kunstbus
Dit artikel is 19-10-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

anarchisme

1. Anarchisme (of sociaal-anarchisme) == Leer die alle (staats)gezag afwijst. Het streven naar een geweldloze situatie of samenleving waarin mensen zonder macht of autoriteit leven (anarchie). Het is de verzameling denkwijzen die terug te brengen is tot de gedachte dat een individu op geen enkele manier een ondergeschiktheid áán of vàn iets of iemand erkent. Iemand die streeft naar anarchie is een anarchist.

anarchisme versus socialisme

Als politieke stroming is anarchisme de drang om de overheid omver te werpen, die bij de opkomst van het socialisme de kop op stak. Volgens anarchisten leidt elke vorm van gezag tot onderdrukking en is het beter om een bestuur in de vorm van kleine autonome (zelfbesturende) gemeenschappen te hebben. Deze functioneren op basis van vrije associatie en gelijkheid. Uitdrukkingen hiervan zijn basisdemocratieën en grassrootsdemocratie.

Een kenmerkend element van anarchisme, waarmee het zich onderscheidt van bijvoorbeeld socialisme of andere politieke stromingen, is het zoveel mogelijk direct realiseren en in praktijk brengen van (elementen van) anarchie. Een voorbeeld is de manier van organiseren van actiekampen, acties of bijeenkomsten, bijvoorbeeld bij anti-globalistische protesten, waarbij besluitvorming bij consensus, organisatie in basisgroepen en autonomie van deelnemers een leidraad vormen.
Ook persoonlijke bewustwording wordt door veel anarchisten belangrijk gevonden. Een anarchistisch adagium is: "het persoonlijke is politiek".

sociaal-anarchisme

In de omgangstaal wordt de term anarchisme (als verzamelterm voor allerlei vormen van anarchisme) vaak verward met een andere duiding van het begrip anarchie, dat vooral gebruikt wordt om chaos en wanorde aan te geven. Met de term sociaal-anarchisme tracht men die verwarring tegen te gaan.

De Italiaanse anarchist Errico Malatesta (1853-1932) schreef aan het einde van de negentiende eeuw er het volgende over: "Wij zijn begonnen ons socialistische anarchisten te noemen, in de wandeling evenwel kortweg anarchisten. Het spreekt namelijk vanzelf dat anarchisten socialisten zijn. Die twee woorden betekenen hetzelfde." Hoe kan dat? Wel, zegt Malatesta: "economische emancipatie (afschaffing van het eigendom) is onmogelijk zonder politieke emancipatie (afschaffing van de regering) en omgekeerd."

Al heel vroeg (1896), leert Malatesta, dat socialisme zonder anarchie zal leiden tot staatssocialisme (zie ook Bakoenin 1872). Anarchie zonder socialisme zal neerkomen op de overheersing van de sterksten. De combinatie van anarchisme en socialisme moet dus de ontwikkeling van twee verschijnselen tegengaan, te weten a) staatssocialisme en b) het recht van de sterkste. Dit vormt het centrum van aandacht in de verschillende uitwerkingen van het anarchisme.

De verzamelterm sociaal-anarchisme wordt op verschillende wijze gebruikt. Zo gebruikt Ferdinand Domela Nieuwenhuis het woord sociaal-anarchisme als synoniemen voor anarchisme en voor libertair socialisme. Echter Daniel Guerin maakt juist onderscheid tussen sociaal-anarchisme en individueel-anarchisme, waarbij het mutualisme, collectief-anarchisme en anarchocommunisme onder de verzamelterm sociaal-anarchisme vallen.

individueel-anarchisme

Gelet op de terminologie lijkt er een aanmerkelijk verschil te bestaan tussen sociaal- en individueel-anarchisme. Toch kan het ook hier om een verschil in nadruk gaan. Zo beveelt de sociaal anarchist Malatesta, in 1924, de lezing aan van het boek van de individueel anarchist Emile Armand, getiteld L'Initiation individualiste anarchiste (1923). Bij het lezen van dit boek vraagt men zich af, aldus Malatesta, waarom Armand voortdurend spreekt van 'anarchistisch individualisme' als een bepaalde leer, terwijl hij over de hele linie niets anders doet dan spreken over beginselen die anarchisten van alle richtingen gemeen hebben.

Het anarchisme van de Franse individueel-anarchist Emile Armand (pseudoniem voor Ernest Juin; 1872-1962) rust op twee pijlers: 1) de vorming van het individuele geweten en 2) de onafgebroken propaganda voor de libertaire zaak. Zonder dat zal de maatschappij nooit libertair worden. Eén van de door Armand voorgestane propagandamiddelen betrof het communewezen, zoals zich dat begin vorige eeuw in Frankrijk ontwikkelde (de kringen van de 'Milieux libres'). Na de Tweede Wereldoorlog hield Armand zich vooral met de ideeën van Max Stirner bezig.

