kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Richard Rorty

Amerikaanse filosoof en cultuurwetenschapper, geboren 4 oktober 1931, New York City - overleden 8 juni 2007, Palo Alto (Californië).

Een wereld die die ene roos heeft gekend, die ene bijzondere vlinder, een wereld die Nabokov heeft voortgebracht, die wereld is beter af dan de wereld waarin dat alles niet opdook. Ik weet niet hoe ik dat moet beargumenteren. Met filosofie heeft het niets te maken. (Richard McKay Rorty)

Ideeën
Rorty, die zich eerder postnietzscheaans dan postmodern noemde, zag filosofie als taalspel temidden van andere taalspelen als religie, wetenschap, kunst en politiek. Hij stond sceptisch ten aanzien van de mogelijkheid om van de filosofie door middel van taalkundige analyses een exacte wetenschap te maken en probeerde in zijn werk de pretenties te ontmaskeren van filosofen die een algemene fundering geven aan onze kennis, onze moraal of identiteit. Hij keerde zich tegen de aanspraak van de traditionele filosofie op (de) "waarheid", en zorgde met literair hoogstaande provocerende en zelfironische teksten voor discussie.

Sociale filosofie
In zijn sociale filosofie benadrukt hij objectiviteit en solidariteit als de grondslagen van de democratische samenleving. De democratie kan zich niet beroepen op bijv. een opvatting van mensenrechten als inherent goed of eigen aan de mens, maar slechts op de historische verworvenheden. Er bestaan geen middelen om aanhangers van geheel andere inzichten, bijv. fundamentalisten of communisten, te overtuigen van het 'gelijk' van de democratie, anders dan door te laten zien dat democratie 'werkt' als tot dusver de meest rechtvaardige maatschappelijke ordening die door mensen is aangebracht.

Een belangrijke bijdrage van Rorty ligt in de lijn van zijn anti-fundamentalistische denken. Hij geeft aan inzichten van literaire schrijvers en critici evenveel gewicht als aan die van filosofen. Hiermee worden de intuïtie en het gevoel opnieuw ingevoerd als geldige kenwijzen van de werkelijkheid. Zij kunnen naast wetenschappelijke kenwijzen bestaan en wellicht hier een aanvulling op zijn.

Contingentie
Volgens Rorty bestaat er geen absolute waarheid en geen punt waar het met de wereld naar toe gaat of zou moeten gaan. Alles is bij toeval voortgekomen uit evolutie. Het begrip 'contingentie' neemt een centrale plaats in bij Rorty. 'Contingent' wil zeggen "produkt van toevallige historische omstandigheden". Al onze theorieën en ideeën zijn contingent. De filosofie moet zich niet bezig houden met zoeken naar universele waarheid maar met de interpretatie van wat eigenlijk culturele produkten zijn. Filosofische kennis is volgens Rorty eindig, subjectief, historisch geconditioneerd en waardegebonden.
Het ontbreken van een absolute waarheid wordt door Rorty gezien als iets positiefs, als een bevrijding. Hij ziet streven naar absolute waarheid en het vervolgens leven naar deze waarheid als oorzaak van veel geweld en terreur. In plaats van een absolute waarheid moet er een 'gesprek van de mensheid' ontstaan waarin plaats is voor een pragmatische moraal. Dit gesprek moet leiden tot solidariteit met anderen die lijden en tot het terugdringen van leed.

Pragmatisme
Rorty werd met name bekend als vertegenwoordiger van het nieuwe Amerikaanse pragmatisme, een filosofie die geen waarde wil hechten aan de metafysische betekenis van begrippen als goed en kwaad. Het 'pragmatisme' veronderstelt geen natuurrecht (ongeacht plaats of tijd omdat ze door de 'natuur' zijn gegeven) maar gaat uit van historisch gegroeide wetten en regels. Hij ziet ideeën als instrumenten, als middelen om problemen op te lossen en doelen te verwezenlijken. Dit kunnen problemen en doelen van allerlei aard zijn: filosofisch, wetenschappelijk, moreel of politiek.

