kunstbus

(advertentie)
Er staan 3 artikelen in onze webwinkel Kunstbus


Winston karaf/vaas Per Lutken voor Holmegaard, Denemarken

Deze zeldzame vaas of karaf is ontworpen door Per Lutken voor Holmegaard in Denemarken. Deze karaf is ooit aangeschaft in het chique warenhuis van Hans Hansen in Kolding in Denemarken.
Prijs: € 300

Rijksdag

Rijksdag kan verwijzen naar:
. een vergadering van Duitse vorsten, zie Duitse parlement tot 1942, zie parlement zetelde, zie parlement, (Rijksdag Zweden)
. het Finse parlement, (Eduskunta)
. het Japanse parlement, (Kokkai)
. de gezamenlijke naam van de twee Deense parlementen tot 1953, (Rigsdagen).

Rijksdag was in het Heilige Roomse Rijk een vergadering waarin de honderden vorsten en vorst-bisschoppen en vorst-abten of abdissen zitting hadden. Ook de rijksgraven, vrije steden en vertegenwoordigingen van de graven in bepaalde territoria hadden er hun zetel. Omdat zij ook over rijkslenen beschikten, zetelden ook de koningen van Engeland en Zweden in deze vergadering.
De Rijksdag was verdeeld in drie verschillende klassen:
De Raad van keurvorsten, die uit de keurvorsten van het Rijk bestond.
De Raad van vorsten, die uit twee banken bestond:
. De Seculiere Bank: prinsen (diegenen die de titel van vorst, hertog, aartshertog, graaf of landgraaf bezaten)
. De Kerkelijke Bank: (bisschoppen en bepaalde abten)
De Raad van rijkssteden, die bestond uit afgevaardigden van de Vrijsteden. Deze afgevaardigden waren verdeeld in twee Colleges: dat van Zwaben en de Rijn. Elk College had een collectieve stem. Deze raad stond niet gelijk aan de andere twee, en kon bijvoorbeeld niet stemmen over de toelating van nieuwe gebieden.

Oorspronkelijk werd de rijksdag door de keizer in één der rijkssteden bijeengeroepen, daar geopend en ook weer gesloten. De rijksdag die in 1663 bijeen werd geroepen in Regensburg is echter permanent bijeen gebleven tot de sluiting in 1806 bij de opheffing van het Heilige Roomse Rijk.

Enkele bekende rijksdagen voor 1663
Rijksdag van Worms (1495 en 1521) (Rijkshervorming)
De Rijkshervorming (Duits: Reichsreform) was een poging van de Rijksdag in 1495 om het uiteenvallende Heilige Roomse Rijk een nieuwe structuur te geven. Hoewel deze hervorming als een succes gezien kan worden, geloven hedendaagse specialisten dat de hervorming nooit bedoeld was om een echt, modern rijk te vormen. Het zou meer bedoeld zijn om de macht binnen het rijk op bepaalde vlakken te centraliseren, en op andere vlakken tussen de deelstaten te verspreiden. De hervorming leidde tot de volgende veranderingen:
. de zogenaamde Eeuwige landvrede (Ewiger Landfriede), die ervoor zorgde dat het Rijk zelf als enige over lokale vetes kon oordelen.
. het Rijkskamerhof (Reichskammergericht) werd opgericht als een hoogste rechtbank. Dit was mogelijk een van de meest ingrijpende veranderingen van de Keizerlijke Hervorming.
. de oprichting van zes (vanaf 1512 tien) kreitsen Reichskreise, wat zorgde voor een uniforme regering van het Rijk op vlak van belastingen.
een zogenaamd Rijksregiment (Reichsregiment) werd opgericht, om de onhandigde Reichstag, die toch nooit veel invloed verkregen had, te vervangen.
De hervorming was min of meer afgewerkt in 1555.

