kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 19-02-2011 voor het laatst bewerkt.

Prinsen-de-Ligne

Prinsen de Ligne

Het Prinselijk huis van Ligne is een oud adellijk geslacht van Belgische bodem, getiteld Prins de Ligne of Prins van Ligne.

In de loop van de geschiedenis van Europa heeft deze familie een niet onbelangrijke rol gespeeld, met als resultaat dat deze familie met niet minder dan 45 families is verbonden, waaronder de Huizen Arenberg, d'Arragonna, Liechtenstein en Nassau.

De naam verwijst naar het dorp Ligne in het oude graafschap Henegouwen, dat nu bij de gemeente Aat hoort.

In 1545 werd Ligne tot rijksgraafschap binnen het Heilig Roomse Rijk verheven en trad de familie toe tot de stand der rijksgraven.

Lamoraal I van Ligne (1563-1624) kreeg op 20 maart 1601 van keizer Rudolf II de titel van prins (Fürst) van Ligne en prins (Prinz) van het Heilig Roomse Rijk. Ze verwierven echter geen zetel in de Rijksvorstenraad.

Op 20 juli 1770 werd de baronie van Fagnolle verheven tot rijksgraafschap onder de naam Ligne.

In 1788 werd de baronie verheven tot graafschap Ligne met zetel en stem in het college van de westfaalse graven in de Rijksdag. (zie Lijst van leden van de Rijksdag (1792)).

Vanwege het verlies van hun bezittingen door de annexatie van België door Frankrijk werden ze schadeloos gesteld in de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803. In paragraaf 11 is vermeld: voor het verlies van Fagnolle krijgt de vorst van Ligne de abdij Edelstetten als graafschap. Ook verkrijgt de prins nu toch een een zetel in de rijksvorstenraad en wel de laatste, nummer 126.

Op 22 mei 1804 verkoopt de vorst van Ligne het graafschap Edelsttten aan de vorst Esterhazy de Galantha, waarmee hij geen recht meer heeft op de zetel in de rijksvorstenraad.

De familie behoort historisch gezien tot de zwaardadel. Ze lieten onder andere in de 18de eeuw het bekende Kasteel van Belœil verbouwen tot een lustslot. Het bewoonde kasteel, sinds 1311 privaat eigendom van de familie de Ligne, herbergt een collectie meubilair en kunst. De grote bibliotheek is meer dan 20.000 oude banden rijk. Ook de tuin is een voorbeeld van Franse tuinarchitectuur.

Na de Belgische Revolutie kreeg Eugène de Ligne de Belgische kroon aangeboden, maar hij bedankte voor de eer. De prinselijke familie heeft door haar oeroude nobele afkomst recht op een speciale protocollaire status, en het predicaat 'hoogheid'. De familie behoort tot de familie's van de Salon Bleu en ze mogen de leden van de koninklijke familie tutoyeren.

Lijst van de prinsen de Ligne (familiehoofd)
Lamoraal (1563-1624)
Albert Henri (1615-1641)
Claude Lamoral I (1618-1679)
Henri Louis Ernest (1644-1702)
Antoine Joseph Ghislain (1682-1750)
Claude Lamoral II (1685-1766)
Charles-Joseph (1735-1814)
Eugène I (1804-1880)
Louis (1854-1918)
Ernest (1857-1937)
Eugène II (1893-1960)
Baudouin (1918-1985)
Antoine (1925-2005)
Michel (1951)

Jan van Ligne
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Jan van Ligne (Frans: Jean de Ligne) (ca. 1525 – gesneuveld bij Heiligerlee 23 mei 1568) was van oorsprong baron van Barbançon in het graafschap Henegouwen (Zuidelijke Nederlanden). Door zijn huwelijk werd hij graaf van Arenberg (daarom wordt hij ook soms Arenberg genoemd).

