kunstbus
Dit artikel is 19-10-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

antimilitarisme

Het antimilitarisme is een beweging tegen het hebben van legers. Het verschil met het pacifisme is dat het antimilitarisme alleen tegen het militarisme is en in principe niet tegen geweld, zoals individuele zelfverdediging. Door slordig gebruik van het begrip "anti-militair" en het begrip "antimilitaristisch" (gekant tegen een overdreven militair vertoon) is het onderscheid hierin vaak wat vervaagd.

Nederland was in de 19e eeuw geen militaristisch land. Vergeleken met zijn buurlanden speelde het leger een bescheiden rol. Militaristische tendensen waren wel waarneembaar bij het ophemelen van vlootvoogden uit de Gouden Eeuw en het kritiekloos ophemelen van de vaak zeer gewelddadige verovering van de Buitengewesten van Nederlands-Indiƫ.

In de negentiende eeuw ontstond in Nederland naast het militarisme ook het antimilitarisme. Hoewel er sprake was van een glijdende schaal kon het antimilitarisme worden opgesplitst in twee delen. Het antimilitarisme dat was gebaseerd op het socialisme en het antimilitarisme dat was gebaseerd op het christelijk geloof.

pacifisme

Het religieuze antimilitarisme kwam voornamelijk tot uiting in het weigeren van de dienstplicht. Daarbij was geen sprake van verzet tegen de Nederlandse staat en haar instituties. Jongens wilden niet in dienst treden van de Koningin omdat ze al 'in dienst waren van de Heer'. Zij werden antimilitaristen genoemd omdat voor de Tweede Wereldoorlog iedereen die tegen de dienstplicht was zo werd genoemd. Tegenwoordig zouden wij deze religieuze antimilitaristen eerder pacifisten noemen.

socialistisch antimilitarisme

Het leger werd geassocieerd met de heersende klasse en iedere socialist of anarchist was 'automatisch' antimilitarist. Het militarisme werd gezien als pijler van de kapitalistische maatschappij. Het was dan ook noodzakelijk dat voor een vrije socialistische maatschappij het militarisme moest verdwijnen. Hier waren geen compromissen in mogelijk. De politiek van de sociaaldemocratische SDAP (rond 1890) werd door antimilitaristen afgewezen omdat de SDAP een volksleger, alleen bedoeld voor de verdediging van het eigen grondgebied, voorstond.

Het socialistische antimilitarisme kwam tot uiting door mobilisatie tegen te werken, het weigeren van de dienstplicht (het antimilitarisme van de daad), het aanzetten en oproepen tot revolutie en het tegenwerken van oorlog en oorlogsvoorbereiding door middel van stakingsoproepen en sabotage.

Internationale Antimilitaristische Vereniging

In 1904 richtte de socialistische dominee Ferdinand Domela Nieuwenhuis samen met Nico Schermerhorn de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging (IAMV) op, waarvan voornamelijk de Nederlandse tak betekenis kreeg.

In 1910 publiceerde Domela Nieuwenhuis zijn memoires Van Christen tot Anarchist (www.dbnl.org/tekst/).

Het revolutionaire antimilitarisme in Nederland - (www.anarchisme.nl/namespace/het_revolutionaire_antimilitarisme_in_nederland)

Bronnen:
Een aantal antimilitaristische dichters vond elkaar rond 1930 in de Socialistische Kunstenaarskring. In dit artikeltje wordt aan de hand van een viertal voorbeelden nagegaan welke militaire ervaringen deze links-revolutionaire schrijvers zelf in de jaren van de Grote Oorlog gehad hebben. - (www.wereldoorlog1418.nl/antimilitarisme


Pageviews vandaag: 16.