kunstbus
Dit artikel is 15-03-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Blauwe Knoop

De Nederlandse Vereniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken, kortweg de Blauwe Knoop of de blauwe NV of nog korter de NV genoemd, was een in 1842 opgerichte vereniging van geheelonthouders onder de naam Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Sterken Drank.

De vereniging had aanvankelijk een protestants-christelijk karakter, maar kreeg op het einde van de 19e eeuw een meer sociaaldemocratische inslag.

De "Blauwe N.V." werd op 12 september 1842 te Leiden opgericht door de Haarlemse medicus Dr. Willem Egeling, de grondeigenaar J. Stuart, de latere minister Mr. J. Heemskerk, de boekdrukker Mr. J.G. La Lau, de remonstrantse predikant A.A. Stuart uit Amsterdam en nog drie anderen welke echter niet lang hun medewerking verleenden. Na de ervaringen in Amerika en ook in Nederland was men het er over eens dat matigheid niet beginsel kon zijn en dat daarom het formulier van verbintenis moest luiden; "Wij ondergeteekenden verbinden ons, om van heden af geen sterken drank (behalve tot geneeskundig gebruik) te zullen drinken of aan anderen schenken, het gebruik zoowel als het misbruik op allerlei wijze te zullen tegengaan, en anderen tot eene gelijke verbindtenis alsdeze aan te sporen. Indien wij ons te eeniger tijd aan deze verbindtenis wenschen te onttrekken, zullen wij vooraf daarvan schriftelijk kennis geven aan een der oprichters of correspondenten der Vereeniging tot Afschaffing van Sterken drank". Het gebruik van de z.g. zwakalcoholische dranken was hieronder niet begrepen; het gebruik ervan, en met name van bier werd zelfs in verschillende propagandistische uitspraken warm aanbevolen. Het oprichten van bierhuizen en volkshuizen zonder sterke drank maar met bier werd in enkele gevallen door de Ned. Ver. financieel gesteund. Op de Algemene vergadering van 1847 werd besloten een adres aan de Koning te richten met het verzoek om afschaffing van de bieraccijns en opheffing van de belemmeringen voor de bierbrouwerijen.

Aan de oprichting van de N.V., welke als de oudste drankbestrijdersvereniging in ons land bekent staat, is nog wel het een en ander vooraf gegaan. Zo kwam in 1804 door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen een uitgave tot stand " 't Morgenslokjen, een gemeenzaam buurpraatjen tusschen Dieuwertjen en Grietjen en enige andere personen". Hierin werd beschreven de verwoestende uitwerking van de drank op het menselijk lichaam. Van dit geschriftje werd later in 1843 door de N.V. vele exemplaren gratis verspreid. In Drachten werd, na een lezing van J.G. van Blom in het kader van de winteravondlezingen van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen departement Drachten, opgericht op 16 december 1832 als eerste drankbestrijdersorganisatie in Nederland, "de Maatschappij van Matigheid te Dragten" * . Onder matigheid werd ook hier verstaan afschaffing van sterke drank, anders dan bij verschillende matigheidsgenootschappen, die na 1832 werden opgericht en beoogden het misbruik van sterke drank te bestrijden.

Spoedig na de oprichting van de N.V. zijn de meeste matigheidsgenootschappen tot deze vereniging toegetreden, zo ook de eerst opgerichte, Drachten. De N.V. was toegankelijk voor ieder zonder onderscheid van godsdienstig of staatkundige richting. Wel stelde zij zich vanaf het begin tot doel de Staat tot medewerker te maken in de strijd tegen de alcohol. De oprichters namen op zich om correspondenten te verwerven van alle gezindten, in het bijzonder geestelijken en verder te trachten zoveel mogelijk leden aan te brengen. Het betalen van contributie werd overgelaten aan het inzicht der leden en werd eerst in 1876 verplicht gesteld. Veel had men zich voorgesteld van de samenwerking in roomse kring, want spoedig na de oprichting traden enkele bekende Katholieken toe doch kort daarna moesten zij zich weer terug trekken daar de kerkelijke overheid geen toestemming verleende. Ook bleek het moeilijk te zijn om orthodox-protestantse leden te winnen omdat daar veelal principiële bezwaren de toetreding verhinderden.

