kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 05-03-2009 voor het laatst bewerkt.

Kantwerk

Fijn, licht weefsel van linnen garen of zijde, met opengewerkte patronen. Ook katoen, zilver- en gouddraad zijn de materialen waarmee gewerkt wordt. Kant dient meestal tot versiering van randen of als tussenzetsel.

Kant is een kunstvorm waarbij één of meer dunne draden in een kunstig patroon worden geweven met de naald (naaldkant) of met klossen (kloskant). Tot de kanten worden echter ook andere opengewerkte weefsels gerekend die o.a. zijn geknoopt, gehaakt of gebreid. Meestal noemen we iets pas écht kant als het door een kantwerkster is gemaakt. Bekende kantsoorten zijn de Brugse kant (uit Brugge) en Parijse kant.

Kant is een product dat onder het handwerk valt. Het is een typisch westers modeverschijnsel. Kant is de naam voor verschillende soorten kantwerk die worden ingedeeld volgens techniek en kenmerken. Er zijn twee grote basissoorten:
. de kloskant is een kantsoort die met de hand wordt gemaakt met behulp van klosjes.
. Naaldkant is een kantsoort die met de hand wordt gemaakt met behulp van naalden. Deze kantsoort vergt ander materiaal en heeft geen gelijkenissen met kloskant.

Het is een feit dat er altijd meer kloskant werd geklost dan naaldkant omdat die goedkoper was. Door de eeuwen heen ontstonden er ook vele variaties en soorten. Men mengde ook soorten kant door mekaar, zoals een mengsel van naald- en kloskant. In de loop van de geschiedenis ontstond de machinale kant, een goedkope oplossing voor de dure kantindustrie.

Naaldkant
Naaldkant is een weefsel dat met een naald wordt vervaardigd.
Voor het maken van naaldkant heeft men als hulpmiddel twee lagen stof nodig waarop het patroon geregen wordt. Allereerst wordt een patroon getekend op donker papier. Deze tekening wordt op dubbel linnen genaaid. Het linnen en de tekening worden later verwijderd, maar dienen tijdens het maakproces als ondergrond.
Langs de hoofdlijnen van het patroon wordt een dubbele draad genaaid om de borduursteken aan vast te hechten. Deze wordt met kleine steekjes en een dunne breekbare draad door alle lagen heen vastgelegd.
De ruimte tussen deze contouren wordt met naald en draad opgevuld met allerlei siersteken: spijlen of mazen. Hierbij wordt niet dóór het patroon en de stoflagen heen gestoken, maar alleen aan de contourdraden vastgemaakt: steekjes in de lucht.
Met feston- en knoopsgatensteken worden de dikke gedeelten van het ornament ingevuld. De steken worden alleen om de omtrekdraden heengestoken, niet door de ondergrond van papier en linnen heen.
Als het kantwerk klaar is trekt men de twee stoflagen iets uit elkaar en men knipt of trekt dan de breekbare draden los die de contourdraden op het patroon en de twee stofjes samen vasthielden. De kant is nu los van het papier en bestaat uit de omtrekdraden, de mazen en de steken.

