kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 25-03-2008 voor het laatst bewerkt.

Praag

Praag (Tsjechisch: Praha) is de hoofdstad en grootste stad van de Centraal-Europese republiek Tsjechië. De officiële naam is hlavní mìsto Praha, wat hoofdstad Praag betekent. De gemeente Praag vormt een eigen district (okres) en regio (kraj). Daarnaast is het de hoofdstad van de regio Midden-Bohemen, ondanks het feit dat de stad daar geen onderdeel van uitmaakt.

Praag wordt beschouwd als een van de mooiste steden van Europa en het historische centrum staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het is dan ook de op vijf na meest toeristische stad van Europa. De Gouden Stad, zoals de bijnaam van Praag luidt, ligt aan de rivier de Moldau.

Tot en met het jaar 1992 was Praag de hoofdstad van Tsjechoslowakije. In 1993, na de splitsing van Tsjechoslowakije in Tsjechië en Slowakije, werd Praag de hoofdstad van de Tsjechische Republiek. Daarnaast werd de stad hoofdstad van twee administratieve regio's (de regio Praag en de Centraal-Boheemse Regio) en drie districten (het district Praag, district Praag-West en district Praag-Oost).

Geschiedenis
De geschiedenis van het gebied van de huidige stad Praag beslaat een periode van duizenden jaren, waarin de stad uitgroeide van een Keltische nederzetting tot de multiculturele hoofdstad van de moderne Europese staat Tsjechië. De naam van de stad is waarschijnlijk afgeleid van het Tsjechische woord práh, dat dorpel betekent. Deze naam (Praha) zou aan de stad gegeven zijn vanwege de dorpels in de rivier de Moldau, die zorgden voor watervallen die veel lawaai maakten.[3] Voor een compleet beeld is de lijst van heersers van Bohemen een goede aanvulling op de Praagse geschiedenis.

Vroege geschiedenis
Het gebied waar tegenwoordig Praag ligt, wordt al sinds het Paleolithicum bewoond. Archeologische opgravingen brachten talrijke vondsten op uit het Neolithicum en de brons- en ijzertijd. Rond 200 v.Chr. had de Keltische stam die zich de Boii noemde een oppidum ten zuiden van het huidige centrum, genoemd Závist. In de eerste eeuw na Christus werd de nederzetting binnengevallen door een Germaanse stam en overgenomen door de Marcomannen onder leiding van Maroboduus. Vanaf de 6e eeuw streken de Slaven neer in Bohemen en vestigden zij zich ook in het gebied waar Praag later gesticht zou worden. De belangrijkste nederzetting bevond zich bij Roztoky op de linkeroever van de Moldau, maar er zijn ook archeologische vondsten uit die tijd gedaan bij Bubeneè, Dejvice, Veleslavín en Bohnice. In de loop van de 8e en 9e eeuw werden de eerste stadsmuren aangelegd, bijvoorbeeld bij Bohnice en Butovice.

Hoge middeleeuwen
De oudste aanwijsbare middeleeuwse nederzetting in het gebied van de huidige binnenstad is de Praagse burcht op de heuvel Hradèany. Dit kasteel werd in de eerste helft van de 9e eeuw door hertog Boøivoj van het geslacht van de Pøemysliden gesticht. Binnen de burcht werden aan het einde van de 9e eeuw en in de loop van de 10e eeuw de eerste christelijke kerken gebouwd. In dezelfde periode bestonden ook al nederzettingen in het gebied van de huidige wijk Malá Strana.