Feiten bestaan niet, zegt Rorty, wat 'waar' is wordt door de mensen zelf bepaald in een altijd voortdurend gesprek. Volgens Rorty is er geen verschil tussen mens- en natuurwetenschappen. Bij beide worden waarheden niet gevonden maar gemaakt door gezamenlijke inspanning van velen. Feiten ontstaan er evenveel als er talen zijn om deze activiteit te beschrijven. Kennis kan daarom niet los gezien worden van de praktische, sociale en historische context waarbinnen ze ontstaat. Dit geldt zowel voor wetenschappelijke en alledaagse kennis als voor filosofie.

Hermeneutiek
Rorty noemt de door hem voorgestane vorm van filosoferen hermeneutisch, ofwel de kunst van het interpreteren. Wat in de filosofie wordt geïnterpreteerd is niet de werkelijkheid, maar interpretaties van de werkelijkheid. Hij ontleent aan Hans Georg Gadamer het idee van spel en van interpretatie en herinterpretatie, maar Rorty koppelt zijn hermeneutiek los van het bereiken van de waarheid.

Biografie
Groeide op in New York, in een links-radicaal, Trotskistisch milieu. Als kind moest Rorty de drukproeven van de Worker’s Defense League van de redactielokalen waar zijn ouders werkten naar het huis van de socialistische presidentskandidaat brengen. ‘In de metro las ik de artikelen’, schreef hij in een autobiografisch essay. ‘Als twaalfjarige was ik er diep van doordrongen dat een mensenleven betekent: strijden tegen sociaal onrecht.’ Diep schuldig voelde hij zich omdat hij in diezelfde tijd gefascineerd raakte door de wilde orchideeën die hij tijdens de weekendjes buiten de stad ontdekte.

Rorty studeerde in Chicago en Yale, gaf les op Yale, Wellesley College en Princeton, voordat hij van 1961 tot 1982 hoogleraar werd aan de Princeton University van Virginia.

The linguistic turn (1967)
In het begin van zijn filosofische loopbaan hield hij zich bezig met taalfilosofie, net als vele andere post-moderne filosofen. Zijn boek The Linguistic Turn uit 1967 is op dat vakgebied een klassieker geworden.
The linguistic turn is een door Rorty geredigeerde bundel waarin befaamde filosofen lieten zien hoe het denken van de twintigste eeuw zich had verplaatst naar een analyse van de taal, in de hoop dat zo aloude filosofische problemen zouden wegsmelten als sneeuw voor de zon.

Philosophy and the Mirror of Nature (1979)
Richard Rorty wordt gezien als de godfather van het postmodernisme, maar zelf wil hij niets van die titel weten. Hij ziet zichzelf als pragmatisch filosoof, die het toepassen van de filosofie voor een betere toekomst, nuttiger vindt dan de analyse van het filosofisch hier en nu. Een standpunt dat hij overigens niet altijd ingenomen heeft. Na een periode van analytische filosofie, verviel hij in het begin van de jaren '70 in een depressie. Opgeleefd door de bekering tot het pragmatisme, deed hij een krachtige en controversiële aanval op de traditionele en analytische filosofie in Philosophy and the Mirror of Nature (Filosofie en de Spiegel van de Natuur), waarin hij opriep tot een "postfilosofische" dialoog.

Consequences of Pragmatism (1982)
In 1982 verscheen zijn boek Consequences of Pragmatism. Daaruit bleek zijn toegenomen belangstelling voor Europeanen als Heidegger, Derrida en Foucault. Opnieuw kritiek op traditionele kennistheoretische en metafysische denkbeelden, maar nu maakte hij ook een wending van taalfilosofie naar cultuurfilosofie en politieke theorie. Hij bezint zich o.a. op de consequenties van zijn eerdere werk op ons beeld van de westerse samenleving.

