kunstbus
Dit artikel is 27-08-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

J.J.M. Vegter

Ir. Johannes Jacobus Margarethus (Jo) Vegter (Sappemeer 1906 - Gorssel 1982) was architect, stedenbouwkundige en in de periode 1958-71 rijksbouwmeester. Bekende gebouwen van zijn hand zijn het Provinciehuis in Arnhem dat hij met H. Brouwer en T.T. Deurvorst ontwierp, het Ministerie van Financiën (1970-1975) met architecten van de Rijksgebouwendienst, kantoren voor Het Vrije Volk in Groningen en Rotterdam. Ook de Coöp .Meelfabriek aldaar verdient vermelding.

Jo Vegter, die veertig jaar zijn bureau in Leeuwarden had, laat een breed oeuvre na. Hij heeft zijn stempel gedrukt op belangrijke gebouwen in het naoorlogse Nederland. Vegter ontwierp niet alleen voor particulieren, maar voerde ook een stedenbouwkundige praktijk voor veel gemeenten in Friesland, zoals Harlingen, Franeker en Tietjerksteradeel. Hij verzorgde ook restauraties zoals de kerken in Janum, Huizum, Hogebeintum, Finkum, Jorwert en Kollum. Alsmede de stadhuizen van Dokkum, Franeker en Harlingen.

In 1958 wordt hij tot rijksbouwmeester benoemd. Met als taak voor de architectuur van de gebouwen van de Rijksoverheid te zorgen vanuit de Rijksgebouwendienst. Het kantoor van het Waterleidingbedrijf I.W.G.L. aan het Zaailand in Leeuwarden (1964) werd gebouwd naar ontwerp van Vegter. Voor I.W.G.L. bouwde hij eveneens de watertorens te Dokkum en Drachten.

Openbaar Kunstbezit

Naast zelfstandig architect en rijksbouwmeester was hij inspecteur van het Openbaar Kunstbezit in Noord-Nederland.

Hij ontwierp, bouwde, restaureerde, adviseerde over kunstbezit en doceerde (b.v. aan de MTS in Leeuwarden).

Familie

Jo Vegter is zoon van schoolhoofd J.G.C. Vegter en Wilmkje Everts. Hijzelf was getrouwd met Julie van de Kieft (1913-2007), dochter van politicus Johan van de Kieft, van 1952 tot 1956 minister van Financiën namens de Partij van de Arbeid. Zijn zoon Chris Vegter werd ook architect en had vanaf 1976 enige tijd een maatschap op dat gebied met zijn vader.

Geschiedenis

J.J.M. Vegter groeide op in Scheveningen/Den Haag. Hij doorliep een plaatselijk gymnasium. Hij studeerde tussen 1925 en 1932 bouwkunde aan de Technische Hogeschool in Delft, waar hij van 1956 tot 1964 ook zelf lesgaf.

Als leerling van Henri Evers en Marinus Jan Granpré Molière behoorde hij in de beginjaren tot de Delftse School. Maar ook zijn latere architectuur kan omschreven worden als wederopbouwarchitectuur met een mengeling van moderne en traditionele invloeden. De toepassing van de beaux-arts ontwerpmethode (de groepering van vleugels rondom een binnenplaats), de voorliefde voor representatie, ornamenten en symbolen zijn schatplichtig aan deze vorming en blijven zijn gehele oeuvre kenmerken. De invloed van de stedenbouwkundige praktijk van Granpré Molière, waarin stadsuitbreidingen de bestaande structuren van het landschap volgen, is bijvoorbeeld zichtbaar in zijn uitbreidingsplannen van Harlingen (1942-1960). Het Ministeriegebouw van Financiën in Den Haag (1975) vertoont brutalistische invloeden.

In 1935 vestigde hij zich als architect in Leeuwarden als opvolger van architect Doeke Meintema en betrok ook Meintema's villa aan de Harlingerstraatweg waar hij jarenlang woonde en werkte, het huis van Meintema werd verbouwd en het bureau werd uitgebreid. Hij was destijds de enige in Delft opgeleide bouwkundig ingenieur.

Hij was van 1936 tot 1958 leraar Algemene Bouwkunde aan de MTS. Hij vervulde functies in diverse commissies in Friesland (b.v. Friese Bouwkring) en was bestuurslid van de Bond van Nederlandse Architecten.