Onder de Pøemysliden werd het Praagse gebied meer en meer het politieke en economische centrum van het land. Onder het bewind van Boleslav II werd in 973 het Bisdom Praag opgericht. Het nieuwe bisdom werd onderdeel van het Aartsbisdom Mainz, terwijl Praag voordien behoorde tot het Bisdom Regensburg.[4]

In de eerste helft van de 10e eeuw werd op de overzijde van de Moldau een tweede burcht gesticht, de Vyšehrad (hoge burcht). Rond 1070 maakte Vratislav II de Vyšehrad tot zijn residentie, terwijl die functie voordien voor de Praagse burcht was weggelegd. In de nieuwe burcht stichtte hij een aantal kerken, waaronder de Sint-Petrus-en-Pauluskerk. Deze laatste kerk bestaat nog steeds, maar het gebouw lijkt qua uiterlijk totaal niet meer op de middeleeuwse kerk. Het huidige gebouw stamt uit het einde van de 19e eeuw.

In de 11e en 12e eeuw streken Duitse en Joodse handelslieden alsmede inheemse ambachtslieden neer langs de Moldau, tussen de twee burchten. Een belangrijke reden voor het uitkiezen van juist deze locatie was dat hier een kruising lag van belangrijke handelswegen, en het bestaan van twee voorden door de Moldau. Sinds het einde van de 12e eeuw waren beide zijden van de rivier met elkaar verbonden door de stenen Judithbrug, die de opvolger was van houten voorgangers uit de 9e en 10e eeuw.

Stichting van de Praagse steden
Koning Wenceslaus I gaf rond het jaar 1230 de grootste van de nederzettingen aan de Moldau de status van stad. Dit werd de koninklijke residentiestad van de Boheemse heersers. De stad, op de rechteroever van de Moldau, werd ommuurd en breidde zich snel uit. Rond de muren van de stad werden meerdere nederzettingen gesticht, waaronder de Gallusstad (Havelské mìsto). In 1287 werden deze nederzettingen samengevoegd met de residentiestad en zo ontstond de Oude Stad met eigen stadsrechten.

Wenceslaus' zoon Ottokar II verdreef op de andere oever van de Moldau de Tsjechische bevolking die tussen de rivier en de burcht woonde. In 1257 liet hij Noord-Duitse kolonisten zich op die locatie vestigen en zo was de eerste nieuwe stad van Praag gesticht, die Maagdenburgse stadsrechten kreeg. De nieuwe stad kreeg de naam Nova civitas sub castro Pragensis en heet tegenwoordig Malá Strana (Kleine Zijde). Als derde Praagse stad werd rond 1320 door burggraaf Hynek Berka von Dubá de stad Hradèany aangelegd bij de Praagse burcht.

Het midden en de tweede helft van de 14e eeuw was een zeer belangrijke periode in de ontwikkeling van Praag. Tijdens de regeringstijd van Karel IV en zijn zoon Wenceslaus IV werd de stad snel belangrijker en groter. Het doel van de beide heersers was de uitbreiding van Praag tot de nieuwe residentie van het hele Heilige Roomse Rijk. Nog tijdens de regeringstijd van zijn vader Jan de Blinde liet Karel IV in het jaar 1333 de door een brand vernietigde Praagse burcht herbouwen. Elf jaar later, op 30 april 1344, werd het bisdom van Praag gepromoveerd tot aartsbisdom, na de inzet van Karel IV.[4] Daarbij begon in hetzelfde jaar de nieuwbouw van de Sint-Vituskathedraal. In het jaar 1346 werd Karel tot koning van Duitsland gekozen en twee jaar later stichtte hij de eerste universiteit van Centraal- en Oost-Europa (de huidige Karelsuniversiteit). Ook in 1348 stichtte hij de Nieuwe Stad, de vierde van de Praagse steden. Ten slotte werd in 1357 een nieuwe stenen brug aangelegd. Nadat de Judithbrug was ingestort werd de tegenwoordig nog steeds bestaande Karelsbrug gebouwd. In deze periode lag het inwoneraantal van de stad rond de 40.000, hiermee behoorde het tot de grootste steden van Europa. Ook na de dood van Karl IV in 1378 bleef er in hoog tempo gebouwd worden in de vier steden. In 1400 hield dit echter op, toen Wenceslaus IV werd afgezet en Praag geen residentiestad meer was. Het kwam tot een aanzienlijke terugslag in de ontwikkeling van Praag toen de Hussitische revolutie uitbrak in 1419, en de stad voor een groot deel verwoest werd.

