een vrouwelijk de-woord)
De raad heeft zijn besluit herzien, nadat hij hernieuwd advies had ingewonnen. (raad is een mannelijk de-woord)
Het college heeft zijn besluit herzien, nadat het hernieuwd advies had ingewonnen. (college is een het-woord, en daarmee onzijdig)

De betrekkelijke voornaamwoorden wiens (m.) en wier (v.) richten zich naar het geslacht van hun hoofdwoord, het antecedent in de hoofdzin. Zij zijn beperkt tot de schrijftaal.
. De burgemeester, op wiens gezag ik u dit in vertrouwen meedeel, zal over een week zijn ontslag aanbieden. (Blijkbaar is de burgemeester een man.)
. De directrice, op wier gezag ik u dit in vertrouwen meedeel, zal over een week haar ontslag aanbieden.

Persoonlijk voornaamwoord
Het hoofdwoord (dat woord waarnaar de veranderlijke woorden zich richten) is niet altijd een zelfstandig naamwoord; het kan ook een persoonlijk voornaamwoord zijn. Dat beïnvloedt dan andere voornaamwoorden.
. Zij heeft haar besluit herzien, nadat zij hernieuwd advies had ingewonnen. (bedoeld is bijvoorbeeld: "De regering".)
. Hij heeft zijn besluit herzien, nadat hij hernieuwd advies had ingewonnen. (bedoeld is bijvoorbeeld: "De raad".)
. Het heeft zijn besluit herzien, nadat het hernieuwd advies had ingewonnen. (bedoeld is bijvoorbeeld: "Het college".)

Dat het grammaticale geslacht kan afwijken van het natuurlijke of biologische geslacht, blijkt uit het wijf, het meisje enz. Een Frans voorbeeld daarvan is la sentinelle (de schildwacht; la geeft het vrouwelijk geslacht aan). Persoonlijk voornaamwoorden en bezittelijk voornaamwoorden maken in de derde persoon veelal een onderscheid naar biologisch geslacht (zoals in het Nederlands mannelijk hij/zijn, vrouwelijk zij/haar, onzijdig het/z'n).

Het onderscheid tussen de-woorden en het-woorden is duidelijk zichtbaar aan de lidwoorden. Bij de de-woorden wordt in de zuidelijke helft van het Nederlandse taalgebied en ook nog wel in geschreven taal het onderscheid tussen het mannelijke en vrouwelijke grammaticale geslacht in acht genomen, wanneer er met voornaamwoorden naar wordt verwezen.

Het geslachtskenmerk kan uitgedrukt worden in de vorm van het naamwoord zelf, alsook in de vorm van lidwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, werkwoorden en andere elementen die met het naamwoord in een congruentierelatie staan. In bijvoorbeeld het Nederlands en het Duits bestaat wel woordgeslacht maar geen geslachtscongruentie tussen een zelfstandig naamwoord en een persoonsvorm (of tussen een persoonlijk voornaamwoord en een persoonsvorm), maar in andere talen zoals de Slavische talen, de Semitische talen en de Bantoetalen bestaan dergelijke verbanden wel.

De Indo-Europese talen kenden oorspronkelijk drie geslachten: mannelijk, vrouwelijk en onzijdig. Wanneer het onderscheid tussen het mannelijke en het vrouwelijke geslacht nagenoeg ontbreekt, zoals in het Nederlands, het Fries of het Deens, spreekt men in het Engels van common gender (in het Nederlands spreekt men wel van zijdig of gemeenschappelijk).

Oorsprong
De oorsprong van het grammaticaal geslacht is waarschijnlijk gelegen in de wenselijkheid de werkelijkheid in categorieën in te delen. Culturen verschillen dan in de aard van de categorieën die onderscheiden worden, wat leidt tot verschillende aantallen en soorten geslachten. Voor het proto-Indo-Europees neemt Prokosch (1938) aan dat het mannelijk geslacht oorspronkelijk verwees naar individuen en het vrouwelijk naar collectiva (bijvoorbeeld, het oorspronkelijk vrouwelijke woord koe gaat terug op een Indo-Europees woord dat vee betekende), m.a.w. naar abstracte zaken. In de Bantoetalen zijn de woordklassen oorspronkelijk gebaseerd op kenmerken als [menselijk], [levend], alsook kenmerken die te maken hebben met afmeting en vorm.

De morfemen die geslachtskenmerken uitdrukken, zijn in veel gevallen door grammaticalisatie ontstaan uit zgn. classifiers (classificatiepartikels; vergelijkbaar met woorden als berg en stuks in een berg zand en twee stuks vee), die zelf weer van oorsprong zelfstandige naamwoorden zijn.

De Nederlandse traditie
In de geschiedenis van de Nederlandse taalkunde is lange tijd geprobeerd het onderscheid tussen het mannelijk en het vrouwelijk geslacht, dat in de informele spreektaal niet overal langer bestond, overeind te houden. Het op papier vastleggen van de Nederlandse woordenschat in de 19e eeuw (het Woordenboek der Nederlandse Taal of WNT) en de standaardisering van de spelling brachten met zich mee dat vastgesteld moest worden welk geslacht de zelfstandige naamwoorden in het Nederlands hadden (in de voorgestelde spelling van De Vries en Te Winkel werd het bepaalde lidwoord bij een 'mannelijk' object als den en bij een 'vrouwelijk' object als de geschreven). Zo werd de geslachtskwestie een belangrijk element in de spellingstrijd die leidde tot de spellingswijziging van 1947. In woordenboeken wordt ook nu nog per woord aangegeven of het mannelijk of vrouwelijk of onzijdig is, volgens de Taalunie-richtlijnen die beschreven staan in het Groene Boekje.

Bronnen:
. taaladvies.net/taal/advies/term/109/woordgeslacht/
. http://nl.wikipedia.org/wiki/Woordgeslacht
. http://nl.wikipedia.org/wiki/Geslacht_(Nederlands)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 36.