kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-03-2010 voor het laatst bewerkt.

Eliel Saarinen

Gottlieb Eliel Saarinen

Fins architect, stedenbouwkundige en grafisch ontwerper, geboren 20 augustus 1873 Rantasalmi, Finland – overleden 1 juli 1950 Cranbrook, Michigan, VS.

Eliel Saarinen was een van de voornaamste vertegenwoordigers van de Finse jugendstil resp. de nationaal-romantische bouwstijl, die een reactie op de verstarde klassieke stijlopvattingen in de bouwkunst betekende en gebaseerd was op doelmatigheid, harmonische schoonheid, eenvoud en evolutie. Zijn aan de Jugendstil verwante architectuurstijl vertoonde duidelijke kenmerken van de Glasgow School en de Weense Secession, zoals blijkt uit de krachtige samenvoeging van elementen in het station van Helsinki (1904) dat als zijn hoofdwerk geldt. Daarnaast werpt Saarinen zich op het ontwerpen van meubels, behang en keramiek. Zo maakt hij voor de Finse fabriek Arabia handgeschilderde decoratieontwerpen met abstract geometrische motieven, inclusief hakenkruisen, van Karelische oorsprong. (Karelië is het grensgebied tussen Finland en Rusland.) In 1912 sloot hij zich aan bij de Deutscher Werkbund.
In 1923 vestigde hij zich in de V.S., werd hoogleraar aan Michigan University te Chicago en bouwde van 1926 tot 1943 o.m. voor Cranbrook Foundation te Michigan een reeks gebouwen, waaronder de Cranbrook School, in een overwegend functionalistische stijl. Onder zijn leiding ook werd de Cranbrook Academy of Arts het eerste ontwerpinstituut van de VS, dat de grootste ontwerpers van het land heeft voortgebracht.

Biografie
Gottlieb Eliel Saarinen studeerde schone kunsten aan de universiteit van Helsinki en architectuur aan de Technische Hogeschool van Helsinki waar hij Herman Gesellius en Armas Lindgren ontmoette; hij studeerde af in 1897.

GLS: Gesellius, Lindgren & Saarinen
Nog tijdens zijn architectuurstudie aan de Technische Hogeschool van Helsinki richtte Saarinen in 1896 met zijn studiegenoten Herman Gesellius en Armas Lindgren het architectenbureau Gesellius, Lindgren & Saarinen op, dat de prestigieuze opdracht voor het Finse paviljoen op de Parijse wereldtentoonstelling van 1900 in de wacht sleepte.

1900: Fins paviljoen, Wereldtentoonstelling, Parijs (samen met Herman Gesellius en Armas Lindgren); na afloop gesloopt

1901: Pohjolahuis, Helsinki (samen met Herman Gesellius en Armas Lindgren)
Het driemanschap tekende ook voor het kantoor van de verzekeringsmaatschappij Pohjola en veroverde de via een prijsvraag uitgeschreven opdracht voor de bouw van het Nationale Museum van Helsinki (1910).

1903: Huis Olofsborg, Helsinki (samen met Herman Gesellius en Armas Lindgren)

1903: Woonhuis-atelier Hvitträsk, Kirkkonummi (samen met Herman Gesellius en Armas Lindgren)
Voor hun eigen kantoor annex woonhuis in het plaatsje Hvitträsk creëren ze een burchtachtige hoeve, die een tot in de kleinste details doorgevoerd totaalkunstwerk is in de geest van de art nouveau. Hvitträsk is een monument van het 'Karelisme', de nationaal romantische stijl die moderne gebouwen overgiet met een plattelandssausje.

1903: Landhuis Suur-Merijoki (thans Rusland) (samen met Herman Gesellius en Armas Lindgren); verwoest in 1941
Saarinen vestigde zich in de atelierwoning Hvitträsk, eveneens een creatie van Gesellius, Lindgren & Saarinen. Uit hetzelfde jaar dateerde het in 1941 verwoeste landhuis Suur-Merijoki in de buurt van Viipuri, dat het bureau in opdracht van de industrieel Max Neuscheller bouwde. Zowel Hvitträsk als Suur-Merijoki waren een Gesamtkunstwerk, waarbij interieur en exterieur zorgvuldig op elkaar waren afgestemd.

