kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02 12 2016 16:13 voor het laatst bewerkt.

Mode

VanDale: de mode (v.)
1 vrij algemeen maar voorbijgaand gebruik, met name de manier van kleden
2 de opeenvolging van dergelijke gebruiken

Kunst & Mode
Kleding heeft in de eerste plaats een praktische functie, maar is tegelijkertijd ook een soort taal. Het is een middel om te laten zien wie je bent, bij welke groep je wilt horen of wat je beroep is. Ieder jaar veranderen kleren en kapsels een klein beetje en dat noemen we dan 'de mode'. Na een paar jaar is dat wat hip was plotseling ouderwets geworden.

Mode kan beschouwd worden als toegepaste kunst. Maar verdient mode de benaming kunst? Wanneer wordt het modeontwerp meer dan een consumptiegoed?
Mode kan onze manier van leven op een zekere manier beïnvloeden. Mode is tevens de grootste drager van de sociale geschiedenis. De mode omhelst een grote industrie, waarbij de hoofdrolspelers zowel financieel als cultureel een dominante rol spelen. Ze beïnvloedt alle facetten van de hedendaagse samenleving: muzikanten, sporters en filmsterren worden ingelijfd als ambassadeurs, kunstfotografen worden verleid tot publiciteitscampagnes en toparchitecten worden aangetrokken voor winkels, modehuizen en musea.

Haute couture
Haute couture [Fr.] Kleermakerij van hoge stand.
De haute couture is de toonaangevende modelijn, voornamelijk bepaald door in Parijs gevestigde modehuizen. Verdere hoofdcentra van de haute couture zijn Milaan en New York.
Slechts een selecte groep modeontwerpers in Frankrijk mag zich (haute) couturier noemen. Ze voldoen aan strenge voorwaarden opgelegd door de Chambre Syndicale de la Couture. Modehuizen die de titel Haute Couture (mochten) dragen zijn o.a. Balmain, Chanel, Christian Dior, Christian Lacroix, Emanuel Ungaro, Givenchy, Nina Ricci, Paco Rabanne, Jean-Louis Sherrer, Yves-Saint Laurent, Jean-Paul Gaultier, Thierry Mugler en Adeline André.

Historie van de mode
Van de mode wordt wel beweerd dat ze een stroom is die parallel aan de wereldgeschiedenis door de maatschappij vloeit. Ze verandert, ze belichaamt de wens tot verandering en ze behoort in deze functie even onveranderlijk tot de basisuitrusting van de mens als de macht der gewoonte.

Mode was vroeger een zaak van de adel. De adellijke hoven bepaalden wat er op cultureel en politiek vlak 'in' was. In de 15de eeuw waren dat de Medici's in Firenze, in de eeuw nadien waren dat dan weer de streng katholieke Spanjaarden. Edellieden liepen enkel nog in het zwart en droegen de typische molenkraag. De Franse koning Lodewijk XIV hechtte dan weer veel belang aan pracht en praal, zodat de mode in zijn tijd opnieuw heel kleurrijk en zwierig werd.
Eén van de manieren waarop de laatste trends in vroegere tijden over Europese hoven verspreid raakten, was d.m.v. poppen. Eens per jaar werd een pop, volledig gekleed en gekapt volgens de nieuwste inzichten, met een koets naar verschillende Europese steden gestuurd. Dit gebruik werd tot in de 19de eeuw gehandhaafd. Daarnaast waren er ook de kunstenaars die via hun schilderijen de klederdracht tot bij de mensen brachten. Ze voegden soms eigen fantasieën aan hun werken toe, wat dan weer leidde tot het overnemen van sommige kleding. Op deze manier beïnvloedden de schilders ook de mode.