Levensbeschrijving
Jan van Ligne kwam voort uit het Henegouws geslacht Ligne en was een zoon van Lodewijk van Ligne, baron van Barbançon en Maria van Bergen, vrouwe van Zevenbergen. Jan werd geboren in 1525; andere bronnen noemen 1524 of 1528.

In 1546 benoemde Karel V hem tot Ridder van het Gulden Vlies. Jan van Ligne bevond zich in de intiemste kringen rond de keizer en behoorde tot de groep vertrouwelingen die werden geselecteerd voor belangrijke bestuursfuncties. In 1547 werd hij door dezelfde Karel benoemd tot opvolger van Maximiliaan van Egmond (graaf van Buren), en op 1 januari 1549 trad hij in diens functie van stadhouder van Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel. In 1551 werd hij tevens benoemd tot stadhouder van Lingen.

Jan van Ligne nam deel aan de veldtochten tegen Frankrijk. Hij had een goede verstandhouding met Willem van Oranje, die hij goed kende als tutor van diens echtgenote Anna van Egmond, gravin van Buren.

Opstand
Tijdens de Opstand distantieerde hij zich echter van Willem, Egmond en Horne en bleef koning Filips II trouw. Hij slaagde er echter niet in de Staten van zijn gewesten over te halen tot het accepteren van de bisdommen van Leeuwarden, Groningen en Deventer. Tijdens de beraadslagingen in de Raad van State over het Compromis der Edelen en het Smeekschrift sprak Arenberg zich uit voor de afschaffing van de inquisitie en matiging van de plakkaten, maar tegen het bijeenroepen van de Staten-Generaal. Ook stemde hij voor de afvaardiging van Montigny en Bergen naar de koning. In zijn gewesten stond hij in dat jaar machteloos tegenover de verbreiding van de reformatorische ideeën. In 1567 slaagde hij er echter in om met behulp van in Duitsland geworven troepen zonder bloedvergieten het koninklijk gezag en de katholieke godsdienst te herstellen.

Terug in het zuiden vervulde hij zijn militaire plichten onder Alva, maar hij maakte bezwaar tegen de arrestatie van Egmond en Horne. Na de inval van Lodewijk van Nassau in Groningen gelastte Alva hem naar zijn gewesten terug te keren om met Lodewijk van Nassau af te rekenen. In het zicht van de vijand wilde Arenberg niet de komst van versterkingen onder de graaf van Megen afwachten, volgens sommige historici omdat de Spaanse troepen onder leiding van Gonzalo de Bracamonte hem ophitsten de strijd aan te gaan.

Slag
In het treffen bij Heiligerlee op 23 mei 1568 vond hij de dood, waarna zijn troepen de aftocht bliezen. Kardinaal Granvelle beschreef zijn dood als een groot verlies voor het geloof en de koning.

Zowel Arenberg als graaf Adolf van Nassau sneuvelden in de slag bij Heiligerlee. Beiden werden opgebaard in het klooster van Heiligerlee. Arenberg werd begraven in Zevenbergen (NB) in de St.-Catharinakerk (1568) en zijn overschot werd in 1614 overgebracht naar het familiegraf van de Arenbergs in de kloosterkerk van Edingen.

Stamvader Arenberg
Door het huwelijk van Jan van Ligne met erfdochter Margaretha van der Marck (1527-1599) werd hij stamvader van het derde Huis Arenberg. Sindsdien was hij gerechtigd de titel van graaf van Arenberg te dragen, dat tot dan toe een heerlijkheid was geweest. Verder was hij onder meer heer van Zevenbergen (sinds 1560) en baron van Barbançon. Jan van Ligne was een gerespecteerd veldheer en beschikte over een groot familiekapitaal en vele landgoederen. De functie van stadhouder van de noordelijke provinciën vervulde hij vanuit Vollenhove. Daarnaast was hij heer van Westerwolde sinds hij in 1561 dit landschap gekocht had, samen met de Wedderborg. Deze borg werd in 1568 – vlak vóór de slag – veroverd door Staatse troepen onder graaf Lodewijk van Nassau.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Huis_Ligne.

Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1315.