Vroegmoderne tijd
In het jaar 1526 trad de Habsburger dynastie aan als heersers over onder andere Bohemen en het vorstengeslacht zou tot 1918 bijna zonder onderbreking heersen over het gebied waar ook Praag in ligt. In 1541 vernietigde een brand de gebouwen van de Hradèany en Malá Strana bijna volledig. In 1547 namen de Praagse steden deel aan de Boheemse standenopstand tegen koning Ferdinand I. Nadat deze opstand was neergeslagen kon de koning in juli 1547 met zijn troepen Praag intrekken. De steden verloren een groot aantal rechten en vrijheden. Onder keizer Rudolf II werd Praag in 1583 weer keizerresidentie en daarmee het middelpunt van het culturele leven in Centraal-Europa. In deze tijd trokken veel buitenlanders, waarvan een aanzienlijk deel Duitsers, naar Praag. De keizer bevorderde ook het opnieuw gaan wonen van joden in de Oude Stad, om precies te zijn de wijk Josefov. De stad Praag kreeg zo een multicultureel karakter, nadat zij sinds de Hussietentijd bijna zuiver Tsjechisch geworden was. Ook de naam van het Gouden Straatje (Zlatá ulièka) stamt uit deze tijd. Behalve dat keizer Rudolf II hier het eeuwige leven probeerde te ontdekken, was hij ook alchemist. In het straatje, in de wijk Hradèany bij de Praagse burcht, probeerde hij volgens de legende goud te maken.[5]

Gedurende de 16e eeuw was het protestantisme sterk in opkomst geweest in het gehele Heilige Roomse Rijk. De opvolger van Rudolf II, Matthias, zag in de jaren 10 van de 17e eeuw de gevaren in van een religieus verdeelde samenleving. Hij legde de protestanten steeds meer beperkingen op en ontnam hen vele rechten. In 1618 pikten de protestanten het niet langer, zij bestormden de Praagse burcht en voerden de Tweede Praagse Defenestratie uit, wat leidde tot het begin van de Dertigjarige Oorlog. Tijdens de Slag op de Witte Berg in 1620 werd het protestantse leger verslagen en verjaagd door de katholieke Habsburgers van het Heilige Roomse Rijk. Aan het einde van de Dertigjarige Oorlog, in 1648, vond nog wel de Slag om Praag plaats. De Zweden veroverden de Praagse burcht en probeerden ook de Oude Stad, op de oostelijke oever van de Moldau, in te nemen. Het lukte de Zweden echter niet de overkant van de Karelsbrug te bereiken. Na 27 jaar van katholieke overheersing waren de protestantse "bevrijders" niet meer welkom. Nadat het onmogelijk was gebleken de stad te bereiken, plunderden de Zweden de burcht. De katholieke overwinnaars bepaalden vanaf dat moment de culturele ontwikkeling van de stad, wat resulteerde in de opkomst van de barokke stijl. Dit zorgde mede voor een neergang van de Tsjechische taal en het Tsjechische nationale bewustzijn. In de Tsjechische geschiedschrijving wordt de periode van de 150 jaren na de Slag op de Witte Berg de doba temno genoemd, wat vrij vertaald donkere periode betekent.

In het jaar 1784 werd een begin gemaakt met de vorming van de huidige stad Praag. De tot dan toe vier aparte steden Oude Stad, Nieuwe Stad, Malá Strana en Hradèany werden samengevoegd door Jozef II. Dit was ook ongeveer het moment dat de Tsjechische nationale wedergeboorte begon, een periode van opleving van de Tsjechische taal, cultuur en nationale identiteit.

