kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 26-09-2013 voor het laatst bewerkt.

The Society-Shop

The Society Shop

Nederlands modewarenhuis, opgericht ca. 1935 door Gerard Dijkstra in Amsterdam.

  Zie ook jaren vijftig en zestig beleefde The Society Shop gouden jaren. Het was de tijd nog dat Dijkstra de eerste nylon-tricot 'drip and dry' overhemden introduceerde, en om het fenomeen toe te lichten een enorm aquarium in zijn etalage bouwde waarin overhemden door een ingenieus mechaniekje werden ondergedompeld en weer opgehangen.

Gerard Dijkstra had grote invloed op het uiterlijk van de Nederlandse man... Hij bevrijdde de man van zijn „deftigheid” - Door H.F. van Loon - De Telegraaf, editie 21-03-1974

In niets lijkt hij op een modekoning — verre van dat, je zou hem eerder taxeren als bankier uit een middelgrote provincieplaats met zijn zachte stem, scherpe blik en onopvallende kleren. Toch heeft Gerard Dijkstra (74) meer invloed gehad op het uiterlijk van de Nederlandse man dan wie ook in de afgelopen twintig jaar. Hij heeft de Nederlandse man van weleer die struikelde over zijn eigen deftigheid, bevrijd van het obligate pak-met-vest en hem gestoken in de kleurige kleding van nu. Hij heeft de zakenman en de bankier het excuus verschaft om zich zo te kleden dat ook hun vrouwen graag naast hen lopen. Hii heeft de „Society Shop" tot een begrip gemaakt bij wie goed gekleed wil zijn, of dat nu de president is van de Nederlandsche Bank, de zeer bekende cabaretier of de nog helemaal niet bekende, beginnende, jonge zakenman. Zoals één enthousiast commentaar luidt: „Dijkstra heeft ervoor gezorgd dat de Van Baerlestraat is voor de man. wat Parijs is voor de modebewuste vrouw".

En nu, zesendertig jaar nadat hij begon (met 3000 gulden schuld en een jaaromzet van nog geen 20.000 gulden) trekt Dijkstra zich terug. Hij heeft nu dertien winkels, zijn jaaromzet loopt in de miljoenen en zijn opvolging is veilig geregeld. Alle geruchten die de laatste weken plotseling de ronde deden dat zijn bedrijf door Vroom en Dreesmann zou worden overgenomen, heeft hij definitief ontzenuwd en met een gerust geweten is hij deze week naar Spanje vertrokken voor een vakantie van drie weken — de eerste vakantie waarschijnlijk waarin hij niet steeds naar Amsterdam zal bellen om te horen hoe het gaat — „de jongelui moeten het nu doen zoals zij het willen";

Aardige karaktertrek van Gerard Dijkstra is dat hij in de loop der jaren nauwelijks is veranderd. Ook nu nog vindt hij „betrouwbaarheid" de belangrijkste eigenschap van de ondernemer, net als toen hij nog een klein baasje was met zijn ene winkeltje, het leukste van zijn vak vindt hij nog altijd „met de klanten omgaan" (in volle ernst zegt hij: „Ik vind het een beloning als een klant bij mij in de winkel komt") en in zijn paspoort staat nog altijd als beroep vermeld: „winkelier". Een beetje verlegen lachend, zegt hij: „Ik heb er nog nooit aan gedacht het te laten veranderen". Titel die er toch al geruime tijd in had kunnen staan: „Presidentdirecteur ener B.V.".

Zijn verhaal ls een typische successtory, zo eentje die bijna klassiek uit een jongensboek voortkomt, van handelsreiziger tot miljonair. Als middelste zoon uit een gezin met 9 kinderen was er geen geld om hem naar de HBS te laten gaan en Gerard debuteerde als duvelstoejager bij Vroom en Co. — „mijn eerste maandloon bleek vijf gulden te zijn, ik heb toen wel gehuild van teleurstelling". Na enkele jaren zei hij V. & D. vaarwel en werd handelsreiziger, met als gevolg dat hij met twee loodzware koffers vol bretels, dassen, sokken en maandverband („ik wist niet eens waar het voor diende") langs detaillisten trok en ook bij tijd en wijle zijn handel kwam aanbieden in de „Society Shop". „Ik zag toen wel dat de toenmalige eigenaar er niets van terecht bracht en toen hij in 1935 aan de rand van het faillissement stond, heb ik hem voorgesteld de winkel van hem over te nemen". Dijkstra werd de nieuwe eigenaar van het winkeltje, betaalde braaf zijn schulden af en luisterde aandachtig naar de raadgevingen die hij af en toe genadiglijk kreeg van de deftige klanten uit de toen nog zo deftige Van Bacrlestraat.

