kunstbus

Dit artikel is 13-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Quilt

Een quilt is een doorgestikte deken. Het wordt gemaakt van drie lagen textiel die op elkaar genaaid worden door middel van quilten.

Quilten of doorpitten is een handwerktechniek waarbij drie lagen textiel met een doorstiksteek op elkaar genaaid worden.
De drie lagen zijn:
. De top. Dit kan een hele lap stof (whole cloth) zijn of patchwork.
. De tussenvulling. Deze laag heeft een isolerende functie en wordt vaak van wol, katoen of een synthetisch materiaal gemaakt.
. De achterkant. Dit is een lap textiel of patchwork.

Deze drie lagen op elkaar heet een sandwich. Het quilten van deze drie lagen op elkaar gebeurt met een rijgsteek. Het eindresultaat heet een quilt.

Het woord quilt is afgeleid van het Latijnse culcita, dat gevulde zak betekent. Via de Franse woorden couette en cuile werd dit later quilt.

Oorspronkelijk was de quilt bedoeld als deken, om zich te beschermen tegen koude weersinvloeden. De motieven waren eenvoudig.

Geschiedenis
De geschiedenis van de quilt gaat al heel ver terug. De oudste quilt die is gevonden, dateert uit de Romeinse tijd.

Tijdens de kruistochten droegen de kruisvaarders gequilte jassen om zich te beschermen tegen de kou en de ruwe harnassen.
In Europa werd het quilten vooral gebruikt voor de functionaliteit van het eindproduct en waren de motieven zeer eenvoudig. Pas later werd er meer aandacht besteed aan het uiterlijke en werden ze rijker versierd.

De oudste quilt in Nederland is een poppendeken uit 1680.

In de negentiende eeuw namen emigranten uit Europa de quilttechnieken mee naar Amerika, waar de quilt heel populair werd. Daar ontwikkelde het quilten zich verder, zowel op het gebied van patronen als technieken.
Meisjes leerden het quilten al op jonge leeftijd. Voor iedere speciale gelegenheid, zoals een bruiloft of een geboorte, werd een quilt gemaakt. Door symbolen in quilts te verwerken, konden vrouwen hun mening geven over allerlei maatschappelijke gebeurtenissen. Net als merklappen kregen quilts hierdoor een historische waarde.

In 1924 was de eerste quilttentoonstelling in New York. In Europa was de quilt minder populair.

Vanaf ongeveer 1950 zijn textielkunstenaars gaan experimenteren en zijn de artquilts ontstaan, waar ook textielvreemde materialen in verwerkt worden.

In de loop der jaren ontstond er bij kunsthistorici grote belangstelling voor quilts en dan met name de quilts van de Amish. Deze laatste vertoonden namelijk veel overeenkomst met de toenmalige moderne kunst. Voordat patchwork en quilten in Europa weer populair werd bij het grote publiek, duurde het echter nog tot 1970.

Een belangrijke reden daarvoor was de quilttentoonstelling van 1971 in New York. Deze tentoonstelling is later naar Parijs en Amsterdam gegaan. Deze tentoonstelling zorgde voor veel publiciteit en er ontstond bij het grote publiek weer belangstelling voor patchwork en quilten.

De tweede grote impuls kwam in 1976 tijdens de viering van het tweehonderdjarige onafhankelijkheidsfeest. Er werd tijdens dat feest veel aandacht besteed aan oude ambachten en tradities. Hierdoor kwamen patchwork en quilten ook weer in de belangstelling te staan. Veel mensen herinnerden zich nog de betekenis van patchwork en quilten uit hun jeugd. Er ontstonden meteen quiltclubs, verenigingen, quiltwinkels en congressen.

Werkwijzen
Er zijn diverse technieken om te quilten. Het kan met de hand of machinaal.

Als de top van patchwork is, kunnen de quiltsteekjes ter accentuering rond de blokpatronen (outline quilten of echo quilten) worden gemaakt of in de naad van de blokranden (quilten in the ditch) zodat de quiltsteek juist niet opvalt.

Bij applicatie-quilts worden één of meerdere lapjes stof op een effen top genaaid. Hierom heen worden motieven gequilt.

Als de top niet van patchwork is, kan het door middel van het quilten extra worden versierd. Een voorbeeld hiervan is de white work-quilt. Een witte top wordt met wit garen in fijne steekjes gequilt.

Trapunto, boutis en Zaans stikwerk zijn reliëftechnieken die ook gebruikt wordt bij het quilten. De motieven worden dan extra opgevuld met katoenen draden en/of vulmateriaal, waardoor het lijkt of ze boven op de stof liggen. De termen worden door elkaar gebruikt, maar zijn verschillende technieken. Waar voor trapunto met drie lagen stof wordt gewerkt, wordt bij boutis en Zaans stikwerk met twee lagen gewerkt. Het verschil tussen boutis en Zaans stikwerk is te vinden in de gehanteerde steek. Bij boutis is dit een verfijnde vorm van een rijgsteek, bij Zaans stikwerk wordt een stiksteek toegepast. Omdat het bij boutis en Zaans stikwerk om 2 lagen gaat, mogen werkstukken gemaakt met behulp van deze technieken zuiver bekeken geen quilts genoemd worden.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Quilt


Pageviews vandaag: 1879.