Moderne tijd
Net als andere Europese steden groeide Praag in de 19e eeuw snel door de Industriële Revolutie. Naar aanleiding van de nationale wedergeboorte werd in 1818 het Nationaal Museum opgericht. In 1834 werd op 21 december voor het eerst het theaterstuk opgevoerd met daarin het lied Kde domov mùj, wat nu het Tsjechische volkslied is. Door een sterke trek vanuit de Tsjechischtalige omgeving verloor Praag rond het jaar 1855 zijn sinds de middeleeuwen bestaande Duitstalige meerderheid. Economisch en cultureel gezien maakte Praag in de tweede helft van de 19e eeuw een stormachtige ontwikkeling door. De oprichting van het Nationaal Theater inspireerde vele componisten. De opera's van Bedøich Smetana en Antonín Dvoøák werden in deze tijd geschreven. De opdeling van de Karelsuniversiteit in een Duitstalige en een Tsjechischtalige universiteit aan het einde van de 19e eeuw kenmerkt de conflicten tussen de bevolkingsgroepen in die tijd.

Op 28 oktober 1918 werd de zelfstandigheid van Tsjechoslowakije uitgeroepen, met Praag als hoofdstad. Enkele jaren later, in 1922, werd Groot Praag gecreëerd, toen de stad werd samengevoegd met een groot aantal van haar buitenwijken en voorsteden. Enkele van de grootste steden die werden toegevoegd zijn Smíchov, Bøevnov en Vinohrady, nu allen wijken van Praag.

Op 15 maart 1939 vielen Duitse troepen Tsjechoslowakije binnen. Praag werd de hoofdstad van het Protectoraat Bohemen en Moravië. Emil Hacha, die al president van Tsjechoslowakije was, bleef tot 1945 president van het protectoraat onder Duits toezicht. Tot dat jaar bleef Praag bezet door de Duitsers. In de Tweede Wereldoorlog werd de stad nauwelijks vernietigd, doordat ze lange tijd buiten het bereik van de geallieerde luchtmacht viel. In tegenstelling tot Pilsen bezat Praag ook geen belangrijke oorlogsindustrie.

Op 5 mei 1945 werden de inwoners van Praag via de radio tot opstand opgeroepen. Op diezelfde dag was het leger van de Amerikaanse generaal Patton aangekomen in Pilsen (slechts enkele uren verwijderd van Praag), terwijl het Sovjetleger van maarschalk Konev bij de grens van Moravië was. Generaal Patton was een voorstander van het bevrijden van Praag, maar de instructies van generaal Eisenhower waren anders. Eisenhower had gevraagd aan de Sovjetleiding om hem toestemming te geven op te rukken naar Praag, maar hem werd gezegd dat Amerikaanse hulp niet nodig was. Op de Conferentie van Jalta was afgesproken dat het Rode Leger Bohemen zou bevrijden, dus zo geschiedde. Op 9 mei 1945 werd Praag uiteindelijk bereikt door het Sovjetleger. Tijdens de Duitse bezetting vonden 270.000 inwoners van Tsjechoslowakije de dood, waarvan 77.297 joden. Op een synagoge in Praag is een inscriptie van de namen van de joden die in Tsjechoslowakije de dood vonden.

Na de oorlog werd de Duitse bevolking van Praag verdreven, voor zover zij nog niet waren gevlucht. Praag was nu weer de hoofdstad van Tsjechoslowakije geworden. Met de staatsgreep van 25 februari 1948 greep de Communistische Partij van Tsjechoslowakije de politieke macht. Er volgde een tijd van onderdrukking, die pas in de jaren 60 enigszins gematigd werd. 1968 was het jaar van de Praagse Lente, maar in augustus van dat jaar werd deze vreedzame matigingspoging hard neergeslagen door de Sovjet-Unie, Polen, Hongarije en Bulgarije, vier partners uit het Warschaupact. Het bekendste protest tegen de Sovjetbezetting is de symbolische zelfverbranding van Jan Palach op 16 januari 1969.