In de derde vergadering (26 okt. 1843) werd het bestuur als volgt samengesteld: Dr. W. Egeling voorzitter, J. Stuart secretaris en Dr. T.C.R. Huydecoper, predikant te Den Haag, als penningmeester. In 1844 werd de vereniging erkend bij Koninklijk Besluit van 4 april: het verzoek hiertoe was persoonlijk door Dr. Huydecoper aan Z.K.H. Koning Willem II overhandigd. Op 29 april stelde men een reglement van 31 artikelen vast en werd het hoofdbestuur uitgebreid tot 5 leden en een commissie van redactie benoemd voor de uit te geven geschriften. Correspondentschappen werden opgericht op Java en Suriname en aan de kusten van Afrika. Op de 6e Algemene vergadering (13 mei 1846) kreeg het hoofdbestuur opdracht een maandelijks blad te doen verschijnen ter bevordering van de bestri jding tegen de alcohol. Het eerste nummer verscheen op l juli 1846 onder de naam "De Volksvriend", eerst als maandblad, later in 1873 als weekblad en na 1 juli 1894 weer als maandblad. In 1899 werd het samengesmolten met het blad "Sluit Schiedam" onder welke naam het dan weer eens in de veertien dagen verschijnende verenigingsorgaan voortleefde. Als redactie traden toen op P. van de Meulen uit Leeuwarden, A. Don en A.J. Schreuder. In 1903 werd de naam veranderd in "De Blauwe Vaan", waarna op de Algemene vergadering van 7 augustus 1905 werd besloten dit blad per 1 jan. 1906 als weekblad te doen verschijnen. In 1962 werd het opgeheven en sindsdien verschijnt er dan in Ando-verband een nieuw orgaan voor de drankbestrijding onder de naam "Nuchter Bekeken".

Verder verzorgde de vereniging in 1858 de eerste uitgave van de "Almanak van de Nederlandsche Vereeniging" welke, later onder de naam van de "Goede Raadgever", een eeuw lang zijn weg naar de talloze gebruikers heeft gevonden. Tot aan het jaar 1899 bleef het een vereniging die streed tegen het gebruik van sterke drank alleen. Het was een tijdsbestek waarin men met veel moeilijkheden te kampen heeft gehad. Na een beginperiode van betrekkelijke bloei verlieten vele leden teleurgesteld weer de vereniging door de machteloosheid waarmee deze strijd gevoerd moest worden. Het ledental, in 1865 ongeveer 14.000, was in 1894 terug gelopen tot 1.200. Ook van vele correspondenten werd weinig of niets meer vernomen. Het aantal op de Algemene vergadering vertegenwoordigende afdelingen liep van 36 in 1876 terug tot 3 in 1887. In 1875 werden door de Volksbond tegen drankmisbruik, een matigheidsvereniging, pogingen aangewend om met de N.V., samen te gaan.

Samenwerking is er op velerlei gebied geweest, maar het matigheidsbeginsel werd niet door de vereniging aanvaard. Nadat reeds in 1896 bij een reglementswijziging, op voorstel van de afdeling Leeuwarden, was bepaald, "dat als leden werden toegelaten zowel zij, die zich onthouden van het drinken en aanbieden van sterke drank als van alle alcoholische dranken", waarbij dus de geheelonthouding opeen lijn werd geplaatst met de afschaffing, werd in 1899 vooral op aandrang van de jongeren op de Algemene vergadering besloten, dat voortaan alleen zij die zich onthielden van alle alcoholhoudende dranken als lid konden worden toegelaten. Met deze reglementswijziging werd een geheel nieuwe koers bepaald, die een hechte basis tot stand bracht voor een krachtige idealistische drankbestrijding. Het was ook in die tijd dat de vereniging zich ging oriënteren op de strijdende arbeidersklasse maar ze heeft zich nooit bij een politieke partij willen aansluiten. Wel is er door sommigen een streven in die richting geweest, zoals b.v. door mr. D.A. van Eek die van de Nederlandse Vereniging een sociaal democratische vereniging wilde maken. Toch is het vooral te danken aan het contact met de arbeidersklasse, dat het ledental met grote sprongen vooruit ging. Tussen 1900 en 1910 groeide het van 2.000 naar 10.000 leden; in 1914 bedroeg het aantal leden een kleine 20.000. Ook het aantal afdelingen steeg van 57 naar 356.

