kunstbus

(advertentie)
Er staan 3 artikelen in onze webwinkel Kunstbus


teak fruitschaal of saladeschaal van Alfi voor Hans Hansen

Een grote stijlvolle teak salade- of fruitschaal, in de jaren vijftig vervaardigd door het Deense bedrijf Alfi voor de befaamde winkel en werkplaats Hans Hansen in Kolding, Denemarken. Het stickertje van het warenhuis zit nog op de bodem geplakt.
Prijs: € 800

Dit artikel is 24 01 2018 16:07 voor het laatst bewerkt.

atmosfeer

De atmosfeer (ook wel dampkring genoemd) is het gasvormige omhulsel rondom de aarde. De samenstelling van de atmosfeer wordt bepaald door de gassen die erin ziten. Daarnaast spelen de chemische en fysische eigenschappen van de dampkring een belangrijke rol. Onder de chemische eigenschappen worden de reacties verstaan die in de dampkring plaatsvinden, bijvoorbeeld reacties met waterdamp of reacties onder invloed van straling. De fysische eigenschappen zijn: het temperatuurverloop, het luchtdrukverloop en het gehalte aan waterdamp op verschillende hoogtes. Door de zwaartekracht van de aarde kunnen de gassen die zich in de dampkring bevinden niet naar het heelal ontsnappen.

Voor het grootste deel bestaat de dampkring van de aarde uit een mengsel van gassen. Ertussen komen kleinere hoeveelheden vloeibare bestanddelen (druppels) en vaste bestanddelen (ijskristallen en stofdeeltjes) voor.

De verhouding tussen zware en lichte gassen is aan het aardoppervlak anders dan hoger in de atmosfeer. Hoger in de atmosfeer is het aandeel van lichte gassen naar verhouding groter. Voor de meeste gassen geldt dat de concentratie wereldwijd min of meer gelijk is. Maar waterdamp, koolstofdioxide en ozon kunnen in sterk wisselende hoeveelheden voorkomen; dit kan van dag tot dag en van plaats tot plaats verschillen.

Het waterdampgehalte (H2O(g)) in de atmosfeer varieert tussen en 5 volumeprocent. Dit komt omdat de maximale hoeveelheid waterdamp die lucht kan bevatten afhangt van de luchttemperatuur: warme lucht kan meer waterdamp bevatten dan koude lucht. In koude klimaten (polaire en subpolaire gebieden) is de hoeveelheid waterdamp in de lucht verwaarloosbaar klein. Op gematigde breedten, bijv. in Nederland, bedraagt het percentage waterdamp in de winter gemiddeld ,5% en in de zomer 1,5%. In de tropen is het waterdampgehalte van de atmosfeer 3-4%. De hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer is ook afhankelijk van de hoogte. Naar boven toe neemt de hoeveelheid waterdamp sterk af, boven de 10 km komt er nauwelijks meer waterdamp in de atmosfeer voor.

Het volumepercentage ozon (O3) in de atmosfeer is erg klein, namelijk 5,0·10-6 %. Desondanks is het wel heel erg belangrijk, want ozon absorbeert ultraviolette straling met golflengtes tussen de 200 en 320 nm en voorkomt zo dat deze straling het aardoppervlak bereikt. De straling met deze golflengte is erg schadelijk voor levende organismen. Straling met deze golflengte is mede verantwoordelijk voor de vorming en afbraak van ozon. Tussen 15 en 50 km hoogte wordt de grootste ozonconcentratie in de atmosfeer aangetroffen (2% volgens Binas). Op nog grotere hoogte is het aantal moleculen te klein om een grote ozonconcentratie te doen ontstaan. Op minder dan 15 km hoogte is de hoeveelheid ultraviolette straling te gering om ozon te vormen, omdat in de laag erboven veel ultraviolette straling geabsorbeerd is.

Behalve gassen bevat de atmosfeer ook vloeibare en vaste stoffen. De meest bekenden zijn de waterdruppels en ijskristallen die in de vorm van regen, hagel en sneeuwbuien naar beneden kunnen komen. De atmosfeer bevat ook aerosolen, het meest dicht bij het aardoppervlak. Met toenemende hoogte neemt de concentratie aerosolen af, maar tussen 15 en 30 km hoogte komt een tweede maximum in de concentratie van aerosolen voor, afkomstig van vulkaanuitbarstingen.

Verschillende lagen in de atmosfeer
Twee factoren hebben grote invloed op de processen die zich in de atmosfeer afspelen: de temperatuur en de luchtdruk.

De luchtdruk (p) is de kracht die het gewicht van een luchtkolom in de atmosfeer op een eenheidsdoorsnede (1 m2) van het aardoppervlak uitoefent. In onderstaand figuur is dit te zien. Luchtdruk heeft als eenheid Pascal: 1 Pa = 1Nm-2. Vaak wordt de luchtdruk nog uitgedrukt in mbar. 1 mbar = 1 hPa. Alle gassen in de atmosfeer dragen bij aan de luchtdruk. Met andere woorden: de luchtdruk is de som van alle drukken, die de gassen in de lucht elk afzonderlijk uitoefenen.

De luchtdruk is afhankelijk van de dichtheid en de samenstelling van de lucht. Aan het aardoppervlak bedraagt de massa van 1 m³ lucht 1,25 kg. Op zeeniveau bedraagt de gemiddelde luchtdruk 1013 hPa of mbar. Op grotere hoogte wordt het gewicht van de resterende luchtkolom kleiner, zoals in figuur 21 is weergegeven. De luchtdruk neemt dus af met toenemende hoogte.