In 1989, nadat de Berlijnse Muur was gevallen en de Fluwelen Revolutie had plaatsgevonden, werd Tsjechoslowakije in 1989 bevrijd van communistische invloeden. Praag profiteerde enorm van de nieuwe situatie, wat een sterke economische groei tot gevolg had.

In het jaar 2002 werd Praag, samen met andere grote delen van Midden-Europa, getroffen door overstromingen van de Moldau. Onder andere het metronetwerk en de wijk Karlín ondervonden grote hinder van het hoogwater.

Inwonerontwikkeling van Praag
1230 4.0001; 1370 40.0002; 1600 60.0002; 1804 76.000; 1837 105.500; 1850 118.400; 1880; 162.300; 1900 201.600; 1925 718.300; 1950 931.500; 1980 1.182.800; 2007 1.198.094

Ligging
Praag ligt in het centrum van westelijk Tsjechië, in de historische regio Bohemen. De noordelijke grens van Tsjechië ligt op 110 kilometer afstand van de stad, de westelijke en zuidelijke beiden op zo'n 170 kilometer en de oostelijke grens ligt op 320 kilometer afstand. De oostelijke grens van Bohemen ligt op ongeveer 170 kilometer.
Een groot deel van de stad ligt in het dal van de rivier de Moldau, zo'n 40 kilometer voor de monding van de rivier in de Elbe. Bij Praag monden de rivieren Berounka, Botič en Rokytka uit in de Moldau. In het noordelijke deel van de stad maakt de Moldau een grote bocht. Aan de zuidkant van deze bocht ligt het historische stadscentrum, omsloten door de kasteelheuvels Hradčany (in het noorden) en Vyšehrad (in het zuiden). De rest van de stad ligt op de overige heuvels rond het Moldaudal, waarvan de Petřín de hoogste is. Door de vele gemeenten die in de 20e eeuw zijn samengevoegd met Praag heeft de stad zich tot over de Praagse hoogvlakte (Pražská plošína) uitgebreid.
Door de grote oppervlakte van Praag (496 vierkante kilometer) grenst de stad aan een groot aantal gemeenten. Al deze gemeenten zijn onderdeel van de okres Praha-východ (Praag-Oost) of de okres Praha-západ (Praag-West). Deze twee districten worden bestuurd vanuit Praag en hebben geen eigen hoofdstad. De stad Praag vormt een eigen regio Hoofdstad Praag (Hlavní město Praha), de twee naburige districten zijn onderdeel van de regio Midden-Bohemen (Středočeský kraj).

Klimaat
Praag heeft een overgangsklimaat van een zee- naar een landklimaat. De gemiddelde jaartemperatuur is 7,9 graden Celsius, de gemiddelde januaritemperatuur ligt op -2,4°C en de gemiddelde junitemperatuur op +17,5°C. De gemiddelde jaarlijkse neerslag is 525,9 mm en per jaar schijnt gemiddeld 1668,3 uur de zon, waarvan 226,7 uur in juli. Voorgaande gegevens zijn afgeleid van het langjarig gemiddelde over de jaren 1961 tot 1990. Uit recentere metingen blijkt dat de gemiddelde temperaturen in de jaren 1991 tot 2005 ongeveer een graad hoger liggen. Daarnaast is het gemiddelde neerslagtotaal de laatste jaren zo'n 30 mm lager dan in de periode tot 1990.[6]
Sinds 1775 wordt het weer bijgehouden in Praag. De laagste temperatuur ooit gemeten is -27,6°C op 1 maart 1785, de hoogste is +37,8°C op 27 juli 1983. Met een gemiddelde temperatuur van +7,2°C waren 1838 en 1871 de koudste jaren, het warmste jaar was 2000 met +12,2°C gemiddeld. Het natste jaar was 1939 met 745,5 mm en het droogste jaar 1842 met 255,3 mm.