Ook bij Berkman vindt men in zijn hier later nog genoemde boek 'The ABC of communist anarchism (New York, 1929)' een overdenking van het verschil tussen sociaal-anarchisme en individueel anarchisme. Een van de punten van onderscheid die Berkman introduceert is, dat de individueel anarchisten niet in de revolutie geloven. De bestaande maatschappij moet zich in hun visie geleidelijk ontwikkelen tot een niet-gouvernementele (staatloze) maatschappij. Maar ligt daar werkelijk een verschil?
Het sociaal-anarchisme in de tijd van Berkman mikt dan wel op een 'revolutie' voor de invoering van de libertaire maatschappij-orde, maar dat lukt alleen, zegt Berkman, als alle arbeiders verenigd zijn. Het is dus een zaak van zeer velen en in alle landen. Berkman zegt dan ook dat de sociale revolutie niet een incident is, niet als een plotseling gebeuren moet worden begrepen. Ideeën veranderen niet plotseling, ze groeien langzaam, geleidelijk. Evolutie wordt tot revolutie (pag. 67-68, vertaling 2003; p. 218-219, vertaling 1935). Het verschil tussen sociaal- en individueel-anarchisme verdwijnt wat dit punt betreft achter het idee van de evolutie. In de tijd gezien gaat het dus om een permanent verzet.
Daarnaast zou Berkman's definitie van het verschil tussen sociaal-anarchisme en individueel-anarchisme betekenen dat Pierre-Joseph Proudhon geen sociaal-anarchist was, want hij was voorstander van de evolutionaire weg naar het anarchisme door middel van mutualistische ruilbanken.

Iemand die in de anarchistische kring wellicht het krachtigst het individuele verzet tegen de bestaande maatschappij heeft verwoord, is Max Stirner. Het gaat om een 'guerrilla' van de enkeling tegen de gemeenschap, zo typeert Constandse de opvatting van Stirner. Hierin vindt men het individualistische anarchisme terug. Het fundeert vooral non-conventioneel gedrag. Het komt vooral in antimilitarisme en dienstweigering tot uiting, maar ook in de koloniebeweging, de beweging van de vrije liefde.

Het individualistische anarchisme onderscheidt zich daarbij dat het zich los wil maken van de 'massa'. Het wil in eigen levenshouding en praktijk het anarchisme al waar maken en zodoende een voorbeeld geven. Rudolf de Jong wijst er in zijn bijdrage getiteld Anarchisme als inspiratiebron dan op dat het christenanarchisme hetzelfde doet. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de activiteiten van productieve associaties.
Ogenschijnlijk is het tegenstrijdig als men individueel anarchisten bij de anarchistische communes en productieve associaties tegenkomt. Wat hen trekt, aldus Rudolf de Jong, is de idee een voorbeeld te geven, waarbij men niet hoeft te wachten op de grote massa en de revolutie. Dit is de repeterende gedachte. Tevens streeft men in het individualistische anarchisme gemeenschappelijke doelen na. De individualisten zullen elkaar 'benutten' en aldus staan ze sterker, zo vat Anton Constandse in zijn genoemde bijdrage het in de woorden van Stirner samen.

De naamgeving aan het sociaal-anarchistische streven blijkt historisch bepaald en is onvast. Dat is ook af te lezen aan de titel en inhoud van het boek van de in Rusland geboren anarchist Alexander Berkman. Het anarchisme waarover hij spreekt, noemt hij 'communist anarchism'. Het komt in de titel van zijn boek tot uitdrukking: The ABC of communist anarchism (New York, 1929). Dit anarchisme verwerpt de staat en elke andere vorm van opgelegd gezag; het spreekt zich uit voor collectieve eigendom van de productiemiddelen; het rekent op de vrijwillige samenwerking in gemeenschappelijk bezit. De verovering van de macht om dit 'programma' te realiseren ligt bij de bevolking zelf. Hiermee zet Berkman zich af tegen de Bolsjewiki uit zijn tijd (Lenin; de 'voorhoedepartij').
In de Nederlandse vertaling uit 1935 van het genoemde boek wordt de term 'communist anarchism' nog vertaald met sociaal-anarchisme. In de laatste Nederlandse vertaling, die van 2003, wordt 'communistisch anarchisme' gebruikt, terwijl de titel kortweg luidt: ABC van het anarchisme.

