kunstbus
Dit artikel is 02-04-2020 voor het laatst bewerkt.
Twitter: Tweet Follow Tweet naar over
Facebook:

Of mail uw vraag of opmerking over dit artikel naar kunstbus@gmail.com

kerspel

De Middelnederlandse benaming voor een kerkelijke gemeente of parochie, ook wel het gebied bestaande uit een of meerdere buurschappen rondom een kerk. Het Middelnederlands is een voorloper van de moderne Nederlandse taal dat tussen 1200 en 1500 in het huidige Nederlandse taalgebied werd gesproken.

Het kerspel maakte als territorium van een parochie of kerkelijke gemeente van oudsher deel uit van de kerkelijke organisatie van een bisdom. De grenzen dateerden veelal uit de 11e of 12e eeuw. Door bevolkingsgroei en ontginning van woeste gronden of door splitsing konden deze grenzen worden gewijzigd.

Door de toename van de bevolking splitsten de oorspronkelijke kerspelen zich op in vele nieuwe. Zo'n nieuw kerspel kreeg naast een eigen priester, de dienaar van de bisschop op kerkelijk gebied, ook een schulte, de dienaar van de bisschop op wereldlijk gebied.

De zielzorg van de parochianen alsmede het verrichten van religieuze handelingen in de wijk- of kerspelkapel was het domein van de parochiepriester of kapelaan. In deze kapellen werden geen sacramenten toegediend; voor doop of begrafenis moest men naar de parochiekerk. Verder had het kerspel een taak in de handhaving van de openbare veiligheid, de brandveiligheid en de verdediging van de stad. Aan het hoofd van elk kerspel stond een wijk- of kerspelmeester. Omdat de grenzen van een kerspel meestal samenvielen met die van het richter- of schoutambt wordt het woord kerspelmeester ook wel als synoniem hiervoor gebruikt.

Op elk bestuurlijk niveau had men de vrijheid om te vergaderen, besluiten te nemen en regels vast te leggen in zogenaamde willekeuren, dus ook in het kerspel. Alleen eigenerfden in het kerspel hadden het recht - maar men zag het ook als plicht - om alle in het kerspel begane strafbare feiten aan te geven op ding of goorsprake. Verder konden alleen de eigenerfden de landsdagen bijwonen. In 1652 besloot de landsdag dat in het vervolg elk kerspel op de goorsprake en op de landsdag vertegenwoordigd zou worden door volmachten. Uiteraard konden alleen eigenerfden als volmacht gekozen worden.

Ook in het kerspel zelf hadden de eigenerfden een aparte positie. Alleen zij konden als keurnoot optreden op een rocht of bij overdracht van onroerend goed, de vastlegging van pachtovereenkomsten en schuldbekentenissen.

Na de reformatie kwam het bij de protestants geworden parochies ook tot grenswijzigingen. Vanaf de zestiende eeuw begon men het begrip kerspel steeds meer te gebruiken om de bestuurlijke eenheid aan te geven die vanaf de Bataafse Revolutie 1795 de burgerlijke gemeente zou gaan vormen. Soms zijn bij de vorming van de gemeenten kerspelen samengevoegd tot een gemeente.

Permanente organen in het kerspel zijn tijdens de Republiek de door de Landschap benoemde schulte en de door het kerspel aangestelde schatbeurder, kerspelsoldaat en schoolmeester, hoewel deze laatste functie vaak gecombineerd werd met die van koster. Na de Bataafse Revolutie in 1795 vormden zich in de kerspelen de municipaliteiten als lokale bestuursorganen die de voorgangers van de huidige gemeenten waren.



Pageviews vandaag: 254.