Cultuur
Doordat weinig bezienswaardigheden in Praag vernietigd zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog is de stad sinds de val van het ijzeren gordijn een van de grootste toeristische trekpleisters in Europa. Het historische centrum van de stad staat sinds 1992 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. De bouwstijlen in Praag, een van de grootste en oudste steden in Centraal-Europa, zijn zeer divers. Er staan onder andere gebouwen in barokke, gotische, jugendstil en brutalistische stijl in de stad. Eén van de bekendste bijnamen van Praag is "de stad van de honderd torens". In werkelijkheid is dit een zware onderschatting, want de stad telt zo'n 550 torens![

Binnenstad
Het grootste deel van de bezienswaardigheden in Praag is te vinden in de binnenstad, die ongeveer samenvalt met het district Praag 1, en dan vooral in de Oude Stad. Alle toeristen komen samen bij het Oudestadsplein, waar een van dé symbolen van Praag, het astronomisch uurwerk, te vinden is. Een ander bezienswaardig plein is het Wenceslausplein, ten oosten van het Oudestadsplein. De bekendste brug van Praag, de Karelsbrug, ligt aan de andere kant van de Oude Stad. Deze brug uit 1357 verbindt de Oude Stad met een andere wijk in het centrum, Malá Strana. In De Kleine Zijde, zoals de vertaling van de naam luidt, is een groot aantal paleizen te vinden, die tegenwoordig vooral als ambassade gebruikt worden.
Midden in de Oude Stad ligt een klein wijkje, dat historisch de joodse wijk is. Josefov, zoals de wijk heet, bezit nog vele bezienswaardigheden die herinneren aan het joodse verleden, zoals de Oude Joodse Begraafplaats en het geboortehuis van Franz Kafka, een van de bekendste inwoners van Praag.
Aan twee kanten van het centrum bevindt zich een vesting. Aan de zuidkant is dat Vyšehrad en aan de noordwestzijde is dat de Praagse burcht op de heuvel Hradčany. Deze laatste, in de 9e eeuw gebouwde, burcht is de grootste ter wereld.

Kerken
In Praag is een groot aantal bezienswaardige kerken te vinden. De bekendste is de Sint-Vituskathedraal (Katedrála svatého Víta), waarvan de eerste steen in het jaar 1344 werd gelegd. Deze aan Vitus gewijde kerk is onderdeel van de Praagse burcht. Ook de romaanse Sint-Jorisbasiliek staat binnen de Praagse burcht. Op het Oudestadsplein staan twee bekende kerken. De Týnkerk (Týnský chrám) is een kerk met twee 80 meter hoge torens, waarvan de bouw in 1365 begon. De andere kerk is de Sint-Nicolaaskerk in barokke architectuur. In Malá Strana staat een tweede Sint-Nicolaaskerk, ook in barokstijl.

Theater
Verreweg het bekendste theater van Praag is het Nationaal Theater (Národní divadlo). Sinds 1948 is ook het Staatstheater (Stavovské divadlo) in eigendom van het Nationaal Theater. Een ander bekend theater in Praag is het concertgebouw Rudolfinum. Dit in 1985 geopende gebouw is momenteel het podium van het Tsjechisch Filharmonisch Orkest. Ook is het de belangrijkste locatie van het jaarlijks gehouden Praagse Lente-festival. In de wijk Vinohrady staat de Staatsopera Praag. Enkele van de grootste musici van de wereld traden op in de opera, waaronder Richard Strauss en Gustav Mahler.

Musea
In de stad is een groot aantal musea gevestigd. De oudste, grootste en bekendste is het Nationaal Museum (Národní muzeum). Het hoofdgebouw van het tientallen gebouwen tellende museum staat aan het Wenceslausplein in de Nieuwe Stad. Binnen Praag horen onder andere ook het historische museum in de Praagse burcht, het Antonín Dvořák-museum in de Villa Amerika en het Bedřich Smetana-museum in de buurt van de Karelsbrug tot de dependances van het Nationaal Museum. De tentoonstellingen van de Nationale Galerie (Národní galerie v Praze) zijn eveneens over de hele stad verdeeld.
In het Museum van de hoofdstad Praag (Muzeum hlavního města Prahy), in de buurt van metrostation Florenc, zijn tentoonstellingen te vinden over de geschiedenis van de stad. In de wijk Josefov is het in 1906 opgerichteJoods Museum (Židovské Muzeum v Praze) gevestigd, en in Smíchov staat het biermuseum van de brouwerij Staropramen. In Střešovice is een museum over het openbaar stadsvervoer in Praag ondergebracht.