regering van Lodewijk XIV, raakte rijk versierde Venetiaanse naaldkant in de mode. Dit 'point de Venise' was echter vrij prijzig. Zowel uit wedijver als om de Franse kunstnijverheid te stimuleren richtte minister J.B. Colbert in 1665 een Franse kantfabriek op. Dertig kantwerkers uit Venetië werden naar Alençon gehaald. Dit Normandische stadje groeide, met het nabijgelegen Argentan, uit tot het centrum van de Franse kantindustrie. De kant uit Normandië werd 'point de France' genoemd.
Deze brede strook Franse naaldkant is geïnspireerd op de ontwerpen van Jean Bérain (1637-1711), 'Dessinateur de la Chambre et du Cabinet du Roi' van Lodewijk XIV. Het motief is het bekendste dat uit die periode is overgebleven en is veel nagevolgd. Aanvankelijk werden in de Franse kantindustrie dezelfde motieven toegepast als in Italië, maar later veranderde dat. Deze strook kant is typerend voor de stijl van Jean Bérain, met figuren in theaterkostuums, kronen, wapentrofeeën, baldakijnen, obelisken en portretmedaillons tegen een achtergrond van krullende bladranken. De strook is waarschijnlijk bedoeld geweest als decoratieve rand langs een toilettafel of een bed.
De figuur die een scepter vasthoudt onder een door putti opgehouden lauwerkrans is wel aangezien voor 'zonnekoning' Lodewijk XIV. Boven het hoofd van deze figuur hangt namelijk een zon te stralen. Aangezien echter ook een cartouche met sterren, de maan en twee uilen is opgenomen in de decoratie, zou het kunnen gaan om een voorstelling van de Dag en de Nacht uit een theaterstuk. De versieringsmotieven zijn met een naald aangebracht tegen een achtergrond van fijn maaswerk. Hier en daar is een dikke ribbel in de fijne naaldkant verwerkt die zorgt voor dieptewerking, reliëf. - Europa bevestigd op een groot plat kussen. Iedere streek en iedere kantsoort heeft zijn eigen type van klosjes, kussens en patronen. Rolkussens worden gebruikt als er lange stroken kant gemaakt moeten worden, blokkussens voor grote patronen. Ook de klosjes verschillen per streek en per kantsoort. In België en Nederland zijn ze meestal van beukenhout en hebben ze een bolletje aan het einde voor het gewicht en zijn ze ongeveer 10 cm lang. In Portugal zijn eens zo groot en veel zwaarder, omdat daar met dikke garen op rolkussens wordt gewerkt. In Engeland zijn ze recht en flinterdun en hebben ze soms kraaltjes voor het gewicht. Daar maakt men met flinterdun garen, onder andere Honitonkant.
Iedere stad en iedere streek had vroeger zijn eigen patronen en zijn eigen manier van werken. Je herkent daardoor aan de kant vaak de streek waar hij is gemaakt. Het is dus verkeerd om te denken dat Beverse kant enkel in Beveren werd geklost. De kantsoort is genoemd naar de techniek of het patroon. Een typisch kenmerk is het patroon van de tule.
Het klossen van kant is een zeer bewerkelijke techniek, die al eeuwen bestaat. Kant is zeer kostbaar, en was daarom in het verleden alleen bereikbaar voor de zeer rijken. De kostbaarste kant is van de dunste draden gemaakt. Om kant in kragen te verwerken moet het worden verstevigd met stijfsel.
Kantklossen wordt met zorg levend gehouden. Het is echter een hobby geworden en niet meer iets om de kost mee te verdienen. Het uurloon zou het werk onbetaalbaar maken. De werkomstandigheden van de kantklossters waren in het verleden bedroevend. Zij werkten veelal in vochtige kelders. De reden hiervan was dat fijne linnen draden, als zij te droog worden, erg snel breken.

Traditionele kant wordt gemaakt vanaf kantklospatronen, die oorspronkelijk van perkament gemaakt waren. In het patroon zijn gaten aangebracht waarin spelden geprikt kunnen worden. De kantklosjes worden altijd in paren gebruikt, die over het gehele werk bij elkaar blijven behoren. Op deze klosjes worden linnen draden gewikkeld. Een ervaren kantkloster kan werken met honderden klosjes tegelijk, die zeer snel om elkaar heen geslagen worden. Na het maken van een aantal slagen wordt een speld in het patroon gestoken, wat het vlechtwerk op zijn plaats houdt. Als een klosje leeg raakt, wordt er opnieuw draad omheen gewonden, dat aan het uiteinde van de oude draad wordt vastgeknoopt. Het knoopje wordt met een fijne schaar zo kort mogelijk afgeknipt. Het patroon wordt bevestigd op een groot plat kussen. Ook wordt het patroon wel op een cilindervormig kussen bevestigd. Dit laatste gebeurd vooral als er lange stroken kant gemaakt moeten worden.

