kunstbus
Dit artikel is 02-04-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

hoge middeleeuwen

Met hoge middeleeuwen, centrale middeleeuwen of volle middeleeuwen wordt door westerse historici gewoonlijk die periode in de middeleeuwen in Europa bedoeld die duurde van ca. 1000 tot ca. 1250. In de periode ervoor werd Europa geteisterd door invallen van Vikingen, Moren, Magyaren en roversbendes.

In de hoge middeleeuwen kwam er meer stabiliteit in de Europese politieke verhoudingen, de economie, handel en bevolking groeide weer en het geestelijke en culturele leven maakte een heropleving door zoals blijkt in de stroming van de gotiek en de zogenaamde renaissance van de twaalfde eeuw.

Langzaamaan kreeg de kerk steeds meer macht en werd de paus de belangrijkste man in Europa. De boeken, die geschreven werden, waren te vinden in de kerk, want vooral de klerken en monniken in de kloosters konden schrijven. Ook de Duitse keizer was erg belangrijk.

De hoge of volle middeleeuwen worden ook gekenmerkt door het belang van de feodale structuren en een verandering in het erfrecht waardoor de alleenstaande vorstendommen zich beginnen uit te breiden zowel door oorlog als door huwelijken. De Europese rijken richten zich buiten Europa voornamelijk op het Midden-Oosten in de vorm van kruistochten, de manier voor mensen om boete te doen en de heidenen uit Jeruzalem te jagen. Ze vonden dat ze dat moesten doen als hun plicht.



Pageviews vandaag: 246.