Alle gebouwen uit deze periode dragen de karakteristieke kenmerken van de nationaal-romantische beweging. Ze hebben veelal graniet en hout als bouwmateriaal en zijn voorzien van torentjes, erkers en ornamenten, die dikwijls verwijzen naar de natuur of naar de Finse mythologie.

In 1904 scheidde Saarinen van zijn eerste vrouw Matilda Gylden en trouwde met Herman Gesellius' jongere zuster Loja. Gesellius trouwde op zijn beurt met Matilda Gylden. Uit het huwelijk van Eliel en Loja, die textielontwerpster was, werd in 1910 Eero Saarinen geboren, die in de voetsporen van zijn vader zou treden.

In hetzelfde jaar wonnen Gesellius, Lindgren en Saarinen de prijsvraag voor de bouw van het treinstation in Helsinki. In dit gebouw zijn invloeden van Sezession terug te vinden.

1904-1914: Hoofdstation, Helsinki (Rautatieasema)
In 1904 won Saarinen de prijsvraag voor het ontwerp van het nieuwe spoorwegstation van Helsinki. Zijn winnende ontwerp ademde nog geheel de geest van de nationaal-romantische school, waardoor het blootstond aan hevige kritiek: voor een station wensten vooruitstrevender architecten iets moderners. Saarinen wijzigde daarop zijn ontwerp grondig. Het gebouw zoals het uiteindelijk in 1914 werd voltooid en in 1919 in gebruik werd genomen, was rationeler van opzet en strakker van lijn. Het Centraal Station is nu het beroemdste en meest monumentale voorbeeld van Finse art nouveau. De klokkentoren, een opvallend verticaal element, is er een uit een reeks: ook latere uitgevoerde en niet-uitgevoerde gebouwen hadden dergelijke torens. De golvende gevel is geheel bekleed met rood graniet. Karakteristiek zijn verder de vier lantaarndragende reuzen die zich twee aan twee aan weerszijden van de ingang bevinden. De beelden, die uit brede granieten zuilen voortkomen, zijn van de hand van Emil Wikström. Ze vervingen de beren uit het oorspronkelijke ontwerp.

1905: Huis Molchow (ook: Huis Remer), Alt Ruppin, Duitsland (samen met Herman Gesellius), gesloopt voor 1955.

Zelfstandig architect
Aan het driemanschap Gesellius, Lindgren & Saarinen kwam in 1905 een einde, toen Lindgren uit het bureau stapte, waarna Saarinen zijn loopbaan in 1907 ook zonder Gesellius voortzette.

1903-1910: Nationaal Museum, Helsinki (samen met Herman Gesellius en Armas Lindgren)
Het gebouw, in de nationale romantiekstijl, straalt de sfeer van de Finse middeleeuwse kastelen uit. Het is uitbundig versierd met beren en uilen tussen het graniet.

1908 Saarinen's stoel voor zijn broer Hannes (door Adelta)
De stoel voor Hannes van Eliel Saarinen is een goed voorbeeld van late Finse Jugendstil. De met ebbenhout ingelegde stoel van mahonie is gevormd met aandacht voor de traditionele toepassing van hout en de voor Jugendstil zo typische verbondenheid met de natuur, maar met een verschuiving naar meer vierkante vormen.