Vanaf de 19de eeuw zijn het niet langer de hoven die de mode dicteren, maar de artistieke wereld. Nieuwe trends werden bijvoorbeeld in de literatuur door Oscar Wilde en in het theater door Doucet en Poiret bij het grote publiek gebracht.
In de twintigste eeuw vervulde de film dan weer de functie van trendsetter. Vrouwen droegen wat de societyfiguren in de films en hun vrije tijd aan deden. Sinds de jaren '60 drukt ook de popmuziek een stempel op de opeenvolgende trends van de mode.

De invloeden van het ballet aan het begin van de eeuw, het optreden van de betoverende filmsterren uit de jaren '30, de antimode van de jaren '70, of het nu gaat om Chanels Jerseykostuum, Diors New Look, Saint-Laurents smoking voor vrouwen, Mary Quants minirok of Alaïa's stretch-body, al deze kledingstukken veranderden ons leven.


Worth 1860's

 1880 - 1900
Pas in de 19de eeuw doet zich het verschijnsel 'modeontwerper' als beroep voor. In die tijd betekent dat 'een kleermaker met talent en ideeën'. Charles Frederic Worth (1825 - 1895) was de eerste ontwerper. De tijd vanaf zijn opkomst tot 1908 zal men de 'eeuw van Worth' noemen.

1890 - 1900 Fin de Siècle
De rol van de vrouw verschilde al sterk met die van de romantiek. Zij studeerde en was ook binnen het huwelijk al veel onafhankelijker. Haar kleding werd minder geprononceerd; de tournure werd eerst nog vervangen door een kussentje en al gauw helemaal niet meer gedragen. Ze droeg nog wel een kort korset om de taille in te snoeren. Haar japon had lange mouwen - eerst alleen het bovenste deel poffend, later de hele mouw - had een kraag met revers en soms een sleepje aan de rok. Zij droeg in deze tijd graag een bolero over blouse of jurk.

1900 - 1909 Jugendstil
Het droit-devant korset geeft het lichaam een dusdanige vorm dat de buik wordt platgedrukt en billen en borsten worden geaccentueerd. Het middel moet zo slank zijn dat men het met twee handen kan omvatten. Om dit korset aan te doen en vooral om het dicht te krijgen, had de vrouw van stand hulp van derden nodig. Ze vertoonde zich voor de middag dan ook niet in het openbaar, maar bleef in haar damesvertrek of boudoir, waar haar kamermeisjes haar hielpen bij het aankleden en tooien.

Langzamerhand oefenden steeds meer vrouwen een beroep uit. Zij werkten in winkels, waren typiste of zelfs onderwijzeres, en droegen mantelpakken. Als men werkt, wordt de kleding immers sneller vuil en het dragen van een mantelpak had als voordeel dat men er alleen de blouse van hoefde te wassen. Het mantelpak werd al vanaf 1890 gedragen door de hogere standen als reiskleding, maar vanaf 1900 wordt het veel algemener.

Comfort en persoonlijkheid van de draagster werd in de 20ste steeds meer bepalend, dat uitte zich het eerst in de reformkleding van de suffragettes. De reformjapon werd ook wel hobbezak genoemd. Hij was recht van snit en werd zonder korset gedragen.

Jacques Doucet
Op de wereldtentoonstelling van Parijs in 1900 blijkt duidelijk dat deze stad het centrum van de mode is. Jacques Doucet is de belangrijkste ontwerper uit deze tijd. De gehele Europese adel en de beroemde actrices laten zich door hem kleden.

1908-1914: Weg met dat korset
Paul Poiret, Mariano Fortuny, Jeanne Lanvin ...


Paul Poiret, 1908

Zijn leerling Paul Poiret wordt wel eens de 'sultan van de mode' genoemd. Niet alleen bracht hij een oriëntaalse toets in zijn ontwerpen, hij introduceerde ook de 'directoirelijn': jurken die enkels ontbloot lieten en een verhoogde taille hadden. Het was Paul Poiret die de vrouwen verloste van hun korset...

