kunstbus
Dit artikel is 24-10-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Roorda van Eysinga

Sicco Ernst Willem Roorda van Eysinga (Batavia (tegenwoordig Jakarta), 8 augustus 1825 - Clarens (Zwitserland), 23 oktober 1887) was een Nederlandse publicist en vrijdenker. Hij was naast Multatuli een van de eerste Nederlanders die zich kritisch uitlieten over de uitbuiting van de Javanen in Nederlands-Indië.

Roorda van Eysinga werd geboren in Batavia als zoon van de predikant Sytze Roorda van Eysinga en zijn vrouw Geertruida Catharina Dibbetz.

Van 1840 tot 1844 volgde hij een opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. In 1844 keerde hij terug naar Nederlands-Indië als officier van de Genie. In 1855 nam hij ontslag en trad hij in dienst als ingenieur bij de spoorwegen en waterstaat.

In 1860 was hij betrokken bij de aanleg van een kanaal. Hierbij werd hij zich bewust van de slechte leefsituatie van de meeste 'inlanders'. Toen er sprake was van een dreigende hongersnood, waarschuwde Roorda hiervoor in een ingezonden stuk in het Bataviaasch Nieuwsblad. Daarnaast schreef hij onder pseudoniem Sentot het gedicht 'Vloekzang, de laatste dag der Hollanders op Java'.

In 1864 werd hij uit Indië verbannen en vestigde zich in Nederland. Hier begon hij een strijd om eerherstel en behoud van zijn pensioen. Toen dit niet lukte vestigde hij zich in Brussel, waar het leven goedkoper was. Om in zijn levensonderhoud te voorzien schreef hij voor diverse Nederlandse kranten en tijdschriften. Hierin probeerde hij de situatie van de 'Javanen' verder onder de aandacht te brengen, maar hij schreef ook over sociaal-economische kwesties. Om die reden wordt hij ook wel gezien als een van de pioniers van de Arbeidersbeweging.

In 1872 verhuisden zij naar Rolle aan het meer van Genève in Zwitserland. Hij werd medewerker van vele tijdschriften en bladen, onder meer Het Noorden, De Sneeker Courant, De Leeswijzer en De Locomotief (Rochussen). Bij de geboorte van hun derde kind in maart 1875 overleed zijn vrouw. Hij hertrouwde met de 20-jarige Jenny Louise Duvoisin en verhuisde naar Genève, en in 1881 naar Clarens bij Montreux. Daar kwam hij in contact met de geograaf Elie Reclus, één van de leiders van de Commune van Parijs.

Roorda van Eysinga was inmiddels overtuigd vrijdenker geworden en sprak in 1883 op het Internationaal Vrijdenkerscongres. Hij raakte bevriend met Domela Nieuwenhuis en schreef in 1886 en 1887 artikelen voor diens dagblad Recht voor Allen.

Roorda van Eysinga's naam is ook verbonden aan het schotschrift Uit het leven van Koning Gorilla, een in 1887 anoniem verschenen brochure waarin de minder fraaie kanten van de Nederlandse koning Willem III naar voren werden gehaald. Het auteurschap lag waarschijnlijk niet alleen bij hem, maar onder andere ook bij de redactie van het tijdschrift Recht voor Allen.

Roorda van Eysinga overleed in Zwitserland in 1887.

In 1907 werd zijn briefwisseling met Multatuli uitgegeven onder de titel 'Briefwisseling tusschen Multatuli en S.E.W. Roorda van Eysinga'. Het boek bevat brieven die geschreven zijn tussen 12 december 1870 en 22 augustus 1886.

Henri Roorda (1870-1925)

Roorda van Eysinga was de vader van Henri Roorda (1870-1925), die opgroeide aan het Meer van Genève tijdens de vrijwillige ballingschap van zijn vader, en er wortel schoot. Henri Roorda, Frans-Zwitserse schrijver van Nederlandse origine, auteur van Mijn zelfmoord, is wel omschreven als de 'grootste humorist' van Franstalig Zwitserland.


Pageviews vandaag: 1804.