kunstbus
Dit artikel is 01-04-2022 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Tjeerd Kuipers

Tjeerd Kuipers (Gorredijk 1857 - Laren 1942) was een architect. Hij was de ontwerper van meer dan vijftig kerken, waarvan er slechts een beperkt aantal bewaard is gebleven. Ook zijn broers Roelof Kuipers en Foeke Kuipers waren architect.

Kuipers ontwierp tussen 1888-1928 meer dan vijftig voornamelijk gereformeerde kerken. Tjeerd werkte bij architectenbureau Salm en later bij Sanders en Berlage. Nadat eerst een aantal ontwerpen niet werd uitgevoerd, o.a. voor kerken in Katwijk aan Zee en Amsterdam, en een aannemer zijn ontwerp voor een kerk in Haarlem plagieerde, bouwde Kuipers in 1888 zijn eerste kerk in het Friese Makkum.

Kuipers gebruikte gedurende zijn carrière verschillende bouwstijlen. Zijn vroegste werk, tot ca. 1896, is in het algemeen in neorenaissance stijl. Daarna ontwerpt hij een aantal kerken waarin invloeden uit het romaans en de gotiek worden gecombineerd met het rationalisme van Berlage. Vanaf 1899 voert dit rationalisme de boventoon. Een aantal van zijn laatste kerken in de jaren '20 is in een gematigde expressionistische stijl. Naast nieuwe kerken vergrootte Kuipers ook een aantal oudere kerken, onder meer in Hardenberg en Rijssen.

Naast kerken ontwierp Kuipers vele profane werken. Zijn eerste werk uit 1886 was een gereformeerde school in Buiksloot (gesloopt in 1964). Een van zijn bekendste werken is een rij van zeven huizen in de Amsterdamse Roemer Visscherstraat, waarbij bij elk huis een bouwstijl uit een ander Europees land is verwerkt, de zogenaamde Zevenlandenhuizen.

Kuipers, Tjeerd, architect (Gorredijk 21-12-1857 - Laren 13-11-1942). Zoon van Egbert (Roels) Kuipers, timmerman-aannemer, en Jantje (Tjeerds) Wiegersma. Gehuwd op 11-10-1894 met Carolina Maria Rapp. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 1 dochter geboren.

Tjeerd Kuipers werd, evenals zijn broers Roelof (geboren 1855) en Foeke (geboren 1871), die ook architect werden, grootgebracht in een familiekring, waarin het bouwvak centraal stond. De vader was als aannemer betrokken geweest bij de bouw van kerken, openbare gebouwen, restauraties en waterstaatswerken in Friesland en werkte omstreeks 1880 in de omgeving van Amsterdam. Na de HBS-opleiding was Tjeerd Kuipers dan ook bij architect J.P.J. de Rooy te Leeuwarden in de leer gegaan om vervolgens bij Gemeentewerken te Meppel te werken. Met het ouderlijk gezin trok hij omstreeks 1880 naar Amsterdam. Hier ging hij eerst werken bij het bureau Salm en daarna bij het bureau Sanders en Berlage. In 1884 won hij op de internationale landbouwtentoonstelling te Amsterdam de eerste prijs voor boerderijbouw; een derde prijs won hij in 1902 op een zelfde tentoonstelling te Leeuwarden. Toch heeft Kuipers zich niet tot boerderijbouwer ontwikkeld.

In 1890 won hij niet alleen de prijsvraag voor een kerkgebouw voor de Doopsgezinde Gemeente te Deventer, maar hij kreeg er tevens de opdracht om het gebouw tot stand te brengen. Er waren toen al drie kerken voor de dolerenden door hem gebouwd; de Funenkerk te Amsterdam (1888/ 1889; in 1974 gesloopt), die van Heeg (1889) en de Nieuwe Westerkerk in de Ammanstraat te Rotterdam (1889/1890, verwoest in 1940). Het zijn de vroegste kerken van Nederland in een zuivere neorenaissance stijl. Dit was geheel in de lijn van de theoreticus van de dolerenden, Abraham Kuyper, die in een artikelenreeks in De Heraut de gotiek afwees ten gunste van de renaissance. Nog belangrijker dan het stilistisch gezicht dat Kuipers en Kuyper de kerken van de dolerenden gaven, zijn de uitgesproken ideeën over de ruimtelijke organisatie en indeling, van de gebouwen. Kuyper meende voor de liturgie van de gemeenschap vergaderzalen nodig te hebben met een amfitheatersgewijze indeling, en Tjeerd Kuipers heeft dit model in 1898 met de Wilhelminakerk te Dordrecht uitgevoerd (inmiddels intern verbouwd). De handelingen voor de dienst van het woord en de sacramenten doop en avondmaal konden zo plaatsvinden in het midden van de gemeente. Na Dordrecht is de amfitheatersgewijze ruimte nog een keer toegepast, opnieuw door Tjeerd Kuipers met de gereformeerde Koepelkerk te Leeuwarden in 1923.