In deze periode ging het ondergoed een veel belangrijker rol spelen. De vrouw uit de hogere standen draagt pas sinds 1860 een onderbroek. Daarvoor was dit enkel bestemd voor danseressen, voor dienstmeisjes die op een ladder moesten staan en voor prostituees. Voor de andere vrouwen werd dit uiterst onbetamelijk gevonden. Vreemd? Het begrip broek was nu eenmaal gekoppeld aan een kledingstuk voor mannen, en een vrouw dacht er zelfs niet aan om zoiets aan te trekken. Vanaf 1900 kwam daar dus verandering in. Als tegengewicht voor het korset kwamen er soepele, ondersteunende gordels, de zogeheten Wilhelminalijfjes voor dikke dames en het Hollandialijfje voor slanke vrouwen.

De mannen gingen gekleed in sobere pakken, want vanaf de teloorgang van het Ancien Régime na de Franse Revolutie is het afgelopen met het dragen van kanten volants aan de hals en polsen, met lichtgekleurde zijden jassen en broeken, witte kousen en poederpruiken. Degenen die dit droegen, leefden immers van de belastingen die het volk voor hen opbracht. De hardwerkende man uit de 'haute bourgeoisie' geeft nu de toon aan. Hij verdient zelf zijn geld, en hoe luxueuzer de kleding van zijn vrouw, hoe meer geld hij verdient. De heer van de Belle Epoque moet er wel tot in de puntjes verzorgd uitzien en laat zijn kleren door een kleermaker maken. Confectiekledij bestaat wel, maar is beneden zijn stand.

Er werden jurken ontworpen voor dames die niet langer mooi wilden zitten wezen in het salon, maar die wilden autorijden en sporten. Omdat deze ontwerpen nogal gedurfd zijn, werden ze vaak eerst via het theater aan de mensen getoond. Actrices zoals Réjane, Cécile Sorel en Sarah Bernhardt waren hun eerste modellen.

1914-1919: Het ontketende lichaam - de broek
Wanneer de eerste wereldoorlog uitbreekt, valt het hele modebedrijf min of meer stil. Steeds meer mannen moeten zich voor het leger melden en steeds meer vrouwen nemen de banen van de mannen over. Aan mode hoeven de meeste vrouwen voorlopig niet te denken. Zij die zwaar werk doen op het land of in de fabrieken gaan over op het dragen van pantalons of overalls, maar dit worden nog niet onmiddellijk modeartikelen. De strompelrok verdwijnt, maar voor het overige blijft men kledij dragen van voor de oorlog, zij het een soberder en een vormlozer versie. De modehuizen die blijven ontwerpen, brengen op het militaire uniform geïnspireerde kleding.


Avondjurk Molineux, 1926-1927

 1919-1929: La Garçonne Edward Molyneux, Jean Patou, Jeanne Paquin, Jeanne Lanvin ...

In de eerste jaren na de oorlog is 'jong' het toverwoord. De vrouw, la Garçonne, is geen versiering meer van de man, maar in vele gelijk aan hem. Ze is een onafhankelijk wezen. Gedaan met mannen behagen, de vrouw wil zich amuseren.

Eén van die rebelse, vrijgevochten vrouwen was Made moiselle Gabrielle 'Coco' Chanel. Omdat na de oorlog goede stoffen zeldzaam waren, experimenteerde ze met jersey en breiwerk en ontdekte hoe comfortabel dat kon zijn. Ze introduceerde de 'poor chic' met als modestatement 'luxe is geen luxe als het niet comfortabel is'.

Het begrip cocktailjurk ontstaat. Deze is precies hetzelfde concept als een doordedaagse japon, maar vrijwel altijd zonder mouwen en gemaakt van een luxe stof, veelal versierd met kralen en franjes.