Ook Anton Constandse gebruikt de term sociaal-anarchisme. In dat geval in een bijdrage die over Max Stirner en het individualisme gaat. Met de term sociaal-anarchisme geeft Constandse aan dat het om een anarchisme gaat waarin wordt gepoogd “vrijheid en collectiviteit, enkeling en 'massa' te verzoenen. Het wil de kloof daartussen zo klein mogelijk, de tegenstelling zo dragelijk mogelijk maken, het nodeloos leed uitdelgen, het sadisme uit ons cultuurpatroon verwijderen”.

Diversiteit van anarchisme

Het (sociaal-)anarchisme ontstond in de 19de eeuw. Het heeft als eigen entiteit langzaam vorm gekregen, onder meer in reactie op de breuk met het autoritair socialisme van Marx en zijn aanhangers. Naast een fundamentele kritiek op socio-economische, culturele en politieke autoriteitsstructuren, hebben 'sociaal anarchisten' ook aandacht gehad voor een 'constructief programma'. Ze zochten naar een alternatieve manier van samenleven, niet langer gebaseerd op de hiërarchie die elk domein van het menselijk leven kenmerkte. Uiteenlopende antwoorden op dat vraagstuk hebben geleid tot het ontstaan van verschillende stromingen, zoals collectivisme, anarchistisch communisme en anarcho-syndicalisme. Onder de voornaamste grondleggers van het sociaal anarchisme horen onder meer Peter Kropotkin, Elisée Reclus, Errico Malatesta en Emma Goldman.

Iemand die de regering wil afschaffen zonder die te vervangen door een andere vorm van regering wordt meestal beschouwd als anarchist. Een anarchist ziet doorgaans een contradictie tussen de begrippen "staat" en "samenleving". In uiteenlopende anarchistische voorstellingen dient de samenleving bevrijd te worden uit de houdgreep van de staat.

De diversiteit ontstaat door verschillen in nadruk op bijzondere elementen. Dat kan zijn vanwege de bijzondere situatie (werk; scholing; milieu) of de voorgestelde methodes van uitwerking van ideeën (revolutie of evolutie; enkele grote stappen / vele kleine stappen). Hierbij speelt dan ook steeds de discussie over de doel-middel relatie. Met betrekking tot dit laatste geldt binnen het libertaire denken dat het doel nooit het middel heiligt. In het middel moet dus steeds het doel gloren.

Het sociaal-anarchisme kent door de bovenbedoelde diversiteit een aantal stromingen. Afhankelijk van de nadruk die men legt op bijvoorbeeld de vakbeweging, het individu of het milieu, levert dat op het anarchosyndicalisme, het individualistisch anarchisme, het libertair socialisme en het ecoanarchisme. Ook het pragmatisch anarchisme valt hieronder waar het verwijst naar de middelen en de praktische aanbevelingen om libertaire doelstellingen te bereiken. Het gaat om kleine, maar haalbaar geachte stappen ter realisering van libertair gedachtegoed.

Men kan het vervolgens hebben over constructief anarchisme als men nadrukkelijk een schets geeft van de elementen waaruit een libertair georganiseerde samenleving zal (moeten) bestaan. Het gaat dan om de organisatorische aspecten van het sociale en politieke leven overeenkomstig libertaire denkbeelden.

De verschillende stromingen hebben zich al in een ver verleden getoond als even zovele bewegingen. Er is een wijd scala aan uiteenlopende stromingen die onder de noemer "anarchisme" vallen. De meest in het oog springende anarchistische tradities zijn de volgende:

. individualistisch anarchisme, staat voor individuele autonomie tegen autoriteit en dwang, iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheid en geweten tegenover de medemens;

. libertair socialisme, staat voor zelfbeheer in een egalitaire maatschappij;

. anarcho-kapitalisme, staat voor een maatschappij waar alleen vrije marktkrachten heersen zonder een enkele vorm van overheid.

. anarcho-nationalisme, kant zich tegen de machtsstaten en streeft naar de bevrijding van volkeren (Basken, Koerden, Schotten, Bretoenen, Vlamingen, ..). Kant zich in bepaalde gevallen tegen extreemrechtse tendenzen binnen het nationalisme. Voorbeelden: Vrijbuiter (Vlaanderen), Bretagne Indépendante et Libertaire, CBIL (Bretagne).

. anarcho-syndicalisme, streeft naar arbeiderszelfbeheer en kent een grote rol toe aan een vakbonden in de samenleving (voorbeeld: CNT).