Moderne architectuur
Naast alle historische bezienswaardigheden is er ook op het gebied van moderne architectuur het een en ander te bezichtigen in Praag. Het meest opvallende gebouw van de stad is de Žižkov Televisietoren (Žižkovská televizní věž), die 216 meter hoog is. De toren is in brutalistische stijl gebouwd tussen 1985 en 1992. Ook het Dansende Huis is een gebouw dat opvalt. Niet vanwege zijn hoogte, maar vanwege de deconstructivistische bouwstijl. Het gebouw staat aan de Moldau en werd geopend in 1996. De Petřín Uitkijktoren kan, ondanks dat hij al gebouwd is in 1889, toch ook gerekend worden tot moderne architectuur. De 60 meter hoge toren lijkt erg veel op de Eiffeltoren. Als de heuvel Petřín, waarop de toren staat, wordt meegerekend, zijn beide gebouwen even hoog.
De nationale bibliotheek van Tsjechië is gevestigd in het Clementinum, een barok gebouwencomplex uit de zestiende eeuw. In 2007 is er een verkiezing gehouden voor het ontwerp van een nieuwe nationale bibliotheek. Uit de acht inzendingen is het gebouw van het Engelse architectenbureau Future Systems, met als hoofdarchitect Jan Kaplický, gekozen.

Bestuurlijke indeling
De lokale overheid van Praag bestaat, afhankelijk van de plaats in de stad, uit twee of drie lagen. De hoogste laag is de gemeente, daaronder de 22 administratieve districten en onderaan de bestuurlijke piramide staan de 57 gemeentelijke districten. De gemeente (Magistrát hlavního města Prahy, Magistraat van de hoofdstad Praag) is verantwoordelijk voor alle zaken die van belang zijn voor de hele stad.
Praag bestaat sinds 1990 uit 56 (sinds 1992: 57) gemeentelijke districten (městské části). De gemeentelijke districten zijn sinds 2001 verdeeld onder 22 administratieve districten (správní obvody). Per administratief district is een gemeentelijk district verantwoordelijk voor het uitgeven van documenten zoals zakelijke licenties, paspoorten en identiteitsbewijzen voor het hele administratieve district. Het gemeentelijke district met deze verantwoordelijkheid deelt de naam met het administratieve district waartoe het behoort. De administratieve districten zijn genaamd Praag 1 tot en met Praag 22.
Het centrum van Praag behoort grotendeels tot het gemeentelijke district Praag 1. In dat district ligt onder andere de wijk Oude Stad. Sommige districten en wijken aan de rand van de gemeente horen bestuurlijk gezien wel tot Praag, maar zijn in feite aparte dorpen en stadjes, een voorbeeld hiervan is Přední Kopanina.