 1925 Mijlpalen in de mode: Chanel Little Black Dress (het kleine zwarte jurkje)

In de jaren '20 dient men voor alles slank te zijn. Men lijnt en kuurt, want de smalle en korte jurkjes staan absoluut onmogelijk op een gezette dame.
Eind jaren '20 laat de ernst van het bestaan zich echter weer voelen: de taille gaat omhoog en de zoom van de rok zakt.

1930-1939: Terugkeer van de elegantie
Shocking Elsa Schiaparelli, Madeleine Vionnet, Coco, Nina Ricci, Alix Grès, Maggy Rouff, Marcel Rochas, Mainbocher, Augusta bernard, Louise boulanger,

Vanaf de jaren '30 waren alle grote ontwerpers het erover eens: de vrouw moest weer vrouwelijk zijn. De vrouw mag en moet weer aantrekkelijk zijn in haar vrouwelijkheid, zodat taille, heupen, billen en borsten opnieuw geaccentueerd zullen worden. Het silhouet is nog steeds slank, maar volgt wel de vormen van het lichaam. Deze verandering van positie van de vrouw is het gevolg van de economische crisis. De vrouw die in de jaren '20 zo zelfstandig was geworden en haar mannetje stond, is ineens weer het supervrouwelijke en verleidelijke type, afhankelijk van de man die haar opnieuw geborgenheid moet schenken en beschermen tegen de boze wereld.

In 1933 is er een licht economisch herstel en dit heeft ook voor de mode gevolgen: mannelijke elementen keren terug in de kleding.
De filmsterren hebben een grote invloed op het kleedgedrag van de modebewuste vrouw. Er onstaat een ware cultus rond de persoonlijkheid van filmsterren.


 Elsa Schiaparelli, 1938

Er treedt weinig verandering op in de herenkleding. Edward, de afgetreden koning van Engeland en in de jaren '30 hertog van Windsor, blijft de man naar wie iedereen opkijkt en die de mode aangeeft. De man mag, evenals de vrouw, het accent meer op zijn figuur leggen. Het kostuum is gedetailleerd en het zit glad om de heupen.

1940-1949: Mode is onverwoestbaar
Cristobal Balenciaga, Pierre Balmain, Jacques Fath ...

Tijdens de tweede wereldoorlog bleef Parijs mode aangepast aan de situatie creëren. Zo maakte de bekende couturier Elsa Schiaparelli een eenvoudige outfit met de naam 'abri'. Dit is een ensemble van pantalon en jasje waarmee je zo de schuilkelder in kon duiken.

De periode na WO II kent een aantal opzienbarende veranderingen in de mode. Massaproductie gaat een steeds grotere plaats innemen. De ontwerpers verkopen nog wel unica voor fabuleuze prijzen, maar de happy few die zich zoiets kunnen veroorloven, worden geringer. Vanaf 1955 is er de opkomst van de prêt-à-porter mode. De couturiers zullen vanaf dan ontwerpen voor de industrie creëren. Hiermee wordt min of meer het einde van de Haute Couture ingeluid en het begin van de democratisering van de mode.

1950-1959: Wederopbouw New look
Louis Féraud, Dior

Ondanks de grote Amerikaanse invloed van Hoge flatbouw, winkelcentra, de jukebox en nylonkous, was het toch weer Parijs dat de leidende rol in de modewereld op zich nam. Dior ontwierp in 1947 als reactie op de oorlogsmode de vrouwelijke veel stof vereisende Ligne Corolle, door de Amerikanen de New Look genoemd.
De vrouw kreeg na 1947 een volledig nieuw silhouet: afgeronde schouders, smalle taille en een wijde lange rok. De rok was klokkend of geplisseerd en reikte bijna tot aan de enkel; na 1950 kwam de rok tot 10 cm onder de knie. Nieuw was ook de kimonomouw. Het Deux-piece ensemble had een getailleerd jasje met klokkend schootje.
Grote tegenhanger van Dior was Fath, die in 1948 de kokerrok in de mode bracht. verder werden twinsets, Schotse rokken, bloesjes van nylon cloque met vlindermouwtjes veel gedragen. De Amerikaanse Pin-up girl beinvloedde de mode met strapless jurken.

