kunstbus
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Sovjet-Unie

De Sovjet-Unie werd opgericht in 1922 na de Russische revolutie. In 1991 werd zij ontbonden en werden alle 15 republieken waaruit zij bestond onafhankelijke staten. De officiële naam luidde Unie van Socialistische Sovjetrepublieken (USSR), in het Russisch (Cyrillisch alfabet) СССР (spreek uit als SSSR).

Ideologie
Het ideologische gedachtegoed dat de basis vormde van de binnen- en buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie en van het sociaal-economische systeem van het rijk, was het communisme. Het streven was via een geperfectioneerd socialisme een communistische heilstaat te worden. Tevens wilde men het communisme over de hele wereld verbreiden. De hoofdgedachte van het communisme is dat geld en goed (productiemiddelen) gemeenschappelijk eigendom zouden zijn, en dat van de opbrengst van arbeid ieder naar behoefte zou ontvangen. Deze ideologie was gebaseerd op de ideeën van Karl Marx, het marxisme, aanvankelijk 'communisme' genoemd, naar eerdere karakteristieken in de Franse Revolutie. Deze term werd door de initiator van de Russische revolutie van februari en oktober 1917, Lenin, opnieuw gebruikt en zo werd deze omwenteling ook wel de 'communistische revolutie' genoemd. Lenin voerde een radicaal, revolutionair soort communisme in, het 'Leninistische communisme'.

Tot de veranderingen in 1990 was de Sovjet-Unie een communistisch land; daarna is in sneltreinvaart een beweging in de richting van het altijd zo verguisde westers 'kapitalisme' op gang gekomen, een ontwikkeling die het hele sociaal-economische systeem van Rusland heeft omgewoeld, en waardoor aanvankelijk geen grotere welvaart werd bereikt, behalve voor de nieuwe elite en zakenwereld. Ook is het moderne Rusland en een aantal onafhankelijke geworden ex-sovjetstaten bezig met het vinden van een voor hen geschikte vorm van democratie. Rusland en de Baltische landen Estland, Letland en Litouwen bijvoorbeeld kennen nu een gekozen president, vrije parlementsverkiezingen en een meerpartijenstelsel.

De voormalige sovjetrepublieken zijn sinds 1991 met elkaar verbonden in het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), met uitzondering van Georgië, dat pas lid werd in 1993, en van de Baltische staten Estland, Letland en Litouwen.

Staatsinrichting
Volgens de grondwet van 1936 (gewijzigd in 1977 en 1988-1990) was de Sovjet-Unie een socialistische staat. (Iedere deelrepubliek bezat eveneens een eigen grondwet. Deze hadden eenzelfde strekking als die van de Unie.) Het vertegenwoordigend lichaam, de sovjet, komt op elk niveau (gemeentelijk, regionaal, provinciaal, landelijk enz.) voor. De hoogste sovjet is de zogenoemde Opperste Sovjet van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken. Deze Opperste Sovjet bestaat uit twee kamers, de Raad van de Nationaliteiten en de Raad van de Unie.

De Raad van de Nationaliteiten bestond uit vertegenwoordigers van de diverse deelrepublieken (SSR's), de autonome republieken (ASSR's), de oblasten en de krajs. De presidenten van de deelrepublieken hadden automatisch zitting in de Raad van de Nationaliteiten.

De Raad van de Unie, ook de Opperste Sovjet van de Unie, kwam gewoonlijk tweemaal per jaar bijeen. Tijdens het bewind van Michael Gorbatsjov waren de zittingen veel frequenter. De Raad van de Unie stelde de Raad van Ministers aan, het Hooggerechtshof en het Presidium van de Opperste Sovjet.

Omdat de Raad van de Unie maar twee keer per jaar bijeenkwam, was het Presidium van de Opperste Sovjet in feite de hoogste autoriteit. Het Presidium bestond uit de voorzitter (de president, het staatshoofd) van de Sovjet-Unie, de staatshoofden van de vijftien afzonderlijke deelrepublieken (vicevoorzitters van het presidium) en twintig gewone leden. Onder Gorbatsjov werd het ambt van president van de Sovjet-Unie ingevoerd. Gorbatsjov combineerde dit ambt met dat van secretaris-generaal van de CPSU en bezat hierdoor veel macht.