No-iron
In 1956 kwam Dijkstra voor het eerst in het nieuws. Tijdens een reis naar Engeland had hij de eerste no-iron overhemden ontdekt, die hij spoorslags ln Nederland importeerde, waar zij onmiddellijk een rage werden. „Ze vlogen weg, iedereen wilde zo'n hemd dat niet meer gestreken hoefde te worden — en pas later bleek dat ook iedereen er uitslag van in z'n nek kreeg, omdat de finish niet deugde!" In 1958 haalde hij de nieuwspagina's van de Nederlandse kranten door de eerste mannen-modeshow te geven, met Londense dress-men (aangezien er toen nog geen Hollandse mannen-mannequins waren) en ook was toen een rood-gevoerde overjas die hij op die show liet zien, reden tot een felle controverse ln de dagbladen. In een strijdvaardig artikel met een grote kop vroeg een moderedactrice zich af: „Welke man wil nou zoiets dragen?" Maar Dijkstra ging verder. Hij had begrepen, dat mannen af wilden van het uniform dat zij van hun vaders en grootvaders hadden geërfd, dat zij er anders bij wilden lopen en die andere kleren ging hij over de hele wereld zoeken om ze naar Nederland te brengen. In Amerika, in Japan, in Hongkong en Singapore, overal ging hij kijken wat de industrie in andere landen maakte, waar hij iets van kon leren of dat hij in Nederland kon importeren. Als hij niet op reis was bracht hij zijn ideeën over op Nederlandse confectionairs, op Duitse en Italiaanse ontwerpers eri zijn grote verdienste is dat hij de Nederlandse herenconfectie-industrie industrie met name ln Groningen, bijtijds de schop in de derrière heeft gegeven, die zij nodig had om niet in te slapen en zachtjes te overlijden.

Amsterdammer
Hoewel hij door-en-door Nederlander en Amsterdammer is gebleven en er niet over piekert zich elders te gaan vestigen, is hij wel triest over het ondernemersklimaat in Nederland. „Je moet de beste kerels die je maar vinden kan in dienst nemen en die ook goed betalen, maar de ellende is dat ze er niets aan hebben: alles wat je hen méér betaalt moeten ze toch aan de belasting afdragen. Mede daardoor wordt er steeds meer confectie buiten Nederland geproduceerd, in Indonesië, in Japan, in Griekenland, overal waar handen genoeg zijn en waar arbeid nog te betalen is. De tijd ls nabij dat de Groningse pakken in Singapore worden gemaakt. Het enige dat wij dan nog doen is ontwerpen en verder de machines leveren en de know-how".

Zoals elke self-made man praat Gerard Dijkstra het liefst over zijn vak. „Kleren", aldus zijn filosofie, „moeten de man de plaats geven in de maatschappij waar hij recht op heeft. Als een vent er niet goed uitziet, dan wordt hij niet ernstig genomen. Let wel: hij moet er „goed" uitzien, vooral niet „mooi". En, diep in z'n hart, wil elke man dat ook wel, want wij zijn allemaal ijdel. Ook de directeur die met opzet in een vies, gerafeld pak naar kantoor gaat: dat is óók een vorm van ijdelheid, hij wil óók vooraan lopen en dat toont hij zó. Het enige waar ik niet tegen kan zijn deftige mannen, maar die zie je ook bijna niet meer, gelukkig. De Nederlandse man van nu wil niet meer gewichtig zijn, hij wil jong blijven en om dat te benadrukken kan hij zich gerust wat nonchalant kleden. Het is gewoon een kwestie van beleefdheid tegenover je medemensen, dat een man er plezierig - uitziet. Je 'hebt je body tenslotte gekregen van Onze Lieve Heer. Mag daar dan alsjeblieft ook een goed pakkie omheen hangen?'

Bron: De Telegraaf, editie 21-03-1974

Ook Dijkstra's partner Ed Beer, die begin jaren tachtig alle aandelen van de zaak zou overnemen, maakte nog goede tijden mee. Er kwamen aparte kinderafdelingen, sportkledingzaken en damesmodewinkels. Allemaal profiteerden ze van de naam Society Shop. Bekende sportlieden, televisie-coryfeëen en politici kwamen zaterdag naar de Van Baerlestraat om zich een nieuw pak te laten aanmeten - of, zoals toenmalig PvdA-leider Den Uyl, twee precies dezelfde.

De zaken gingen volgens ingewijden echter steeds slechter en in 1989 verkocht Beer zijn aandelen aan het Amsterdamse effectenbeurs genoteerde bedrijf Goudsmit en enkele particuliere investeerders die dachten een goudmijn in handen te hebben. Beer mocht aanblijven, maar The Society Shop zou met wat coaching van Wolters en Schaberg snel weer winst gaan maken. Het pakte anders uit. Goudsmits warenhuis Ter Meulen in Rotterdam ging in 1993 failliet en de moedermaatschappij besloot zich helemaal uit de detailhandel terug te trekken. De ketens werden in rap tempo verkocht. Het verlieslijdende Society Shop is het enige dat herinnert aan Goudsmits detailhandelsverleden.

Anno 2013 heeft het modebedrijf veertien winkels, verschillende outletstores en een webwinkel. De Nederlandse pakkenspecialist heeft buitenlandse filialen in België en Duitsland. In juli 2010 werd daar een winkel in Dubai aan toegevoegd, in winkelcomplex Dubai Festival City. The Society Shop werd hiervoor benaderd door Al Aqili, een lokale partner in Dubai, die de exploitatie van de nieuwe winkel op zich neemt. In 2012 neemt Society Shop nog heren- en damesmode Steppin’ Out over.

Bronnen:
* www.volkskrant.nl
* www.fashionunited.nl

  Zie ook vintage The Society Shop op de website van Galerie Kunstbus  


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 940.