Tegelijkertijd ontstond in de Parijse studenten- en artiestenwereld onder de invloed van het existentialisme van Sartre, Simone de Beauvoir en de zangeres Juliette Greco, een nieuw modebeeld met zwarte kleding en lang haar welke gevolgd werd door alle 'andersdenkende' jongeren van Europa.

Italië kondigt zich in de jaren vijftig aan als de grote concurrent van Parijs. Het centrum is er Florence en Giorgio Giorgini is dé man die al jaren Italiaanse kleding exporteert. De kracht van de Italiaanse ontwerpen ligt in de combinatie van stijlvolle elegantie met moderne en gedurfde vondsten, terwijl een eclatant kleurgebruik tot de sterkste troeven behoort. Het accent ligt vooral op chic en op vrijetijdskleding. Namen als Simonetta, Fabiani, Emilio Pucci, Valentino, Fontana en Capucci zijn vanaf dan niet meer weg te denken uit het modebeeld. Vooral Amerikaanse kopers, die zelf geen ontwerptraditie kennen en uit zijn op nonchalante kleding, vinden in de Italiaanse ontwerpen precies wat ze altijd al wilden: kleur, lef, gemak en elegantie.

Al vroeg in de jaren '50 doet zich het verschijnsel voor van agressief optredende, opstandige jongeren. Niet de hele jeugd voelt zich echter onbegrepen en emotioneel verwaarloosd. Algemeen is wel dat ze niet meer wil zijn zoals de ouderen. De jongeren willen zelf geld verdienen om hun eigen kleren te kopen en daarmee vrij te kunnen kiezen. Er ontstaat een jeugdcultuur met eigen gedragscodes en een eigen kleedgedrag, dat een nonchalante mode voorstaat. De jeugd wil niet meer voorgeschreven krijgen hoe ze zich moeten kleden. Men wil jong en klasseloos lijken.

1955-1964 Rock 'n' Roll en Couture
Mede onder invloed van popmuziek en popidolen, die een enorme invloed hebben op de smaak, het gedrag en de kleding van de jeugd, verandert het modebeeld in geen tijd. De jongeren willen niet langer vormelijk gekleed gaan. Het bestaan van de Haute Couture, bekend van veelvuldig gefotografeerde vrouwen als werd gegarandeerd door grote inkopers van confectiehuizen. Film. televisie en rock 'n roll inspireerden de jeugd echter tot het dragen kleding en kapsels als die van James Dean, Brigitte Bardot en Elvis Presley. Hierdoor ontstonden twee modelijnen: een voor tieners en een voor twens.

Jarenlang hebben de grote modeontwerpers voor een kleine bovenlaag ontworpen en het mag duidelijk wezen dat de generatie van de jaren vijftig zich niet langer wenst te conformeren en zich op grond van heel wat andere normen en ideeën wenst te kleden. De jeugd stuurt hierdoor een aantal van de grote couturiers onbewust een andere richting uit. Voorbeelden van zo'n couturiers zijn Christian Dior en Balenciaga die in 1957 met hun zak- en hemdjurk inspelen op de behoefte aan nonchalante kleding.

De mode veranderde tot 1960 ieder jaar van silhouet:
. 1954 en 1955: Dior met respectievelijk A en H-lijn.
. 1957 De Givenchy met ligne sac en ligne tulipe.
. 1958 Cardin met S-lijn en Yves St. Laurent met de trapeziumlijn.

Een ensemble van jurk met jasje, prinsessemodelmet gerende of rechte rok, de lengte tot onder de knie werd veel gedragen. Als zomerjurk veel variaties op de trouwjapon van Brigitte Bardot. Verder overhemdjurken, mouwloze hemdjurken en twinsets met plooirokken.

