![]() INSCHRIJVEN NIEUWSBRIEF OF WEBFEED! Tip: klik op Verisme voor andere pagina's over dit onderwerp. |
Index lexicon: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z 0-9 Deze pagina is voor het laatst bewerkt. Verismein Italië ontstane stroming waarbij gestreefd werd naar realistische (naturalistische) uitbeelding van het dagelijks leven in de opera.Het verisme ontwikkelde zich door de literaire stijlrichting het naturalisme, tussen 1890 en 1910 als tegenbeweging van de romantische opera. De veristische voordrachtwijze maakte gebruik van realistische gevoelsuitdrukkingen zoals schreeuwen, zuchten en snikken, in de zang. De opera, gefiltreerd door de ervaring van twee-en-een-halve eeuw melodramatische kunst, was tot een soort monopolie gekomen, dat kon worden samengevat in éen naam: Giuseppe Verdi. Maar wat gebeurde er om die naam heen? Italië begon langzaam de fysionomie en het bewustzijn van een natie te verwerven (na vele eeuwen van vreemde overheersing was een nationale eenheid tot stand gekomen) en spoedig zou het deel gaan uitmaken van een Europese gemeenschap. Italië moest nu ook op artistiek gebied zijn blik verruimen. Verdi, op het hoogtepunt van zijn roem, beheerste nog het toneel, maar reeds gistten de elementen die Italië van het 'vaderland van het melodrama' tot een 'natie der muziek' zouden maken. Maar opdat deze nieuwe toestand verwerkelijkt zou kunnen worden, was het noodzakelijk dat het muziekdrama zijn laatste etappe doormaakte: de burgerlijk-veristische opera. Een van de meest karakteristieke 'ismen' van de laat-negentiende-eeuwse muziek was het verisme (verismo) in de Italiaanse opera (van vero = waar, echt), een term die soms wordt geïnterpreteerd als 'realisme' of 'naturalisme'. Het eerste kenmerk is een libretto waarin gewone mensen in alledaagse situaties zich laten leiden door primitieve emoties en plotseling gewelddadig reageren. Het tweede is de muzikale stijl, die is toegesneden op een dergelijk libretto. De 'veristische' opera is de onschuldige voorvader van de thrillers van de beeldbuis en het witte doek; even typerend voor de post-romantische periode als de dissonanten, de enorme bezettingen en de andere muzikale middelen die werden aangewend om de afgestompte zintuigen te prikkelen. Bij uitstek veristisch zijn de Cavalleria rustica na (1890) van Pietro Mascagni (1863-1945) en I pagliacci (De clowns, 1892) van Ruggiero Leoncavallo (1858-1919). Het verisme was slechts een kort leven beschoren, al had het zijn weerklank in Frankrijk en Duitsland. De opera's worden nog steeds overal ter wereld uitgevoerd. Giacomo Puccini (1858-1924) schreef met Tosca (1900) en Il tabarro (1918) veristische opera's, maar voor het merendeel laat zijn opera-oeuvre zich niet zo eenvoudig benoemen. Hij was (net als Massenet) een succesvol eclecticus die in een opera als Manon Lescaut (1893) de laat-romantische hang naar sentiment laat prevaleren. In andere werken kiest hij juist voor het realisme (La bohème, 1896) of het exotische (Madama Butterfly, 1904; Turandot, 1926). De muziek van Puccini wordt gekenmerkt door lyrische intensiteit, discreet toegepaste moderne harmonische verworvenheden en een wonderbaarlijke flair voor dramatische effecten. Het was noodzakelijk, het jaar 1890 te beleven en de dag waarop de eerste uitvoering plaatsvond van de Cavalleria Rusticana, de eerste van die succesopera's die erin slaagden de triomfen van die geweldige opera's van de 19de eeuw te evenaren. Te zeggen dat het muzikale verisme in Italië van buitenlandse oorsprong is, zou niet juist zijn. Weliswaar is Bizets Carmen het beste voorbeeld van een veristische opera, maar het is niet minder waar dat de Napolitaanse opera buffa het eerste authentieke voorbeeld is geweest van de veristische opera die, zij het zonder enige revolutionaire omwentelingen, de gehele daaropvolgende muziek-dramatische produktie heeft beïnvloed. In die zin knoopt dus de Cavalleria Rusticana aan bij de Napolitaanse opera, natuurlijk met geheel andere kentekens en geheel andere doelstellingen. Ook is het waar dat de noodzakelijkheid zich voordeed, dat het theater van richting veranderde en naar nieuwe onderwerpen ging zoeken die onmiddellijk spraken tot, en meer vertrouwd klonken voor de nieuwe klasse van mensen, die in opkomst was, nl. de Italiaanse burgerij, die i.p.v. zijn helden te zoeken in de grote figuren van Verdi, zijn welgevallen scheen te vinden in de duistere verhalen van Mascagni en kort daarna bij Leoncavallo, die met zijn Pagliacci (1892) het tweede en enig duurzame voorbeeld van een veristische opera heeft gegeven. Puccini Zo er al veel is gesproken over het verisme in de Italiaanse opera, dan is daar niet alleen maar weinig van overgebleven, maar ook waren de vruchten van dit nieuwe gewas der muziek slechts schaars. Men kan Giacomo Puccini niet veristisch noemen in de strikte zin van het woord al was hij het wel in esthetische zin. (Overigens zijn er zelfs historici die de oorsprong van het Italiaanse verisme in de Traviata van Verdi willen zoeken, hetgeen naar onze mening ten enenmale onjuist is.) La Bohème is een veristische opera in de zin van de Napolitaanse School der opera buffa: tekening van de sfeer en personen uit het alledaagse leven. Maar zij is niet veristisch in de uitdrukking, daar zij naar raffinement streeft, zij het dan volkomen bedrieglijk. De opera van Puccini is het uiterste verval van de romantiek, terwijl het verisme eigenlijk een vernieuwing daarvan wilde zijn. Bij de figuren van Puccini is geen streven meer naar het sublieme, zoals in de typisch romantische opera's, maar eenvoudig een streven naar het huiselijke ongecompliceerde en het alledaagse. Dit is de sfeer die indruk maakte op het publiek van zijn tijd (en gedeeltelijk ook nog op dat van de onze), een publiek waarvan Puccini slechts de kroniekschrijver is. Overigens een zeer fortuinlijk en geniaal kroniekschrijver, evenals Mascagni en Leoncavallo, die - zij het dan elk slechts met één opera - met hem het driemanschap van het burgerlijk-veristische theater in Italië vormden. |