kunstbus
Dit artikel is 14-03-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Ordedienst

De Ordedienst (OD) was in Nederland een belangrijke gewapende illegale organisatie tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 fuseerde de OD met het Legioen van Oud-Frontstrijders (LOF) waarbij de naam OD bleef behouden. De leiding bestond veelal uit oud-militairen. De OD'ers verrichtten weliswaar spionagewerk, maar richtten zich hoofdzakelijk op de voorbereiding van de uitoefening van het militair gezag na de bevrijding.

Tijdelijke uitschakeling (mogelijk zelfs blijvende inperking) van de parlementaire regeringsvorm was niet onbespreekbaar. Men werd daarom door andere illegale organisaties gewantrouwd. De OD had een belangrijk aandeel in de totstandkoming van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). Ondanks vele contacten met de regering in Londen, kwam na de bevrijding de werkelijke leiding bij het Militair Gezag (MG) te berusten.

Tot 1942, bij de formalisering van de illegale Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO) was het hoogstwaarschijnlijk de grootste geheime anti-Duitse organisatie in Nederland, hoewel exacte cijfers daarover ontbreken.

Geschiedenis Ordedienst

Direct na de capitulatie op 15 mei 1940 begon reserve luitenant-kolonel der Artillerie J.H. Westerveld met de opbouw van een organisatie, die bij een gezagsvacuum, na een plotseling vertrek van de Duitsers, de leiding van Nederland op zich zou nemen en ervoor zou zorgen dat geen wanordelijkheden zouden ontstaan. De organisatie moest op militaire leest geschoeid zijn, door officieren geleid worden en tevens de basis vormen voor de nieuw op te richten Nederlandse krijgsmacht.

Op 3 april 1941 werd Westerveld gearresteerd en ging de leiding over op luitenant-kolonel P.M.R. Versteegh, onder wiens leiding de organisatie steeds verder werd uitgebouwd, onder meer door het opgaan van het Legioen van Oud-Frontstrijders in de organisatie.

In juli 1941 stelde Versteegh de zogenaamde Richtlijnen op, waarin officieel de naam Ordedienst aan de nieuwe organisatie werd gegeven: "door de fusie van de twee grootste organisaties is thans één groep gevormd, die den naam zal dragen: Orde Dienst (voortaan: OD)".
Daarnaast werd het doel en de organisatie van de OD omschreven. Het doel was: "het zoo spoedig mogelijk en uiterlijk 24 uur na bedoeld tijdstip (het vertrek van de Duitse bezetter) verzekeren van orde en rust in het land."
Als de juridische basis voor het optreden van de OD werd de sedert 1939 van kracht zijnde Staat van Beleg en de daaruit voortvloeiende regeling van het Militair Gezag (MG).

Het land werd verdeeld in landelijke gewesten. De drie steden Amsterdam, Den Haag en Rotterdam vormden elk een afzonderlijk gewest. Ieder landelijk gewest werd verdeeld in districten, die op hun beurt weer werden verdeeld in plaatselijke commando's. Er was een centraal algemeen hoofdkwartier (het AHK-OD), dat gevestigd werd in Den Haag. Vanuit het AHK-OD werden richtlijnen en instructies naar de gewesten gezonden, die door de gewestelijke commandanten verder uitgewerkt moesten worden, zodat ze aan de plaatselijke omstandigheden konden worden aangepast.

Op 12 september 1941 werd Versteegh gearresteerd en ging de leiding over op jhr. J. Schimmelpenninck, die op 11 november 1941 eveneens werd gearresteerd. Vanaf deze datum stond de OD onder leiding van G.A. Dogger en A.W.M. Abbenbroek. In januari 1942 nam majoor N. Tibo de leiding op zich. Door de vele arrestaties was het AHK-OD in april 1942 vrijwel uitgeschakeld.

Tibo bleef tot 15 mei 1942, de dag dat hij in krijgsgevangenschap werd afgevoerd, chef-staf van de OD. Jhr. P.J. Six nam vanaf die datum de functie van chef-staf over. ( Schulten, Ordedienst, 106-107. ) Onder diens leiding werd begonnen met het herstel van de OD. Het AHK-OD werd nu definitief gevestigd in de Koepelkerk aan het Leidsebosje te Amsterdam en er werden contacten aangeknoopt en verbeterd met andere verzetsorganisaties.