1962 Voor een volledig nieuwe lijn die zowel door de Haute Couture als de alternatieve jeugd in de armen werd gesloten zorgde in 1962 Mary Quant in London.

1960-1969: Seks, drugs & rock-'n-roll voor een betere wereld
Yves Saint Laurent, Pierre Cardin, Paco Rabanne, Emanuel Ungaro, Karl Lagerfeld, Marc Bohan, Guy Laroche, Sonia Rykiel, Mary Quant,

Mijlpalen in de mode: prêt-à-porter & de mini
De jaren '60 staan vrijwel uitsluitend in het teken van de jeugd die geen boodschap heeft aan Haute Couture. Tieners en twens bepalen de mode.

De in de jaren '50 ingevoerde prêt-à-porter is inmiddels een niet meer weg te denken begrip geworden. Alle modehuizen maken en verkopen dit en alle ontwerpers van naam ontwerpen ervoor. Zelfs de grote Franse couturiers beseffen dat ze op de in aantal geslonken geldaristocratie niet meer moeten rekenen. Men begint zich te realiseren dat de roep om mode vooral afkomstig is van jongeren uit lager gesitueerde milieus, bij wie men niet met chique kleding hoeft aan te komen. Chic is uit de mode, in alles moet je laten zien dat je jong bent, geld verdient en wil leven zoals jij dat wil. De Parijse modehuizen gaan mee en zo verschijnen de eerste minijurken op de catwalk.

Boutiques rijzen als paddestoelen uit de grond en vormen een dusdanige bedreiging voor de gevestigde modehuizen, met als gevolg dat deze laatste speciaal hoeken inrichten voor de jonge mode.

1964-1970 De BeatlesAndré Courrèges kon met zijn astronauten-look niet verhinderen dat de voorkeur uitging naar de zogenaamde ‘Street Wear' uit het London van Mary Quant, de Beatles en boetieks als Biba. De ideale vrouw is broodmager, jongensachtig zonder een enkele ronding en loopt in een minijurk. De Engelse mannequins Twiggy, een 15-jarig meisje met kort haar (het eerste wereldberoemde fotomodel) en The Shrimp krijgen fortuinen aangeboden om zich te laten fotograferen en shows te lopen. Een gevarieerder modebeeld van de man wordt geschapen dankzij de Beatles van wie de lange haardos en kraagloze pakken door miljoenen fans werd geimiteerd. Andere invloeden komen uit India dat een mystieke aantrekkingskracht uitoefende op jonge 'hippe' mensen.

De kleding van de vrouw kwam tot 20 centimeter boven de knie. De minijurk was recht, had halflange ingezette mouwen en een licht accent op de heupen. Typisch waren het gebruik van cirkels of rechthoeken en het gebruik van twee afstekende kleuren in een kledingstuk. Pas eind jaren '60 kwam als reactie de langere mode: de halflange midi en de lange maxi.

Een chaotisch modebeeld ontstond waaruiteindelijk de pantalon uit naar voren kwam: het broekpak van St. Laurent, het safaripak van Bohan en het tuniekpak, een samenvoeging van pantalon en minijurk. Nieuw was ook het bermudapak en de mouwloze maxi-jas.

Hippies
Vanaf midden jaren '60 krijgen de hippies invloed op de mode. De modebewuste jeugd heeft langzamerhand genoeg van de strakke, futuristische, utopische, pop-art en op-art mode. De romantiek treedt op de voorgrond en de flower power doet zijn intrede. De mode omhelst alles wat uitheems, folkloristisch, eerlijk en zuiver voorstaat. In deze hippiecultuur heerst een sterke drang naar zelfexpressie. Belletjes, franjes en kwasten zijn er in overvloed en wie zorgvuldig uitgekozen vodden aantrekt, geeft daarmee te kennen dat hij / zij niets met de verwerpelijke consumptiemaatschappij wil te maken hebben. Arbeiderskleding wordt gedragen om een klasseloze maatschappij te propageren en men draagt uit legerdumps afkomstige spullen om daarmee de belachelijke ernst van het militarisme aan de kaak te stellen.