Rijksdag van Speyer (1529)

Rijksdag van Augsburg (1530)
De Rijksdag van Augsburg werd in 1530 georganiseerd door Keizer Karel V, in de hoop te komen tot één christelijke waarheid door alle meningen aan te horen. Dit omwille van de reformatie die was begonnen door Maarten Luther in 1517.
Luthers naaste medewerker Melanchthon stelde de Confessio Augustana op voor de reformatorische beweging. Deze confessio was gematigd van toon omdat Melanchthon en consorten hoopten op een verzoening.
Te Augsburg kwam het echter niet tot een verzoening en het Edict van Worms werd vernieuwd.
De Rijksdag eiste het herstel van het bisschoppelijk gezag en de teruggave van kerkelijke goederen die door de reformatoren waren geconfisqueerd. Enkel de katholieke standen ondertekenden het besluit van de Rijksdag. Om de uitvoering van dit besluit tegen te gaan sloten de protestanten in 1531 het Schmalkaldisch Verbond tegen de keizer.

Rijksdag van Worms (1545)
Rijksdag van Regensburg (1545)
Rijksdag van Augsburg (1547)

Rijksdag van Augsburg (1555) Godsdienstvrede van Augsburg
Na 40 jaar van religieuze twisten in het Heilige Roomse Rijk, met als hoogtepunt de Schmalkaldische Oorlog (1546-1552), werd op de Rijksdag van 25 september 1555 een compromis bereikt tussen Ferdinand I, die zijn broer keizer Karel V verving, en de katholieke Rijksgroten aan de ene kant, en het Schmalkaldisch Verbond aan de andere kant, dat de protestantse rijkvorsten groepeerde.
De godsdienstvrede van Augsburg ging uit van het principe cuius regio, eius religio (van wie het land is, is ook de godsdienst). Dit hield in dat iedere rijksvorst besliste welke godsdienst in zijn gebied opgelegd werd en dat hij daarom ook de kerkgoederen mocht beheren. In het verdrag werd bewerkstelligd dat bisschoppen die zich tot het protestantisme bekeerden, afstand moesten doen van hun geestelijke macht. Protestantse onderdanen mochten onder betaling van losgeld verhuizen uit een katholiek landsgedeelte en omgekeerd.
De godsdienstvrede maakte definitief en officieel een einde aan de geloofseenheid in het Heilige Roomse Rijk, waarvan feitelijk al enige tijd geen sprake meer was. Zij heeft wellicht bijgedragen aan de federale structuur die Duitsland sindsdien gehouden heeft.

Rijksdag (Duitsland)De Rijksdag was de vroegere benaming voor het parlement van Duitsland. Heden heeft de Duitse Bondsdag (Duits: Bundestag) dezelfde functie in het moderne Duitsland. De term "Reichstag" (Rijksdag) is een samenstelling van Reich (rijk) en tag (vergadering, vergelijk met dagen). Men kan dus vertalen als 'Rijksvergadering'.

Er zijn verschillende Rijksdagen geweest, zoals:
. De Rijksdag in het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie. Zie hierboven.
. De Duitse Bond die van 1814 tot 1848 bestond kende een soort gelijk parlament als het Heilige Roomse Rijk. De verschillende staten stuurden hun afgevaardigden naar de bondsdag in Frankfurt am Main. In de praktijk was het een congres van gezanten. In het revolutiejaar 1848 kwam een machteloos Duits parlement, de Nationale Vergadering, in Frankfurt bijeen.
. De Noord-Duitse Bond (1867 tot 1871), een door Pruisen gedomineerd verbond van staten ten Noorden van de Main, bezat een Rijksdag. Dit was wel een modern gekozen volksvertegenwoordiging, maar ze bezat weinig macht of invloed. De zetel van deze rijksdag was te Berlijn
. Het in 1870 gerestaureerde Duitse Keizerrijk had een parlement dat eveneens de Rijksdag werd genoemd. De vergadering zetelde in het Rijksdaggebouw te Berlijn, maar was zo goed als gezagsloos. De staatsleider was de Rijkskanselier, die het vertrouwen van de Duits-Pruisische koning genoot.
. De Republiek van Weimar had van 1918 tot 1933 een parlement dat wederom de Rijksdag werd genoemd. In deze eerste democratische Duitse Bondsstaat had de Rijksdag de rechten en controlemogelijkheden van een modern parlement. De Rijksdag koos de Rijkskanselier en stelde wetten vast. Vanaf 1930 werd de Rijksdag feitelijk omzeild door de verregaande bevoegdheden die aan de Rijkspresident Paul von Hindenburg toegekend werden.