1912: Kredietbank, Tallinn, Estland
1912: Stadhuis, Lahti
1914: Stadhuis, Joensuu
1913: Station, Viipuri (thans: Vyborg, Rusland) (samen met Herman Gesellius); verwoest in 1941
1917: Pauluskerk (Pauluse kirik), Tartu, Estland

Saarinen ontwierp als stedenbouwkundige uitbreidingsplannen voor Tallinn (1913, prijswinnend), dat destijds evenals Helsinki nog in Rusland lag, voor Boedapest (1912) en voor Helsinki (1915 en 1918), die geen van alle werden uitgevoerd, evenmin als zijn ontwerp voor de nieuw te bouwen Australische hoofdstad Canberra, dat in 1911 een tweede prijs behaalde. Ook nam Saarinen deel aan de ontwerpwedstrijd voor het Haagse Vredespaleis.

Als ontwerper raakte Saarinen bekend dankzij bankbiljetten (in 1909 en in 1922) en dankzij de eerste postzegels van het onafhankelijke Finland.

Saarinen in Amerika
In 1923 emigreerde Saarinen naar Evanston, Illinois, in de Verenigde Staten, nadat zijn ontwerp voor de Tribune Tower in Chicago een tweede prijs had behaald. Later zou dit ontwerp echter in Houston, Texas, gebouwd worden als Gulf Building

Saarinen vestigde zich in Ann Arbor, waar hij gastdocent architectuur aan de universiteit van Michigan werd.

In 1923 kwam hij in contact met de krantenmagnaat George G. Booth die in Cranbrook in Michigan een kunstacademie had opgericht dat het Amerikaanse equivalent van het Bauhaus zou moeten worden. Voor deze Cranbrook Educational Community ontwierp Saarinen een reeks gebouwen en ook een eigen woonhuis. Aan de interieurs werkten ook zijn zijn echtgenote Loja, hun dochter Pipsan en hun zoon Eero mee. In 1925 verhuisde Saarinen naar Bloomfield Hills en in 1932 werd de Cranbrook Academy of Arts officieel opgericht, met Saarinen als eerste directeur. Daarna(ast) bekleedde hij een hoogleraarschap aan de Universiteit van Michigan.

1929: Gulf Building, Houston, Texas

1940: Kleinhans Music Hall, Buffalo, New York (samen met Eero Saarinen)
1942: Tabernacle Church of Christ (thans: First Christian Church), Columbus, Indiana

In 1947 ontving hij de Gouden Medaille, de hoogste onderscheiding die het Amerikaans Instituut van Architecten kan toekennen.

1948: Des Moines Art Center, Des Moines, Iowa
1949: Christ Church Lutheran, Minneapolis, Minnesota


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article Paviljoen in Parijs
In Finland vond de nationalistisch getinte zoektocht naar de wortels van een Finse identiteit ook plaats in de architectuur. Het eerste moment waarop de kwestie in volle hevigheid speelde was bij de prijsvraag voor het ontwerp voor het Finse paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900. Het was verbazingwekkend dat het de Finnen gelukt was om toestemming te krijgen om een eigen paviljoen te bouwen - in 1900 was Finland immers nog allerminst een autonome staat. Het paviljoen zou dan ook een symbool worden van het Finse verzet tegen de Russische overheersing. In de belangrijkste krant (het Zweedstalige Hufvudstadsbladet) verscheen op 26 juni 1898 het volgende commentaar: 'Het schijnt dat men in Parijs hoopt dat elk landenpaviljoen gebouwd gaat worden in de stijl en met de materialen die typisch zijn voor dat land. Helaas: wij hebben geen eigen stijl. De Finse houtbouwstijl, die recentelijk als zodanig is gelanceerd, is een kunstmatig product dat met veel moeite is bedacht in de ivoren torens van meer of minder idealistische architecten. Het ergste van alles is dat het door de leek - met andere woorden door vrijwel iedereen - aangezien zal worden als een Russische stijl.' (9)

De prijsvraag was uitgeschreven op 23 juni 1898 en de inleverdatum lag ruim vijf weken later, op 1 augustus. Uit 18 inzendingen koos de jury een ontwerp dat bleek te zijn gemaakt door het architectenbureau van de nauwelijks een jaar eerder (in mei 1897) afgestudeerde studievrienden Herman Gesellius (1874-1916), Armas Lindgren (1874-1929) en Eliel Saarinen (1873-1950). De vormkenmerken van hun gebouw zouden bepalend worden voor een stijl die men de Finse nationale romantiek is gaan noemen: zware wanden, massiviteit, elegante bogen, spitse daken. (10) Het paviljoen was van hout, maar het was zo geschilderd dat het van natuursteen leek. De twee toeganspoorten waren wel van steen: een van graniet, de ander van zeepsteen.