. christenanarchisme, is individualistisch noch libertair, daarentegen wel pacifistisch van aard en voornamelijk gebaseerd op de Bergrede. Het christenanarchisme vindt haar oorsprong bij de Russische schrijver Tolstoj, hoewel ook de anarchist Proudhon zich een volgeling van Christus noemde ondanks dat hij, in tegenstelling tot Tolstoj, het bestaan van een God uitsloot. De filosofen Jacques Ellul en Ivan Illich worden soms ook tot deze stroming van het anarchisme gerekend.

. groen-anarchisme, stroming waarbij dominantie van de mens over ecosystemen geasssocieerd wordt met onderdrukking binnen samenlevingen. Wordt geassocieerd met de actiebewging 'Earth First!' en GroenFront!. Behalve door ecologisme is deze stroming ook sterk beinvloed door het situationisme.

. Anarcho-primitivisme, een stroming waarbij anarchisten zich laten inspireren door anarchistische samenlevingen van jager-verzamelaars, zoals de !Kung (bosjesmannen), en in de prehistorie. Anarcho-primitivisme werd voorgestaan door het Amerikaanse tijdschrijft Fifth Estate en de schrijvers John Zerzan, David Watson en Derrick Jensen. Ook Theodor Kaczynski, de zogeheten Unabomber wordt geassocieerd met de stroming. Moderne technologie wordt gezien als een barrière voor anarchie, maar de meningen lopen uiteen in hoeverre het nodig en mogelijk is om als jager-verzamelaars te leven.

. info-anarchisme, is een overkoepelende term voor verschillende groepen van mensen die tegen alle vormen van intellectueel eigendom zijn.

Sociaal-culturele emancipatiebewegingen
Wat de verschillende stromingen aangaat, spreekt Hans Ramaer in zijn bijdrage getiteld Anarchisme in Nederland over sociaal-culturele emancipatiebewegingen in het begin van de vorige eeuw. Hij noemt er een aantal: de antimilitaristische beweging, de syndicalistische beweging, het christenanarchisme, de vrijdenkersbeweging, de beweging voor de seksuele hervorming en de koloniebeweging.

Hier geldt ook weer dat een beweging zich als 'single issue' beweging voordoet, maar dat er tegelijk een overkoepeling plaatsvindt. Zo zijn de christenanarchisten erg actief in de koloniebeweging. Hoe verschillend de bewegingen onderling ook zijn, de meeste vinden elkaar wel in het antimilitarisme.

Deze hervormingsbewegingen worden alle gedreven door verzet tegen bestaande maatschappelijke (sociale, economische, politieke) verhoudingen en toestanden. Door middel van hun specifieke activiteit willen zij een voorbeeld stellen: men kan in verzet komen (dienstweigering), men kan anders leven (kolonies; libertaire scholen).

Max Stirner kwam met een theorie van de samenleving waarin de wil van het individu als soeverein wordt beschouwd en elke overheid wordt verworpen. Zijn "egoïsme" lijkt een verregaande vorm van individualistisch anarchisme, waar het eigenbelang de enige rationele drijfveer kan zijn voor het individu, en waarin eigendom een gevolg is van macht: wie iets kan nemen en behouden, bezit het. Dit plaatst hem op enige afstand van veel hedendaagse anarchisten die particuliere eigendom van productiemiddelen afwijzen. Hij heeft met zijn definitie echter wel een heel zuivere en oorspronkelijke betekenis gegeven aan het begrip. Stirners ideeën inspireerden met name de libertaire anarchist Georges Palante en hebben ook invloed op recentere groen-anarchistische denkers als Wolfi Landstreicher en Bob Black. Deze auteurs zetten zich af tegen anarchisme als (linkse) politieke ideologie en stellen dat ook klassieke linkse organisatievormen als vakbonden en federaties onderdrukkend zijn voor het individu. Ook Hakim Bey kan worden gezien als 'post-links' anarchist.

Bovenstaande stromingen sluiten elkaar wederzijds niet altijd uit en beslaan ook niet het volledige terrein van anarchistische bewegingen die meer of minder onder deze stromingen zijn te vatten.