Contingency, irony and solidarity (1989) (Contingentie, Ironie en Solidariteit)
In Rorty's latere werk kwamen sociale en politieke vraagstukken steeds centraler te staan. Zo vroeg hij zich in zijn boek Contingency, irony and solidarity uit 1989 af hoe we kunnen strijden voor grotere sociale rechtvaardigheid (solidariteit), als onze uitgangspunten nooit een beroep kunnen doen op absolute waarheid (contingentie) en wij dat ook beséffen (ironie). Rorty’s antwoord was dat zo'n absolute waarheid helemaal niet nodig is. Niet de logische redenering maar het heen-en-weer gaande gesprek, de conversatie, vormt het beste model voor de manier waarover wij over en ín de wereld denken en spreken. Overtuigd van het goede in morele zin raken we niet alleen door filosofische argumenten, maar ook, of eerder, door verhalen en boeken. De roman De negerhut van oom Tom, aldus Rorty, was voor de bevrijding van de Amerikaanse slaven minstens zo belangrijk geweest als alle theoretische vertogen bij elkaar. (Nederlandse uitgave: een uitwerking van zijn eerdere boeken)
In Solidariteit of objectiviteit analyseert hij de belangrijkste motieven van de filosofie sinds Plato: het zoeken naar solidariteit, naar rechtvaardige principes voor menselijk samenleven, en het zoeken naar objectiviteit, naar universeel geldende inzichten. In discussie met denkers als Dewey, Nietzsche en Freud ontwikkelt hij een pragmatisch perspectief op beide thema's.
De drie essays van Richard Rorty vertonen dezelfde tendens: een frontale aanval op de westerse wijsbegeerte met haar fixatie op de objectiviteit van kennis en waarheid. De mens zou via zijn kennen schijn en wezen moeten onderscheiden en daarmee een solide basis leggen voor de zingeving van zijn bestaan. Rorty's visie op kennen en waarheid staat daar lijnrecht tegenover: kennen is gericht op het zoeken naar opvattingen en standpunten, waardoor de mens gelooft de werkelijkheid zinvol te kunnen beleven. Duidelijk plaatst Rorty zich in de lijn van het pragmatisme; langs deze weg kan kennen impulsen geven tot het overstijgen van de feitelijkheid in de richting van het uitzien naar een andere, betere samenleving; deze kenopvatting is volgens hem krachtens haar aard progressief.

Achieving our Country: Leftist Thought in Twentieth Century America
In 'De voltooiing van Amerika' staat de recente geschiedenis van politiek links in Amerika centraal. Aanleiding is Rorty's bezorgdheid over het gebrek aan politieke slagkracht van 'cultureel links', dat sinds de jaren '60 het academische klimaat bepaalt: politieke hervormingsdrang heeft plaatsgemaakt voor abstracte filosofische 'deconstructies' van de politiek in het algemeen. Dit staat in schril contrast tot het linkse denken uit de eerste helft van deze eeuw, dat werd gedragen door de wil de wereld te veranderen tot een betere, rechtvaardiger en democratischer wereld. Een dergelijke inzet is, aldus Rorty, ook nu nodig om een adequaat antwoord te formuleren op nijpende problemen als de toenemende kloof tussen arm en rijk. Filosofisch roept het essay soms vragen op (moet een filosofie politiek bruikbaar zijn?), historisch daarentegen is het interessante en informatieve lectuur.

Rorty had belangrijke invloed op het politieke denken van de regering van de Amerikaanse president Clinton (1992-2000). Hij veroordeelde de Amerikaanse invasie van Irak en riep Europa op, de rol van "globale politieman" over te nemen.

Rorty was tot kort voor zijn dood werkzaam als hoogleraar in de vergelijkende literatuurwetenschap op Stanford University, Californië.

Websites: www.fss.uu.nl, www.trouw.nl, www.nrc.nl, nl.wikipedia.org, www.let.vu.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 80.