Elke kantsoort heeft zijn specialiteit en zijn moeilijkheid. Zo wordt Binche of toveressekant als een van de moeilijkste kantsoorten gezien, stropkant daarentegen is de gemakkelijkste. Voor een beginneling is stropkant reeds moeilijk omdat ze de techniek van het klossen nog moeten gewoon worden. Iemand die Binche klost zal daar in het begin een beetje mee sukkelen maar zal zeer snel vinden dat het zeer eenvoudig is omdat men met een technische tekening werkt en de gronden blijven hetzelfde. Kant wordt gemaakt met 2 bewegingen nl kruisen en wringen. Hiermee kan men de 3 slagen maken: de half-linnen of halve slag, de linnen slag, de gewrongen of dubbele slag. Daarbij komen slechts weinig andere technieken. We mogen dus zeker en vast zeggen dat men met een zeer beperkte groep bewegingen een oneindig aantal werken kan maken. Stropkant leert al deze dingen aan en is daarom nogal intens om aan te leren, maar de meeste hebben hierbij geen probleem.
In de diverse kantsoorten krijg je dan afzonderlijke gronden die je eerst moet aanleren alvorens je kan beginnen met de prachtige werken.

Duur cadeau
Keizerin Maria Theresia was een grote fan van de Vlaamse kant, en had graag een japon gehad in kant. Er werd een oproep gelanceerd in 1743 en vrijwillige dames klosten toen een japon voor de keizerin. Ter gelegenheid van haar inhuldiging van de Staten van Vlaanderen kreeg Keizerin Maria Theresia in 1744 een groot kanten kleed volledig uitgevoerd in Mechels kant. Als dank voor dit gebaar poseerde de keizerin in de kanten japon voor Martin van Meytens, die een staatsieportret maakte, de keizerin schonk het schilderij aan de stad Gent. Op het portret zijn ook duidelijk stroken Brussels kant te herkennen. Het origineel portret hangt in het stadhuis van Gent, er werd een kopie gestuurd naar Brugge.

Het klossen van kant is een zeer bewerkelijke techniek, die al eeuwen bestaat en van generatie op generatie werd doorgegeven. De werkomstandigheden van de kantklosters waren in het verleden bedroevend. Zij werkten veelal in vochtige kelders. De reden hiervan was dat fijne linnen draden, als zij te droog worden, erg snel breken. Kant is zeer kostbaar, en was daarom in het verleden alleen bereikbaar voor de zeer rijken. De kostbaarste kant is van de dunste draden gemaakt. Om kant in kragen te verwerken moet het worden verstevigd met stijfsel.

Door de eeuwen heen kende het succes zowel hoogten als laagten tot het bijna verdwenen was. Toen is de leidende stad Brugge geweest. De bisschop wilde de armoede in zijn stad oplossen door de meisjes te laten kantklossen. Hij heeft toen aan de zusters gevraagt om enkele scholen op te richten waar de meisjes ondewezen zouden worden. Door dit optreden is de traditie voortgezet en later kwamen ze van overal om het kantklossen opnieuw aan te leren. Zo heeft Belgie reeds snel een leidinggevende positie gehad. Nu wordt over de ganse wereld gekantklost.

Kant was onderhevig aan de mode en kende perioden van hoogten en laagten. Vanaf het einde van de 16e eeuw kende de kant een stijgende belangstelling, getuigen daarvan zijn de vele afbeeldingen op schilderijen van onze 17e eeuwse meesters. In die periode droegen niet alleen de dames kant maar ook de heren. In de 19e eeuw kwam de mechanische kant (tule) op de markt. Toen werd er nog maar weinig kant gedragen, en verdween langzaam uit de mode.

Geschiedenis van kant
Door verschillende volkeren zijn door de eeuwen heen stoffen geweven en randen geknoopt die op kant lijken. In het oude Egypte, in de sarcofagen, heeft men open gewerkte weefsels gevonden van goud- en/of zilverdraad, zijde die geweven, gevlochten of geknoopt zijn. Ook in het Verre Oosten heeft men al in de Oudheid zeer fijne, lichte en open weefsels gemaakt. Bij de Romeinen werkte men de randen o.a. af met franjes, geknoopt of gevlochten. Een van de oudste voorlopers van kant is een knooptechniek: filet en macramé; waaruit de kloskant: vlechten van randen en stroken (passementen) is ontstaan.

