kunstbus
Dit artikel is 11-04-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Ernst Casimir van Nassau-Dietz

Ernst Casimir (Dillenburg 1573 - Roermond 1632), graaf van Nassau-Dietz (1606-1632), stadhouder van Friesland (1620-1632) en stadhouder van Stad en Lande en de Landschap Drenthe (1625-1632). Hij was een zoon van Jan VI van Nassau-Dillenburg en Elisabeth van Leuchtenberg. Toen na het overlijden van zijn vader diens graafschap Nassau werd verdeeld onder zijn vijf in leven zijnde zoons volgde Ernst Casimir hem op als graaf van Nassau-Dietz.

Ernst Casimir was vooral bekend als een uitstekende militaire leider tijdens de Tachtigjarige Oorlog en zijn successen tegen de Spaanse Habsburgers. Hij nam deel aan de tochten tegen Coevorden (1592) en Groningen (1594) en was sinds 1607 veldmaarschalk in het Staatse leger. Hij diende onder Maurits graaf van Nassau, die in 1618 prins van Oranje werd, onder andere bij het Beleg van Lochem (1606), Steenwijk en bij het Beleg van Oldenzaal (1626) en onder prins Frederik Hendrik van Oranje bij het Beleg van Grol (1627), het Beleg van 's-Hertogenbosch (1629) en bij het Beleg van Roermond (1632).

Als stadhouder in Stad en Lande stichtte hij in 1628 de vesting Nieuweschans. Door de bevolking van Friesland werd hij hoog gewaardeerd, hoewel hij weinig in Friesland aanwezig was.

Na de dood van zijn oudere broer Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg in 1620 trachtten prins Maurits van Oranje en vervolgens zijn halfbroer Frederik Hendrik, beiden graaf van Nassau, het stadhouderschap van Friesland van Willem Lodewijk, over te nemen. Willem-Lodewijk had aan het eind van zijn leven echter Ernst Casimir aangewezen en de Staten van Friesland kozen zijn zijde. Op 3 augustus 1620 werd Ernst Casimir beëdigd als gouverneur (stadhouder) van Friesland.

Ernst Casimir overleed in juni 1632, 58 jaar oud, toen hij bij de inspectie van de loopgraven bij een beleg van Roermond door een musketschot in zijn hoofd werd getroffen. Hij werd als graaf van Nassau-Dietz opgevolgd door zijn zoon Hendrik Casimir, die door de Staten van Friesland, Stad en Lande en de Landschap Drenthe ook tot stadhouder werd benoemd.

De musketkogel die hem geraakt zou hebben en de vilten regenhoed die hij zou hebben gedragen toen hij vermoord werd, behoren tot de vaste collectie van het Rijksmuseum Amsterdam. De hoed van beverhaar bevat een klein gat. Op 19 februari 2020 zond de AVROTROS het tv-programma Historisch Bewijs uit, waarin wetenschappers hun onderzoek naar de hoed van Ernst Casimir presenteerden. Volgens hen was het hoofddeksel in het Rijksmuseum inderdaad de hoed die Ernst Casimir droeg toen hij door een musketkogel in het hoofd werd getroffen. Er werd ijzer in de hoed aangetroffen waarvan vermoed wordt dat het afkomstig is van bloed van Ernst Casimir dat na het geloste schot van zijn hoofd op de hoedenrand sijpelde.

Huwelijk en kinderen

Ernst Casimir huwde in 1607 met Sophia Hedwig, hertogin van Brunswijk-Wolfenbüttel, dochter van Hendrik Julius, regerend hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel-Calenberg en Grubenhagen. Uit dit huwelijk werden negen kinderen geboren, waaronder Hendrik Casimir (1612 1640) De latere Graaf Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz en Willem Frederik (1613 1664) Graaf en later vorst van Nassau-Dietz. De anderen werden doodgeboren of stierven zeer jong.

Ernst Casimir werd bijgezet in de Grafkelder van de Friesche Nassau's in Leeuwarden.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 28.