In de ongeveer 50 kerken die Kuipers voor gereformeerde gemeenten bouwde, lette hij overigens ook wel op een zo centraal mogelijk gerichte opstelling. Aanvankelijk een aanhanger van de neorenaissance, ontwierp Kuiper later in een menging van historische stijlen, zoals bij de Oosterkerk te 's-Gravenhage (1895/1896, inmiddels gesloopt na jarenlang voor culturele doeleinden te zijn gebruikt). Maar tegen de eeuwwisseling namen in het algemeen toch de bezwaren tegen de historische bouwstijlen toe en ook Kuipers zocht zijn architectonische taal te vernieuwen. Aanvankelijk bouwde hij in een eclectische stijl, die sterk aanleunde tegen het functionalisme van H.P. Berlage met ruime toepassing van ornament. Een van de fraaiste voorbeelden in deze decoratieve stijl is de Zuiderkerk (1901) te Groningen. Het werk versoberde echter in de loop van de tijd, zonder daarbij de traditionele geleding van het kerkgebouw te verlaten. Dit is te bemerken bij de kerken te Wildervank, Hallum (1912), de Bergsingelkerk (1914), de Boergoendsekerk te Rotterdam en de kerken te Delft (1924, inmiddels gesloopt), Bussum (1926), Brussel en Medan. Voor de laatstgenoemde kerk ontwikkelde hij de plannen, maar Kuipers was niet bij de uitvoering aanwezig. Kuipers heeft veel verbouwingsplannen voor kerken gemaakt en hij leidde restauraties van kerken te Uitgeest, Oud-Beijerland en Rijssen.

Naast de kerkbouw heeft Tjeerd Kuipers nog tijd gehad om vaak aanzienlijke opdrachten uit te voeren op het gebied van woning-, winkel- en kantoorbouw en de bouw voor instellingen. De opdrachten kwamen veelal voort uit een zelfde confessionele hoek, zoals de medewerking bij de bouw en uitbreidingen van de Theologische School van de Gereformeerde Kerken te Kampen, het Gereformeerd Gymnasium te Amsterdam en verschillende andere scholen. Ook het Juliana-ziekenhuis in de Ter Haarstraat te Amsterdam, enkele gedeelten van het krankzinnigengesticht Veldwijk te Ermelo en het gebouw van de Johannes-stichting te Huis ter Heide (1926) zijn van zijn hand.

Voor de protestants-christelijke woningbouwvereniging Patrimonium ontwierp hij, soms in samenwerking met architect Arnold Ingwersen, woningcomplexen te Amsterdam (Spaarndammerbuurt en de Ganzenweg en Nachtegaalstraat), Zaandam, Haarlem, Utrecht en Bussum.

Buiten al deze opdrachten uit gereformeerde hoek, voerde Kuipers ook de bouw uit voor andere opdrachtgevers. Vooral de bouw van vroeger tijd zijn in dit opzicht hoogtepunten van Kuipers' bouwkunst te noemen. Reeds in 1894 ontwierp hij voor de Roemer Visscherstraat te Amsterdam zeven herenhuizen, de zg. Zeven Landen, die in historische bouwstijlen op welhaast exuberante wijze poogden het kenmerkende weer te geven voor de verschillende in de bouw gepresenteerde landen. Bekend bleef ook zijn Synagoge te Groningen (1907, gerestaureerd in 1981), die in min of meer oriëntaalse stijl werd opgetrokken.

Websites en bronnen:
• http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn3/kuipers

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.