kunstbus
Dit artikel is 12-03-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

doophek

Hek ter afsluiting van de dooptuin of doopkapel. Bij katholieken een hek dat de ruimte voor de doop afscheidt van de rest van de kerk. Bij protestanten een hek dat een ruimte om de preekstoel omsluit. De kansel, het doophek en de herenbanken werden na de reformatie aangebracht, toen de kerk in protestante handen kwam.

Een doophek is een metalen of houten hekwerk, dat de dooptuin (de ruimte rondom de preekstoell, waar bij een doopbediening het doopbekken komt te staan en de doopouders hun kinderen ten doop houden) aan drie of vier zijden omsluit. Het is ongeveer een meter hoog en hetzij van panelen, hetzij van spijlen of opengewerkt snijwerk voorzien. In enkele gevallen is het met houten, ijzeren of koperen ornamenten gesierd. Een deurtje geeft toegang tot de dooptuin resp. tot de trap naar de preekstoel. Soms is boven die toegang een koperen doopboog aangebracht (Meppel 1782, Kolderveen 1782). Op het hek staat vaak een voorzangerslezenaar.

De meeste bewaard gebleven doophekken dateren uit dezelfde periode als de preekstoel in de kerk. Het hek diende o.a. ter bescherming van de preekstoel. Esthetisch is het doophek van belang als overgang van de hoge preekstoel naar de kerkruimte met haar meubilair. Binnen de omheining werd de doop bediend, onder toezicht van de leden van de kerkenraad, die binnen het doophek hun zitplaatsen hadden.


Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 270.