Als Vegter in 1935 zijn architectenbureau in Leeuwarden begint is de Afsluitdijk net geopend. Mede hierdoor raakt Friesland steeds meer uit haar isolement, komt verstedelijking op gang en ontstaat behoefte aan recreatievoorzieningen. Vegter introduceert de ontwerpmethoden van de TH Delft in Friesland, via zijn uitbreidingsplannen maar ook via zijn docentschap aan de MTS in Leeuwarden. Het archief van Vegter laat zien dat de provincie aantrekkelijk is om te experimenteren en specifieke oplossingen vraagt vanwege de sterke contrasten tussen de stad en het platteland. Het archief toont zijn studie naar ontwerpen van zomerhuisjes in Tietjerksteradeel. Zijn opvatting dat het nieuwe zich in harmonie met het bestaande moet ontwikkelen leidde tot richtlijnen voor recreatiehuisjes: lage nokhoogte, horizontaal gevelbeeld, omgeven door bomen, met natuurlijke bouwmaterialen en op ruime afstand van elkaar gelegen.

1944 Restauratie kerk van Janum

1943 Brandweerkazerne Rhenen

Vegter deed met ir. J.F. Berghoef mee aan de vooroorlogse prijsvraag voor een nieuw Amsterdams stadhuis. Zij wonnen de prijsvraag, maar het ontwerp werd nooit gerealiseerd. Waarschijnlijk is hij door deze prijsvraag gevraagd om Rijksbouwmeester te worden.

In de Tweede Wereldoorlog begaf hij zich tevens op stedenbouwkundig gebied in het kantoor Vegter & Vijn. Samen met vriend Bram Wassenbergh van het Fries Museum bracht hij ook wel kunstwerken in veiligheid.

Na de oorlog zat hij in de wederopbouwcommissie van Rotterdam.

In Rotterdam won hij de prijsvraag voor het nieuwe Gereformeerd Burger Weeshuis.

1952 Meelfabriek Latenstein Rotterdam

1954 Studenten Sociëteit Mutua Fides Groningen

1954 Provinciehuis van Gelderland Arnhem

1955 Slaakhuys Rotterdam

Het Slaakhuys of Slaakhuis is het voormalige kantoor van het dagblad Het Vrije Volk in de Nederlandse stad Rotterdam.

Zijn belangrijkste ontwerpen, zoals het Gelders Provinciehuis in Arnhem (1955) en de Wederopbouw van de Grote Markt in Groningen (1952-1962) ontstaan in de periode dat het Nederlandse architectuurdebat wordt beheerst door een theoretische richtingenstrijd tussen de Delftse School en het Functionalisme. Als derde richting treedt in 1959 een nieuwe redactie van het tijdschrift FORUM aan met een vurig pleidooi voor de herintroductie van de menselijke maat en van de culturele en humanistische waarden in de architectuur. Vegter is binnen deze vakdiscussie een man van twee generaties: inhoudelijk is hij gevormd in de jaren twintig, tegelijkertijd is Vegter ook een kind van de wederopbouwgeneratie door de toepassing van eigentijdse bouwtechnieken en materialen, abstrahering van de architectonisch vormentaal, plastische toepassing van beton en integratie van eigentijdse kunst.

Rijksbouwmeester 1958-1971

Vegter was rijksbouwmeester van 1958 tot 1971. Vegter was de eerste Rijksbouwmeester die als zelfstandig architect werkzaam bleef tijdens zijn functie.

Na zijn benoeming tot Rijksbouwmeester in 1958 hield Vegter zijn particuliere architectenbureau in Leeuwarden aan omdat hij vond dat hij als Rijksbouwmeester voortdurend gevoed moest worden met kennis en ervaring uit de praktijk. Vegter was de eerste Rijksbouwmeester 'Nieuwe Stijl', die dit ambt combineerde met een zelfstandige architectuurpraktijk. Daardoor zijn dit particuliere archief en zijn nalatenschap als Rijksbouwmeester, beheerd door het Nationaal Archief, nauw met elkaar verbonden. Vegter had een uitgesproken visie op het Rijksbouwmeesterschap, die zichtbaar is in zijn particuliere ontwerppraktijk. Hij dichtte aan de Rijksbouwmeester een voorbeeldfunctie toe voor het bewerkstelligen van architectonische kwaliteit en hij nam als Rijksbouwmeester verschillende rollen op zich: als ontwerper (al dan niet in samenwerking met anderen), als stimulator, regisseur, adviseur, supervisor en als autoriteit die de locatie en de architect van nieuwbouw of renovatie bepaalt. Zijn particuliere archief is niet alleen een rijke bron voor onderzoek naar twintigste-eeuwse ontwerpcultuur maar ook een weerspiegeling van zijn Rijksbouwmeesterschap. De verbreding van de percentageregeling beeldende kunst die hij als Rijksbouwmeester doorvoert en de samenwerking met beeldend kunstenaars in zijn eigen werk is hiervan een voorbeeld. Daarbij komt door het aanhouden van de eigen praktijk de Rijksgebouwendienst onder een directere invloed te staan van de dagelijkse ontwerppraktijk en vernieuwingen in ontwerp en bouwtechniek. Vegter experimenteert bijvoorbeeld met prefab betonconstructies in zijn particuliere ontwerpen, die hij later toepast in de nieuwbouw van het Ministerie van Financiën (i.s.m. M. Bolten, J.C.M. Franken en F. Sevenhuysen, Den Haag, 1970-1975).