Misschien even kort een ontstaanslegende vertellen zoals die in Brugge verteld wordt. Er was eens een meisje, Serena gegeten, dat als dienstmeisje werkte bij een rijke familie. Daar moest ze vooral de kleren naaien en herstellen en weven. Serena was verliefd op de jonge beeldhouwer Arnout. Van een huwelijk kon helaas geen sprake zijn, want Serena moest dag en nacht spinnen voor haar moeder, een arme weduwe, voor haar vier zusjes en haar broertje. Op een mooie lentedag ging ze onder een boom rusten en viel in slaap. Wanneer ze wakker werd lagen er dauwdraden op haar schort in een kunstig patroon. Ze stond onmiddellijk op en ging naar huis waar ze het werkje namaakte. Zodra het werk af was kwam een rijke koopman voorbij en kocht Serena's kant. Haar werk geraakte weldra over heel het land bekend en rijke heren en edelvrouwen kwamen van alle uithoeken om Serena's kantwerk te kopen. Serena werd rijk en kon eindelijk trouwen met de prins van haar dromen. Zij leefden samen lang en gelukkig.

Ondanks de legenden en verhaaltjes over het ontstaan van kant is 'kant' een logische evolutie van alle bestaande handwerktechniek. Wanneer de kant precies is ontstaan is moeilijk te achterhalen. Tegenwoordig wordt algemeen aangenomen dat dit gebeurde in het midden van de 16e eeuw. Waar de eerste kant is ontstaan is onbekend. Naast Spanje en Frankrijk worden vooral Italie en Vlaanderen genoemd, nog anderen verklaren dat de naaldkant is ontstaan in Venetië en de kloskant in Vlaanderen. Er was in die periode een nauwe culturele samenwerking tussen Vlaanderen en Venetië - zo kwamen Schilders in Vlaanderen de olieverftechniek bestuderen en onze kunstenaars gingen naar Venetië om hun schilderijen te zien.

Naaldkant is ontstaan uit open naaiwerk of punto tirato (fils tirés). Men versierde het boordje van de onderkleren dat uitstak boven de kleding. Toen in de 16e eeuw de hemdranden van de mannen en vrouwen zichtbaar gedragen werden, ging men deze aan de randen (kanten) verfraaien met een borduurtechniek, waaruit de naaldkant is ontstaan: Point Coupé. De motieven werden op de stof getekend en afgewerkt met festonsteken. Tussen de motieven knipte men dan de openingen weg. Deze openingen werden met siersteken gevuld. Ook trok men draden uit de stof om langs de kant van deze stof recht op draad te kunnen werken. Daarvoor trok men draadjes uit de stof en men borduurde rond de ontstane opening, zowel horizontaal als verticaal. Op den duur trok men alsmaar meer draden uit om ingewikkelder versieringen te maken zodat er nog weinig stof overbleef. Tot iemand op het idee kwam om enkel met draden te werken. Men naaide de gespannen draden met een driegdraad vast op het patroon en men borduurde als voorheen. Men gebruikte dezelfde patronen. Dat is de reden waarom het zo moeilijk is om het ontstaan van naaldkant te bepalen. Op het afgewerkt product kon men niet zien hoe men was gestart met stof of met draden.

De naaldkant kwam tot ontwikkeling in Venetië, vandaar dat de oudste vormen naar deze stad zijn genoemd (Venise à relief, à la rose, enz.). Het eerste modelboek is verschenen in 1528 van de Venetiaan Antonio Tiangliente. Hij noemt het punto in aria (steek in de ruimte). In heel Italië was dit de benaming. Deze eerste vorm van naaldkant had een rechtlijnig of geometrisch ornament. Algemeen werd deze soort Reticella genoemd. Met deze manier van werken was men niet meer verplicht om schering en inslag te volgen maar kon men vrijer werken en meer gebogen lijnen gebruiken. Zo werd het florale element geïntroduceerd. De echte naaldkant was geboren.

De mode heeft sindsdien een belangrijke invloed gehad op het ontstaan van nieuwe kantsoorten. De wijduitstaande kragen uit de renaissance zijn ondenkbaar zonder de strakke lijnen van de reticella en de sluik omlaag vallende rabatten en beffen van de barok vergden zwaardere vormen zoals de Venise à gros relief of de point de France. De luchtige jabots en lubben uit het rococo zouden nooit dat schuimende effect hebben gekregen zonder de verfijnde technieken die talrijke ateliers in deze tijd beheersten.