Geschiedenis
Anarchisme kreeg voor het eerst massale aandacht gedurende de Tweede Industriële Revolutie, toen de heersers van Rusland (tsaar Alexander II, 1881), de Franse Republiek (premier Marie François Sadi Carnot, 1894), Italië (koning Umberto I, 1900), en de Verenigde Staten (president William McKinley, 1901) door anarchisten werden vermoord, evenals keizerin Sissi in 1898.
Het anarchisme werd begin vorige eeuw vooral in Spanje en de Latijns-Amerikaanse wereld een massabeweging. In Mexico bijvoorbeeld was de revolutie (1910-1917) in hoge mate geînspireerd door anarchistische ideeën (bekende anarchisten waren Ricardo Flores Magón en Emiliano Zapata). In Spanje telde het anarcho-syndicalistische CNT meer dan een miljoen leden onder de arbeiders en boeren, en kwam het in 1936 tot een ware anarchistische revolutie, d.w.z. de hele maatschappij in grote delen van Spanje (vooral Catalonië) werd op anarchistische wijze georganiseerd. De burgeroorlog die uitbrak toen de fascistische generaal Franco de macht wou grijpen, brak het élan van deze revolutie, ook omdat de socialistische en communistische krachten zich tegen de anarchisten keerden. Met de overwinning van Franco werden tienduizenden 'roden' vermoord, tienduizenden vluchtten het land uit. Vele Spaanse anarchisten bleven voortstrijden in de verzetsbewegingen tegen het fascisme en het kapitaal in Europa, een handvol ook na de Tweede Wereldoorlog (Sabate, Facerías, ...), anderen waren actief in de eerste Latijns-Amerikaanse guerrillagroepen (bijv. Cienfuegos in Cuba). Recentelijk kreeg anarchisme aandacht door acties tegen globalisering, zoals de top van de WTO in Seattle in 1999, en van de G8 in Genua in 2001, waarbij anarchisten een belangrijke rol speelden.

De Franse filosoof Pierre-Joseph Proudhon wordt beschouwd als de eerste schrijver die zichzelf "anarchist" noemt (1840-1850). Het eerste tijdschrift met de term "anarchisme" in de titel was het in 1850 verschenen blad L'Anarchie, Journal de l'Ordre van Anselme Bellegarrigue.

Anarchisme in Nederland
Het belangrijkste anarchistisch tijdschrift in Nederland is Buiten de Orde, uitgegeven door de Vrije Bond. Het enige andere expliciet anarchistische periodiek is De AS. Sinds 1934 komen Nederlandse anarchisten rond Pinksteren bij elkaar op de Pinksterlanddagen, wat jaarlijks plaatsvindt op de 'Camping tot Vrijheidsbezinning' in Appelscha. Anarchisme vindt tevens een uiting in de kraakbeweging, actiebewegingen als GroenFront!, weggeefwinkels, en zogeheten vrijplaatsen, zoals Eurodusnie in Leiden en ACU in Utrecht.

Anarchisme en geweld
De connotatie van gewelddadigheid en chaos die vaak bij het anarchisme opkomt is vooral het gevolg van een strategie die een klein aantal anarchisten aan het einde van de 19e eeuw gebruikten maar ook door de manier waarop het woord gebruikt wordt in de media. De meeste anarchistische ideologen propageren geen geweld, maar accepteren zelfverdediging. Er is een stroming binnen het anarchisme, het anarchopacifisme, dat elke vorm van geweld verwerpt, dus ook zelfverdediging. Andere stromingen maken een onderscheid tussen individueel geweld en georganiseerd geweld.

Anarchisme en recht
Het anarchisme zoals hierboven beschreven draait om twee kernen, te weten a) de revolte tegen opgelegd gezag, zowel individueel (leider) als institutioneel (overheid) en b) de omarming van de vrije associatie en gelijkheid, waarvan de zelfbesturende gemeenschappen de institutionele uitdrukking zijn. Dat wat het anarchisme aangaat.
Met betrekking tot het recht komen opnieuw de twee genoemde kernen in beeld. Dan valt op dat het recht in de sfeer van de revolte niets te zoeken heeft (of het moet gaan om de erkenning van een 'recht op verzet'). Het recht introduceert zich evenwel nadrukkelijk in hetgeen door het anarchisme wordt omarmd. Daarmee is een paradox ontstaan waar men niet zonder discussie om heen komt: het recht wordt op de ene plek afgewezen en tegelijk op een andere plek aanvaard.
Die paradox komen we al tegen bij de klassieke anarchist Michael Bakoenin. In anarchistische kringen is hij vooral bekend vanwege zijn permanente revolte tegen elke vorm van opgelegd gezag, tegen elke reglementering. Het is een revolte ten behoeve van een vrije wereld. Maar is een wereld zonder reglementering wel een vrije wereld? Dit is de vraag die bij alle verzet gesteld moet worden, meent de Franse schrijver en filosoof, Albert Camus in zijn boek De mens in opstand (Amsterdam, 1973, p. 130-131). Hier kondigt zich nadrukkelijk het onderwerp Anarchisme en recht aan.


Pageviews vandaag: 1261.