Jeans
Jeans worden het grote modeartikel. Dit kledingstuk was al enorm populair bij de jeugd als vrijetijdskleding, maar op school of op kantoor werden ze nog niet getolereerd. In de jaren zestig worden ze een algemeen aanvaard kledingstuk, dat liefst zo nauwsluitend mogelijk werd dragen. Hiervoor gingen de mensen met hun jeans in bad zitten en lieten het daarna aan hun lijf opdrogen, zodat ze als het ware een tweede huid hadden. De jeans werden door iedereen gedragen, waardoor de drang naar individualisering bedreigd werd. De oplossing om aan deze uniformiteit te ontkomen bestond erin de jeans te beschilderen, te beplakken, te appliqueren en vol te borduren. De jeans of spijkerbroek vormt het toppunt van de democratisering in de mode: nooit eerder in de geschiedenis werd één en hetzelfde kledingstuk zozeer door alle lagen van de bevolking geaccepteerd.

Vanaf 1970 speelt de confectiebeurs Le Salon du Prêt à Porter een belangrijke rol naast die van de Haute Couturiers.

Italie
Italië is in de jaren zestig het land waar de meeste herenmode wordt ontworpen. De man die niet met jeugdcultus of hippiedom wil meedoen, en er gewoon chic wil uitzien, draagt vanaf het midden van het decennium pakken met getailleerde colberts. Gekleurde hemden veroveren een plaats in de herenmode en polohemden worden enorm populair als vrijetijdskleding. Dassen worden heel breed en zijn verkrijgbaar in allerlei kleuren en dessins.

Jaren zeventig: Progressief en Trendy
1970-1979: Antimode - maar wel graag met wijde pijpen
Thierry Mugler, Jean-Charles de Castelbajac, Claude Montana, Jean-Paul Gaultier, Kenzo, Hanae Mori, Issey Miyake,

Engelse mode: Norman Hartnell, Hardy Amies, Biba, Vivienne Westwood, Zandra Rhodes, Jasper Conran, Katherine Hamnet, Rifat Ozbek, John Galliano, Alexander McQueen, Stella McCartney, Hussein Chalayan,

Het begrip modetrend is in de jaren zestig ontstaan en zet zich in de jaren zeventig door. In deze tijd wil men zich progressief en trendy kleden. Onder invloed van de ecologische beweging, de belangstelling voor de Derde Wereldlanden, oliecrises en de vrouwenbeweging groeit in het begin van de jaren zeventig een ongekende variëteit. Men gaat echter niet zuiniger leven. Aan kleding wordt meer uitgegeven dan ooit.

Vooral kleding geïnspireerd op boerendrachten is zeer populair. Uit alle windstreken komen de etnische modes aangewaaid. tweedehands kleding werd een symbool voor originaliteit. Een gekende naam uit deze periode is Laura Ashley.

Vlak na 1970 begon men kledingstukken over elkaar te dragen; de robe housse. Engelse invloed op de mode hadden Mary Quant met hotpants en Laura Ashley met Victoriaanse romantische jurken. Parijs kwam met Kenzo die tibetaanse volksdracht introduceerde: doorgestikte jakken, overkousen en pofbroeken. Ook typisch voor de jaren zeventig zijn de van werkkleding afgeleide spijkerbroeken, tuinbroeken, voorschoten en overalls.

Individualisme
Steeds meer onthult de mode de individuele smaak en de persoonlijkheid van de drager. De jeugd gaat de toon aangeven. Maar ook bij de ouderen voltrekt zich gaandeweg en bijna onopgemerkt een heroriëntatie. Waarden en normen worden niet langer van bovenaf opgelegd. Kleding dient niet meer als middel om materiële welstand en sociale status te tonen.

