kunstbus
Dit artikel is 21-03-2022 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

koekhakken

(koekslaan , kouksloagen, koukhouen) Met een bijltje geblind doekt naar een koek hakken, een kermisvermaak; laat ze maar koekhakken, laat ze maar uitzoeken, hun gang gaan.

Oud volksvermaak op boerenboeldagen, die altijd zoveel als een kermis waren. Op het koekblok werd een lange koek gelegd, die in de lengte moest worden doorgeslagen. Dit geschiedde met een bijl, waarvan het blad met een scharnier aan de steel bevestigd was. Wie de koek in de lengte doorsloeg in het geringst aantal slagen, was de winnaar. In de Kempen spreekt men van koekkappen. Dit koekhakken werd herhaaldelijk verboden, aangezien er regelmatig ongelukken gebeurden.

Zeker volksvermaak. Het met de vuist doormidden slaan van lange, taaie, expresselijk daartoe bereide koeken. De man, die laat koekslaan, houdt naar gelang van de afspraak één of meer van die koeken aan de uiteinden vast. De slaander moet dan met de (met een zakdoek omwonden) vuist of pols in een bepaald aantal slagen de koeken doormidden slaan. Gelukt dit, dan is de koek zijn eigendom; anders moet hij betalen. De koek heet slaankoek.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)

koekslaan , koekslaon , koekhouwen, koekhakken , onbepaald werkwoord , (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Noord-Drenthe). Ook koekhouwen (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Veenkoloniën), koekhakken (Zuidwest-Drenthe) = vermaak op de kermis, op boeldagen of tegen Sinterklaas en rond de kerst Op feesten en boouldaogen wur der an kooukhouwen daon; met 'n biel met 'n scharnier mus in zo min meugelk maol een stuk koouk in de lengte deurhouwen worden. Dat was niet zo makkelk as het wel leek (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum

koekslaan , koekeslaon , werkwoord , bep. spelletje spelen: vooral kermisvermaak, waarbij men geblinddoekt de koek van een lijn moest slaan met een stok, ook bekend in een vorm waarbij men kon winnen door geblinddoekt, met een lange stok, de meeste koeken kapot te slaan
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.