Lodewijk XIV liet in 1665 de Manufactures Royales de Pointes de France oprichten die voor een deel werden gevestigd in bestaande kantateliers, zoals te Alençon en Argentan. Beide centra ontwikkelden een eigen genre. Van Franse origine zijn de Chantilly, de blonde en de point de Paris. Cluny-kanten zijn tijdens de neorenaissance van de 19de eeuw ontwikkeld op basis van renaissancepatronen uit het Musée de Cluny. Duchesse is een machinale kant uit dezelfde tijd; hiervan is de Brugse kant een vereenvoudigde versie.

Het huidige België werd bij uitstek het land van de kloskant, zoals ook de namen van verschillende kantsoorten als ‘Flandres’, Vlaamse trollekant, Antwerpse pottekant, Rijselse en Mechelse kant bewijzen. Ook de binche en de Valenciennes, en zelfs de zgn. Hollandse kant stammen uit deze streken. Brussel verbond zijn naam met allerlei fijnmazige kantsoorten die in gedeelten werden geklost. Alle gekloste kanten voor de 18e eeuw noemt men 'oudvlaamse kloskant', pas vanaf de 18e eeuw wordt aan de verschillende kantsoorten een specifieke naam gegeven.

Verschillende soorten kant
Er bestaan tientallen verschillende soorten kant, die kunnen worden ingedeeld volgens patronen, fabricatie, plaats of techniek. Vaak zijn de meeste kantsoorten dan ook verwant aan elkaar. De basisklostechniek is de linnenbinding en er zijn vlechten. Verder zijn er diverse traliesoorten, ook wel gronden genoemd. Tulebinding is een snelle eenvoudige grond, die men al heel vroeg ook machinaal, in smalle stroken kon maken en waarop dan ingewikkelde losse stukken werden vastgezet. Vaak worden contouren gemaakt om het werk wat reliëf te geven met een dikkere draad, maar ook reliëf op andere manieren maken is mogelijk. Zo wordt de Rosaline gepareld.

Kloskanten
. Stropkant is een kloskant die beschouwd wordt als de eenvoudigste en de goedkoopste kantsoort. Ze is ontstaan uit het gesneden werk, stropkant is bijna altijd meterkant. Deze kantsoort wordt hoofdzakelijk met linnengaren geklost, er wordt zelden een sierdraad gebruikt. De motieven zijn geometrisch en de draden lopen doorheen het hele werk door. Er ontstaan brede en ingewikkelde patronen. Motieven die typisch zijn voor de stropkant zijn onder meer de waaier, het koekje, het bekje en de palm. Als versiering zijn er verschillende soorten spinnen, tralies en kunstslagen mogelijk. Een kantkloscursus wordt gewoonlijk met de stropkant gestart omdat via deze soort alle aan te leren slagen frequent geoefend worden. De eerste werkstukjes zijn heel eenvoudig, bestaande uit één soort slag, maar bij ieder stukje komt er een moeilijkheid bij. Op die manier kan stilaan naar ingewikkeldere patronen gewerkt worden.

. Mechelse kant is een kantsoort die geklost werd zonder naalden. De soort zelfs is waarschijnlijk in Mechelen ontstaan, in de 18de eeuw.
Deze kantsoort staat bekend als de allermoeilijkste en allerduurste vanwege de zeer hoge kwaliteit. Niet iedereen was in staat een stuk Mechelse kant te vervaardigen, er kroop ontzettend veel tijd in; soms moest men dagen klossen met tientallen klosjes voor slechts een paar centimeter.
De tule is zeer fijn en heeft de vorm van een honinggraat. Deze zeer fijne motieven worden geklost in linnenslag, omgeven door een sierdraad, en stellen meestal natuurelementen voor. De motieven waren ook erg onderhevig aan de mode. De verfijning van de kant wordt benadrukt door de kunstslagen en de siertralies. Vele dames betaalden zich dan ook blauw aan een stuk Mechelse kant waaraan iemand soms maanden had geklost.
Vlaanderen was in Europa zeer gekend vanwege deze kantsoorten van hoge kwaliteit. Aan het Franse hof werd hij gedragen tijdens de zomer, terwijl in de winter dames en heren getooid gingen in Point de Venise, een dure naaldkant. Deze kant werd dan ook vaak geschonken aan vorstinnen als relatiegeschenken. Keizerin Maria-Theresia en Koningin Maria -Hendrika kregen zo een paar uniek stukken van het Belgische Volk. De Mechelse kant wordt ook wel Koninklijke kant genoemd omdat hij aan het Engelse en Franse hof zoveel succes kende. Deze kant wordt vandaag nog zelden geklost, vanwege de vraag en de kostprijs, hoewel er hier en daar toch cursussen voor opgericht worden. Doch hij wordt gretig verzameld door verzamelaars van de hele wereld.