Het gebruik van graniet werd gezien als iets dat uit zou kunnen groeien tot een typisch Fins kenmerk. Tot dan toe was het overvloedig aanwezige materiaal voornamelijk gebruikt als exportproduct. St. Petersburg, bijvoorbeeld, is gebouwd op Fins graniet. (11) Het gebruik van zeepsteen was aanlokkelijk omdat deze zachte steensoort gemakkelijk voorzien kon worden van decoraties. En die decoraties konden explicietere boodschappen verkondigen dan de abstracte architectonische vormentaal. De twee poorten van het paviljoen waren voorzien van afbeeldingen van eekhoorns en beren, verwijzend naar de Finse natuur. Op het dak van het paviljoen zaten kikkers en beren van de beeldhouwer Emil Wikström. Van binnen deed het paviljoen denken aan een Finse plattelandskerk, compleet met koor. (12) Zwaartepunt in de ruimte was het hoge gewelf tussen beide entrees. Dit gewelf werd gedecoreerd met fresco's van Axel Gallén. En die fresco's vertoonden uiteraard voorstellingen uit de Kalevala.

In 1899, een jaar na de prijsvraag voor het paviljoen, maar nog voor de bouw ervan, leefden Gesellius, Lindgren en Saarinen zich volkomen uit in nationaal romantische decoraties in hun eveneens winnend prijsvraagontwerp voor een kantoorgebouw voor de brandverzekeringsmaatschappij Pohjola. Pohjola is in de Kalevala een andere benaming voor het Noordland en door het hele gebouw vinden we heksen, beesten en andere groteske beelden uit een mythisch folkloristisch land uitgehouwen in steen of gesneden uit hout. De gedecoreerde kolommen in het verzekeringsgebouw zouden volgens sommigen de afbeeldingen dragen van de negen zonen van de oude, blinde Loviatar, een personage uit de Kalevala, zonen die haar gezonden waren door de kwaadwillende heks uit het Noordland. De zonen dragen de weinig vleiende namen Koliek, Ontsteking, Jicht, Tering, Gezwel, Uitslag, Koudvuur en Pest. De negende bleef naamloos, maar trof een nog slechter lot: hij werd onmiddellijk verstoten. (13)

Nationale Romantiek
De nieuwe bouwstijl kende slechts een korte bloeitijd en de lijst met meesterwerken is vrij beperkt. Gesellius, Lindgren en Saarinen werkten op de door hen ingeslagen weg voort met bijvoorbeeld hun eigen kantoor en wooncomplex Hvitträsk (1901-1903) en het prijswinnende ontwerp voor het Nationaal Museum in Helsinki (1902-1912).

Een andere ontwerper die als vertegenwoordiger van de nationale romantiek gezien kan worden is Lars Sonck. Vooral zijn kathedraal in Tampere (1899-1907), die uiterlijk veel kenmerken van het Parijse paviljoen draagt, is een imponerend experiment. Fascinerend is vooral het interieur, waar een grote open ruimte gecombineerd is met een sfeer van overweldigende zwaarte. In de plattegrond is te zien hoe de dichte hoeken de ruimte sluiten en boven de hoofden van de gelovigen ontvouwt er zich in plaats van een hemels licht een loodzwaar gewelf. God is hier niet ver weg; hij ligt als een deken over de aanwezigen heen en drukt hen liefdevol met de neus op de eigen bodem. Een derde uitgesproken voorbeeld is Usko Nyström, die in 1902 (samen met Vilho Penttilä) de derde prijs won in de prijsvraag voor het Nationaal Museum en een jaar later het staatshotel in Imatra realiseerde, een sprookjeskasteel dat met zijn robuuste vormen goed aansluit bij het natuurgeweld van de naastgelegen beroemde waterval. Hoewel er bij deze ontwerpers geen sprake is van directe toespelingen op de Kalevala, zoals bij Gesellius, Lindgren en Saarinen, keren ze zich wel duidelijk af van het classicisme - dat niet alleen internationaal overheersend was en daarmee nooit typisch Fins kon zijn, maar ook herinnerde aan de 'imperialistische' gebouwen van de Russische overheerser - en zoeken ze hun inspiratie in een meer lokaal georiënteerde middeleeuwse bouwkunst.