Ook na de machtsovername van de nationaalsocialistische NSDAP van Adolf Hitler bleef er formeel een Rijksdag bestaan. Nadat Adolf Hitler benoemd was als Rijkskanselier begon de Gleichschaltung (vert: gelijkschakeling) met de Reichstagsbrandverordnung en het Ermächtigungsgesetz. Deze 'gelijkschakeling' onthief de Rijksdag van zijn wetgevende bevoegdheid. De Rijksdag had met een brede meerderheid (want na een arrestatiegolf onder tegenstanders van de Nazi's waren er bijna alleeen nog medestanders van Hitler in het parlement overgebleven) een 'machtigingswet' goedgekeurd die praktisch alle bevoegdheden van het parlement aan Hitler overdroeg. Daarom was van een parlementair bestel geen sprake meer. Na de gelijkschakeling had de Rijksdag nog slechts een symbolische betekenis onder het dictatoriale regime van Adolf Hitler die zowel Rijkskanselier als Rijkspresident was.

De Rijksdag zetelde, tot aan de geruchtmakende brand in het Rijksdaggebouw te Berlijn. Na de brand vergaderde men in de zogenaamde Kroll Oper. De Rijksdag kwam in 1942 voor het laatst bijeen, onder voorzitterschap van Hermann Goering.

Tijdens de bezetting van Duitsland door de geallieerden was er geen Duits parlement.

De grondwet van de Bondsrepubliek Duitsland bracht in 1949 een nieuw parlement dat de Bondsdag genoemd werd. Dit parlement zetelde in Bonn en kwam slechts af en toe in het Rijksdaggebouw in Berlijn bijeen.

In Oost-Berlijn, hoofdstad van de Duitse Democratische Republiek (DDR) kwam een parlement dat "Volkskammer" genoemd werd bijeen. Omdat de verkiezingsresultaten van te voren al vast stond en deze vergadering over geen werkelijke gezag beschikte, kan men niet van een democratisch parlement spreken.

Na de vereniging van de beide Duitslanden besliste de Bondsdag om zich in Berlijn te vestigen. Er was felle discussie over de naam van het gebouw, maar de vergadering besloot dat de Rijksdag als gebouw haar historische naam zou behouden.

RijksdaggebouwHet Rijksdaggebouw (Duits: Reichstagsgebäude), is het huidige Duitse parlementsgebouw in de hoofdstad Berlijn. De naam wordt ook wel afgekort tot Rijksdag (Duits: Reichstag). Tot 1933 zetelde hier een voorganger van het huidige parlement (Bondsdag), de Rijksdag. Het gebouw was in 1894 voltooid. Het gebouw heeft de teloorgang van zowel het keizerrijk aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw meegemaakt, evenals de Weimarrepubliek en het Derde Rijk.

Bouw
Het gebouw is in een eclectische stijl ontworpen door de Frankfurter architect Paul Wallot. De bouw begon in 1884 en de laatste hand werd eraan gelegd in 1894. De tekst Dem Deutschen Volke ("Aan het Duitse volk") werd door keizer Wilhelm II aanvankelijk afgewezen en kon pas in 1916 alsnog worden aangebracht. De bronzen letters zijn ontworpen door Peter Behrens.

Brand en herbouw
Het gebouw is in de Rijksdagbrand van 1933 zwaar beschadigd geraakt. Deze brand was (hoogstwaarschijnlijk) aangestoken, maar historici discussiëren tot vandaag nog altijd over de vraag wie de schuldige was. Naar alle waarschijnlijkheid was het de Nederlandse communist Marinus van der Lubbe die de brand had aangestoken. Hij is hiervoor later dan ook terechtgesteld. De ironie van deze daad, die in wezen anarchistisch was, is dat als reactie op de brand de noodtoestand uitgeroepen kon worden waarmee de partij van Hitler de macht kon overnemen.