Unisex
Met de unisex manifesteert zich een nieuw verschijnsel in de kleding. Sommige mannen en vrouwen gaan gelijk gekleed, of nemen op zijn minst de kledingstukken of accessoires van elkaar over. Unisex brengt tot uitdrukking dat het met de hiërarchische verhouding tussen mannen en vrouwen, waarbij de vrouw, op grond van een culturele traditie, altijd de mindere van de man was, maar eens gedaan moet zijn.

Punk
In 1977 is punk de nieuwe sensatie in het straatbeeld. Jongens en meisjes hebben felgekleurd haar in pieken vol met gel. Ze dragen een uiterst kleurige, bizarre, vol geschilderde en vaak ook moedwillig gescheurde kledij. Een anarchistische houding ligt hier aan de basis. De punkers walgen van de bestaande maatschappij, en stralen een zekere agressiviteit en uitzichtloosheid uit. Het zal echter nog tot begin jaren '80 duren vooraleer de invloed van de punk tot de officiële mode doordringt. In 1983 gewaagd men van een Punk Look.

Disco
Eind jaren zeventig geeft de film ‘Saturday Night Fever' aanleiding tot de discomode. Deze wordt, in tegenstelling tot de punk, wel meteen als een volwaardig en nieuw modeverschijnsel beschouwd, vooral door de jeugd.

1980-1989: Dressed for success
Vrouwen gingen of meer vrouwelijk gekleed, droegen meer jurken en legden meer accent op de borsten en heupen of liepen in ruime mannelijke bandplooibroeken, oversized blazer en overhemd met stropdas. Later wordt dit wel meer getailleerd en verdwijnen de brede schouders. De rokken bleven kort. De mannenkleding gaat iets soepeler vallen, de bandplooibroek wordt algemeen en is samen met wat fantasievollere vesten iets gevarieerder in kleur.

Jonge mensen waren ambitieus en prestatiegericht, de yuppies, en droegen daarbij passende carrierekleding: Claude Montana, Thierry Mugler, Giorgio Armani,

De japanse ontwerpers Issey Miyaka en Kansai Famamoto hadden grote invloed op het silhouet met de brede schouders en de kleur. De modekleur van de jaren tachtig was veel zwart met felle primaire kleuren, vooral rood.

De vernieuwende kleding van Jean Paul Gaultier bevatte punkelementen als rafels en omgekeerde naden. Zijn kitsch kleuren waren een reactie op de 'goede smaak' van de carrieremakers. Als ontwerper van popidool Madonna onderstreepte hij met zijn sexy kleding haar provocerende optredens.

Christian Lacroix en Romeo Gigli vernieuwden de mode met elementen uit de Barok, de Renaissance en Byzantium. Azzedine Alaïa met korte, strakke kleren in stretch.

Andere belangrijke ontwerpers uit de jaren 80 waren o.a.: Rei Kawakubo, Yohji Yamamoto, De Antwerpenaren, Italiaanse mode: Roberto Capucci, Sorelle Fontana, Emilio Pucci, Gucci, Missoni, Gianfranco Ferré, Gianni Versace, Moschino, Dolce & Gabbana, Prada,

Het fenomeen supermodel
In de jaren negentig waren het vooral de topmodellen die hoge toppen scheerden. Toch hebben deze aan het begin van de 21ste eeuw veel van hun invloed verloren. Popsterren en actrices bepalen het modebeeld. Opvallen en de aandacht trekken van de fotografen trekken, is nu de boodschap.

1990-1999: Minimalistisch in de toekomst?
Amerikaanse mode: Claire McCardell, Charles James, Oleg Cassini, Rudi Gernreich, Roy Halston, Bill Blass, Calvin Klein, Ralph Lauren, Norma Kamali, Donna Karan, Anna Sui, Betsey Johnson.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 48.