In een op 10 oktober 1942 uitgebracht memorandum werd de taak van de OD na de bevrijding beschreven: "ordehandhaving achter het front (...) door zich daarvoor thans beschikbaar gestelde personen en door het militair gezag op te roepen personeel (...) alles georganiseerd in de O.D." De organisatie van het AHK-OD werd gebaseerd op die van het Algemeen Hoofdkwartier van de landmacht uit 1940.

In februari 1944 werden nieuwe instructies voor de plaatselijke commandanten uitgevaardigd. De algemene opdracht was:
• de handhaving van orde en rust;
• het inwinnen van inlichtingen omtrent de stemming en eventuele oproerige voornemens;
• het doen verrichten van bewakingen;
• het arresteren van hen, die zich op enigerlei wijze hebben schuldig gemaakt aan landsverraderlijke handelingen of die daarvan worden verdacht;
• het onderhouden van verbindingen naar beneden, met politie, brandweer, burgerautoriteiten;
• het indelen van de OD-troepen en het regelen van de opkomst van vrijwilligers en opgeroepenen;
• de handhaving van de krijgstucht;
• de vordering van gebouwen, werktuigen, transportmateriaal e.d.;
• de verzorging van de legering, verpleging en uitrusting van de troepen van het plaatselijk commando;
• het beheer van het materieel.

Op initiatief van de regering in Londen werd in februari 1944 het samenwerkingsverband Kern tussen de verschillende verzetsorganisaties gevormd. Op 7 mei 1944 werden de zogenaamde Negentien punten van Gerbrandy uitgegeven. Hierin werd o.m. aangegeven dat de "verhouding van Regeering tot O.D. gemakkelijk te omschrijven (is). Van haar diensten voor ordebewaring zal gaarne gebruik worden gemaakt, mits zij zich onmiddellijk stelt onder bevel dezerzijds voorgenomen militaire organisatie."

Nadat de Nederlandse regering had laten blijken dat er toch geen autonome rol voor de OD was weggelegd, deelde Six op 14 september 1944 aan de gewestelijke commandanten het volgende mee: "De Regeering heeft uitdrukkelijk bepaald, dat zij in afwachting van de aankomst van de autoriteiten, belast met de uitoefening van het Militair Gezag (...) geen Nederlandsche militaire gezagsuitoefening wenscht (...). In het vacuum zal de ordehandhaving geschieden door de vertrouwensmannen der regeering ( Op 2 augustus 1944 werd het College van Vertrouwensmannen door de Nederlandse regering ingesteld. Dit College moest ervoor zorgen dat de verschillende verzetsorganisaties vlak voor en tijdens de bevrijding onder de controle van de regering kwamen. Dit college kwam op 23 augustus 1944 voor het eerst in Utrecht bij elkaar. Na de komst van het Militair Gezag werd het College van Vertrouwensmannen van hun taken ontheven. ) en onder verantwoordelijkheid van deze door de Commissarissen der Koningin en de burgemeesters. Gedurende dien tijd bestaat op het gebied der ordehandhaving de taak der O.D. uitsluitend in het leveren van militairen bijstand op verzoek van vorenbedoelde civiele autoriteiten."

In maart 1945 werd door Koot de Binnenlandse Strijdkrachten (voortaan: BS) gesplitst in een Strijdend Gedeelte, waartoe de Raad van Verzet en Landelijke Knokploegen behoorden en met J.J.F. Borghouts als commandant, en de Bewakingstroepen, waarbij de OD met Six als commandant werd ondergebracht. Vervolgens schreef Six op 24 maart 1945 aan zijn gewestelijke commandanten dat besloten was de OD volledig op te laten gaan in de BS. Hiermee werd de OD officieel opgeheven. De secties I-4, III en V van het AHK-OD gingen nu in hun geheel over naar de staf van de Commandant BS, terwijl de overige secties kwamen te ressorteren onder de commandant Bewakingstroepen, dat nog steeds werd beschouwd als het AHK-OD.

Websites en bronnen:
www.nationaalarchief.nl

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 110.