. Cluny is een kantsoort die behoort tot de stropkant. De tekeningen ervan zijn ontworpen naar het voorbeeld van de oude kloskant die in het Musée de Cluny in Parijs bewaard worden. De naam van deze kant heeft dus niets met de stad Cluny te maken.
Het kantwerk bestaat uit geometrische tekeningen en bloemenmotieven op een grondwerk van vlechten. De motieven worden uitgewerkt in linnen-, halflinnen- of gewrongen linnenwerk. De troef van de Cluny stropkant zijn de sierdraden en het werken met reliëf. Verdere versieringen bestaan uit inkelogen, kunstslagen en Venetiaanse vlechten.
De tekeningen van de moderne Cluny verschillen heel erg van de traditionele. De voor Cluny zo typerende vlechtengrond ontbreekt, hoewel er in sommige patronen wel nog vlechtjes voorkomen. Ook de typische versieringen zoals inkeloogjes, de kunstslag en de Venetiaanse vlecht ontbreken in de moderne Cluny. De nadruk ligt veel meer op de motieven en er wordt zwaarder garen gebruikt.

. Kiskunhalas (Halasa-kant) is een kleine stad in Hongarije, behorend tot het comitaat Bács-Kiskun. Kiskunhalas ligt 70 km ten zuiden van Kecskemét, 68 km ten noordwesten van Szeged en ongeveer 40 km ten oosten van Kalocsa.
Kiskunhalas is bekend als centrum van de kantproductie. De plaatselijke kant wordt er in Hongaarse traditionele klederdrachten ingewerkt en ingenaaid. Het kanthuis (csipkeház) waar deze kant te bewonderen is en te koop wordt aangeboden, bevindt zich aan de rand van de stad aan de Kossuth Lajos utca. In 1938 kwam de halasi kant in de belangstelling, omdat de toenmalige Nederlandse kroonprinses Juliana bij haar huwelijk met prins Bernhard een bruidsjapon droeg waarin kant uit Kiskunhalas was verwerkt.

. Rijselse kant
Kloskant met patroon van opengewerkte, varenachtige takken afgewerkt met contourdraden. Het fond is bezaaid met mouches. In het bijzonder toegepast bij streekdrachten.

. Duchessekant
. Brugs bloemwerk
. Binche kant
. Valenciennes
. Parijse kant
. Chantilly kant
. Turnhoutse kant
. Brusselse Duchesse
. Vlaanderse kant
. Blonde (kant)
. Goudkant

Geapliqueerde kant
. Brusselse applicatiekant
. Princessekant

Naaldkant is een kantsoort die wordt gemaakt met naald en draad. Deze kantsoort kende zijn hoogte punt in het Frans ancien regime (15de tot de 18de eeuw) en in de 19de eeuw. In het ancien regime was de kant vooral populair in de herenmode, vooraal de venetiaanse naaldkant was zeer gegeerd als das. De das was samen met het vest het meest versierd, vandaag dragen cassatie-rechters nog altijd een das met kant. Na de Franse revolutie verdween kant uit de herenmode, naaldkant bestond enkel nog in de point de Gaze en de Point de Rose en Rosaline Perlée.
. Point d'Alençon
. Point de Rose
. Point de Gaze
. Point d’Angleterre
. Point d'Argentan
. Point de Sedan
. Point de France
. Venetiaanse kant
. Lierse kant
. Borduurwerk op tule

Machinale kant
. Richelieukant

. Rosaline (Fr.)
Vorm van Brugse kloskant uit de tweede helft van de 19de eeuwd die uit stukken wordt samengevoegd. Het patroon bestaat uit kleine rozetjes. De grond bestaat uit spijltjes (vlechtjes) al of niet voorzien van een enkeloog. De spijlen hebben slechts een verbindende functie. Kenmerkend is het 3 of 5 bladig roosje, versierd met openluchtjes, dat meestal een guirlande vormt.
Er zijn twee soorten Rosaline kant:
. de “platte” Rosaline
. de “geparelde” rosaline (rosaline perlé), met kleine, knopvormige verdikkingen. De geparelde Rosaline dankt zijn naam aan het kleine handgemaakt pareltje genaaid in het hartje van het bloempje. Er wordt nooit een sierdraad gebruikt, de verschillende motiefjes worden in linnenslag gewerkt. Soms eens in halve slag. Bij blaadjes en motiefjes klost men aan de kant reliëfstreepjes, ook wel “borduurseltjes” genoemd.