Na de tweede wereldoorlog bleek de belangstelling voor de drankbestri jding verflauwd te zijn en ging vooral de invloed op de jongeren verloren. Op basis van een rapport dat in 1957 werd aangenomen op een buitengewoon congres trachtte de Ned. Ver. door ombouw van haar organisatievorm en door andere propagandamethoden nieuwe belangstelling op te wekken. Het hoofdbestuur bestaat dan uit dertien leden, terwijl de hoogste macht in de organisatie berust bij de tweejaarlijkse Algemene vergaderingen. Een verenigingsraad treedt op als adviescollege. In tien provincies werken provinciale propaganda commissies en in 212 plaatsen zijn afdelingen gevestigd, met een totaal van c. 14.000 leden. In de organisatie zijn vier werkgroepen, die zelfstandig propaganda voeren, te weten: de werkgroep vrouwen, het landelijk verband voor alcoholvrije jeugdopvoeding, de werkgroep voor maatschappelijke werkers en verplegend personeel en de werkgroep "Ja" d.i. jongeren aanpakken. In 1962 werd door de reeds vermelde fusie de N. V. als zelfstandige organisatie opgeheven. Van de afdelingen Goutum en omstreken, Huizum, Leeuwarden, Lekkum en Wirdum is het archief, voorzover nog aanwezig, begin 1967 (voor Leeuwarden 1963) geplaatst in het depot van het gemeentearchief van Leeuwarden.

Te Leeuwarden was een der oudste en grootste afdelingen van de vereniging gevestigd. Reeds in 1843 werd Dr. H.M. Duparc genoemd als correspondent van de Vereniging in Leeuwarden. In het verslag van 1845 wordt vermeld dat in Leeuwarden een correspondentschap bestond van 15 leden. In 1848 werd er een definitief bestuur gekozen waarin o.m. zitting hadden: W. Hamstra, koopman, als voorzitter en als secretaris de conrector dr. J.G. Ottema. Bij een besluit van de Algemene vergadering in 1899 werd vastgelegd, dat voortaan alleen maar geheelonthouders lid konden zijn van de vereniging. Tengevolge hiervan bedankten vele leden van de afdeling Leeuwarden. Dat dit alom in de lande enige bevreemding wekte was begrijpelijk daar het voorstel indirect van de afdeling Leeuwarden afkomstig was. De uitgetreden leden richtten in Leeuwarden een eigen drankbestrijdersorganisatie op onder de naam "Drankbestrijders-Vereniging Leeuwarden afgescheiden vande N.V.". Een proces door hen gevoerd om de eigendommen van de vereniging werd verloren, deze werden toegewezen aan de afdeling, die de lijn van het hoofdbestuur volgde. Hoe het deze vereniging verder is vergaan is ons niet duidelijk geworden; noch in de Provinciale Almanakken van Friesland, noch in de gemeenteverslagen van Leeuwarden wordt zij verder genoemd. Zeer waarschijnlijk is zij na korte tijd weer van het toneel verdwenen.

In 1903 kwam er wederom hevige onrust in de afdeling, tengevolge van een besluit van de huishoudelijke vergadering van 5 oktober 1903, waarin tot toelating vande "vrije colportage" op haar openbare vergaderingen, meetings enz. was besloten. Heftige discussies waren aan dit besluit vooraf gegaan. Dertig leden, die de drankbestrijding niet dienstbaar wensten te maken aan de propaganda van politieke partijen of van bepaalde politieke beginselen wilden niet verantwoordelijk worden gesteld voor dit besluit, zij traden uit en richtten een nieuwe afdeling te Leeuwarden op onder de naam "Neen Nooit" met als bestuur: K. de Jong voorzitter, B. Klooster penningmeester en mej. H. van der Meulen secretaresse. Het besluit tot oprichting van deze afdeling, ook wel aangehaald als Leeuwarden II, kreeg, hoewel in strijd met het algemeen reglement, de goedkeuring van het hoofdbestuur. Het is te begrijpen dat deze onderlinge concurrentie van deze twee in feite gelijkgerichte verenigingen de zaak van de drankbestri jding geen goed deed. Een groot ledenverloop was dan ook een van de gevolgen hiervan. Daar beide verenigingen ook nog de beschikking hadden over een eigen zangkoor waren de propaganda-avonden vaak meer een bestrijding van elkaar dan van de drank. Langzamerhand verflauwde de strijd om de voorrang en werden de propaganda-avonden in onderling overleg gehouden. In juli 1909 zijn de twee afdelingen weer samen gegaan. Wel waren na de samensmelting de discussies over het al of niet meedoen aan de 1 mei-viering en aan de kiesrechtbetogingen nog heftig, doch de minderheid legde zich tenslotte bij het besluit van de meerderheid neer en door mee te doen aan deze aktiviteiten werd een contact onderhouden met de moderne arbeidersbeweging, dat heeft geduurd tot aan de opheffing in 1962.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 330.