Het ontwerp waarmee Saarinen (alleen, zonder zijn twee bureaupartners - misschien wel de opmaat voor het uiteenvallen van het bureau) in 1904 de prijsvraag voor het station van Helsinki won luidde feitelijk al het einde van de nationale romantiek in. (14) Hoewel het vermoedelijk de jury nog wist te overtuigen vanwege zijn vermeend typische Finse stijl, met onder andere acht gebeeldhouwde beren boven de hoofdingang, was het ook het startpunt van een debat, in gang gezet door Sigurd Frosterus en Gustaf Strengel, over de vraag of de nationale romantiek wel toekomst had. Het nut van een toren in een stationsgebouw werd ter discussie gesteld, evenals het gebruik van symbolisch ruw gehouwen graniet en decoraties uit de zogenaamd nationale planten- en dierenwereld. Was er niet gewoon een modern gebouw nodig van staal, glas en beton? (15) De twijfel die zo gezaaid werd viel op vruchtbare bodem. Al een half jaar later, in december 1904, had Saarinen zijn ontwerp volledig omgegooid. Wie de twee ontwerpen naast elkaar legt gelooft zijn ogen niet. Het omzien naar het verleden heeft plaats gemaakt voor het vooruitzien in de toekomst. Of, beter gezegd, de nationale romantiek maakt plaats voor een andere fictie, die van het rationalisme. De Finnen mogen dan gepreoccupeerd zijn geweest met het tot uitdrukking brengen van hun eigen identiteit, ze hadden ook oog voor de internationale ontwikkelingen. In zijn stationsontwerp schakelt Saarinen moeiteloos over van de ene naar de andere inspiratiebron. (16)

Stilistische botsing
Dat Saarinen bereid was nieuwe wegen in te slaan mag ook blijken uit een merkwaardig bouwsel dat hij in de zomer van 1904, ten tijde dus van de prijsvraag voor het station, in Helsinki realiseerde. Dit gebouw voor de kunstenaarsvereniging Pirtti werd in 1939 alweer gesloopt, maar foto's tonen een onwaarschijnlijke stilistische botsing. Op een classicistische onderbouw met vier enorme zuilen staat een soort archetypisch woonhuis met puntdak. Dit absurdistisch spel tussen het verhevene en het banale wordt benadrukt door een minuscuul balkonnetje dat uit de volledig gesloten gevel steekt en de compositie van de twee gebouwdelen verder verstoort. Onder het puntdak bevond zich trouwens een atelier waarin van 1905 tot 1907 niemand minder woonde en werkte dan Axel Gallén. (18)

In 1917 had Saarinen voor zijn station in Helsinki nog een sensationele wending in petto. De Eerste Wereldoorlog had de bouw vertraagd en de officiële opening zou pas plaatsvinden in 1919. Dat weerhield Saarinen er echter niet van om in 1917, als onderdeel van zijn stedebouwkundig project voor Groot-Helsinki, een vogelvluchtperspectief te tekenen waarin zijn eigen stationsgebouw van zijn functie is beroofd. Saarinen voorzag dat er extra ruimte nodig zou zijn voor de uitbreiding van het centrum van de stad en verplaatste het station alvast drie kilometer naar het noorden. (Het was een voorstel waar overigens niemand brood in zag, ondermeer omdat de stad zich niet naar het noorden, maar langs de kust naar het oosten en westen zou blijken te gaan ontwikkelen.)