Gemeenteraad
Doordat de gemeente Praag een eigen district en regio vormt, is het stadsbestuur ook het bestuur van het district en de regio. Het stadsbestuur bestaat uit de stadsvertegenwoordiging (Zastupitelstvo hlavního města Prahy), de stadsraad (Městská rada) en de burgemeester (primátor). De stadsvertegenwoordiging is vergelijkbaar met een gemeenteraad. Het orgaan bestaat uit 70 volksvertegenwoordigers die door middel van evenredige vertegenwoordiging zijn gekozen door de Praagse bevolking. De stadsvertegenwoordiging kiest vervolgens uit de eigen gelederen een elfkoppige stadsraad. Eén van de elf stadsraadsleden wordt de burgemeester, vier anderen vice-burgemeester. Na de laatste verkiezingen in 2006 is de Democratische Burgerpartij verreweg de grootste partij. Zij levert de burgemeester, drie vice-burgemeesters, vijf overige stadsraadsleden en 42 leden van de stadsvertegenwoordiging.
Naast de hoofdburgemeester (primátor) van de gemeente Praag, heeft elk gemeentelijk district een eigen burgemeester (starosta). Met dit systeem wordt gewerkt sinds 1 januari 1922. De eerste primátor was Karel Baxa, die achttien jaar lang de eerste burger van de stad was. De huidige burgemeester van Praag, Pavel Bém, is de 19e primátor van de stad. Hij is burgervader sinds november 2002 en hij werd in 2006 herkozen. Voor zijn verkiezing als burgemeester van de hele stad was Bém burgemeester van het district Praag 2.

Economie
Praag is al lange tijd het economische centrum van het land. Het BNP per hoofd van Praag is meer dan het dubbele van dat van geheel Tsjechië. In 2004 bedroeg het BNP per hoofd (PPP) 33.784, wat 157,1% is van het gemiddelde van de Europese Unie. Hiermee staat Praag op de lijst van de regio's met het hoogste BNP van de EU op de twaalfde plaats.[11] Het prijspeil ligt in de Tsjechische hoofdstad echter wel veel lager dan in vergelijkbare steden. De belangrijkste economische sector is de toeristenbranche.
De Praagse effectenbeurs (Burza cenných papírů Praha) is de belangrijkste handelsbeurs van Tsjechië en de op een na grootste effectenbeurs van Centraal- en Oost-Europa (september 2005). De belangrijkste graadmeter van de beurs is de PX Index. De belangrijkste bedrijven die genoteerd zijn aan de PX Index zijn het energiebedrijf ČEZ, de Oostenrijkse bank Erste Bank en de telefoonmaatschappij Telefónica O2 Czech Republic.

Onderwijs
In de Tsjechische hoofdstad is een groot aantal hogeronderwijsinstellingen te vinden. De bekendste daarvan is de Karelsuniversiteit. Deze in 1348 opgerichte universiteit is de oudste van Centraal- en Oost-Europa. Naast deze universiteit, met 42.000 studenten, zijn er nog twee grote universiteiten. De Tsjechische Technische Universiteit biedt onderwijs aan ongeveer 23.000 studenten, de Tsjechische Landbouwuniversiteit Praag aan zo'n 15.000.

Stadsvervoer
Praag heeft een zeer uitgebreid netwerk van openbaar vervoer. Het stadsvervoer bestaat uit een combinatie van metro, tram en stadsbus. De metro van Praag bestaat uit drie lijnen die een gezamenlijke lengte hebben van 54,7 kilometer en 54 stations aandoen. Lijn A gaat van het noordwesten naar het zuidoosten van de stad, lijn B van het zuidwesten naar het noordoosten en lijn C van het noorden naar het zuiden en zuidoosten. In het centrum van Praag kruisen de lijnen elkaar bij de stations Muzeum, Florenc en Můstek. De twee belangrijkste spoorwegstations van de stad, Station Praha-Holešovice en Station Praha hlavní nádraží (Praag hoofdstation), zijn te bereiken via lijn C. Er zijn momenteel plannen voor een vierde metrolijn, lijn D, en daarnaast staan er uitbreidingen op het programma voor de lijnen A en C.
De metro wordt aangevuld door trams en bussen. Het tramnetwerk bestaat uit ongeveer 25 lijnen, die door middel van vele overstapstations met elkaar en met de metro verbonden zijn. De buitenwijken worden bereikt via de stadsbussen. Een bijzonder vervoermiddel binnen het Praagse openbaar vervoer is de kabelspoorweg. Sinds 1891 verbindt de Kabelspoorweg Petřín de tramhalte Újezd met de top van de heuvel Petřín.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Praag
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 51.