Toepassing
Kant wordt toegepast in kleedjes en in losse stukken. Het resultaat wordt vaak ingelijst of op een andere manier achter glas gezet. Vroeger werd kant veel in zowel dames- als herenkleding gebruikt. Kant werd gebruikt voor kragen en manchetten, langs de zomen van jurken, in doopjurken etc. In de katholieke kerken wordt tegenwoordig nog veel kant verwerkt in priesterkleding, altaarkleden en kleding voor heiligenbeelden.

Kant wordt tegenwoordig ook toegepast als moderne kunstvorm. Daarbij worden over het algemeen veel dikkere draden gebruikt. Sommige mensen pronken nog met oude stukken van hun voorouders; vooral koninklijke families gebruiken eeuwenoude stukken kant bij huwelijken en geboortes. Aan het Belgische hof draagt een bruid vaak de beroemde sluier van Laura Mosselman du Chenoy, de grootmoeder aan vaderszijde van koningin Paola.

De kantwerksters (en ook de kantwerkers) gaan meer en meer stilstaan over het beeld dat ze aan het uitsturen zijn. Daarom wil men enerzijds de traditie bewaren (en waarschijnlijk zal dit op geen enkel ander gebied zo gemakkelijk zijn) maar anderzijds ook vernieuwing brengen. Kant wordt nog steeds met de hand gemaakt, wel het kan reeds machinaal maar de betovering hangt er niet meer aan vast. Vandaag is kantklossen geen beroep meer in de westerse wereld zoals 30-40 jaar geleden. Het is een hobby. Een hobby die steeds meer aanhang krijgt zowel van jong als oud.

Kant en toerisme
Kant is nog steeds een geliefd product, wat blijkt uit de interesse en productie van kant in toeristische centra zoals Brugge, Gent, Antwerpen en Brussel. Veel toeristen laten zich verleiden; vaak zijn er demonstratie's die de mensen een beeld geven van de productie.

Helaas is dit vaak schijn. Bij de kolonisatie van Congo werden in de missieposten kanttechnieken aangeleerd door zusters. In deze scholen vervaardigden zwarte vrouwen en kinderen grote hoeveelheden kant tegen een mager loon. Deze concurrentie was een zware klap voor de Belgische kantindustrie die al gauw doodbloedde. Nog steeds worden er in het buitenland grote hoeveelheden kant geproduceerd en verkocht als "hand-made". Vele stukken zijn door de grote kwantiteit zeer laag van kwaliteit. De herkomst van veel "hand-made" -kant is vaak niet eens Belgisch.

Door de geringe kennis van veel klanten is het makkelijk om machinaal gemaakte kant als echte kant te verkopen. Het herkennen van kantsoorten is een ware specialisatie op zich. Velen laten zich verleiden en worden soms bedrogen. Een gekende techniek is moderne kant kleuren in thee waardoor deze ouder lijkt. Voor oude stukken worden soms woekerprijzen betaald, die vaak nog niet in de buurt komen van de materiële waarde van een stuk. Sommige soorten zijn zo arbeidsintensief dat het uurloon onmogelijk is te verrekenen. Kant is nog steeds een grote industrie, maar niet meer in Vlaanderen. Voor oude stukken reikt men certificaten uit, een garantiebewijs. Vaak worden grote stukken versneden tot kleinere details die men in kaders afzonderlijk verkoopt aan hoge prijzen. Door deze acties gaan vaak grote waardevolle stukken verloren. Verzamelaars kopen enkel stukken in een goede conditie en met een fraaie kwaliteit. Het hoeft geen betoog dat oude stukken steeds duurder en duurder worden.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Kant_(textiel)
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 326.