Nieuw onderzoek laat zien dat in Berlijn, de nacht van 27 op 28 februari 1933, een vlam van verzet oplaait uit de koepel van Rijksdag. De Nederlander Marinus van der Lubbe "wordt op heterdaad betrapt". Er volgt een, door de Nazi's georchestreerd schijnproces. Aangezien het om een schijnproces gaat is het waarschijnlijk dat de mensen die hem ertoe veroordeeld hadden, het zelf gedaan hebben.[1] Het vervolgens tonen van propagandafilms staven deze vaststelling en is "het bewijs", daar het in brand steken van een gebouw en het vertonen van propagandafilms een non sequitur is.

Het gebouw werd enigszins hersteld na de brand en er werden de eerstvolgende jaren propagandafilms vertoond. In de loop van de oorlog werd de kraamafdeling van de nabijgelegen Charité naar de Rijksdag verplaatst, wat tot gevolg had, dat enkele honderden Berlijners in de Rijksdag geboren werden en er tot op heden geboorteaktes met de vermelding geboorteplaats "Berlin - Reichstagsgebäude" zijn. De machteloze Rijksdag vergaderde voortaan in de zogenaamde "Kroll Oper".

De Russische sergeant Meliton Kantaria liet op 2 mei 1945 de sovjetrussiche vlag wapperen op de Reichstag als symbool voor de overwinning op het naziregime. Er is zwaar om het gebouw gevochten omdat beide strijdende partijen er een symbool van de macht over Duitsland in zagen. De veel vertoonde foto's en filmbeelden van de bestorming door Russische troepen en het hijsen van de rode Sovjet-vlag zijn enige dagen later in scène gezet, maar zij geven een correct beeld van de inname van de Rijksdag.

Koude Oorlog
Tijdens de Koude Oorlog werd het zwaar beschadigde gebouw opnieuw gerestaureerd en gemoderniseerd. Het stond echter niet langer model voor één Duitsland maar eerder voor een verdeeld land met een verdeelde hoofdstad. In 1971 werd besloten het gebouw niet meer te gebruiken voor politieke doeleinden en kreeg het de functie van Duits Historisch Instituut toebedeeld.

Na de hereniging
Toen in oktober 1990 Oost- en West-Duitsland herenigd werden, vergrootte dit de ambities weer om de Reichstag te gebruiken als onderdak voor het parlement. Na een jaar slaagde men in deze opzet en na 57 jaar zetelden er weer politici van Oost- en West-Duitsland in hetzelfde gebouw. Het Duitse parlement is er tot op heden in ondergebracht. In deze periode is er aan het gebouw ook een architectonische aanpassing door Sir Norman Foster geweest door het plaatsen van een transparante koepel op het midden van het dak. Vanaf het dak van het gebouw kan men door deze koepel de vloer van de hoofdetage en daarmee ook het vergaderende parlement zien. De transparantie ervan is een metafoor voor de werking van de democratie. Een deel van de Russische graffiti en een aantal kogelgaten uit 1945, zijn tegen de zin van vooral conservatieve Duitse parlementsleden, achter plexiglas geconserveerd. De combinatie van oude en nieuwe architectuur wordt gezien als een voorbeeld van post-modernisme in de architectuur.

Voor de westingang van het gebouw wappert de Vlag van de Eenheid.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Rijksdag

(advertentie)
Er staan 3 artikelen in onze webwinkel Kunstbus


Winston karaf/vaas Per Lutken voor Holmegaard, Denemarken

Deze zeldzame vaas of karaf is ontworpen door Per Lutken voor Holmegaard in Denemarken. Deze karaf is ooit aangeschaft in het chique warenhuis van Hans Hansen in Kolding in Denemarken.
Prijs: € 300

Pageviews vandaag: 10.