1958 Watertoren Dokkum

1959 Watertoren Drachten

1959 Vakantiehuis Gorssel

1960 Ichthuskerk Sneek

1962 Nieuwe Stadhuis Groningen

Zijn ontwerp (samen met Johannes F. Berghoef) voor het nieuwe stadhuis van Amsterdam in de jaren zestig werd niet gerealiseerd. De uitbreiding van het stadhuis van Groningen, destijds bekend als het Nieuwe Stadhuis werd wel gerealiseerd, maar werd in 1996 al weer gesloopt.

1964 Kantongerecht Wageningen

1964 Hoofdkantoor waterleidingbedrijf IWGL Leeuwarden

1964 Kurioskerk Leeuwarden

1967 Europalaankerk Heerenveen

1967 Kantongerecht Hilversum

1970-'73 School voor Technisch Onderwijs Groningen

1975 Ministeriegebouw van Financiën Den Haag

Naast genoemde werkzaamheden vonden onder zijn toezicht restauraties plaats van allerlei kerken in Friesland. Hij is er tevens verantwoordelijk voor dat het “dorps” karakter van bijvoorbeeld Sloten bewaard bleef. Gedurende het seizoen 1974/1975 was hij ook nog gouverneur van het noordelijk Rotary-district.

Vegter woonde met zijn vrouw afwisselend in de gerestaureerde pastorie in Sloten en in Gorssel, waar het werk/vakantie huis in 1957 gereed gekomen was. Het echtpaar verhuisde in 1977 definitief naar Gorssel waar Jo Vegter in 1982 overleed. J.J.M. Vegter was ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en ridder en bij bevordering officier in de orde van Oranje-Nassau.

• https://krantenbankzeeland.nl/issue/pzc/1982-08-10/edition//page/12

Bronnen en archieven:

• www.grootsneek.nl
• collectie.hetnieuweinstituut.nl
De verwerving van het archief van Jo Vegter betekent een belangrijke verrijking van de collectie van Het Nieuwe Instituut. Zijn archief werpt een nieuw licht op de verspreiding van kennis van de stedenbouwkundige en architectonische praktijk vanuit de architectuuropleidingen in de Randstad in de meer perifeer gelegen gebieden zoals Friesland. Zijn nalatenschap ondersteunt eveneens toekomstig onderzoek naar de intellectuele wisselwerking tussen het Rijksbouwmeesterschap en de individuele beroepspraktijk. Vegter creëerde ontwerpen en gebouwen met een heel eigen signatuur. Zijn ontwerpen zijn altijd geënt op de lezing en interpretatie van de stedenbouwkundige en landschappelijke situatie, kennis van de mensen die het gebouw zullen gebruiken en de formele, materiële en culturele kwaliteiten van de plek en de functie van het gebouw. Hij streeft naar een brede ontwerpcultuur waarin natuur, bouwtechniek en kunst zijn verweven. Deze integrale benadering en pluriformiteit zijn aspecten van een ontwerpcultuur, die ook bij de keuze van een nieuwe rijksbouwmeester nog altijd inspirerend kunnen werken. Naast deze relevantie voor het onderzoek, biedt het archief van Vegter een prachtige kans om verhalen over de Nederlandse ontwerpcultuur te vertellen met authentieke documenten.

• https://www.absolutefacts.nl/gelderland/arnhem/provinciehuis-in-arnhem.htm
• https://www.watertorens.eu/torens/_Architecten/Vegter_JJM/Beschrijving%20oeuvre.html
• https://www.geschiedenisbibliotheekgroningen.nl/historie/stadsverhalen/architectuur/leeuwarder-architect-jo-vegter-gaf-vorm-aan-groninger-grote-markt

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 675.