De door de Raad van de Unie gekozen Raad van Ministers was veel machtiger en werd voorgezeten door een premier (Voorzitter van de Raad van Ministers). De Raad van Ministers was gemachtigd per decreet te regeren.

De staatsinstellingen van de vijftien deelrepublieken en autonome republieken (respectievelijk de SSR's en ASSR's) leken zeer sterk op de federale instellingen.

Communistische Partij van de Sovjet-Unie
De werkelijke macht in de Sovjet-Unie lag evenwel bij de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU). Vanaf 1988 was het mogelijk om oppositiepartijen op te richten, maar de CPSU behield in feite tot de val van de USSR in 1991 de meeste macht.

Historisch verloop
1917 (oktober): Op 7 november (nieuwe stijl) vindt de Oktoberrevolutie plaats. Lenin wordt regeringsleider, Trotski volkscommissaris van Buitenlandse Zaken en Stalin volkscommissaris van Nationaliteiten. (december): coalitieregering met de Linkse Sociaal-Revolutionaire Partij (LSRP).
1918: in februari wordt de Vrede van Brest-Litovsk gesloten met de Centralen. Hiermee onttrok Rusland zich van de Eerste Wereldoorlog. De Russische Burgeroorlog tussen de Rode Legers (communisten) en Witte Legers breekt uit. De strijd duurt tot 1921 en mondde uit in een overwinning voor de communisten. In de zomer van 1918, na een aanslag op Lenins leven wordt de coalitie met de LSRP ontbonden en regeert de Russische Communistische Partij alleen. Rusland krijgt de naam Russische Socialistische Federatieve sovjetrepubliek.
1919: Staatshoofd Jakov Sverdlov overlijdt. Hij wordt opgevolgd door Michail Kalinin die tot 1946 staatshoofd blijft van de RSFSR en later van de USSR.
1921: Officieel einde van de Burgeroorlog. Het blijft zeker nog tot 1924 en in islamitische streken tot 1929 onrustig. Lenin introduceert de Nieuwe Economische Politiek (NEP); een gemengde economie (vrije markt en planeconomie) komt tot stand.
1922: De Oekraïne, Wit-Rusland en de Transkaukasische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek (Azerbaidzjan, Georgië en Armenië) richtten samen met de RSFSR de USSR - Unie van Socialistische Sovjetrepublieken - op. Stalin wordt secretaris-generaal van de communistische partij.
1924: In januari sterft Lenin. Er ontbrandt een strijd tussen voor- en tegenstanders van Leon Trotski. Stalin sluit zich aan bij de anti-trotskistische groep.
1927: Trotski verbannen naar Centraal-Azië, later naar Turkije e.a. landen. In 1940 wordt hij in Mexico vermoord.
1928: Stalin bekritiseert de NEP en rechtse theoretici binnen de CPSU zoals Boecharin.
1929: Einde NEP, invoering collectivisatie; sovchozen en kolchozen.
1930: Vjatsjeslav Molotov wordt minister-president (voorzitter van de Raad van Volkscommissarissen).
1934: De Leningradse partijsecretaris Sergej Kirov wordt vermoord. Dit luidt de 'Grote Zuiveringen' van Stalin in. Vermeende en echte tegenstanders verdwijnen in goelags en gevangenissen of worden na schijnprocessen vermoord. De zuiveringen duren tot 1938.
1939: Kroepskaja, de vrouw van Lenin overlijdt. In september wordt het niet-aanvalsverdag met Nazi-Duitsland gesloten. Polen wordt door Duitsland en Rusland aangevallen. De USSR verkrijgt Oost-Polen. In de winter valt de Sovjet-Unie Finland binnen: begin van de Winteroorlog.
1940: In het voorjaar sluiten de Finnen vrede met de Sovjets. De drie Baltische staten, Estland, Letland en Litouwen worden geannexeerd door de Sovjet-Unie.
