kunstbus
Dit artikel is 07-02-2009 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Rijksstad

De Rijksstad (rijkssteden)(Duits: Reichsstädt(e))

In het oude Duitse rijk een stad die alleen afhankelijk was van de keizer.

Een vrije rijksstad (Duits: Freie Reichsstadt) was een onafhankelijke stad in het Heilige Roomse Rijk. Deze steden vielen direct onder de keizer en niet onder een bepaalde vorst.

De vrije rijkssteden konden ingedeeld worden in twee categorieën:
. Vrijsteden of vrije steden (freie Städte) waren van oorsprong bisschoppelijke steden die onafhankelijkheid van de prinsbisschop hadden verkregen. Ze behoefden geen geregelde belasting aan het Heilige Roomse Rijk te betalen en ze mochten niet verpand worden.
. Rijkssteden (Reichsstädte) hadden zich niet hoeven vrij maken van een bisschop.
De wettelijke status verschilde van stad tot stad en uiteindelijk verdween het onderscheid tussen beide. Het begrip "vrijsteden en rijkssteden" evolueerde naar "vrije rijkssteden".

Een vrije rijksstad of vrijstad stond niet onder de heerschappij van een heer en viel in principe enkel onder het gezag van de keizer van het Heilige Roomse Rijk. Vrije rijkssteden kunnen daarom als ministaatjes beschouwd worden. Meestal vielen zij toch in handen van één of andere heer. Men spreekt dan van mediatisering. Enkele overleefden en verdwenen pas bij de Franse annexaties. In Duitsland waren er vele.

Enkel vrije rijkssteden waren Bazel (Zwitserland) (sinds 1000), Worms (sinds 1074), Mainz (van 1244 tot 1462), Regensburg (sinds 1245), Straatsburg (Vrijstad Straatsburg sinds 1262), Spiers (sinds 1294) en Keulen (sinds 1475).

Ook Groningen maakte zich in de 15e eeuw in de praktijk los van het Bisdom Utrecht en eigende zich zelf het wapen van een vrije rijkstad toe. De stad voerde, zoals op het wapen op het orgel in de Martinikerk is te zien, ook de keizerskroon boven het stadswapen.

Het aantal rijkssteden varieerde in de loop der tijd zeer en bereikte op gegeven moment enige honderden. In 1792 waren er echter nog maar 51 over, merendeels kleine steden in Zwaben. Ook in de Nederlanden waren er een paar vrijsteden alsmede in wat nu de Franse Elzas is.

Vrije rijkssteden in de Nederlanden
In de Nederlanden waren er maar enkele die een beroep op de titel van vrijstad deden of konden doen:
. Deventer
. Kessenich (nu in Belgisch-Limburg) bleef als klein dorp een vrije rijksstad tot 1795 toen het opgenomen werd in het departement van de Nedermaas. Daar hoorde ook Hunsel bij (nu in Limburg (Nederland)). Het semi-zelfstandige gebied is ook gekend als land van Kessenich of als de rijksonmiddellijke heerlijkheid Kessenich en Hunsel.
. Nijmegen kwam in 1247 in handen van het Hertogdom Gelre.
In het huidige Limburg (Nederland) lagen nog een aantal andere vrije rijksheerlijkheden, waarvan de heer rechtstreeks of onmiddellijk onder het rijk viel, maar die geen vrijstad waren. Vele daarvan werden gemediatiseerd, dat wil zeggen dat zij hun onmiddellijk karakter verloren en in handen kwamen van een andere heer (tussen de eigen heerlijkheid en de keizer in). Het graafschap Gronsveld echter en de heerlijkheden Rijckholt, Wittem en Wijlre bleven zelfstandig tot aan het einde van het Ancien Régime.
Groningen daarentegen was bijwijlen zeer onafhankelijk van de bisschop van Utrecht, maar het was nooit een stad zonder heer. De bisschop maakte zijn heerlijkheid over aan de keizer, die zelf heer van Groningen werd: zie heerlijkheid Groningen.


De rijkssteden vormden het derde college van de Duitse Rijksdag, na de colleges van de keurvorsten en de vorsten. Ze waren verdeeld over twee banken: de Rijnlandse (R) en de Zwabische (Z). De rijkssteden waren ook vertegenwoordigd in de kreitsen: de Frankische Kreits (F), de Beierse Kreits (B), de Zwabische Kreits (Z), de Boven-Rijnse Kreits (BR), de Neder-Saksische Kreits (NS) en de Nederrijns-Westfaalse Kreits (NW) (zie onderstaande tabel)

Krachtens de Reichsdeputationshauptschluss werden vrijwel alle vrijsteden en Rijkssteden in 1803 gemediatiseerd. Slechts zes steden behielden hun zelfstandigheid: Augsburg, Bremen, Frankfurt, Hamburg, Lübeck en Neurenberg. In 1805 verloor Augsburg zijn zelfstandigheid in de vrede van Presburg en bij de opheffing van het Heilige Roomse Rijk in 1806 verdwenen ook Neurenberg en Frankfurt. In 1810 werden de laatste drie, Bremen, Hamburg en Lübeck bij Frankrijk ingelijfd. Na de val van het Franse keizerrijk herstelde het Congres van Wenen de zelfstandigheid van vier voormalige Rijkssteden binnen de Duitse Bond: Hamburg, Bremen, Lübeck en Frankfurt am Main. Frankfurt werd in 1866 door Pruisen geannexeerd. De drie overgebleven steden maakten deel uit van het nieuwe Duitse keizerrijk van 1870. In 1937 werd tijdens het derde Rijk Lübeck bij Pruisen ingelijfd. Bremen en Hamburg zijn dus de laatste die een zelfstandige positie hebben binnen de huidige bondsrepubliek. Danzig droeg van 1919 tot 1939 eveneens de titel vrije stad (Vrije Stad Danzig).


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Rijksstad


Pageviews vandaag: 1785.