Een ontwerp uit 1921 toont nog een laatste opleving van de nationale romantiek. De onafhankelijkheid die Finland in 1917 had weten te bereiken leidde tot een hernieuwde aandacht voor het culturele verleden. In 1919 werd een Kalevalavereniging opgericht die zich als taak stelde een centrum voor de culturele geschiedenis van het nieuwe land op te zetten. Eigen huisvesting werd daarbij gezien als noodzakelijkheid. Saarinen, lid van de vereniging, bood aan een plan te maken. In 1921 produceerde hij een ontwerp voor het zogenaamde Kalevalahuis. Kalevalahuis is een misleidende naam. Het lijkt eerder te gaan om een soort vesting. Het complex omvat een auditorium, een museum, een bibliotheek, werk- en verblijfsruimten voor onderzoekers, een concertzaal en een 85 meter hoge toren met daarin een crypte en een 55 meter hoog pantheon. Het ontwerp is enerzijds pathetisch en buitenproportioneel heroïsch, maar bezit anderzijds een intrigerende historische lading. Het doorlopende, met graniet beklede bouwblok lijkt een kruising tussen een middeleeuwse vestingstad en een negentiende-eeuws pakhuis. En de reusachtige 16-zijdige toren, een soort silo van Babel, herbergt duidelijk een oud en waardevol mysterie. De wat ongerichte vormkenmerken en anekdotische decoraties uit de eerdere ontwerpen hebben hier plaats gemaakt voor een typologisch experiment.

Helaas is het ontwerp nooit erg serieus genomen. Later werd het zelfs in een kwaad daglicht gesteld: het zou een voorbode zijn geweest van het streven naar een 'Groot-Finland' dat opgeld zou doen in de jaren dertig en dat, van 1939 tot 1947 tot verschillende conflicten met Rusland zou leiden, waarbij de Finnen op een gegeven moment zelfs samenwerkten met de Duitsers. (19) Door het achteloos toekennen van deze profetische kracht wordt dit ontwerp uit 1921 echter wel erg gemakkelijk terzijde geschoven als proto-fascistisch. Er moeten andere redenen geweest zijn voor de geringe respons. Het ontwerp getuigde vermoedelijk van weinig realiteitszin: het is niet waarschijnlijk dat de Kalevalavereniging de financiële middelen bezat om realisatie van dit ontwerp te kunnen overwegen. Verder schijnt Axel Gallén Saarinen ontmoedigd te hebben om door te werken aan het ontwerp. Het is niet bekend waarom, al wordt vermoed dat hij de architectonische vorm ongepast vond. Gallén was een van de oprichters van de Kalevalavereniging en zijn mening zal dus zwaar hebben gewogen. (20) Naar verluidt hebben Gallén en Saarinen (die overigens goede vrienden waren) een nacht lang over het ontwerp gesproken, waarna Saarinen er nooit meer naar om heeft gekeken. Het ontwerp was trouwens Saarinens afscheid van Finland. Het jaar erop eindigde hij tweede in de prestigieuze prijsvraag voor de Chicago Tribune. Het was het sein voor een nieuwe uitdaging: Saarinen verhuisde naar de Verenigde Staten.