1941: Op 22 juni 1941 valt Duitsland de Sovjet-Unie aan. De Grote Vaderlandse Oorlog begint. Normalisering betrekkingen kerk/moskee/tempel en staat.
1943: Slag om Stalingrad loopt uit op een Duitse nederlaag. Duitse legers trekken zich terug.
1944/1945: De Sovjet-Unie bevrijdt de oostbloklanden en oostelijk Duitsland. In al deze gebieden worden pro-communistische regeringen in het zadel geholpen.
1946: Vervolging intellectuelen door Andrej Zjdanov.
1952: Het zgn. 'artsen proces'. Joodse artsen worden ervan beschuldigd Stalin te willen vergiftigen.
1953: In maart overlijdt Stalin, Nikita Chroesjtsjov wordt partijleider, Malenkov premier. KGB-chef Beria wordt in een geheim proces ter dood veroordeeld.
1955: Malenkov treedt als premier af.
1956: Chroestsjov bekritiseert het stalinisme. Begin destalinisatie.
1958: Chroestsjov tevens premier. Meer ontspannen verhouding met het westen en met name de VS.
1962: Cuba-crisis.
1964: Het Centraal Comité ontslaat Chroestsjov. Leonid Brezjnev wordt partijleider.
1977: Brezjnev wordt staatshoofd van de USSR.
1979: In december valt de USSR Afghanistan binnen om het pro-communistische regime aldaar te beschermen tegen de moedjahedien.
1982: Leonid Brezjnev overlijdt. Joeri Andropov, voormalig KGB-chef wordt partijsecretaris.
1984: Andropov sterft. Konstantin Tsjernenko wordt partijsecretaris.
1985: Tsjernenko sterft, Michael Gorbatsjov wordt partijsecretaris. Bespreking tussen president Ronald Reagan van de Verenigde Staten en Gorbatsjov in Reykjavik.
1986: Gorbatsjov introduceert perestrojka en glasnost. Op deze manier creëert hij meer openheid en democratie in de Sovjet-Unie.
1987: Begin terugtrekking Rode Leger uit Afghanistan.
1988: Gorbatsjov staatshoofd. Democratisering in Hongarije en Polen.
1989: Gorbatsjov wil troepen uit Oost-Europese landen laten terugtrekken. In het najaar vallen de communistische regimes in Tsjecho-Slowakije, Bulgarije (Todor Zjivkov), Polen en Roemenië (Nicolae Ceausescu).
1990: Gorbatsjov wordt president van de Sovjet-Unie.
1991: In de zomer doen enkele sovjetpolitici, generaals en KGB'ers een coup. Voor drie dagen is Gorbatsjov geen president, maar door o.a. Boris Jeltsin (president RSFSR) en het volk wordt Gorbatsjov in zijn ambt hersteld. Zijn macht is echter gekrompen, terwijl die van Jeltsin groeit. Een nieuw Unie-verdrag, met meer autonomie voor de republieken, waar Gorbatsjov zo hard aan had gewerkt, komt er niet. Jeltsin, de Russische leider, en de Wit-Russische en Oekraïense leiders tekenen een verdrag en richten het GOS (Gemenebest van Onafhankelijke Staten) op. Gorbatsjov weet niets van dit alles. Op 25 december 1991 wordt de rode vlag van de Sovjet-Unie voor het laatst gestreken. De USSR houdt op te bestaan. Gorbatsjov treedt af als president.

Secretarissen-generaal
De secretaris-generaal was de leider van de communistische partij en de leider van de Sovjet-Unie. De functie secretaris-generaal werd pas in 1922 op advies van Lenin in het leven geroepen. Stalin werd niet door Lenin voorgedragen als eerste secretaris-generaal, maar slaagde erin deze positie te bemachtigen door Lenins testament, waarin Stalin als gevaarlijk werd beschouwd, te laten verdwijnen.

Stalin -- 1922-1953
Chroesjtsjov -- 1953-1964
Brezjnev -- 1964-1982
Andropov -- 1982-1984
Tsjernenko -- 1984-1985
Gorbatsjov -- 1985-1991
Ivasjko -- 1991

Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Sovjet-Unie.



Pageviews vandaag: 832.