Ondanks dat lucht normaal gesproken van plaatsen met een hoge luchtdruk naar plaatsen met een lage luchtdruk stroomt, ontstaat er toch geen stroming van onder in de atmosfeer (hoge luchtdruk) naar boven (lage luchtdruk). Dit komt omdat er een evenwicht bestaat tussen de opwaarts gerichte kracht van hoge naar lage druk en de neerwaarts gerichte zwaartekracht. Dit evenwicht van krachten wordt hydrostatisch evenwicht genoemd.

De luchtdruk wordt gemeten met een barometer.

Op basis van het temperatuurverloop t.o.v. de hoogte kan de atmosfeer in verschillende lagen ingedeeld worden. In iedere laag is het temperatuurverloop t.o.v. de hoogte anders: de temperatuur kan toenemen, afnemen of constant blijven met toenemende hoogte. In onderstaand figuur is de verdeling van de atmosfeer weergegeven en zijn de namen van de verschillende lagen vermeld.

De troposfeer is de onderste laag van de atmosfeer; hij reikt tot een hoogte van gemiddeld 13 km boven het aardoppervlak. We spreken over 'gemiddeld' omdat de troposfeer boven de koude polen ongeveer 8 km dik is, terwijl hij boven de tropen, waar de lucht veel warmer is, ongeveer 16 km dik is. De troposfeer is erg belangrijk omdat het weer zich hierin afspeelt. In de troposfeer wordt de lucht van onderaf (via het aardoppervlak) verwarmd. Daarom neemt de temperatuur in de troposfeer met toenemende hoogte af (ongeveer ,65 °C/100m). Bijna al het water dat in de atmosfeer aanwezig is bevindt zich in de troposfeer. Het water in de troposfeer komt in vaste toestand voor (sneeuw en ijs), in vloeibare toestand (wolkendruppels, regen en mist) en in gasvormige toestand (waterdamp).

Aan de bovenzijde wordt de troposfeer begrensd door de tropopauze. Dit is een laag waarin de temperatuur niet meer afneemt met de hoogte. De temperatuur bedraagt hier ongeveer -56 °C. Een luchtlaag waarin de temperatuur met de hoogte niet of nauwelijks verandert heet een isotherme laag.

Boven de tropopauze, die circa 5 km dik is, zit de volgende luchtlaag die de stratosfeer genoemd wordt. Hierin neemt de temperatuur geleidelijk toe tot °C. Deze temperatuurtoename is het gevolg van het vrijkomen van warmte bij de omzetting van zuurstof in ozon. In de stratosfeer wordt voortdurend ozon gevormd en afgebroken onder invloed van ultraviolette zonnestraling. Op een hoogte van 25 tot 35 km hoogte is de verhouding tussen de intensiteit van de zonnestraling en het aantal zuurstofmoleculen zodanig dat op deze hoogte de maximale ozonconcentratie zit.

De stratosfeer wordt aan de bovenzijde op ongeveer 50 km hoogte begrensd door de stratopauze. Er volgt een luchtlaag die mesosfeer genoemd wordt. Hier daalt de temperatuur opnieuw (tot -100 °C). Na de mesopauze op ongeveer 90 km hoogte volgt de thermosfeer. In de zeer ijle lucht van de thermosfeer waar de temperatuur weer met de hoogte toeneemt, bereikt de temperatuur op 200 kilometer hoogte waarden tussen de 100°C en 600°C. De thermosfeer strekt zich uit tot 650 kilometer hoogte, daarboven begint de exosfeer.

De exosfeer gaat geleidelijk over in de interplanetaire ruimte.

Voor het klimaat op aarde zijn vooral de troposfeer en de stratosfeer van belang.

Elke dag wordt door het KNMI en door andere meteorologische diensten in de wereld gemeten hoe de toestand van de atmosfeer is. Dit doet men door grondobservaties en satellietwaarnemingen; daarnaast worden twee keer per dag rond 12 en rond 24 uur vanaf het waarneemterrein van het KNMI in De Bilt weerballonnen opgelaten. Het doel van deze met helium gevulde ballonnen is de metingen bij het aardoppervlak aan te vullen met gegevens van de bovenlucht. De resultaten worden radiografisch naar De Bilt gestuurd, vandaar dat weerballonnen ook wel radiosondes worden genoemd. De sonde bereikt doorgaans een hoogte van 20 tot 30 kilometer. Tijdens de vlucht, die één tot twee uur duurt, worden metingen verricht van temperatuur, luchtvochtigheid en luchtdruk. Uit de positie van de sonde worden windrichting en -snelheid berekend.

Creative Commons bronnen:
http://betavak-nlt.nl/dmedia/media/site-files/01304/fadbc/50160/79a17/de847/Aerosolen_leerlingenbestand_1.4.pdf - Aerosolen en Vuile Lucht (SLO)


(advertentie)
Er staan 3 artikelen in onze webwinkel Kunstbus


teak fruitschaal of saladeschaal van Alfi voor Hans Hansen

Een grote stijlvolle teak salade- of fruitschaal, in de jaren vijftig vervaardigd door het Deense bedrijf Alfi voor de befaamde winkel en werkplaats Hans Hansen in Kolding, Denemarken. Het stickertje van het warenhuis zit nog op de bodem geplakt.
Prijs: € 800

Pageviews vandaag: 1160.