Uitdoving
De vraag dringt zich op waarom het gepassioneerde streven naar een nationale romantiek in de architectuur zo snel kon uitdoven. Terwijl Axel Gallén tot aan zijn dood in 1931 met de Kalevala bezig bleef gaven Saarinen en andere architecten de onderneming al snel op. Waarom wordt iets dat het ene moment zo belangrijk leek het volgende moment zo gemakkelijk ingeruild voor iets anders? Het is duidelijk dat de grilligheid van Saarinen, die een toonaangevende figuur in de Finse architectuur was, daar deels verantwoordelijk voor was. Zijn interessegebied overschreed al snel de grenzen van de nationale historie, hetgeen niet bevorderlijk was voor de fixatie van de lokale stijl. In meer algemene termen is het antwoord wellicht nog simpeler. Misschien dat de ontwerpers ondanks hun enthousiasme aanvoelden dat nationale identiteit een fictie is. Het heldenland Kalevala was niet een realiteit die nagejaagd moest worden totdat zij gevonden was, maar een mythe die kon inspireren totdat een andere inspiratiebron aanlokkelijker werd. De Kalevala staat voor een land waar verlangens op geprojecteerd kunnen worden, maar dat niet bestaat. Zoals de Karelische dichteres Edith Södergran schreef, ongeveer op hetzelfde moment waarop Saarinen het Kalevalahuis tekende:

De maan vertelt me in zilveren runen

van het land dat niet is.

Het land waar al onze wensen op wonderbaarlijke wijze worden vervuld,

het land waar we van al onze ketenen worden bevrijd (…). (21)

Noten
9. Marika Hausen, 'The Architecture of Eliel Saarinen', in: Marika Hausen et al., Eliel Saarinen. Projects 1896-1923, Otava Publishing, Helsinki, 1990, p. 32.
10. Ibid., p. 32.
11. Ibid., p. 13.
12. Ibid., p. 30.
13. Kalevala, p. 281 (45:159-184); Anna-Lisa Amberg, 'Catalogue of Works - Interiors, Applied and Fine Arts, and Paintings', in Marika Hausen et al. (zie noot 9), pp. 224-225.
14. Gesellius, Lindgren en Saarinen begonnen hun gezamenlijk bureau op 10 december 1896. Vanaf eind 1903 was het gehuisvest in Hvitträsk, waar de drie ook woonden. In januari 1905 verliet Lindgren het bureau, verhuisde naar Helsinki om te werken in eigen succesvolle praktijk. Gesellius en Saarinen gingen tot 1907 samen verder, maar splitsten toen het bureau. Gesellius stopte met werken toen hij in 1912 ziek werd.
15. Marika Hausen (zie noot 9), pp. 37, 164.
16. Voordat het station in 1909 deels in gebruik zou worden genomen en voordat het pas in 1919, na de voltooiing van de centrale hal en de wachtruimten, officieel geopend zou worden, zouden er nog de nodige wijzigingen volgen. Zie: Tytti Valto, 'Catalogue of Works - Architecture and Urban Planning', in: Marika Hausen et al. (zie noot 9), pp. 286, 300.
17. Dit is in ieder geval de mening van de Noorse traditionalistisch werkende schilder Odd Nerdrum, die Gallén ervan beschuldigt uit opportunistische overwegingen plotseling 'modernist' te zijn geworden. Dagbladet, 7 oktober 1998.
18. Tytti Valto (zie noot 16) p. 276.
19. Marika Hausen (zie noot 9), p. 81.
20. Leena Ahtola-Moorhouse (zie noot 5), p. 27.
21. De Finse dichteres Edith Södergran (1892-1923) groeide op in St. Petersburg, schreef eerst in het Duits, later in het Zweeds. Nadat op 16-jarige leeftijd tbc was geconstateerd verbleef zij enkele jaren in Davos om zich vervolgens te vestigen in Karelië, in Raivola, tussen St. Petersburg en de Finse grens. Door de Eerste Wereldoorlog en de Russische revolutie werden de banden met haar familie afgesneden. Niet lang voordat ze in 1923 op 31-jarige leeftijd stierf schreef ze het gedicht 'Het land dat niet is' ('Landet som icke är'), postuum gepubliceerd in 1925. Zie het artikel van haar (Engelse) vertaalster Stina Katchadourian op http://virtual.finland.fi/finfo/english/ediths.html.

Deze tekst werd geschreven naar aanleiding van een studiereis in juni 1999 naar Scandinavië en Finland, georganiseerd door Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst te Amsterdam. (zie ook het artikel Karelië)

Websites:
. www.filahome.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1442.